donderdag 18 april 2019

Diversiteit en de bibliothecaris (@Biebcongres 2019)

Wat was het leuk om eens het Nationale Bibliotheekcongres mee te maken. En om er wat te mogen vertellen. Met een clubje die-hards heb ik wat mij betreft een leuk moment gehad, in een intieme situatie, voor zover de prachtige locatie dat toeliet (De Van Nelle-fabriek in Rotterdam).

Hoofdthema van de dag was diversiteit en dat is natuurlijk ook 'mijn' thema. Althans, als je het definieert dat iedereen gelijke kansen moet krijgen en dat we allemaal fundamenteel gelijkwaardig zijn. Zo ongeveer werd het ook gedefinieerd die dag en er waren allerhande interessante presentaties en workshops die gestalte gaven aan de eh, diverse facetten van de thematiek.

Wat ik heb verteld had twee delen. Eerst kwam een inhoudelijk deel over diversiteit bezien vanuit literair-historisch perspectief. Vervolgens wat een bibliothecaris mijns inziens met deze informatie kan naar het onderwijs en de wetenschap toe.

Eerst heb ik wat thema's aangeboord waarover ik het sowieso graag heb: de doorwerking van middeleeuws gedachtegoed in onze populaire cultuur. Als voorbeelden heb ik het kinderboek Juf Braaksel en het geheim van de magische ring (2018) en stiefmoeders genomen verband gelegd tussen Prinsessia, Lego Friends en de Nashvilleverklaring. In beide gevallen kwam het neer op een van mijn favoriete bezigheden: als ik iets waarneem wat naar mijn idee voornamelijk gedachtegoed vertegenwoordigt uit het verleden open ik graag een venster naar het verleden om te kijken van waar het komt. Dan verwonder ik me en mijn verwondering deel ik graag. Om vervolgens dat venster te sluiten en blij te zijn dat we leven in de 21e eeuw. Ik sloot dit deel af met een verwijzing naar de tekst uit de afbeelding: uit een boek uit 2013 van een auteur die op het moment van schrijven veelgeplaagd is om andere redenen; een fragment dat eveneens getuigt een prachtig stukje (onbewuste) doorwerking.

Het tweede deel was nadrukkelijk bestemd voor bibliothecarissen, die vlijtige, liefdevolle mensen die zich werkelijk dag en nacht inzetten om dienstbaar te zijn aan alles en iedereen in de samenleving. Over mijn waarnemingen over de wondere wereld van het bibliotheekwezen. Waar het op neer kwam is wat ik alle bibliotheekmedewerkers toewens:


  1. Dat ze in samenwerking met het onderwijs tot mooie producten kunnen komen
    Dat betekent wat mij betreft in de meeste gevallen dat er - allicht - geconverseerd moet worden. Ik meen dat er in elke sector van het onderwijs én in bibliotheken vaak dezelfde wielen worden uitgevonden met de rug naar elkaar toe. Volgens mij kunnen bibliotheken met hun aanbod op het gebied van mediawijsheid, digitale vaardigheden, literatuur en leesplezier, kunst, cultuur en debat zo enorm veel professionals in het onderwijs ondersteunen en ontzorgen. En dat vanuit het respect vanuit elkaars professie.

    Als je bijvoorbeeld een Ontdeklab hebt gemaakt in je bibliotheek, kun je leerkrachten de ruimte geven om hun kinderen te observeren, of om wellicht op een rustige plek correctie te doen, of om wat dan ook te doen om die leerkracht in zijn professionele behoeften te voorzien. Ik zeg maar wat.

    Klinkt logisch, maar ik ben buitengewoon goedbedoelde cursussen voor leraren tegengekomen waar vervolgens weinig of geen gebruik van werd gemaakt. Reden: de leerkrachten gaven aan het al druk genoeg te hebben.
  2. Dat ze aansluiten bij de thema's en trends die actueel zijn in het onderwijs
    Ik noem maar wat: hoe verhoud je je als bibliothecaris tot gepersonaliseerd leren? Hoe verhoud je je tot blended learning? Hoe verhoud je je tot de enorme zucht naar samenwerking die zo zichtbaar is in de vele vakgroepen op social media en vergelijkbare netwerken waar mensen hun kennis en materialen delen? Hoe verhoud je je als bibliothecaris tot de immer voortwoekerende discussie over literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs? Hoe staan de vakdocenten erin op de school waarmee jij samenwerkt?
  3. Dat ze een liefdevolle plek bieden voor onderzoekers
    Universiteiten zijn enorm op zoek naar het zichtbaar maken van de maatschappelijke meerwaarde van al het onderzoek dat er wordt verricht. Ze zien hun onderzoekers graag de deur uitlopen om overal en nergens presentaties te geven over hun harde werk. Bibliotheken zijn de ideale plekken waar die gegeven kunnen worden. Zeker de bibliotheken die zich op enige afstand bevinden van een universiteit. Ik kan me voorstellen dat een universitair pr-bureau bijzonder blij wordt als een bibliotheek een liefdevolle plek - want dat is het per definitie - aanbiedt waar onderzoekers hun resultaten kunnen delen met mensen van allerlei pluimage en waar ze tegelijk - zo nodig - hun presentatievaardigheden kunnen oefenen.
Wat bibliotheken zo uitstekend doen is het aantrekkelijk maken van hun vestigingen. Alle drie de bibliotheken die dit jaar waren genomineerd voor beste van Nederland zijn prachtig en uitnodigend. Dikke duim als je daar of in die geest je collectie (= bibliothecarissen én materialen) zichtbaar hebt gemaakt. Hoera voor de bibliotheek en de zichtbare professionals die er werken of van daaruit het netwerk in gaan!

Wat volgens mij nog beter is is als je het als bibliothecaris voor elkaar krijgt dat je zichtbaar bent op de elektronische leeromgeving van scholen en opleidingen. Op welke manier dan ook, zolang het maar vanuit de samenwerking is. En de grote uitdaging lijkt me met name om in het curriculum een vaste plek te hebben, zodat bibliotheken blijvend kunnen bijdragen aan een maatschappij waarin breed geïnteresseerde kinderen worden opgeleid die leren dat ze pas iets mogen beweren als ze het onderbouwen. Pas dan maken we ook diversiteit echt zichtbaar, omdat we dan, bewust van onze vooroordelen, elkaar de kansen kunnen geven die we allemaal verdienen.

woensdag 27 maart 2019

Verklaring omtrent gedrag

Geïnspireerd door docent Tommie Derksen:

Bij dezen verklaar ik dat ik vanuit het radicaal verlichte gedachtegoed - (terminologie van Jonathan Israel) dat alle mensen gelijkwaardig zijn - heb gehandeld in mijn werk voor bibliotheek, wetenschap en onderwijs. Hiermee geef ik mijzelf dus met terugwerkende kracht aan, omdat ik als leraar en bibliothecaris kinderen en volwassenen heb 'geïndoctrineerd' dat zij prachtig zijn zoals ze zijn, ze inlevingsvermogen nodig hebben voor goed begrip van andere mensen, hun kunstuitingen en dat ik heb willen bijdragen aan een mooie toekomst voor mijn leerlingen, studenten en collega's.

Eveneens verklaar ik dat ik in heden en verleden heb gepubliceerd op basis van wetenschappelijk onderzoek en waarneembaar gedrag.

Ik verklaar hiermee ook dat ik het volstrekt oneens ben met de zogenaamde 'nieuwe schoolstrijd' en dat ik te allen tijde bereid ben om dit in een goed, oprecht respectvol gesprek nader toe te lichten, zoals het op een goed democratisch forum hoort.

donderdag 14 maart 2019

Over de houdbaarheid van de drievuldigheid social media voor professionals

In 2013 schreef ik een stukje over hoe een professional zich moet gedragen op social media. Omdat ik toen in het middelbare onderwijs werkte heb ik het geschreven vanuit de optiek van de leraar. Tot op heden krijg ik er uit zowel de publieke als de private sector nog wel eens reacties op. Hartstikke leuk natuurlijk.

Toentertijd kreeg ik overigens ook allerlei zinnig en inhoudelijk goed commentaar op het stuk. Dat heeft mijn mening erg aangescherpt. Met name de onvolprezen experts Wilfred Rubens en Willem Karssenberg gaven fijne aanvullingen.

Zou het stuk nog zo houdbaar zijn?, vraag ik me af. Of behoeft het enkele nieuwe hoeken?

Volgens mij bestaat goed social media-beleid nog altijd uit een speelveld met drie hoeken. Het is dan ook een speelveld; niet een setje regels en wetten. Er is ook zes jaar na dit stuk nog zo vreselijk veel niet bekend over social media. Zo weten we dat filmpjes een grotere kans hebben om viraal te gaan als ze worden geplaatst op woensdagmiddag, maar niemand kan het definitieve antwoord geven waarom.

Kort en goed gaat het mij erom dat je als professional met drie uithoeken rekening houdt:

  1. Gedraag je als een rolmodel. Je bent een volwassene. Gebruik je levenservaring en je gezonde verstand. Dat heb je altijd, ongeacht hoe sterk je digitale vaardigheden zijn. Gebruik social media als een digitale schutting om je privéleven en denk na over welke plaatjes daar op plakt. Experimenteer.
  2. Geef erkenning aan je collega's of leerlingen die social media belangrijk vinden, ook als jij er niets mee hebt. Blijf positief. Volg de discussies en de ontwikkelingen, ook zonder dat je een account hebt.
  3. Kijk of je bepaalde social media kunt gebruiken als toepassing om nieuwe dingen te leren, nieuwe wegen te bewandelen. Zie social media als toevoeging aan wat je doet.

Jeetje, als ik dit allemaal teruglees dan denk ik dat we dit tegenwoordig open deuren vinden. Tenminste dat hoop ik wel. Of zie ik het verkeerd?

Aanvullingen anno nu
  1. Onder het kopje van rolmodel hoort nu ook wettelijk je plicht om goed na te denken wat je publiceert online. De AVG biedt een strak kader dat wat mij betreft nog steeds neer komt op het gebruiken van je gezonde verstand. Deze perkt de ruimte om te experimenteren wellicht wat in, maar natuurlijk zijn het fatsoenlijke grenzen als het aankomt op het respecteren van andermans privé-informatie en grenzen.
    Wat mij betreft moet je je als ouder bijvoorbeeld ook gedragen als een professional. Ik zet bewust geen foto's van mijn kinderen online. Onze oudste gaat steeds meer belangstelling tonen voor social media. Stel je voor dat ik haar waarschuw om niet zomaar alles te publiceren en zij antwoordt: 'Dank zij jou staan er al duizend foto's van me online.' Dank je de koekoek.
    Fake news herkennen is echt iets waar je als rolmodel een goed voorbeeld hebt te geven. Als je twijfelt aan de bron of de informatie moet je dat niet voor jezelf houden.
  2. Op het gebied van erkenning denk ik dat we ook de mensen moeten erkennen die angstig zijn geworden door alle vertrouwensschade die enkele social media-bedrijven over zichzelf hebben afgeroepen. Het geheimzinnige handelen in informatie, de internettrollen, het lekken van data en de mogelijkheden om je daar als gebruiker tegen te beschermen wegstoppen in schimmige aanvinklijsten zijn geen bemoedigende ontwikkelingen.
    Anderzijds moet je mensen ook erkennen die zich als rolmodel gedragen op social media, die de positieve mogelijkheden weten te benutten en die het experiment niet uit de weg gaan.
  3. De toepassing van social media heeft wel allerlei verbeteringen doorgemaakt. Met bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook kunnen bedrijven en instellingen op een hele hybride manier nieuwe collega's werven. Instagram is momenteel populairder dan andere social media bij jongeren. En over zes jaar is alles weer helemaal anders. Als je je gedraagt als rolmodel is alles volgens mij nog steeds goed. Fouten maken is niet per se interessant, wel wat je ná het fouten maken doet.
Tja. Ik denk dat hij nog wel houdbaar is, deze drievuldigheid. De grenzen van de driehoek zijn wellicht wat strakker te trekken sinds de AVG van kracht is. Daar binnen is echter nog genoeg ruimte om te ontdekken en te scheppen.

woensdag 6 maart 2019

Captain Marvel of de triomf van opnieuw uitgevonden personage

Captain Marvel - de laatste toevoeging aan de enorme lawine aan superheldenfilms die het afgelopen decennium over ons is uitgestort - vind ik een fraai voorbeeld van een fictief personage dat keer en keer opnieuw is geschapen om in de huidige vorm te verschijnen. Is het slecht om zo'n personage opnieuw uit te vinden? Ik denk het helemaal niet, zolang het doel de middelen maar heiligt. Mijn gedachten hierover zijn meer dan die van een vader van dochters met superheldenstrips als guilty pleasure - of een brede literaire opvatting.

Captain Marvel wordt nu gepresenteerd als een van de belangrijkste personages van Marvel. Als dat al zo is, dan is dat sinds kort het geval. Ik meen dat ik haar, Carol Danvers, voor het eerst tegenkwam in de jaren '80, als een bijpersonage in De X-Mannen, de Nederlandse vertaling van The Uncanny X-Men. Ze noemde zich op dat moment net Binary, want haar oude naam, Ms. Marvel, vond ze niet meer leuk. Kortstondig heette het personage ook Warbird, daarna weer Ms. Marvel en pas sinds kort Captain Marvel.


Toen ik deze boekjes van uitgever Juniorpress las was er wel een Captain Marvel bij de Avengers (Vergelders), maar zij was een donkere mevrouw met een wit pak die - ik meen - kon veranderen in een lichtstraal. Ook zij was geen iconische superheldin. Ergens achterop een van de oudere exemplaren - ik heb ze niet meer - van de X-Mannen meen ik ooit een reclame te hebben gezien voor een strip waarin Captain Marvel stierf. De gevallen held droeg een pak dat erg leek op dat van het filmpersonage, maar het was wel een man.

Sinds Disney het bewind voert bij Marvel is Captain Marvel meer en meer naar voren geduwd als belangrijk personage in de comic books. De film onderstreept het belang dat Marvel ziet haar. Ze moeten namelijk wel en om twee redenen: Disney heeft niet de rechten van de meest aansprekende vrouwelijke superhelden van Marvel en Disney heeft zo een antwoord op het succes van de film Wonder Woman (2017) van concurrent Warner Bros./DC Comics.
Disney moest wel een krachtig personage scheppen, want de populairste vrouwelijke superhelden hebben ze nog niet in hun filmcatalogus. Waar de personages voor de comic books allemaal netjes zijn overgekocht door Disney, geldt dat niet voor hun equivalenten op het witte doek. Een heel verhaal dat ik nu laat voor wat het is. Het komt erop neer dat de meest aansprekende vrouwelijke personages uit de Marvel-catalogus vooralsnog bij filmmaatschappij FOX zijn ondergebracht, vanwege eerdere deals. We hebben het hier over personages als Storm, Rogue (die overigens ooit de krachten van Captain Marvel had) en Psylocke van de X-Men en Invisible Woman van de Fantastic Four. 

Bovendien heeft Disney geen Marvel-equivalent van de iconische DC-superheld Wonder Woman. De bioscoopfilm Wonder Woman heeft voor een ware kentering gezorgd op de superheldenmarkt. Het is de eerste 'blockbuster' geweest met een vrouw aan het roer. Dat moment heeft dus tot 2017 moeten duren. Met een Rotten Tomatoes-score van 93% behoort de film sowieso tot de betere films, ongeacht welk genre. 

Wonder Woman: ook aangepast
DC heeft met Wonder Woman een personage uit de stal gehaald dat samen met Superman en Batman tot de eerste superhelden hoort die bestaan. Samen worden ze ook wel de 'Trinity' genoemd, de drieëenheid van DC. Van de twee mannelijke helden zijn al verschillende bioscoopfilms gemaakt, voor Wonder Woman heeft het 75 moeten duren voordat ze op het witte doek verscheen. Het resultaat mocht er zijn.

De Wonder Woman uit 2017 is, net als het geval is bij Captain Marvel, een aanpassing geweest van de Wonder Woman uit de comics. In de driekwart eeuw van haar bestaan heeft ze allerlei kleren aangehad, van een tamelijk zedige rok tot aan een bijnabloot badpakachtig kostuum. In 2017 (eigenlijk al een DC-film ervoor, als bijpersonage) was de actrice gehuld in een soort Grieks-mythologische variatie op haar aloude kledij. Dat de Wonder Woman in de stripboeken sindsdien vrijwel hetzelfde is uitgedost lijkt mij het bewijs dat deze make-over een succes is gebleken.
Voor wat betreft het innerlijk is Wonder Woman ook aan onze tijd aangepast. De vrouwelijkheid ligt niet besloten in de traditionele, westerse opvattingen over wat precies vrouwelijk zou moeten zijn (zie de theorieën van Judith Butler hierover), maar in haar vermogen om hard en onverbiddelijk te zijn waar noodzakelijk en tegelijkertijd begripvol en inlevend. De Wonder Woman van de film is opgegroeid tussen de vrouwen en haar introductie in onze, door mannen bestierde wereld gaat gepaard met vermakelijke observaties. Nog nooit was ze zo tof, denk ik.

Wie de geschiedenis van het personage erop naslaat kan zien dat zij in het verleden een aantal keer is aangepast aan de tijdgeest. Bedenker William Moulton Marshton maakte van haar een enigszins te aanbidden, goddelijk type, in de jaren '50 verwerd ze vrijwel tot een secretaresse dat een decennium later zelfs een soort go-girl-achtige vrouw werd. In de jaren '80 kende Wonder Woman een opleving in de comics en pas sinds de New 52 (tien jaar geleden) zijn de verhalen om haar heen een tijdje onomstotelijk goed geweest. Het is dus prima dat Wonder Woman voor onze tijd opnieuw is uitgevonden en een symbool van diversiteit is geworden.

Het succes van de Wonder Woman-film wordt ook weerspiegeld in de jaarlijkse catalogus van de belangrijkste strips en graphic novels van DC. Voor de film waren de comics met vrouwelijke hoofdpersonages vooral te vinden in de opsommingen met kleine letters, daarna zijn er speciale hoofdstukken en categorieën aan de catalogus toegevoegd. Wonder Woman heeft de markt ontsloten voor iedereen die niet tot de veronderstelde jongens behoorde die tot dan toe als doelgroep werden aangemerkt.

Mathilda 30 jaar later: een denkoefening
Wat zou Mathilda zijn geworden als volwassen vrouw? De beroemde Roald Dahl-illustrator Sir Quentin Blake heeft deze denkoefening in een aantal tekeningen zichtbaar gemaakt: Mathilda zou een typische vrouw zijn van deze tijd. Allerlei opties passeren de revue, waaronder bibliothecaris en avonturierster. Zonder het originele boek geweld aan te doen heeft Blake van het personage een onverschrokken voorbeeld gemaakt voor kinderen. Alles kan, als je maar leest.

Het geeft ook te denken: hoe zou je Anton Wachter tegenwoordig gestalte kunnen geven? Of Frits van Egters? Sarah Burgerhart? Hoe zouden zij in onze tijd zijn geworden?

Ik vind het altijd een interessant om te zien hoe fictieve personages nieuw leven wordt ingeblazen. Dat gebeurt natuurlijk aan de lopende band, denk aan James Bond, Robin Hood of koning Arthur. Gewoonlijk levert het herscheppen van zo'n fantasiefiguur ook niet tot veel discussie, behalve bij Zwarte Piet. - Daar zou je een krachtig rolmodel van diversiteit van kunnen maken als we allemaal eens tot de kern van de zogeheten discussie zouden komen, maar dat terzijde. - Het herscheppen van personages is geweldig. En of ik naar de film ga of niet: leve de nieuwe Captain Marvel!

vrijdag 1 maart 2019

VU elimineert neerlandistiek. Wat is de juiste vraag?

Dat de Vrije Universiteit heeft aangekondigd de opleiding Nederlandse taal- en letterkunde te sluiten roept allerlei vragen in mij op. Voor zover je als mens niet stiekem altijd in opperste verwarring bent, ben ik dat hierover wel. De vragen die in mij opkomen gaan alle kanten op. En: zijn het wel de juiste vragen? Is er een hamvraag? Wie het weet mag het zeggen.

Is de sluiting het voorteken van naderend onheil? Of is het het gevolg van een algehele neergaande lijn? Is het erg dat de VU stopt met neerlandistiek? Zo ja: hoe erg? Zo nee: wat nu?

Is de sluiting de schuld van bestuurders? Van hun opvattingen over gezonde bedrijfsvoering? Zijn het wel de juiste bestuurders? Klopt de lat waarlangs zij de neerlandici en de hun studenten meten wel?

Ligt het aan de neerlandici zelf? En wacht neerlandici aan andere universiteiten niet hetzelfde lot? Is de structuur van tijdschriftartikelen, congressen en symposia aanlokkelijk genoeg voor nieuwe generaties studenten? Liggen de eisen voor de kwaliteit van de schrijvers en sprekers niet te hoog of juist te laag? Hoe verhouden ze zich tot die van andere wetenschappen? Zijn de onderzoeksvragen nog prikkelend genoeg? Is de samenwerking met andere wetenschapsgebieden hecht genoeg en zo ja, stimulerend genoeg en duurzaam genoeg? Wordt er niet teveel geklaagd op de Pleijs en Van Rossems die de alfawetenschappen voor een breed publiek toegankelijk maken? Waar zijn de Ionica Smeetsen, Freek Vonks, Diederik Jekels en Lieve Scherens van de alfawetenschappen?

Hebben de alfawetenschappen en vooral de neerlandistiek een imagoprobleem? Betawetenschappen vertegenwoordigen volgens mij misschien wel de weg naar voren en alfawetenschappen de weg naar binnen. Hebben de humanoria in het huidige tijdsgewricht met consumentisme en neoliberalisme nog enige marktwaarde? Zo ja: welke? Zo nee: wat dan? Moet het vak Nederlands wel sexy zijn? Is de weg naar binnen überhaupt sexy? Of kunnen we spectaculaire proefjes verzinnen? Wat is dan het alfa-equivalent van de colafles en het muntsnoepje?

Is de teloorgang van de neerlandistiek niet ook te wijten aan het onderwijs? Is het werken als leraar Nederlands wel aantrekkelijk genoeg voor de nieuwe generaties? Ligt het niet aan de versnippering van het literatuuronderwijs sinds de jaren '90? Is het vak niet te veel een servicevak geworden sinds de Tweede Fase? Of ligt de schuld bij het basisonderwijs, waar zinsontleding en spelling niet meer met de nadruk werd gegeven van dertig jaar geleden?

Ligt het aan de ouders? Aan die ouders die hun kinderen dwingen om te kiezen voor zogenaamd 'veilige studies' en N-profielen? Bieden die garanties op betere banen? Klampen zij zich niet teveel vast aan zekerheden die niet bestaan? Zijn hun kinderen niet te bang gemaakt om hun geluk te zoeken daar waar het ligt?

Is het de schuld van al de politici? Hebben zij niet teveel aangestuurd op loonmatigingen vanaf de jaren '80? Hebben zij niet teveel aangestuurd op financieringssystemen waarin goede voorstellen kunnen worden afgewezen op een gebrekkige presentatie? Verhullen deze systemen niet dat er structureel te weinig wordt geïnvesteerd in de wetenschap, zoals veel wordt gezegd? Is het de schuld van die politici die enerzijds hun mond vol hebben van Nederlandse cultuur, maar desgevraagd niet weten waarover ze het hebben? Of dat ze iets stamelen over de hobby van een loodgieter? Of ligt het aan hun kiezers die hen het mandaat gaven?

Ligt het niet ergens een soort van aan ons allemaal?

Ik pretendeer niet de juiste vragen te stellen. Maar stel dat er wel wat juiste vragen tussen zitten: wat moeten de antwoorden zijn? Ik pretendeer ook absoluut niet die te weten. Wat mij betreft moeten we die dan snel gaan zoeken met elkaar, voordat we zaken verliezen die ons dierbaar zijn of zouden moeten zijn.

zaterdag 16 februari 2019

De wondere wereld van de bibliotheken

De iets meer dan driekwart jaar die ik nu in bibliotheekland ronddwaal geeft me nog altijd het gevoel dat ik een soort Alice in Wonderland ben. Wie nog altijd het beeld heeft van een stoffige bende met strenge bibliothecarissen die voortdurend fronsend om stilte verzoeken komt bedrogen uit. Ik heb nog niet eerder een zo dynamische bedrijvigheid gezien als in de bibliotheek. En ik heb een mensenleven in onder meer het onderwijs rondgelopen, dus dat zegt wat (vind ik).

Wat maakt dat bibliotheekwezen dan zo dynamisch? Om dat inzichtelijk te maken gebruik ik de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (2015). Naar mijn mening is dat de tofste bibliotheekwet ter wereld. In bijvoorbeeld Duitsland, Engeland of België wordt de bibliotheek nog altijd in de culturele hoek gestopt. In Nederland is dat niet het geval, want de Wsob maakt dat de bibliotheek dienstbaar kan zijn aan de hele samenleving en vanuit een ruimer kader. Traditioneel valt de bibliotheek onder de wethouder cultuur in je gemeente, sinds de Wsob valt de bibliotheek onder het gehele college van burgemeester en wethouders (en dat besef dringt inmiddels ook druppelsgewijs door in de raadhuizen).

Het ruimere kader van de Wsob tracht ik in beeld te brengen met de mindmap hiernaast (klik erop om hem te vergroten). De vijf hoofdwegen vertegenwoordigen de vijf wettelijke functies van de Wsob. (Als leidend gebruik ik de wijze waarop bibliotheken verantwoording moeten afleggen aan de KB, even los van enkele inhoudelijke onvolkomenheden). In het midden staat de bibliothecaris, in mijn persoonlijke optiek de spil van het geheel.

Collectie staat centraal
Volgens mij staat de collectie van de bibliotheek niet alleen meer voor de boeken en materialen die er te vinden zijn. Minstens zo belangrijk is de bibliothecaris. Die moet van heel wat markten thuis zijn, want je moet zowel kennis hebben van de zaken die je in huis hebt, als van de wereld om je heen, als je bibliothecaris wil zijn. Van binnenuit ben je bezig met je boeken en materialen, van buiten uit ben je verbonden met je netwerk. Community librarian heet je dan, volgens bibliotheekwetenschapper David Lankes, die er verschillende fraaie boeken over heeft geschreven (zij het vanuit Amerikaans perspectief).

Vanuit de vijf functies van de Wsob doe je je werk. Je moet maar eens de website van de eigen bibliotheek bekijken. Je zult alle activiteiten kunnen herleiden tot een van de vijf:


  • Kennis en informatie: waarbij je naast lezingen kunt denken aan trainingen voor bijvoorbeeld werkzoekenden, of mensen die moeite hebben met het lezen van bijsluiters, het invullen van belastingformulieren of speciale colleges voor kinderen. Voor universiteiten is de bibliotheek een liefdevolle omgeving voor promovendi die hun diep doorwrochte onderzoeksresultaten willen delen met niet-vakgenoten.
  • Educatie en ontwikkeling: van oudsher werken bibliotheken en onderwijs graag samen. Tegenwoordig is een belangrijk deel van de activiteiten van de bibliotheek het ondersteunen van scholen op het gebied van mediawijsheid en informatievaardigheden. Bovendien zijn Taalhuizen een zichtbare manier waarop bibliotheken Nederlands- en anderstaligen helpen bij het verbeteren van hun taalvaardigheden. Hier is de bibliotheek gewoonlijk een van de leden van een netwerk waarin scholen, bedrijven, welzijns- en andere organisaties samenwerken.
  • Kennismaken met literatuur en leesbevordering: dit is de traditionele tak van de bibliotheek en het is geen wonder dat hier de meeste activiteiten te noteren zijn. Zowel binnens- als buitenshuis ondersteunt de bibliotheek allerlei mensen van onderwijs tot leesclub.
  • Ontmoeting en debat: het is vrij logisch dat je in een bibliotheek mensen kunt ontmoeten. Van eminent belang is hierbij het gebouw geworden. Daar moet de heilige drie-eenheid koffie-wifi-stroom aanwezig zijn, zodat je langdurig kunt studeren, lezen of kletsen. Plaatselijke politici en ondernemers kunnen hier in debat gaan met wie wil meedoen.
  • Kunst en cultuur: op allerlei manieren kan de bibliotheek de burger laten kennismaken met kunst en cultuur. Gewoonlijk gebeurt ook dit met alle andere culturele organisaties in de gemeente. Regelmatig staat er ook wel een aardige lezing op de agenda.
Een spin
Op de mindmap staan allerlei losse woorden tussen de lijnen. Hier heb ik voorbeelden van de vele organisaties gestrooid uit het sociale netwerk van de bibliotheek, in algemene zin dan. Hiermee probeer ik duidelijk te maken dat de bibliotheek een logische partner is geworden voor zo'n beetje elk bedrijf of instelling dat of die op zoek is naar bruikbare informatie. 


Wel moet gezegd worden dat het beeld dat je bij het woord bibliotheek hebt sterk afhankelijk is van de visie van de koepel waartoe je bibliotheek behoort. Sommige koepels werken met veel vrijwilligers op de vloer en meer ambulante programmeurs, andere hebben juist liever weer de inhoudelijk sterke bibliothecaris. Je gang naar een bibliotheek zal in elk geval vrijwel niet teleurstellend moeten zijn.

Ik vind het maar een wonderlijke wereld, het Nederlandse bibliotheekwezen. Deze mindmap is maar het topje van de ijsberg. Er valt nog meer dan genoeg te ontdekken. Voel je dan ook vrij om me daarbij te vergezellen.

zondag 3 februari 2019

Vrouwen en kinderen eerst? Moet dat?

Een aardige en soms confronterende manier om te bestuderen hoe seksistisch je bent is om een Ambivalent Sexism Inventory Test te doen (tevens wellicht goed voor je Engels). Dat gedachtegoed komt voort uit de Amerikaanse psychologie (Glick & Fiske) uit de jaren 1990. Het idee is dat verreweg de meeste mensen onbewust en onbedoeld seksistische opvattingen hebben. In de test kun je reageren op uitspraken als 'Vrouwen worden graag positief gediscrimineerd, maar vermommen dat als gelijke rechten', 'Je bent pas een vent als je de liefde hebt van een vrouw' of 'Bij een ramp moeten vrouwen verplicht eerder gered worden door mannen'.

Deze theorie is niet los te zien van het invloedrijke Gender Trouble (1993, als Genderturbulentie geredigeerd in onze taal te lezen) van de Amerikaanse filosoof Judith Butler. Zij stelt dat wij allemaal genderneutraal ter wereld komen. Onze opvoeding, cultuur en maatschappij leert ons vervolgens dat we een bepaald geslacht hebben en dat daar een bepaald gedrag bij hoort. We kleden meisjes in jurken, laten ze met poppen spelen en jongens dragen broeken en worden geacht op avontuur te gaan. Van Butler's ideeën uit is de hele queer theory ontstaan die alle vormen van gender vanuit een filosofisch kader verklaren en plaatsen.

Wat we onze kinderen voorschotelen
Als ik me even beperk tot kinderboeken, dan heb ik het idee dat we over de hele breedte zeker meer verhalen kunnen lezen waarin jongens en meisjes samen optrekken en er geen grote 'genderturbulenties' zijn. We kunnen met een gerust hart heel wat kinderboeken aan onze kinderen voorlezen of door ze laten lezen. Toch meen ik dat er juist op het onbewuste niveau nog wel wat terrein te winnen is.

Nu beperk ik me nog wat verder, namelijk tot drie kinderboeken uit 2018, die momenteel met een ster te lenen zijn bij de meeste openbare bibliotheken. Het zijn alle drie prachtige uitgaven, met de nodige aandacht en zorg geschreven en geïllustreerd. Met de Ambivalent Sexism Inventory in mijn achterhoofd heb ik bij deze stomtoevallige selectie (deze drie waren op het moment van uitzoeken niet uitgeleend) zonder langer dan enkele minuten te zoeken wat bevindingen gedaan. Die som ik even per titel op.

Bakken met Jill | Jirn Schirnhofer
De creatieve en vrolijke Jill Schirnhofer is een groot idool van mijn dochters. Terecht, want ze schudt ogenschijnlijk gemakkelijk indrukwekkende tekeningen en friemelornamenten uit haar mouw en alles wat zij maakt ziet er meteen geweldig uit. We kunnen het de auteur misschien niet kwalijk nemen, maar in de marketingteksten wordt duidelijk dat het boek is 'bedoeld voor meiden die graag net zulke mooie en lekkere dingen willen bakken'. Je zou maar een jongen zijn die graag cupcakes wil versieren met glitters en chocola.

Juf Braaksel en de magische ring | Carry Slee
Carry Slee mag inmiddels een begrip worden genoemd in de wereld van het kinderboek. Deze laatste toevoeging aan haar grote oeuvre is een gelaagd verhaal over een basisschool waar een een leuke, jonge lerares wordt geteisterd door een vreselijk, oud wijf dat schoolhoofd is geworden, juf Brakel, 'Braaksel'. Een soort Bulstronk light naar mijn smaak.

'Ik heb een nieuwe regel ingesteld,' zegt juf Brakel. 'Hij komt ook op het scherm in de hal te staan, maar ik licht het toch nog even toe zodat er geen misverstand ontstaat. Vanaf nu worden hier op school geen verjaardagen meer gevierd. Die onzin kost alleen maar tijd. Met zingen voor de jarige en vertellen wat de jarige heeft gekregen en het trakteren, zijn jullie op zijn minst een kwartier kwijt. En dat gemiddeld 30 keer 15 minuten. Daan, hoeveel minuten zijn dat?'

Hoe dan ook, de duivel wordt niet genoemd, maar ook hier meen ik weer een onbewust, gedateerd verhaalmotief te zien. Slee had ook kunnen kiezen voor een ervaren, oudere schooljuf die in conflict raakt met zo'n management-kantoortaal-bullshitbingo-dame van midden dertig.

Kan Dr. Proktor Kerstmis redden? | Jo Nesbø
Ook hier een uiterst vermakelijk kinderboek, dit keer met allerlei kleine kleurenplaatjes tussen de regels door. Mijn negenjarige zelf was hier uiterst content mee geweest, als het toen al had bestaan. Toch lees ik vrij voorin (ik ben zo verstandig geweest het paginanummer niet op te schrijven, maar het is onder de 20, meen ik):

'Toen ik (= Bulle. MW) op poolexpeditie ging, zette ik mijn eigen leven op het spel en dacht maar aan één ding.' Hij stak een ongelooflijk klein wijsvingertje in de lucht. 'Vrouwen en kinderen - oké, vooral vrouwen - redden van de kou en de honger. Met eenvoudige hulpmiddelen. [...]'

Tijd voor discussie?
Kan het allemaal kwaad, die onbewuste verhaalmotieven? Weet ik niet. Ik ben geen expert. Wel vallen ze mij op. Wel komen de vragen in mij op wat we met dit soort dingen moeten als opvoeder, als pedagoog, als collectioneur. Als vader van twee dochters die in toenemende mate kritisch zijn vind ik het wel fijn om zelf zo bewust mogelijk met deze materie om te gaan. Met wat ze lezen, wat ze zien op tablet en tv en met het speelgoed dat ze al dan niet wordt opgedrongen. Wie het weet mag het in elk geval zeggen.