'Het is niet interessant als je een fout maakt, wat je daar vervolgens mee doet is interessant.' Dat roep ik graag. Mijn hemel, wat had ik dat alleen jaren eerder willen roepen. Maar tja, voortschrijdend inzicht gebeurt ook daadwerkelijk in het genoemde tempo: het schrijdt voort.
Fouten maken is in verreweg de meeste gevallen niet erg - uitgezonderd als er dodelijke of anderszins vreselijke gevolgen zijn. Van elke fout kun je leren, vooral van die foutjes zoals het aanslaan van een verkeerde noot in een muziekstuk, het laten vallen van een stuk taart in een Hollandse kring, het maken van een verkeerde berekening of een beslissing nemen onder de verkeerde voorwendselen. En van sommige fouten leren we nooit, zoals het stoten van je voet aan altijd dezelfde tafelpoot of het aanvaarden van een veel te hete bitterbal op een receptie. - Die krijg ik althans met moeite beschaafd weg, zeker als in conversatie.
Oh, het is niet dat ik nooit heb wakker gelegen van mijn eigen fouten. Toen ik hele dagen voor de klas stond waren ze zo gemaakt. Vooral tijdens zo’n achtste uur moest ik wel eens goed doorademen om niet een foute opmerking te maken, iets verkeerd uit te leggen of om iets te vergeten. Als je een veilig klimaat wist te scheppen met je leerlingen dan konden we alles van elkaar vergen, zeker op zo’n onbarmhartig moment van de dag. Soms, heel soms, dan lag ik wel wakker als ik een leerling onbedoeld had geraakt of als ik ‘s nachts ineens dacht aan wat ik niet had moeten vergeten.
Waar ik ook wakker van kon liggen als ik opschepperig was overgekomen op anderen. Dat ik tussen neus en lippen door iets vertelde dat ik had meegemaakt, of dat ik trots was op iets. En dan in een situatie waarin ik eigenlijk gefrustreerd was, omdat ik dáár ineens het tegenovergestelde voelde van wat ik zei.
Of het mijzelf overschreeuwen dat het wel ging. Dat heb ik wel een tijdje gedaan, terwijl ik leefde op koffie en paracetamol. Vooral in het middelbare onderwijs ging me dat snel af, want elke keer als ik dat werk te serieus nam dan knalde ik weer door zonder genoeg slaap en rust. Dan dacht ik aan al die leuke, aardige kinderen en vroeg ik me tegelijkertijd niet af of ze na verloop van enige tijd nog iets aan mij zouden hebben als ik op deze wijze door knetterde. Allicht niet, maar dat is wijsheid van achteraf.
Nu kun je heus met droge ogen beweren dat hoe je boodschap overkomt ook kan liggen aan de ander, maar daar gaat het mij niet om. Mensen interpreteren dingen op hun manier. Je kunt een liedje schrijven dat de ene draait op een bruiloft en de andere op een begrafenis. Hetzelfde liedje, andere interpretatie. Ga je niets aan doen.
Vrij snel na het moment dat ik besloot dat ik niet alles hoefde te weten is er een loden last van mijn schouders gevallen. Je doet wel je best, maar ineens in de goede richting. Gewoonlijk sta je ook stil, adem je door en ga je opmerkelijk vrolijk die kant op.
Dat ik als leraar naar iedereen altijd vergevingsgezind wilde zijn ging pas echt werken toen ik mezelf ook permitteerde fouten te maken. Dat klinkt als een cliché, maar zoals bekend bevatten clichés gewoonlijk waarheden. Ook ik heb moeten accepteren dat ik zelf verantwoordelijk ben voor elke keuze en dat zelfs elke uitkomst ooit het gevolg is van een keuze van mij, inclusief een lang spoor aan mensen die zich op een of andere manier door mij gekrenkt hebben gevoeld.
De fout als beleid
Hoe ik denk dat het niet moet heb ik ook wel eens ervaren. Als beginneling in het onderwijs. Op een school die door een vrij plotselinge toestroom van leerlingen allerijl in een grotere jas moest groeien. Er was een verwarrende cultuur van afrekenen enerzijds en aan de andere kant het afdekken van echte problemen met de zogeheten mantel der liefde.
Allemachtig, wat werd daar geklaagd door de langer zittende collega's. De leiding had geen oog voor ze. Ze spraken ze alleen als er iets fout ging. Een compliment kon er niet af. Vrijwel iedereen had in geen jaren een functioneringsgesprek gehad, laat staan een beoordelingsgesprek. Beleid werd top-down gemeld en onmiddellijk daarna gingen deze collega's hun lokalen in, om weer als vanouds hun gang te gaan. Vergis je niet, het waren over het algemeen goede leraren, met het hart bij het kind.
Ik herinner me een moment dat ik uit de les werd gehaald door een schoolleider. Op de gang kafferde hij me verschrikkelijk uit. Daarna beende hij rood aangelopen weg. En ik kon weer voor de klas, die doodstil door het ruitje naast de deur naar het tafereel had zitten kijken. Man, wat voelde ik me vervelend toen. De aanleiding was dat ik was vergeten om toetspapier in de envelop te stoppen bij een toets die ik had klaargelegd. Stom natuurlijk, maar de surveillerende collega bleek het goed te hebben opgelost door snel even een leerling naar de conciërge te sturen voor de blaadjes.
Dat deze uitvoering van beleid enige effectiviteit had kan ik niet ontkennen. Ik ben noch daar, noch elders ooit vergeten om zaken goed klaar te leggen. Had ik dat ook gedaan als de betrokken schoolleider me op een rustig moment even apart had genomen, voor mijn part een arm om me had heen geslagen en me even had gewezen op het aldaar geldende gebruik dat de leerlingen bij toetsen dingen willen opschrijven? Volgens mij was dat net zo effectief geweest.
Wat mijns inziens had geholpen was beleid dat uitgaat van het goede. Leiders die dat ook voorleven door oprecht en luidkeels te complimenteren. Door collega's zichtbaar te maken door te luisteren en pragmatisch op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen. Door niet te focussen op boete en straf, maar op mildheid en vergeving.
De fase ná de fout als beleid
Later heb ik het in mijn persoonlijke beleid opgenomen dat met name de fase ná de als zodanig beleefde fout interessant is. Altijd is die interessanter dan de fout zelf. Als je dat voorleeft dan creëer je ook het aangename bijeffect dat mensen ook milder omgaan met jouw fouten. - Mensen die mij kennen weten dat ik bedreven ben in het maken van fouten. - Zo kun je samen een veilig en gezond klimaat maken.
Hopelijk nemen de oud-collega's in kwestie het mij niet kwalijk als ik hier een leuke herinnering aan hen noteer ter illustratie.
Een keer een grote klap achter de deur waar ik zat te werken in een knusse, gezellige dorpsbibliotheek. Een collega had net een bingospel laten vallen en alle balletjes rolden over de vloer. Alle kinderen die aan de bingo - de afsluiting van een voorleesmiddag - hadden deelgenomen waren net het gebouw uit. Na enig zoeken ontbraken alleen balletjes 15 en 31 nog. Mijn collega had inmiddels ook ergens tussen de vijftien en eenendertig keer verzucht hoe stom ze het vond van zichzelf om het spel te laten vallen.
Toen er twee jongens van bovenbouwleeftijd basisschool de bibliotheek binnen kwamen schoot ik ze meteen aan: of ze ons wilden helpen om de balletjes te vinden. Voordat we het wisten lagen de jongens op de grond en binnen een minuut waren ze gevonden. Een andere collega beloonde ze met een zakje chips (de mand met bingoprijsjes was minder interessant voor ze). Even later hoorden we een jongen nog net zeggen: ‘Ik ben echt blij dat je me naar de bieb hebt meegenomen!’
Kijk, dan kun je eigenlijk naar huis. Je dag kan niet meer mooier worden. We hebben onze collega dan ook bedankt. Als zij het bingospel niet had laten vallen, dan hadden we dat die jongen ook niet horen zeggen. De definitieve beloning was haar glimlach.
Fouten maken kan zo lonend zijn. Ze zijn gewoonlijk de inleiding naar wat beters. Een milde omgeving kan hierin helend werken. En heb je een serie fouten? Bingo.
Over game-based storytelling, teambuilding, persoonlijkleiderschap, blended learning en andere vehikels voor het vergroten van vertrouwen.
woensdag 29 mei 2019
maandag 20 mei 2019
Softie of verstandig? Beleid maken op grond van vergeving en verzoening
Wat zou er gebeuren als we beleid zouden maken op grond van vergeving of verzoening? Ik zat me dat serieus af te vragen toen ik op een suffe ochtend op social media heen en weer werd geslingerd tussen verontwaardiging over populistische filmpjes enerzijds en artikelen over de voordelen van de Europese Unie anderzijds. Ik zat het me af te vragen omdat er vrijwel geen onderwerp meer lijkt te bestaan waar niet onmiddellijk polarisering over ontstaat. Weet ik veel waarom, omdat we snel beledigd zijn, of omdat de hakken nu eenmaal in het zand moeten, want dat is traditie, omdat we nu eenmaal vrijheid van meningsuiting hebben. Zeg het maar.
Afijn, toen zat ik me te bedenken waarom ik toch zo graag in Nederland woon. Om dat te illustreren gebruik ik graag het voorbeeld van het aanleggen van een weg van a naar b. De kortste weg van a naar b is een rechte lijn en er zijn allerlei overheden in de wereld actief om zo'n weg in afzienbare tijd te trekken, geregeld ten koste van dichtbevolkte gebieden, waar flats worden ontruimd en gesloopt of ten koste van natuur of van alles en nog wat. In Nederland hebben we een lange traditie van samenwerken. Ons land is op die basis gesticht, daar komt het in grote trekken wel op neer. Dus zo'n weg van a naar b kost hier jaren van onderzoek, van inspraakbijeenkomsten met buurtcomités, milieuverenigingen en andere belanghebbenden. Het fijne is, als we dan na jaren en jaren een slingerweg hebben van a naar b (om een leuk buurtje heen, om een natuurgebied, om een stiltetuin, met een fietspad ernaast) dan zeggen we over het algemeen ook altijd: 'Ja, dat is een goede weg.'
Dat brengt me op mijn vraag of beleid maken op grond van vergeving en verzoening niet verstandig is. Of politiek bedrijven op die basis niet ook veel beter is. En om niet meteen alleen de softe, naïeve kant op te gaan ben ik eens in de materie gedoken.
Wetenschappelijk onderzoek naar vergeving
Op het moment van schrijven zijn er meer dan 2500 wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar vergeving (volgens dit artikel). Deze onderzoeken variëren van het effect op de gezondheid van de mens die daadwerkelijk vergeeft, tot filosofische bespiegelingen over wat vergeven precies is tot aan de effecten voor de samenleving. Al deze onderzoeken laten een constant beeld zien die feitelijk goed nieuws inhouden: het is slim om te vergeven.Er bestaat zelfs een prachtig Handbook of Forgiveness (2005) waarin de fenomenen vergeving en verzoening vanuit allerlei wetenschappen worden belicht. Ergens voorin het boek schrijven Jan de Waal en Jen Pokorny een interessant stuk over primaten (apensoorten die dichtbij de mens staan) dat uitwijst dat vergeving ook bestaat onder dieren. Dieren die elkaar onrecht hebben aangedaan begrijpen dat de sociale structuur weer hersteld moet worden. Daarbij tonen ze allerlei vormen van affectie naar elkaar: zoals kussen of knuffelen. Het lijkt erop dat vergeven een instinctieve manier is om samen te kunnen leven na onrecht.
Een ingewikkeld gebeuren
Vergeven zou ik willen omschrijven als het jezelf of iemand niet meer kwalijk nemen dat je op een of andere manier schade hebt ondervonden. Die schade kan materieel, lichamelijk of geestelijk zijn. Het kan zijn dat iemand iets van je heeft gestolen of stukgemaakt, dat iemand je heeft beledigd of veel erger. Het kan ook dat je zelf zoiets hebt gedaan. Vergeven kan een ingewikkeld proces zijn.
Wat samenhangt met vergeven is verzoenen. Dat is vrede sluiten met jezelf of (meestal) met iemand anders. Je accepteert van binnenuit dat de situatie is zoals die is en iemand anders ook. Je besluit om het elkaar te vergeven en om geen ruzie meer te maken. Dat klinkt simpel, maar als vergeven al ingewikkeld kan zijn is verzoenen dat al helemaal.
Vergeving en verzoenen zijn in de geschiedenis wel noodzakelijke stappen geweest om een nieuwe, opbouwende weg in te slaan voor ontwrichte relaties en zelfs samenlevingen. Te denken valt aan de stichting van de Bondsrepubliek Duitsland uit het puin van het Derde Rijk en nogmaals aan de hereniging met de DDR na 1989. Na het berechten van de belangrijkste leiders (op rechtvaardigheid komen we zo terug) is de gedachte in beide gevallen geweest: we kunnen wel iedereen die min of meer heeft gecollaboreerd gaan opsporen en vervolgen, maar dat is ondoenlijk. We zullen het iedereen moeten vergeven en samen de schouders moeten zetten op de wederopbouw.
Grote verzoeners vinden we doorgaans dapper. Neem Nelson Mandela of Mahatma Ghandi. Nelson Mandela heeft 27 jaar gevangen gezeten omdat hij zich als iemand met een zwarte gelaatskleur verzette tegen overheidsbeleid dat hem hierom minderwaardig behandelde. Toen hij werd vrijgelaten heeft hij zich verzoend met zijn onderdrukkers, om daarna te bouwen aan een nieuwe samenleving. Is Zuid-Afrika al een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft? Nee, maar de inwoners zijn hard op weg. De reden dat we Ghandi als een held zien ligt besloten in hetzelfde gegeven: na meer dan 150 jaar onderdrukking en geweld door de Britten heeft hij hard geijverd voor verzoening na de onafhankelijkheid van wat tegenwoordig India, Pakistan en Bangladesh is.
Hoe pragmatisch vergeven en verzoenen ook mag zijn voor een samenleving, gemakkelijk is het hele proces niet. In Rwanda kan men daarvan getuigen. Daar heeft de grootste genocide plaatsgevonden van de afgelopen 25 jaar. Juist in gevallen van zulke zware misdrijven zal het verschillende generaties vergen om tot samenwerking te komen. Ter vergelijking: het heeft zeker twee generaties geduurd voordat Nederlanders genuanceerder werden ten aanzien van Duitsers. Vlak na de oorlog waren de herinneringen aan de bezetting, de verwoestingen en de Holocaust te fris om te beseffen dat niet alle Duitsers nazi’s waren of zelfs schuldig waren aan enige misdaad. Zo’n proces kost dus tijd.
Een proces van vergeving kent twee fases: één ervoor en één erna, zo schreef Frère Roger van Taizé (Brief uit Taizé 1997). Aanvankelijk zijn er allerlei gevoelens en argumenten die het idee opwerpen dat vergeving en verzoenen niet mogelijk zijn. Als dat dan toch is gelukt, erna dus, dan proberen mensen elkaar te begrijpen in plaats van elkaar alleen met argumenten te overtuigen. De moeilijkheid zit dus in de fase ervoor.
De fase vóór vergevingHet besluit om te vergeven hangt af van een aantal factoren die uiteenvallen in drie categorieën situationele, relationele en persoonlijke (volgens een bijdrage van Mullet, Nevo en Rivière aan voornoemd handboek). Uit al die voornoemde onderzoeken blijken deze constanten te zijn in het hele proces van vergeven en verzoenen. Er is dus niet één recept dat daartoe leidt, maar er zijn wel vaste ingrediënten.
De situationele factoren hebben te maken met de ernst van de fout. Mensen die ernstige schade hebben ondervonden zullen er langer over doen om het een dader te vergeven, zeker als de consequenties op enigerlei wijze als vreselijk worden ervaren. Wat ook uitmaakt is of een dader de intentie had om iemand pijn te doen, of dat een dader spijt heeft of tot compensatie wil overgaan.
Relationele factoren hebben te maken met de nabijheid van een dader. Als slachtoffers en daders familie, vrienden of zelfs collega’s zijn, dan willen ze eerder tot vergeving overgaan om weer een bepaalde leefbaarheid te creëren (denk aan de primaten). Andere zaken die meespelen zijn of er sprake is van een verschil van hiërarchie is in de relatie. Groepsdruk kan het vergevingsproces ook beïnvloeden.
Met name je vermogen of je jezelf ook kunt vergeven bepaalt de persoonlijke factoren. Kun je het jezelf vergeven dat je iemand schade hebt berokkend? Dan schijn je gemakkelijker andere mensen hun fouten te kunnen vergeven. De ernst van de situatie hangt ook enorm af van welke waarden jij zelf hanteert. Sommige mensen vergeven het zichzelf gemakkelijker als ze toch dat ene extra koekje hebben gepakt - en ze pakken er nog één. Voor andere mensen kan zo’n extra koekje nog tijdenlang een negatieve uitwerking hebben. Als er buiten jezelf ook nog andere mensen schade ondervinden van welke handeling dan ook, dan speelt je persoonlijke vermogen om te vergeven weer zwaarder mee.
Vergeven betekent uiteindelijk niet dat je iemand acties goedkeurt. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik snap dat je niet beter weet, maar ik vind het niet leuk dat je het hebt gedaan. Ik vergeef het je omdat je het niet beter weet.’
Vergeven is dus ook niet iets dat je kunt afdwingen. Het zal uit jezelf moeten komen en dat is niet altijd gemakkelijk. Het is je eigen keuze en die kan afhangen van de situationele, relationele en persoonlijke factoren.
Een belangrijke persoonlijke factor is dat je je eigen grenzen goed moet kennen. Je moet je bewust zijn van wat je wel en niet waardeert en waarom dat zo is. Worden je waarden bepaald door wat je diep van binnen werkelijk vindt, of is er op een of andere manier toch nog druk van buitenaf?
RechtvaardigheidsgevoelVergeven is niet zomaar een naïeve daad. In allerlei gevallen zal er wel degelijk een gevoel van rechtvaardigheid moeten zijn voordat er tot vergeving wordt overgegaan. Vooral bij ernstige misdrijven vinden mensen het gewoonlijk prettig als er een behoorlijke straf wordt uitgedeeld aan de dader. Het gevoel of de straf voldoende vergeldt wat er is misdaan speelt een belangrijke rol in alle vergevings- en verzoeningsprocessen, in kleinere en in grotere kringen (vergelijk Staub).
Rechtvaardigheid is een ingewikkeld begrip waarbij altijd in meerdere of mindere mate een kloof wordt ervaren. Deze kloof heeft te maken met de afstand tussen hoe men de daad wil vergelden en hoe dat ook daadwerkelijk gebeurt. Niet zelden wordt er om strenge straffen geschreeuwd bij ernstige misdrijven, zeker als groepsdruk gaat meespelen als complicerende factor.

De fase ná vergeving: gezonder!
Uit psychologisch onderzoek uit 2001 en daarna blijkt al dat vergeven gezonder is dan wrok koesteren: letterlijk is het beter voor je lichaam. Mensen die vertellen vergevende gedachten te hebben ervaren een grotere mate van controle over hun eigen leven. Daarbij komt dat ze ook minder lichamelijke stressfactoren laten zien: zo waren hartslag, bloeddruk en spierspanning lager. Vergeven is gezond.
Vergeven heeft een positieve invloed op je vermogen om creatief te zijn. Iemand anders heeft geen macht meer over je. Je kunt weer bouwen, want de wrok zit niet meer in de weg. Bepaalt gedrag keur je nog steeds niet goed, sommig verdriet blijft, maar je bevrijdt jezelf van negatieve emoties naar de dader.
Frère Roger, de man die sprak over ‘ervoor’ en ‘erna’ in het proces van vergeving en verzoening, heeft van dit alles zijn levenswerk gemaakt. Hij is vermoord door een verwarde vrouw in 2005 en het eerste dat zijn opvolger deed is het haar vergeven. Daarmee wierpen hij en zijn medebroeders eventuele wrok onmiddellijk van zich af. De gevoelens van verdriet en afkeuring waren er niet minder om, maar het maakte ze vrij om zo zuiver mogelijk te kiezen op welke manier zij hun toekomst zagen.
Conclusie
Stel dat we nu eens beleid zouden maken op grond van vergeven en verzoenen, is het gemakkelijk om elkaar te vergeven dat we bijvoorbeeld nu eenmaal allemaal vooroordelen hebben? We zijn opgevoed zoals we zijn, we hebben gelezen wat we hebben gelezen, gezien wat we hebben gezien. We zijn allemaal bevooroordeeld op een of andere manier, dunkt me.
Dus kunnen we het elkaar vergeven? Dat hangt van allerlei factoren af. Maar op zichzelf genomen moet het in de meeste gevallen mogelijk zijn.
Is het gezonder voor onszelf? Het lijkt er wel op. Je bent geen softie, maar behoorlijk verstandig, zo blijkt.
Is het gezonder voor onze professionele cultuur en voor onze samenleving in het algemeen? Het lijkt er wel op.
donderdag 18 april 2019
Diversiteit en de bibliothecaris (@Biebcongres 2019)
Wat was het leuk om eens het Nationale Bibliotheekcongres mee te maken. En om er wat te mogen vertellen. Met een clubje die-hards heb ik wat mij betreft een leuk moment gehad, in een intieme situatie, voor zover de prachtige locatie dat toeliet (De Van Nelle-fabriek in Rotterdam).
Hoofdthema van de dag was diversiteit en dat is natuurlijk ook 'mijn' thema. Althans, als je het definieert dat iedereen gelijke kansen moet krijgen en dat we allemaal fundamenteel gelijkwaardig zijn. Zo ongeveer werd het ook gedefinieerd die dag en er waren allerhande interessante presentaties en workshops die gestalte gaven aan de eh, diverse facetten van de thematiek.
Wat ik heb verteld had twee delen. Eerst kwam een inhoudelijk deel over diversiteit bezien vanuit literair-historisch perspectief. Vervolgens wat een bibliothecaris mijns inziens met deze informatie kan naar het onderwijs en de wetenschap toe.
Eerst heb ik wat thema's aangeboord waarover ik het sowieso graag heb: de doorwerking van middeleeuws gedachtegoed in onze populaire cultuur. Als voorbeelden heb ik het kinderboek Juf Braaksel en het geheim van de magische ring (2018) en stiefmoeders genomen verband gelegd tussen Prinsessia, Lego Friends en de Nashvilleverklaring. In beide gevallen kwam het neer op een van mijn favoriete bezigheden: als ik iets waarneem wat naar mijn idee voornamelijk gedachtegoed vertegenwoordigt uit het verleden open ik graag een venster naar het verleden om te kijken van waar het komt. Dan verwonder ik me en mijn verwondering deel ik graag. Om vervolgens dat venster te sluiten en blij te zijn dat we leven in de 21e eeuw. Ik sloot dit deel af met een verwijzing naar de tekst uit de afbeelding: uit een boek uit 2013 van een auteur die op het moment van schrijven veelgeplaagd is om andere redenen; een fragment dat eveneens getuigt een prachtig stukje (onbewuste) doorwerking.
Het tweede deel was nadrukkelijk bestemd voor bibliothecarissen, die vlijtige, liefdevolle mensen die zich werkelijk dag en nacht inzetten om dienstbaar te zijn aan alles en iedereen in de samenleving. Over mijn waarnemingen over de wondere wereld van het bibliotheekwezen. Waar het op neer kwam is wat ik alle bibliotheekmedewerkers toewens:

Wat ik heb verteld had twee delen. Eerst kwam een inhoudelijk deel over diversiteit bezien vanuit literair-historisch perspectief. Vervolgens wat een bibliothecaris mijns inziens met deze informatie kan naar het onderwijs en de wetenschap toe.
Eerst heb ik wat thema's aangeboord waarover ik het sowieso graag heb: de doorwerking van middeleeuws gedachtegoed in onze populaire cultuur. Als voorbeelden heb ik het kinderboek Juf Braaksel en het geheim van de magische ring (2018) en stiefmoeders genomen verband gelegd tussen Prinsessia, Lego Friends en de Nashvilleverklaring. In beide gevallen kwam het neer op een van mijn favoriete bezigheden: als ik iets waarneem wat naar mijn idee voornamelijk gedachtegoed vertegenwoordigt uit het verleden open ik graag een venster naar het verleden om te kijken van waar het komt. Dan verwonder ik me en mijn verwondering deel ik graag. Om vervolgens dat venster te sluiten en blij te zijn dat we leven in de 21e eeuw. Ik sloot dit deel af met een verwijzing naar de tekst uit de afbeelding: uit een boek uit 2013 van een auteur die op het moment van schrijven veelgeplaagd is om andere redenen; een fragment dat eveneens getuigt een prachtig stukje (onbewuste) doorwerking.
Het tweede deel was nadrukkelijk bestemd voor bibliothecarissen, die vlijtige, liefdevolle mensen die zich werkelijk dag en nacht inzetten om dienstbaar te zijn aan alles en iedereen in de samenleving. Over mijn waarnemingen over de wondere wereld van het bibliotheekwezen. Waar het op neer kwam is wat ik alle bibliotheekmedewerkers toewens:
- Dat ze in samenwerking met het onderwijs tot mooie producten kunnen komen
Dat betekent wat mij betreft in de meeste gevallen dat er - allicht - geconverseerd moet worden. Ik meen dat er in elke sector van het onderwijs én in bibliotheken vaak dezelfde wielen worden uitgevonden met de rug naar elkaar toe. Volgens mij kunnen bibliotheken met hun aanbod op het gebied van mediawijsheid, digitale vaardigheden, literatuur en leesplezier, kunst, cultuur en debat zo enorm veel professionals in het onderwijs ondersteunen en ontzorgen. En dat vanuit het respect vanuit elkaars professie.
Als je bijvoorbeeld een Ontdeklab hebt gemaakt in je bibliotheek, kun je leerkrachten de ruimte geven om hun kinderen te observeren, of om wellicht op een rustige plek correctie te doen, of om wat dan ook te doen om die leerkracht in zijn professionele behoeften te voorzien. Ik zeg maar wat.
Klinkt logisch, maar ik ben buitengewoon goedbedoelde cursussen voor leraren tegengekomen waar vervolgens weinig of geen gebruik van werd gemaakt. Reden: de leerkrachten gaven aan het al druk genoeg te hebben. - Dat ze aansluiten bij de thema's en trends die actueel zijn in het onderwijs
Ik noem maar wat: hoe verhoud je je als bibliothecaris tot gepersonaliseerd leren? Hoe verhoud je je tot blended learning? Hoe verhoud je je tot de enorme zucht naar samenwerking die zo zichtbaar is in de vele vakgroepen op social media en vergelijkbare netwerken waar mensen hun kennis en materialen delen? Hoe verhoud je je als bibliothecaris tot de immer voortwoekerende discussie over literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs? Hoe staan de vakdocenten erin op de school waarmee jij samenwerkt? - Dat ze een liefdevolle plek bieden voor onderzoekers
Universiteiten zijn enorm op zoek naar het zichtbaar maken van de maatschappelijke meerwaarde van al het onderzoek dat er wordt verricht. Ze zien hun onderzoekers graag de deur uitlopen om overal en nergens presentaties te geven over hun harde werk. Bibliotheken zijn de ideale plekken waar die gegeven kunnen worden. Zeker de bibliotheken die zich op enige afstand bevinden van een universiteit. Ik kan me voorstellen dat een universitair pr-bureau bijzonder blij wordt als een bibliotheek een liefdevolle plek - want dat is het per definitie - aanbiedt waar onderzoekers hun resultaten kunnen delen met mensen van allerlei pluimage en waar ze tegelijk - zo nodig - hun presentatievaardigheden kunnen oefenen.
Wat bibliotheken zo uitstekend doen is het aantrekkelijk maken van hun vestigingen. Alle drie de bibliotheken die dit jaar waren genomineerd voor beste van Nederland zijn prachtig en uitnodigend. Dikke duim als je daar of in die geest je collectie (= bibliothecarissen én materialen) zichtbaar hebt gemaakt. Hoera voor de bibliotheek en de zichtbare professionals die er werken of van daaruit het netwerk in gaan!
Wat volgens mij nog beter is is als je het als bibliothecaris voor elkaar krijgt dat je zichtbaar bent op de elektronische leeromgeving van scholen en opleidingen. Op welke manier dan ook, zolang het maar vanuit de samenwerking is. En de grote uitdaging lijkt me met name om in het curriculum een vaste plek te hebben, zodat bibliotheken blijvend kunnen bijdragen aan een maatschappij waarin breed geïnteresseerde kinderen worden opgeleid die leren dat ze pas iets mogen beweren als ze het onderbouwen. Pas dan maken we ook diversiteit echt zichtbaar, omdat we dan, bewust van onze vooroordelen, elkaar de kansen kunnen geven die we allemaal verdienen.
woensdag 27 maart 2019
Verklaring omtrent gedrag
Geïnspireerd door docent Tommie Derksen:
Bij dezen verklaar ik dat ik vanuit het radicaal verlichte gedachtegoed - (terminologie van Jonathan Israel) dat alle mensen gelijkwaardig zijn - heb gehandeld in mijn werk voor bibliotheek, wetenschap en onderwijs. Hiermee geef ik mijzelf dus met terugwerkende kracht aan, omdat ik als leraar en bibliothecaris kinderen en volwassenen heb 'geïndoctrineerd' dat zij prachtig zijn zoals ze zijn, ze inlevingsvermogen nodig hebben voor goed begrip van andere mensen, hun kunstuitingen en dat ik heb willen bijdragen aan een mooie toekomst voor mijn leerlingen, studenten en collega's.
Eveneens verklaar ik dat ik in heden en verleden heb gepubliceerd op basis van wetenschappelijk onderzoek en waarneembaar gedrag.
Ik verklaar hiermee ook dat ik het volstrekt oneens ben met de zogenaamde 'nieuwe schoolstrijd' en dat ik te allen tijde bereid ben om dit in een goed, oprecht respectvol gesprek nader toe te lichten, zoals het op een goed democratisch forum hoort.
Bij dezen verklaar ik dat ik vanuit het radicaal verlichte gedachtegoed - (terminologie van Jonathan Israel) dat alle mensen gelijkwaardig zijn - heb gehandeld in mijn werk voor bibliotheek, wetenschap en onderwijs. Hiermee geef ik mijzelf dus met terugwerkende kracht aan, omdat ik als leraar en bibliothecaris kinderen en volwassenen heb 'geïndoctrineerd' dat zij prachtig zijn zoals ze zijn, ze inlevingsvermogen nodig hebben voor goed begrip van andere mensen, hun kunstuitingen en dat ik heb willen bijdragen aan een mooie toekomst voor mijn leerlingen, studenten en collega's.
Eveneens verklaar ik dat ik in heden en verleden heb gepubliceerd op basis van wetenschappelijk onderzoek en waarneembaar gedrag.
Ik verklaar hiermee ook dat ik het volstrekt oneens ben met de zogenaamde 'nieuwe schoolstrijd' en dat ik te allen tijde bereid ben om dit in een goed, oprecht respectvol gesprek nader toe te lichten, zoals het op een goed democratisch forum hoort.
donderdag 14 maart 2019
Over de houdbaarheid van de drievuldigheid social media voor professionals
In 2013 schreef ik een stukje over hoe een professional zich moet gedragen op social media. Omdat ik toen in het middelbare onderwijs werkte heb ik het geschreven vanuit de optiek van de leraar. Tot op heden krijg ik er uit zowel de publieke als de private sector nog wel eens reacties op. Hartstikke leuk natuurlijk.
Toentertijd kreeg ik overigens ook allerlei zinnig en inhoudelijk goed commentaar op het stuk. Dat heeft mijn mening erg aangescherpt. Met name de onvolprezen experts Wilfred Rubens en Willem Karssenberg gaven fijne aanvullingen.
Zou het stuk nog zo houdbaar zijn?, vraag ik me af. Of behoeft het enkele nieuwe hoeken?
Volgens mij bestaat goed social media-beleid nog altijd uit een speelveld met drie hoeken. Het is dan ook een speelveld; niet een setje regels en wetten. Er is ook zes jaar na dit stuk nog zo vreselijk veel niet bekend over social media. Zo weten we dat filmpjes een grotere kans hebben om viraal te gaan als ze worden geplaatst op woensdagmiddag, maar niemand kan het definitieve antwoord geven waarom.
Kort en goed gaat het mij erom dat je als professional met drie uithoeken rekening houdt:
Toentertijd kreeg ik overigens ook allerlei zinnig en inhoudelijk goed commentaar op het stuk. Dat heeft mijn mening erg aangescherpt. Met name de onvolprezen experts Wilfred Rubens en Willem Karssenberg gaven fijne aanvullingen.
Zou het stuk nog zo houdbaar zijn?, vraag ik me af. Of behoeft het enkele nieuwe hoeken?
Volgens mij bestaat goed social media-beleid nog altijd uit een speelveld met drie hoeken. Het is dan ook een speelveld; niet een setje regels en wetten. Er is ook zes jaar na dit stuk nog zo vreselijk veel niet bekend over social media. Zo weten we dat filmpjes een grotere kans hebben om viraal te gaan als ze worden geplaatst op woensdagmiddag, maar niemand kan het definitieve antwoord geven waarom.
Kort en goed gaat het mij erom dat je als professional met drie uithoeken rekening houdt:
- Gedraag je als een rolmodel. Je bent een volwassene. Gebruik je levenservaring en je gezonde verstand. Dat heb je altijd, ongeacht hoe sterk je digitale vaardigheden zijn. Gebruik social media als een digitale schutting om je privéleven en denk na over welke plaatjes daar op plakt. Experimenteer.
- Geef erkenning aan je collega's of leerlingen die social media belangrijk vinden, ook als jij er niets mee hebt. Blijf positief. Volg de discussies en de ontwikkelingen, ook zonder dat je een account hebt.
- Kijk of je bepaalde social media kunt gebruiken als toepassing om nieuwe dingen te leren, nieuwe wegen te bewandelen. Zie social media als toevoeging aan wat je doet.
Jeetje, als ik dit allemaal teruglees dan denk ik dat we dit tegenwoordig open deuren vinden. Tenminste dat hoop ik wel. Of zie ik het verkeerd?
Aanvullingen anno nu
- Onder het kopje van rolmodel hoort nu ook wettelijk je plicht om goed na te denken wat je publiceert online. De AVG biedt een strak kader dat wat mij betreft nog steeds neer komt op het gebruiken van je gezonde verstand. Deze perkt de ruimte om te experimenteren wellicht wat in, maar natuurlijk zijn het fatsoenlijke grenzen als het aankomt op het respecteren van andermans privé-informatie en grenzen.
Wat mij betreft moet je je als ouder bijvoorbeeld ook gedragen als een professional. Ik zet bewust geen foto's van mijn kinderen online. Onze oudste gaat steeds meer belangstelling tonen voor social media. Stel je voor dat ik haar waarschuw om niet zomaar alles te publiceren en zij antwoordt: 'Dank zij jou staan er al duizend foto's van me online.' Dank je de koekoek.
Fake news herkennen is echt iets waar je als rolmodel een goed voorbeeld hebt te geven. Als je twijfelt aan de bron of de informatie moet je dat niet voor jezelf houden. - Op het gebied van erkenning denk ik dat we ook de mensen moeten erkennen die angstig zijn geworden door alle vertrouwensschade die enkele social media-bedrijven over zichzelf hebben afgeroepen. Het geheimzinnige handelen in informatie, de internettrollen, het lekken van data en de mogelijkheden om je daar als gebruiker tegen te beschermen wegstoppen in schimmige aanvinklijsten zijn geen bemoedigende ontwikkelingen.
Anderzijds moet je mensen ook erkennen die zich als rolmodel gedragen op social media, die de positieve mogelijkheden weten te benutten en die het experiment niet uit de weg gaan. - De toepassing van social media heeft wel allerlei verbeteringen doorgemaakt. Met bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook kunnen bedrijven en instellingen op een hele hybride manier nieuwe collega's werven. Instagram is momenteel populairder dan andere social media bij jongeren. En over zes jaar is alles weer helemaal anders. Als je je gedraagt als rolmodel is alles volgens mij nog steeds goed. Fouten maken is niet per se interessant, wel wat je ná het fouten maken doet.
Tja. Ik denk dat hij nog wel houdbaar is, deze drievuldigheid. De grenzen van de driehoek zijn wellicht wat strakker te trekken sinds de AVG van kracht is. Daar binnen is echter nog genoeg ruimte om te ontdekken en te scheppen.
woensdag 6 maart 2019
Captain Marvel of de triomf van opnieuw uitgevonden personage
Captain Marvel - de laatste toevoeging aan de enorme lawine aan superheldenfilms die het afgelopen decennium over ons is uitgestort - vind ik een fraai voorbeeld van een fictief personage dat keer en keer opnieuw is geschapen om in de huidige vorm te verschijnen. Is het slecht om zo'n personage opnieuw uit te vinden? Ik denk het helemaal niet, zolang het doel de middelen maar heiligt. Mijn gedachten hierover zijn meer dan die van een vader van dochters met superheldenstrips als guilty pleasure - of een brede literaire opvatting.
Captain Marvel wordt nu gepresenteerd als een van de belangrijkste personages van Marvel. Als dat al zo is, dan is dat sinds kort het geval. Ik meen dat ik haar, Carol Danvers, voor het eerst tegenkwam in de jaren '80, als een bijpersonage in De X-Mannen, de Nederlandse vertaling van The Uncanny X-Men. Ze noemde zich op dat moment net Binary, want haar oude naam, Ms. Marvel, vond ze niet meer leuk. Kortstondig heette het personage ook Warbird, daarna weer Ms. Marvel en pas sinds kort Captain Marvel.

Toen ik deze boekjes van uitgever Juniorpress las was er wel een Captain Marvel bij de Avengers (Vergelders), maar zij was een donkere mevrouw met een wit pak die - ik meen - kon veranderen in een lichtstraal. Ook zij was geen iconische superheldin. Ergens achterop een van de oudere exemplaren - ik heb ze niet meer - van de X-Mannen meen ik ooit een reclame te hebben gezien voor een strip waarin Captain Marvel stierf. De gevallen held droeg een pak dat erg leek op dat van het filmpersonage, maar het was wel een man.
Sinds Disney het bewind voert bij Marvel is Captain Marvel meer en meer naar voren geduwd als belangrijk personage in de comic books. De film onderstreept het belang dat Marvel ziet haar. Ze moeten namelijk wel en om twee redenen: Disney heeft niet de rechten van de meest aansprekende vrouwelijke superhelden van Marvel en Disney heeft zo een antwoord op het succes van de film Wonder Woman (2017) van concurrent Warner Bros./DC Comics.
De Wonder Woman uit 2017 is, net als het geval is bij Captain Marvel, een aanpassing geweest van de Wonder Woman uit de comics. In de driekwart eeuw van haar bestaan heeft ze allerlei kleren aangehad, van een tamelijk zedige rok tot aan een bijnabloot badpakachtig kostuum. In 2017 (eigenlijk al een DC-film ervoor, als bijpersonage) was de actrice gehuld in een soort Grieks-mythologische variatie op haar aloude kledij. Dat de Wonder Woman in de stripboeken sindsdien vrijwel hetzelfde is uitgedost lijkt mij het bewijs dat deze make-over een succes is gebleken.
Wat zou Mathilda zijn geworden als volwassen vrouw? De beroemde Roald Dahl-illustrator Sir Quentin Blake heeft deze denkoefening in een aantal tekeningen zichtbaar gemaakt: Mathilda zou een typische vrouw zijn van deze tijd. Allerlei opties passeren de revue, waaronder bibliothecaris en avonturierster. Zonder het originele boek geweld aan te doen heeft Blake van het personage een onverschrokken voorbeeld gemaakt voor kinderen. Alles kan, als je maar leest.
Captain Marvel wordt nu gepresenteerd als een van de belangrijkste personages van Marvel. Als dat al zo is, dan is dat sinds kort het geval. Ik meen dat ik haar, Carol Danvers, voor het eerst tegenkwam in de jaren '80, als een bijpersonage in De X-Mannen, de Nederlandse vertaling van The Uncanny X-Men. Ze noemde zich op dat moment net Binary, want haar oude naam, Ms. Marvel, vond ze niet meer leuk. Kortstondig heette het personage ook Warbird, daarna weer Ms. Marvel en pas sinds kort Captain Marvel.

Toen ik deze boekjes van uitgever Juniorpress las was er wel een Captain Marvel bij de Avengers (Vergelders), maar zij was een donkere mevrouw met een wit pak die - ik meen - kon veranderen in een lichtstraal. Ook zij was geen iconische superheldin. Ergens achterop een van de oudere exemplaren - ik heb ze niet meer - van de X-Mannen meen ik ooit een reclame te hebben gezien voor een strip waarin Captain Marvel stierf. De gevallen held droeg een pak dat erg leek op dat van het filmpersonage, maar het was wel een man.
Sinds Disney het bewind voert bij Marvel is Captain Marvel meer en meer naar voren geduwd als belangrijk personage in de comic books. De film onderstreept het belang dat Marvel ziet haar. Ze moeten namelijk wel en om twee redenen: Disney heeft niet de rechten van de meest aansprekende vrouwelijke superhelden van Marvel en Disney heeft zo een antwoord op het succes van de film Wonder Woman (2017) van concurrent Warner Bros./DC Comics.
Disney moest wel een krachtig personage scheppen, want de populairste vrouwelijke superhelden hebben ze nog niet in hun filmcatalogus. Waar de personages voor de comic books allemaal netjes zijn overgekocht door Disney, geldt dat niet voor hun equivalenten op het witte doek. Een heel verhaal dat ik nu laat voor wat het is. Het komt erop neer dat de meest aansprekende vrouwelijke personages uit de Marvel-catalogus vooralsnog bij filmmaatschappij FOX zijn ondergebracht, vanwege eerdere deals. We hebben het hier over personages als Storm, Rogue (die overigens ooit de krachten van Captain Marvel had) en Psylocke van de X-Men en Invisible Woman van de Fantastic Four.
Bovendien heeft Disney geen Marvel-equivalent van de iconische DC-superheld Wonder Woman. De bioscoopfilm Wonder Woman heeft voor een ware kentering gezorgd op de superheldenmarkt. Het is de eerste 'blockbuster' geweest met een vrouw aan het roer. Dat moment heeft dus tot 2017 moeten duren. Met een Rotten Tomatoes-score van 93% behoort de film sowieso tot de betere films, ongeacht welk genre.
Wonder Woman: ook aangepast
DC heeft met Wonder Woman een personage uit de stal gehaald dat samen met Superman en Batman tot de eerste superhelden hoort die bestaan. Samen worden ze ook wel de 'Trinity' genoemd, de drieëenheid van DC. Van de twee mannelijke helden zijn al verschillende bioscoopfilms gemaakt, voor Wonder Woman heeft het 75 moeten duren voordat ze op het witte doek verscheen. Het resultaat mocht er zijn.

Voor wat betreft het innerlijk is Wonder Woman ook aan onze tijd aangepast. De vrouwelijkheid ligt niet besloten in de traditionele, westerse opvattingen over wat precies vrouwelijk zou moeten zijn (zie de theorieën van Judith Butler hierover), maar in haar vermogen om hard en onverbiddelijk te zijn waar noodzakelijk en tegelijkertijd begripvol en inlevend. De Wonder Woman van de film is opgegroeid tussen de vrouwen en haar introductie in onze, door mannen bestierde wereld gaat gepaard met vermakelijke observaties. Nog nooit was ze zo tof, denk ik.
Wie de geschiedenis van het personage erop naslaat kan zien dat zij in het verleden een aantal keer is aangepast aan de tijdgeest. Bedenker William Moulton Marshton maakte van haar een enigszins te aanbidden, goddelijk type, in de jaren '50 verwerd ze vrijwel tot een secretaresse dat een decennium later zelfs een soort go-girl-achtige vrouw werd. In de jaren '80 kende Wonder Woman een opleving in de comics en pas sinds de New 52 (tien jaar geleden) zijn de verhalen om haar heen een tijdje onomstotelijk goed geweest. Het is dus prima dat Wonder Woman voor onze tijd opnieuw is uitgevonden en een symbool van diversiteit is geworden.
Het succes van de Wonder Woman-film wordt ook weerspiegeld in de jaarlijkse catalogus van de belangrijkste strips en graphic novels van DC. Voor de film waren de comics met vrouwelijke hoofdpersonages vooral te vinden in de opsommingen met kleine letters, daarna zijn er speciale hoofdstukken en categorieën aan de catalogus toegevoegd. Wonder Woman heeft de markt ontsloten voor iedereen die niet tot de veronderstelde jongens behoorde die tot dan toe als doelgroep werden aangemerkt.
Mathilda 30 jaar later: een denkoefening

Het geeft ook te denken: hoe zou je Anton Wachter tegenwoordig gestalte kunnen geven? Of Frits van Egters? Sarah Burgerhart? Hoe zouden zij in onze tijd zijn geworden?
Ik vind het altijd een interessant om te zien hoe fictieve personages nieuw leven wordt ingeblazen. Dat gebeurt natuurlijk aan de lopende band, denk aan James Bond, Robin Hood of koning Arthur. Gewoonlijk levert het herscheppen van zo'n fantasiefiguur ook niet tot veel discussie, behalve bij Zwarte Piet. - Daar zou je een krachtig rolmodel van diversiteit van kunnen maken als we allemaal eens tot de kern van de zogeheten discussie zouden komen, maar dat terzijde. - Het herscheppen van personages is geweldig. En of ik naar de film ga of niet: leve de nieuwe Captain Marvel!
vrijdag 1 maart 2019
VU elimineert neerlandistiek. Wat is de juiste vraag?
Dat de Vrije Universiteit heeft aangekondigd de opleiding Nederlandse taal- en letterkunde te sluiten roept allerlei vragen in mij op. Voor zover je als mens niet stiekem altijd in opperste verwarring bent, ben ik dat hierover wel. De vragen die in mij opkomen gaan alle kanten op. En: zijn het wel de juiste vragen? Is er een hamvraag? Wie het weet mag het zeggen.
Is de sluiting het voorteken van naderend onheil? Of is het het gevolg van een algehele neergaande lijn? Is het erg dat de VU stopt met neerlandistiek? Zo ja: hoe erg? Zo nee: wat nu?
Is de sluiting de schuld van bestuurders? Van hun opvattingen over gezonde bedrijfsvoering? Zijn het wel de juiste bestuurders? Klopt de lat waarlangs zij de neerlandici en de hun studenten meten wel?
Ligt het aan de neerlandici zelf? En wacht neerlandici aan andere universiteiten niet hetzelfde lot? Is de structuur van tijdschriftartikelen, congressen en symposia aanlokkelijk genoeg voor nieuwe generaties studenten? Liggen de eisen voor de kwaliteit van de schrijvers en sprekers niet te hoog of juist te laag? Hoe verhouden ze zich tot die van andere wetenschappen? Zijn de onderzoeksvragen nog prikkelend genoeg? Is de samenwerking met andere wetenschapsgebieden hecht genoeg en zo ja, stimulerend genoeg en duurzaam genoeg? Wordt er niet teveel geklaagd op de Pleijs en Van Rossems die de alfawetenschappen voor een breed publiek toegankelijk maken? Waar zijn de Ionica Smeetsen, Freek Vonks, Diederik Jekels en Lieve Scherens van de alfawetenschappen?
Hebben de alfawetenschappen en vooral de neerlandistiek een imagoprobleem? Betawetenschappen vertegenwoordigen volgens mij misschien wel de weg naar voren en alfawetenschappen de weg naar binnen. Hebben de humanoria in het huidige tijdsgewricht met consumentisme en neoliberalisme nog enige marktwaarde? Zo ja: welke? Zo nee: wat dan? Moet het vak Nederlands wel sexy zijn? Is de weg naar binnen überhaupt sexy? Of kunnen we spectaculaire proefjes verzinnen? Wat is dan het alfa-equivalent van de colafles en het muntsnoepje?
Is de teloorgang van de neerlandistiek niet ook te wijten aan het onderwijs? Is het werken als leraar Nederlands wel aantrekkelijk genoeg voor de nieuwe generaties? Ligt het niet aan de versnippering van het literatuuronderwijs sinds de jaren '90? Is het vak niet te veel een servicevak geworden sinds de Tweede Fase? Of ligt de schuld bij het basisonderwijs, waar zinsontleding en spelling niet meer met de nadruk werd gegeven van dertig jaar geleden?
Ligt het aan de ouders? Aan die ouders die hun kinderen dwingen om te kiezen voor zogenaamd 'veilige studies' en N-profielen? Bieden die garanties op betere banen? Klampen zij zich niet teveel vast aan zekerheden die niet bestaan? Zijn hun kinderen niet te bang gemaakt om hun geluk te zoeken daar waar het ligt?
Is het de schuld van al de politici? Hebben zij niet teveel aangestuurd op loonmatigingen vanaf de jaren '80? Hebben zij niet teveel aangestuurd op financieringssystemen waarin goede voorstellen kunnen worden afgewezen op een gebrekkige presentatie? Verhullen deze systemen niet dat er structureel te weinig wordt geïnvesteerd in de wetenschap, zoals veel wordt gezegd? Is het de schuld van die politici die enerzijds hun mond vol hebben van Nederlandse cultuur, maar desgevraagd niet weten waarover ze het hebben? Of dat ze iets stamelen over de hobby van een loodgieter? Of ligt het aan hun kiezers die hen het mandaat gaven?
Ligt het niet ergens een soort van aan ons allemaal?
Ik pretendeer niet de juiste vragen te stellen. Maar stel dat er wel wat juiste vragen tussen zitten: wat moeten de antwoorden zijn? Ik pretendeer ook absoluut niet die te weten. Wat mij betreft moeten we die dan snel gaan zoeken met elkaar, voordat we zaken verliezen die ons dierbaar zijn of zouden moeten zijn.
Is de sluiting de schuld van bestuurders? Van hun opvattingen over gezonde bedrijfsvoering? Zijn het wel de juiste bestuurders? Klopt de lat waarlangs zij de neerlandici en de hun studenten meten wel?
Ligt het aan de neerlandici zelf? En wacht neerlandici aan andere universiteiten niet hetzelfde lot? Is de structuur van tijdschriftartikelen, congressen en symposia aanlokkelijk genoeg voor nieuwe generaties studenten? Liggen de eisen voor de kwaliteit van de schrijvers en sprekers niet te hoog of juist te laag? Hoe verhouden ze zich tot die van andere wetenschappen? Zijn de onderzoeksvragen nog prikkelend genoeg? Is de samenwerking met andere wetenschapsgebieden hecht genoeg en zo ja, stimulerend genoeg en duurzaam genoeg? Wordt er niet teveel geklaagd op de Pleijs en Van Rossems die de alfawetenschappen voor een breed publiek toegankelijk maken? Waar zijn de Ionica Smeetsen, Freek Vonks, Diederik Jekels en Lieve Scherens van de alfawetenschappen?
Hebben de alfawetenschappen en vooral de neerlandistiek een imagoprobleem? Betawetenschappen vertegenwoordigen volgens mij misschien wel de weg naar voren en alfawetenschappen de weg naar binnen. Hebben de humanoria in het huidige tijdsgewricht met consumentisme en neoliberalisme nog enige marktwaarde? Zo ja: welke? Zo nee: wat dan? Moet het vak Nederlands wel sexy zijn? Is de weg naar binnen überhaupt sexy? Of kunnen we spectaculaire proefjes verzinnen? Wat is dan het alfa-equivalent van de colafles en het muntsnoepje?
Is de teloorgang van de neerlandistiek niet ook te wijten aan het onderwijs? Is het werken als leraar Nederlands wel aantrekkelijk genoeg voor de nieuwe generaties? Ligt het niet aan de versnippering van het literatuuronderwijs sinds de jaren '90? Is het vak niet te veel een servicevak geworden sinds de Tweede Fase? Of ligt de schuld bij het basisonderwijs, waar zinsontleding en spelling niet meer met de nadruk werd gegeven van dertig jaar geleden?
Ligt het aan de ouders? Aan die ouders die hun kinderen dwingen om te kiezen voor zogenaamd 'veilige studies' en N-profielen? Bieden die garanties op betere banen? Klampen zij zich niet teveel vast aan zekerheden die niet bestaan? Zijn hun kinderen niet te bang gemaakt om hun geluk te zoeken daar waar het ligt?
Is het de schuld van al de politici? Hebben zij niet teveel aangestuurd op loonmatigingen vanaf de jaren '80? Hebben zij niet teveel aangestuurd op financieringssystemen waarin goede voorstellen kunnen worden afgewezen op een gebrekkige presentatie? Verhullen deze systemen niet dat er structureel te weinig wordt geïnvesteerd in de wetenschap, zoals veel wordt gezegd? Is het de schuld van die politici die enerzijds hun mond vol hebben van Nederlandse cultuur, maar desgevraagd niet weten waarover ze het hebben? Of dat ze iets stamelen over de hobby van een loodgieter? Of ligt het aan hun kiezers die hen het mandaat gaven?
Ligt het niet ergens een soort van aan ons allemaal?
Ik pretendeer niet de juiste vragen te stellen. Maar stel dat er wel wat juiste vragen tussen zitten: wat moeten de antwoorden zijn? Ik pretendeer ook absoluut niet die te weten. Wat mij betreft moeten we die dan snel gaan zoeken met elkaar, voordat we zaken verliezen die ons dierbaar zijn of zouden moeten zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)