vrijdag 27 september 2019

Voordelen van gamebased storytelling

 Keynote over mijn rpg bij het Nijmeegse
Gamification Guild. (Foto: Ciska Rouw)
Vergroten van je creativiteit, activeren van hersencellen, je empatische vermogens uitbreiden, meer belezenheid tonen, je vaardigheden omtrent storytelling verruimen, sociale vaardigheden laten toenemen, je probleemoplossend vermogen aanscherpen, beter samenwerken. De lijst van resultaten van gamebased storytelling is werkelijk indrukwekkend. Zijn mijn persoonlijke ervaringen met vertellende spellen de afgelopen jaren toeval geweest, of is er meer aan de hand?

Wat ik heb ervaren...
Sinds ik me met enkele vrienden aan tabletop roleplaying games ben gaan wagen is een aantal zaken in stroomversnelling gegaan. De rpg's (= roleplaying games) Marvel Superheroes RPG (FASERIP) en Dungeons & Dragons gaven ons georganiseerde kaders van waaruit we samen nieuwe dingen konden maken. Mijn vrienden maakten interessante, uitgediepte personages en samen schiepen we situaties en omgevingen waarin zij beslissingen namen, groeiden en veranderingen teweeg brachten. Wat zijn we veel gaan lezen met elkaar om meer diepgang en inspiratie te krijgen. Wat hebben we ons verdiept in design, in natuurkundige regels en in verhaalanalyse. Toen ik historische letterkunde ging studeren voelde ik bovendien veel meer diepgang in mijn kennis van oude verhalen en van hoe ze werden verteld.

Erg geschikt om langdurig in schoolbanken te zitten waren we niet. Toch kregen we minder moeite in bepaalde schoolvakken. Eén van mijn vrienden zonder aangeboren talenknobbel leerde al doende Engels door de dikke boeken met regels, personages en verhaalideeën. Tot schrik van zijn anglofiele docent spelde hij allerlei woorden op de Amerikaanse manier (armor, license, color enzo), maar bij zijn Amerikaanse werkgever valt dat prima in de smaak.

Oude digibordaantekening uit die tijd.
Als leraar ben ik de spelprincipes ook gaan toepassen. Menig leerling en student heb ik onderworpen aan opdrachten waarin ze verhalen zichtbaar moesten maken. Verhalen die bijvoorbeeld begonnen met een moord. Andersom legde ik tot in 6 vwo spelling uit aan de hand van Het Fokschaap X, geheim agent nul-nul-bèèh. Ik verbeeld me dat ik creatiever ben geworden door het vele gamen.

Tijdens bijvoorbeeld vergaderingen observeerde ik met de bril op van een dungeon master: wie doet wat? Waarom zou iemand dat doen? Liegt zij nou? Welk gedrag neem ik waar? Of ik nou in een adviesraad zat, manager was of in een buurtcomité, het is een tweede natuur geworden. Nóóit (!) om te oordelen, altijd juist om te kijken waar ik iemand van dienst kon zijn. (Een goede dungeon master ondersteunt zijn spelers.)

Dankzij Serious Gaming, spellen doen als vehikel voor leerdoelen hebben we op hoogtepunten meer dan 200 leerlingen op school gehad op vrijdagmiddag. Ouders vernamen vol ongeloof dat hun kind nog op school zat op dat tijdstip. Ouders schrokken dat hun kinderen gingen lezen. Ouders waren verrast hoe hun ooit timide zoon of dochter vol vuur op een open dag de gamersclub vertegenwoordigde. De impact op de sfeer is voelbaar geweest.

... was geen toeval
Sinds 1983 - bij mijn weten - zijn er serieuze wetenschappelijke onderzoeksverslagen te lezen naar de opbrengsten van gamen en van roleplaying games in het bijzonder. Alan Fine verdiepte zich in zijn studie Shared Fantasy in de redenen waarom allerlei jongeren Dungeons & Dragons deden en wat het ze opleverde. Het spel bleek meer voordelen op te leveren dan nadelen. Vooroordelen als zouden deze gamers asociaal zijn, uit de werkelijkheid willen vluchten of zelfs depressief vonden in dit onderzoek hun Waterloo. Juist het tegendeel bleek waar.

De studie The functions of role-playing games (2010) van Sarah Lynne Bowman onderstreept hoe reguliere deelnemers aan een rpg beter worden in samenwerken, sneller out-of-the-box oplossingen aandragen en een groter repertoire aan sociale vaardigheden opbouwen. Auteur Neil Gaiman noemt boeken 'een bundel empathie'. Het zelf participeren als personage aan een gesystematiseerd verhaal blijkt de empathie nóg sterker te vergroten dan lezen alleen al doet.

Psycholoog Hawke Robinson past rollenspellen toe bij jongeren in de gevangenis. De CIA pas dergelijke spelprincipes toe om agenten voor te bereiden op missies. Legerartsen in de VS anticiperen op deze manier op mogelijk traumatische situaties waarin ze juist moeten handelen. Autistische kinderen in een Japans onderzoek vertonen significante verbeteringen van allerlei vaardigheden door roleplaying games dan controlegroepen die er niet aan doen. De database RPGResearch (ook van Robinson) laat een waterval van dergelijke voorbeelden zien met andere doelgroepen.

Laagjes
Naar mijn mening is een goede rpg enerzijds een manier om een gelaagd verhaal te vertellen. Met elkaar kun je onder de verhaallaag een psychologische, filosofische en historische laag aanbrengen die het zelfs een literair gehalte kunnen geven. Echt! Het kan.

Daarnaast bieden de beste rpg's een eenvoudige spelstructuur (Gameplay), toegankelijke regels (Accessibility), de mogelijkheid om je personages te laten groeien (Level-ups) en vergroten ze het vermogen om samen te werken (Co-operation), ofwel het aloude GALC-principe ligt eraan ten grondslag. Het houdt de spelers betrokken, het geeft ze de mogelijkheid om hele toffe personages te laten groeien en om samen een verhaal te creëren.

Een goede roleplaying game draagt eraan bij dat mensen meer vertrouwen krijgen in zichzelf, in het gegeven dat ze niet alleen zijn en in het feit dat ze precies mooi zijn zoals ze zijn.

Klik hier voor meer info.

maandag 19 augustus 2019

Manager of leraar zijn van een Spider-Man (m/v/x)?

Is hij (m/v/x) nou een autist of gewoon een chronische dwarsligger? Is hij een betweter of een chaoot? Hoezo lacht hij niet als alle anderen dat wel doen of verlaat hij dat feestje zo vroeg? Heeft hij een autoriteitsprobleem of heeft hij permanent last van aanstelleritis?

Je zou ze de kost moeten geven: managers (en leraren) die niet weten hoe ze moeten omgaan met iemand die in het spectrum hoogbegaafd-hoogsensitief-hooggevoelig zit. Natuurlijk wil elke manager het beste uit zijn collega's halen, maar hoe zit dat met die ene collega die de hele tijd zo obstinaat lijkt te zijn? Hoe ga je met zo'n persoon om?

In de klassieke verhalen plaatste auteur Stan Lee Spider-Man altijd in vreselijke dilemma's: óf hij bracht een speciaal medicijn naar het ziekenhuis om het leven van zijn terminale tante May te redden, óf hij moest de bevolking van New York behoeden voor een afschuwelijk plan van een of andere superschurk. Óf hij ving drie bankrovers, óf hij zorgde dat hij op tijd was voor een afspraakje met een leuk meisje dat zijn geheime identiteit niet kende. Zowel Peter Parker als Spider-Man blunderde zich door zijn leven heen, schijnbaar van tegenslag naar tegenslag. Het maakte hem 'de meest menselijke van alle superhelden'.

Toch weten de leraren, leidinggevenden en mentoren zich dikwijls geen raad met Peter Parker of Spider-Man. Andersom is dat ook het geval: in (deze maand) 57 jaar aan verhalen heeft de briljante student Peter Parker meer dan eens zijn studie stopgezet, meer dan eens een leraar gesproken die 'het ook niet weer weet' met hem, een leidinggevende gehad die klaagde over dat zo'n slimmerik als hij iets toch wel beter had moeten weten of collega-superhelden tegen zich in het harnas gejaagd vanwege een bepaald, buitengewoon ingewikkeld idee dat Spider-Man alleen had en hij door gebrek aan tijd niet kon uitleggen. Hij heeft zo, zó vaak gelijk gehad en het pas achteraf gekregen en zó vaak doordat iemand anders met zijn ideeën aan de haal ging.

Meer dan eens heeft Spider-Man aan zichzelf getwijfeld. Anders dan allerlei Avengers voelde hij zich buitengesloten, afgekeurd of overprikkeld. De klassieke Peter Parker werd gepest. Hij was het jongetje met de bril, de nerd, degene die blijer was met een microscoop voor zijn verjaardag dan met kaartjes voor een pretpark. Na de dood van zijn oom Ben was hij de jongen met de haast verwoestende combinatie van perfectionisme en verantwoordelijkheidsgevoel. Spider-Mans gedachten zijn letterlijk een immens 3D-web dat hij vanuit elke hoek kan bekijken in zijn hoofd.

Wat Spider-Man zo tof maakt? Hij staat toch maar weer elke keer op als hij weer ter aarde is gestort. Zijn dilemma's zijn uitvergrote versies van onze werkelijkheid, maar hij maakt een keuze, staat ervoor en gaat verder met zijn leven. Hij is de essentie van de nerd die als laatste werd gekozen bij gym, die te lastige vragen had voor zijn leraar of die op allerlei momenten onderpresteerde omdat hij geen andere uitweg zag.

Spider-Man is tegenwoordig bovendien vooral een idee. Sinds de stripboeken (en de warm aan te bevelen film) van Spider-Verse kan iedereen het masker dragen: afkomst, leeftijd, geaardheid en zelfs diersoort: het maakt niet uit. Jij kunt ook Spider-Man zijn, als je de verantwoordelijkheden die erbij komen maar wil dragen.

Spider-Man managen: erkenning
Hoe je zo iemand managet? Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. Ik heb de wijsheid niet in pacht, want daar ga ik niet over. Niettemin zijn er - denk ik - wel wat hoofdlijnen die je speelveld bepalen. Het woord erkenning is de middenstip van dat veld.

Daarbij denk ik dat erkenning een bouwwerk is, waarbij eerlijk beoordelen en belonen (ook salaris dus) de grondstenen zijn. Complimenten geven is leuk, maar niet voldoende. Het hoogst haalbare voor iedereen, en met name een Spider-Man, is het geven van ruimte. Een goede manager investeert in de structuur waarop de ideeën kunnen ontstaan en groeien tot concrete zaken. Je mag erop vertrouwen dat er nooit een gebrek aan ideeën zal zijn bij je Spider-Man.

Spiegel, leraar, rolmodel
Meer dan aan mensen die richting geven of topdown leiding geven heeft een Spider-Man behoefte aan een rolmodel, een spiegel en een leraar op elk denkbaar niveau. Dat vergt persoonlijk leiderschap, vertrouwen en mildheid. Dat vergt eerlijkheid naar jezelf toe én naar je Spider-Man.

Een rolmodel zijn vergt geduld, want een idee bij een Spider-Man is gewoonlijk een web aan samenhangende ideeën en al bestaande zaken en processen. Zie je het niet meteen? Vraag door. Zie je het nog niet? Geef zichtbaar je vertrouwen aan je Spider-Man. Waar heeft hij behoefte aan? Alleen zijn ergens? 'Weet je wat? Ga even wandelen en dan praten we er morgen weer over als je dat wil.'

Leef voor dat de Spider-Man altijd bij je kan terug komen. Elke collega stelt het op prijs als je geregeld checkt hoe het gaat en of alles lukt. Neem de tijd voor het antwoord dat komt bij je Spider-Man of kom terug bij een kort antwoord (want dan is de tijd nog niet rijp).

Repertoire bouwen
Mensen zijn voor elke manager de factor waarvan ze 's nachts wakker kunnen liggen. Zij zijn de enige variabelen in bedrijfsmodellen en uitgestippelde beleidslijnen. Zij zijn degenen die zich het lastigste laten vangen in die modellen en lijnen. Tel dat bovendien dubbel voor je Spider-Man. Je wil die slimmerik echt wel in je team hebben, maar dat vergt repertoire. Zo'n repertoire is een combinatie van inlevingsvermogen, know-how hoe te reageren én ruimte voor opstaan na de laatste valpartij.

Hoe je zo'n repertoire opbouwt? Behalve door ervaring en geduld liggen de antwoorden opmerkelijk vaak waar veel managers juist hun neus voor ophalen: in allerlei vormen van beeldende kunst, literatuur en filosofie. Juist aan de alfakant van de wetenschappen bestaat een eeuwenoude traditie die de menselijke geest in al zijn vormen bestudeert en in beeld probeert te krijgen. Ben je niet zo belezen? Geen nood! Daar bestaan trainingen voor. Met lukraak lezen kom je ook al een heel eind, want ik geloof niet dat er zoiets bestaat als het verkeerde boek. Houd je alleen van sci-fi? Dan begin je daar? Als je maar leest! Als je maar inleeft!

En anders begin je eens aan een Spider-Man-strip of -film. Dat is prima repertoire.

maandag 5 augustus 2019

Hoe genees je complottheorieën?



BBC News heeft vandaag een alleraardigst filmpje gepubliceerd hoe je complottheorieën kunt herkennen. De makers onderscheiden drie ingrediënten:

  1. Samenzweerders. Een groep rijke, machtige individuen met snode plannen: de tempeliers, rozenkruizers, de Illuminati, de vrijmetselaars, de Joden, de Rothshields, de moslims, Big Pharma, de zogeheten elite. De lijst is schier eindeloos.
  2. Het boosaardige plan. De samenzweerders hebben een groot, geheim plan om op een of andere manier over de wereld te heersen. Geen middel schuwen ze daarbij. In het geheim zouden ze ons vergiftigen door vliegtuigsporen of medicijnen, of door mensen uit centraal Afrika op ons af te sturen of noem maar een theorie.
  3. Massamanipulatie. Wij, de massa, de mensen die niet deel uitmaken van deze complotten, worden gemanipuleerd. Onze hersenen worden overspoeld met nieuws dat er géén complot is, dat we rustig kunnen gaan slapen, dat we gewoon kunnen vertrouwen op bankiers, artsen, wetenschappers en politici. De media moeten het geregeld ontgelden. 
Mensen die geloven in één of meerdere complottheorieën zijn lastig te overtuigen van hun ongelijk. Waarom?
  1. Er ligt een oprechte zorg ten grondslag aan hun ideeën: ze maken zich zorgen over een wereld die groot is, die verandert en over zaken waar ze geen grip op hebben: aanslagen, hittegolven, overstromingen, vliegtuigen, wetenschappers.
  2. Complottheoretici fabriceren een indrukwekkend raamwerk aan argumenten die ergens aan de oppervlakte plausibel lijken.
  3. Ze betichten degene die níet geloven in de theorie snel ervan te slapen, niet te weten hoe de wereld echt draait of zelfs ervan verrader te zijn. Er moet een vijand zijn. Een zondebok. Imaginair of niet.
Wat kun je ertegen doen?
  1. Inlevingsvermogen aanspreken. Ga rustig tegen ze in en vraag door en door en door. Leef je in in hen: wat maakt ze zo bang? Welke verandering maakt ze bang? Welke grip voelen ze niet?

    Waarom vallen ze vroeg of laat in de handen van populisten? Van die types die handig inspelen op deze complottheorieën, op deze angsten? Die zich afzetten tegen een veronderstelde linkse kerk, tegen de bankiers, tegen media (Trump tegen CNN, Wilders/Baudet tegen de Volkskrant, Salvini tegen l'Unità - oh, en ik meen Hitler tegen de Frankfurter Algemeine), tegen mensen die langdurig onafhankelijk onderzoek hebben gedaan en resultaten zorgvuldig onderbouwd naar buiten brengen.
  2. Mildheid. We hebben allemaal hetzelfde gen ons kan laten geloven in niet-helpende zaken. We zijn allemaal opgevoed met vooroordelen, bewust en onbewust. We kunnen het elkaar dan ook vergeven dat we verschillende meningen hebben. Uiteindelijk heeft niemand echt een idee hoe de wereld precies in elkaar steekt. Vanuit die gedachte  zou je kunnen samenwerken aan wat wel helpt.
  3. Geduld. Tja. Niemand is gemakkelijk van zijn gewoontes af te brengen. Wacht. Als het een oude vriend is die zich heeft verloren in theorieën die uiteindelijk leiden tot verwijdering en haat: wacht. Ben mild. Vergeef.
In De begraafplaats van Praag beschreef Umberto Eco (Amsterdam: Prometheus 2011) hoe De protocollen van Zion tot stand gekomen moeten zijn. Een archetypische complottheorie: de joden gaan de wereldheerschappij op zich nemen om die en die redenen. Deze bij elkaar gefantaseerde protocollen liggen onder meer ten grondslag aan de Holocaust en je kunt ze in allerlei landen nog gewoon in de winkel kopen. Op allerlei plekken circuleert dit soort gedachtegoed ook op internet. Het woord Joden is regelmatig vervangen door andere verdacht gemaakte groepen. 

Een verontrustende bijgedachte is het gemak waarmee je via internet allerlei verzinsels kunt verspreiden. Dat gaat een stuk sneller dan in de 19e eeuw natuurlijk. Je kunt allerlei vervelende kanalen als 8chan wel blokkeren, maar zo'n handeling is een kortstondig obstakel in een rivier met stromende diarree. Het blijft maar komen.

Amos Oz waarschuwde in zijn essay How to cure a fanatic (Londen: Vintage 2012) overigens ook voor het extreme besmettingsgevaar van fanatisme. Het al te fanatiek bestrijden van fanatisme kan weer leiden tot anti-fanatieke fanatisten, anti-fundamentalistische dwepers of gelijksoortige fanatisten. Oz zegt dat je fanatisme, complottheorieën en extremisme niet kan uitroeien. Je kunt het wel keer op keer trachten hanteerbaar te maken door het vermogen voor te leven om om jezelf te kunnen lachen en door het vermogen om jezelf te zien als iemand anders. Mildheid is de sleutel.

Hoe dan ook, ik denk dat het herkennen en bestrijden van complottheorieën een belangrijke sleutel is in hoe we met extremisme moeten omgaan. Hulde dus voor de makers van het filmpje van BBC News.

dinsdag 9 juli 2019

De grootste kracht van Shanice

Wat me gisteren ze trof bij het bekijken van de Oranje Leeuwinnen in Studio France was vooral de enorme kracht van Shanice van de Sanden. Haar grootste kracht is niet haar snelheid of haar vermogen om een stadion vol mensen op te peppen. Ook niet haar puntgave voorzetten. Wat dan wel?

Ik vind Van de Sanden ongelooflijk eerlijk. Ze toont zich kwetsbaar als ze vertelt hoe de kritiek op haar WK-optreden 'in haar koppie' gaat zitten. Enerzijds weet ze dat het buitengewoon menselijk is als je een tijdje niet je verwachte niveau haalt, anderzijds weet ze ook dat je daardoor in een serieuze crisis terecht kan komen. Is haar ontwapenende eerlijkheid haar grootste kracht? Ik denk het niet.

Tijdens het EK twee jaar geleden was Van de Sanden een van de grote uitblinkers. Ze daverde langs de zijlijn, gaf beslissende passes en scoorde af en toe met brute kracht. Meer dan eens liep ze op kenmerkende wijze met haar hand aan haar oor langs de tribunes. Ze getuigde van intens vertrouwen in zichzelf. En terecht.

Nu het zelfvertrouwen een deuk had opgelopen - volgens mij feitelijk als sinds ze niet meer in de basis stond bij haar werkgever Olympique Lyonnais - toonde ze wat mij betreft haar grootste kracht: Shanice is in staat om zich over te geven aan haar team. Zij geeft wat zij terug wil krijgen. Bij elke wissel pepte ze haar teamgenoten nog even op. Haar vaste vervanger, Lineth Beerensteyn, kreeg een welgemeende knuffel. Toen Beerensteyn een basisplaats in de halve finale deed Van de Sanden haar uiterste best om bij te dragen aan haar voorbereiding.

Het vermogen van Van de Sanden om zich terug te laten vallen op haar teamgenoten betaalde zich ook positief uit. Wat ze gaf kreeg ze terug: haar teamgenoten hebben haar altijd op precies dezelfde manier steun gegeven. Kritisch, eerlijk en vol vuur. Van de Sanden zal heus het nodige moeten doen om weer zorgeloos over de weide te dartelen, maar ze is daarin niet alleen.

Natuurlijk kan Van de Sanden zoiets alleen doen als de veiligheid in het team dat ook stimuleert. Wat dat betreft was het niet gek dat bij elke speler en staflid de plaat in dezelfde groef bleef vastzitten: de hele uitzending werd gehamerd op de enorme teamprestatie. Staf en spelers trokken hierin samen op. Ze inspireerden meisjes én jongens! Meer inspiratie voor goede prestaties vanuit eerlijkheid, mildheid en vergeving is ondenkbaar: wat dat betreft verdienen bondscoach Sarina Wiegman, de staf én alle Oranjeleeuwinnen goud.

dinsdag 2 juli 2019

Sesamstraat ideaal boegbeeld voor kwetsbare kinderen

Wat mij zo verbaast in alle berichtgeving omtrent het tot stervens toe de keel afknijpen van Sesamstraat? Het feit dat ik niemand meer hoor over waarom het tv-programma überhaupt op de buis is verschenen. Ik meen dat het ooit is bedacht om kinderen in achterstandswijken ondersteuning te geven bij hun leerachterstanden.

Is het nostalgie dat ik moeite heb met het idee dat Sesamstraat verdwijnt? Nee, het is juist de grondgedachte van Sesamstraat die me de hele tijd door het hoofd speelt. Juist die aandacht voor kwetsbare mensen, kinderen, vind ik zo'n mooie bestaansreden.

Met alle aandacht die er de laatste paar jaar is voor laaggeletterdheid zou Sesamstraat juist als boegbeeld opgevoerd kunnen worden. De Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erop gericht om alle kinderen, ongeacht waar hun wieg staat, de mogelijkheid te geven op kwalitatief even goed onderwijs. Gemeenten worden aangemoedigd om data te vergaren en doelgericht beleid daarop te baseren. De Stichting Lezen & Schrijven (van prinses Laurentien) willen mensen van alle leeftijden meer geletterd maken. Onder meer gemeenteambtenaren, welzijnswerkers, leraren en bibliothecarissen werken in allerlei verbanden samen om laaggeletterdheid het hoofd te bieden. Elke college van burgemeester en wethouders heeft de thema's kansengelijkheid en laaggeletterdheid wel op een of andere manier verweven in het laatste coalitieakkoord.

Een idee
De NTR zou best eens het voorbeeld kunnen nemen aan Disney voor wat betreft Sesamstraat. Toen entertainmentbedrijf Disney enkele jaren geleden vernam dat Mickey Mouse niet meer het bekendste animatiefiguurtje ter wereld was maar de Pokémon Pikachu zijn ze de stokoude muis gaan reanimeren (in beide betekenissen van het woord). Een hele trits nieuwe, kwalitatief uitstekende producties volgde, van Mickey Mouse Clubhuis, tot Mickey Mouse Shorts en een hele vloed aan daarmee samenhangende output: apps, spelletjes, boeken, strips, muziek (en allerlei merchandising). (Oh, en ze zijn Pokémon gaan uitzenden op Disney XD.) Inmiddels gaat Mickey weer fier aan kop. Disney snapt ook wel dat gokken op tv niet genoeg is.

Laat de NTR eens wat mensen inhuren die weinig tot geen tv meer kijken, tenzij on demand op tablet of telefoon. Laat de NTR eens wat jonge, frisse kunstenaars hun visie geven op Tommie, Ieniemienie en Pino. Laat ze eens praten met Staartjes, Haenen, Schippers of Van Lieshout. De inhoudelijke pittigheid van de jaren '80 en '90 mogen weer terug. Juist dwarse volwassenen als buurman Baasje en meneer Aart zijn een verademing geweest tegen alle zoetigheid uit de VS. De Nederlandse Bert en Ernie zijn zo veel leuker dan de Amerikaanse, zoals op die beroemde elpees en cassettebandjes (die overigens zowel mijn kinderen als wij zelf leuk vinden).

Laat de bibliotheken, de frontlijnen waar laaggeletterdheid wordt bestreden, weer volstromen met de boeken, dichtbundels en strips die vanouds in Sesamstraat werden gelanceerd. Ontwikkel goede leerapps. Zing het enorme, geweldige repertoire aan liedjes opnieuw en opnieuw. Verschuil je niet achter verdienmodellen. Dit lijken me uitstekende uitgaven van ons belastinggeld.

Sesamstraat is ooit bedoeld geweest voor kwetsbare kinderen in de samenleving. Dat is reden genoeg om de formule niet via de archiefknop bij het vuil te doen. Als Disney in staat is om oude figuurtjes te reanimeren dan kan de bezem ook best door de Sesamstraat.

donderdag 27 juni 2019

Vroeger was vroeger ook alles beter

Tijdens het onderzoeken van oude vertellingen kom ik toch zo enorm veel leuk materiaal tegen! Dat kan ik niet allemaal gebruiken, maar het is ook weer te mooi om te laten liggen. Zo ook onderstaande liedtekst, die ik heb afgeschreven uit zangbundel De nieuwe Dirklandse speel-wagen die in 1767 is uitgegeven door Barent Koene I uit de Amsterdamse Jordaan. De liedtekst loopt van pagina 11 tot 14.

Uit het lied kunnen we een aantal zaken opmaken. Ik denk te constateren:


  • In 1767 vond men ook dat vroeger alles beter was: de Republiek was een lusthof voor iedereen. 
  • Nederlanders hebben 'vroeger' rijkdom vergaard uit alle uithoeken van de wereld door dapper de woelige baren te bedwingen. Nu was alle welvaart weggevloeid en voelde men er niets meer van.
  • Het zijn vooral de burgers en de boeren die de lasten moeten dragen. De rijken gaan vrijuit.
  • De schuld ligt bij de Nederlanders zelf, want men heeft zich verloren in het voeren van oorlogen en het bedrijven van elke denkbare zonde. Vooral is men bezig met zijn uiterlijk en om geld te vergaren om er mooi uit te zien. Om geld te verdienen is alles geoorloofd: list, leugens en bedrog.
  • De Nederlanders willen niet luisteren naar zij die het beter weten. In dit lied zijn dat de predikanten. Als roependen in de woestenij schreeuwen zij wanhopig dat iedereen tot inkeer moet komen en naar hen moet luisteren.
Welke conclusies kunnen wij uit dit alles trekken voor onze tijd? Hooguit dat er altijd een groep mensen zal zijn die terugverlangt naar een mythisch verleden dat beter geweest zou zijn. Dat er leermeesters zijn die met hun opgeheven vinger wijzen op wat er allemaal aan ons ligt, want we bedrijven zonden: Sodom en Gomorra. Heden ten dage is dat niet anders, als ik denk aan politici en zedenmeesters die ons wijzen op de 'vijanden van binnenuit'. 

Of zouden we moeten concluderen dat de strijd tussen arm en rijk van alle tijden is? Uit het lied blijkt dat de boeren en burgers die eronder zuchten de armoede aan zichzelf te wijten hebben. 


Leg het lied eens naast de standpunten van allerlei politieke partijen van vandaag. Zouden we veel verschillen in klachten, veronderstelde aanleidingen en oplossingen vinden? Zeg het maar...

Luister hier hoe het lied moet hebben geklonken.

Nieuw Gezang, gemaakt over 't vervallen Nederland
Stem: Daar was een Meisje Jonk van Jaaren

1.
Nederlant wat zyt gy heden
Buyten uwen tyd voor-leden
Toen je als een Aerds prieel
En een Lusthof plagt te pronken
Maer byna geheel verzonken
Syt gy nu in tegendeel.

2.
Daer en was geen Koninkryke
Als ons Neerlandts Republyke
Soo met zegen onderstut
Ja door gants het 's werelds ronde
Waer dat wy ons Schepen zonde
't Was tot Nederlands heil en nut.

3.
Maer hoe is dien tydt verdwenen
Die zoo heerlyk heeft geschenen
Voor d'Inwoonders van ons Lant
Men hoord niet in deze dagen
Als van slegte tyden klagen
Schier wat dat men neemt ter hand.

4.
Wat zyn wy al op veel wyzen
Door de lasten en Accyzen
Uytgeput en lang geplaegt
Dat men niet meer kan beginnen
Die de kost met handen winnen
Borgers, Boeren, yder klaegt.

5.
Heeft ook niet verscheide Jaren
Ons den Oorlog doen bezwaren
Met den Franschen Lely-Vorst
Ja het zweert was nu alreede
Om te woeden uyt zyn schede
vuyl van Menschen-bloed bemorst.

6.
Maer wy hoeven niet te vragen
Waerom dat 'er zoo veel plagen
Komen op ons Nederlant
Als wy zien op onze werken
Kan men 't zien en ligt bemerken
Hoe het komt van Godes hand.

7.
Al de Ongeregtigheden
Op het Land en in de Steden
Als men die gaat speuren na
Soo en wast voorwaer geen wonder
Al ging Nederlant ten onder
Als een tweede Sodoma.

8.
Siet eens hoe men nu zyn zinnen
Steld om schatten t'overwinnen
't Aerdse goet dat is haer Godt
Elk die zoekt syn eygen bate
Met de Elle, Wigte, Mate
Yder kraent in zynen pot.

9.
Hoerery en vuyle streken
Is gelyk een vuur ontsteken
Brandende allengskens voort
Al d'ovegte borelingen
Die men t'elkens voort ziet bringen
Wort geduurig van gehoord.

10.
Hovaerdy is wel ter degen
Tot den Hoogsten Toy gestegen
Schoon al is het land Berooyt
Liever nam men van den Ermen
Die men hoorde te beschermen
Daer men 't Lighaem mede tooyt.

11.
Siet men niet in deze dagen
Van die Hoepel Rokken dragen
Daer een yder van verschrikt
't Geen men moest eenvoudig Cieren
Met Sagtmoedige manieren
Word hoogmoedig opgeschikt.

12.
Wie heeft in voorleden eeuwen
By de Hollanders of Seeuwen
Sulken moode ooit gezien
Als men nu weet op te stellen?
't Schynt de duyvel van der Hellen
Die versonnen heeft misschien.

13.
Is dan niet ons land bevonden
In een Overvloed van zonden
Als men zulke gruwels hoord?
Sabbath schenden, vloeken, zweeren,
Schynt byna te zyn een eere.
Tot kleyn agting van Godts woord.

14.
Godt laet ons zyn Stemme hooren
En ons klinken in de Ooren
Syne wetn en reyn verbont
Door den dienst der Predikanten
Syne Dienaers en Gesanten
Als uyt Godes eygen mont.

15.
Hy sent ons niet meer Profeten
Maer zyn teykens en Kometen
Die voorbeelden ons gewis
Somer, Winter, Droogte, Regen
Die vertoonen ons ter degen
Hoe de Heer vertoornt is

16.
Zyt gewaerschout Nederlanders
Wilt dog uwen wegen anders
Stellen op een beter gront
Suyvert uwen boosen wandel
Of Godt zal om uwen handel
U nog spouwen uyt den mond.

17.
Wild u dog in tyds berade
Wyl de dente der genade
Is nog open en bereid
Daer en zyn geen beter zaken
Als te bidden en te waken
Soo den Saligmaker zeid.



P.S. Iets over de melodie
De wijsaanduiding (Daar was een meisje jong van jaren), verwijst naar een melodie met een A'tje en een B'tje. (Zie Liederenbank.) Óf je zingt elke oneven strofe over een A'tje en elke even strofe over een B'tje, of je halveert elk A'tje en B'tje, omdat ze allebei tweemaal dezelfde melodielijn hebben. Ik heb gekozen voor de eerste optie.



dinsdag 18 juni 2019

Het strategische belang van fantasie en verhaal

Wat is de plaats van fantasie in jouw dagelijkse bestaan? Doe je er niet aan, omdat je nu eenmaal leeft in de harde realiteit waarin we allemaal leven? Fantaseer je thuis, met je kinderen? Is het geoorloofd dat je uit het raam staart op je werk?

Ken je dat gevoel dat je de bioscoop verlaat terwijl je denkt: Was ik maar wat meer zoals Wonder Woman, Black Panther of James Bond? (Weet je hoeveel er alleen al aan merchandising wordt verkocht vanuit die emotie?)

Uit onderzoek blijkt dat fantaseren om allerlei redenen gezond is. Dat lezen om allerlei redenen gezond is. Dat het spelen van een rol goed is. Deze zaken maken mensen aantoonbaar relaxter en gelukkiger. En we weten dat gelukkige mensen creatiever, meer invoelend en productiever zijn en dat creativiteit, empathie en productiviteit ook weer leiden tot meer geluk.

Om deze redenen wil ik - nogmaals - pleiten voor het investeren in fantasie, in verhalen en - dus - in plezier. Ik ben sinds jaar en dag ervan overtuigd dat investeren in kennis van en over verhalen leidt tot meer plezier in het lezen in het bijzonder en leven in het algemeen. Mijn pleidooi voor het belang van fantasie en narratief valt uiteen in een focus op lezen en op spelen.

Lezen en fantaseren is goed
In een sowieso prachtig betoog over fantaseren en lezen vertelt Neil Gaiman (één van de beste auteurs ooit) hoe hij in 2007 te gast was op de eerste officiële science fiction-beurs ooit in China. Hij had zich daar hardop afgevraagd waarom de Chinese overheid dat ineens aanmoedigde in plaats van verbood. Iemand antwoordde hem dat Chinezen op dat moment alles konden maken dat men aan ze voorlegde, maar dat niemand iets zelf bedacht, uitvond of innoveerde, omdat zij niet fantaseerden. Gedelegeerden die naar de VS waren gestuurd om te praten met werknemers van Apple, Google en Microsoft leerden dat die allemaal science fiction hadden gelezen als kind.

Naast dit schitterende voorbeeld van het belang van lezen zijn er overweldigend veel andere aanwijzingen waar uit blijkt dat belezenheid goed is (Broekhof en Schaafsma 2017 is het meest recente onderzoek dat ik ken). Lezen schijnt onder meer stress te reduceren, je woordenschat te vergroten en je vermogen om je in anderen in te leven. Je zou toch onmiddellijk naar een roman grijpen als je dit verneemt?

Laat ik nu eens niet focussen op het onderwijs dat lezen meer centraal moet stellen. Dat vind ik van oudsher natuurlijk wel (en in elk denkbaar type onderwijs), maar daar gaat het me nu niet om. Ik richt me nu eens op de volwassene die zegt geen lezer (meer) te zijn. En laat ik me omwille van alle helderheid beperken tot de communicatiemanager in het bijzonder.

Communicatiemanagers lezen niet?
In mijn kennismaking met mensen die veel met taal werken vraag ik vrij onmiddellijk of ze van lezen houden. Verrassend vaak, namelijk vrijwel altijd, krijg ik te horen dat de persoon in kwestie 'niet zo'n lezer' is of hooguit op een strandlaken eens een thriller leest. Uit alle respect voor deze mensen vraag ik me nu af: hoe is het dan gesteld met hun werk? Juist voor werk in de communicatie heb je toch een goede taalontwikkeling, een hoge mate van creativiteit en een goed inlevingsvermogen nodig?



Als al bij kinderen blijkt dat veel lezen op alle vlakken overtuigend veel beter is voor elke taalontwikkeling, zou je kunnen beredeneren dat dit op latere leeftijd ook het geval is. En ja, inderdaad ook hier blijkt weer uit allerlei onderzoek dat het lezen van fictie voor volwassenen gezond is:

  1. Beter ontwikkelde empathie
  2. Meer ontspannen
  3. Meer grip op de realiteit
  4. Beter geheugen
  5. Grotere woordenschat
  6. Waarneembaar creatiever
  7. Groter probleemoplossend vermogen
Als nu ook nog een keer blijkt uit allerlei onderzoeken (die al vanaf de jaren 1960 worden verricht) dat punten zoals deze je een gelukkiger en productiever mens maken, zou je toch onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde bibliotheek of boekhandel rennen?

's Avonds voor het slapen gaan dus even lekker een beetje fictie lezen vind ik geen straf. Sta je de volgende ochtend weer uitgerust op. En automatisch vergroot je dus onder meer je creativiteit, woordenschat en inlevingsvermogen. Dat wens ik elke communicatiespecialist toe.

Spelen en fantaseren is goed
Over het algemeen vinden volwassenen het heel belangrijk dat kinderen kunnen doen alsof zij iets zijn. Een kind dat een bakker nadoet denkt na over wat andere mensen lekker vinden, hoe je alle lekkernijen behendig aan de man brengt en hoe je een winkeltje inricht. Een kind dat met een pop speelt zal zich snel bekommeren om de behoeftes de fictieve persoon die de pop voor haar (m/v/a) is.

Er zijn allerlei aanwijzingen dat kinderen daadwerkelijk meer inlevingsvermogen krijgen en beter anticiperen op situaties in de werkelijkheid. Psycholoog Paul Harris heeft aan het begin van de eeuw de aanzet gegeven tot allerlei nieuw onderzoek op dit vlak. Die onderzoeken wijzen in de richting dat de aanwijzingen kloppen. Zelfs als je in het dagelijkse leven een rol aanneemt door je er bijvoorbeeld naar te kleden, schijnt het positief uit te pakken.

Dat verklaart ook de enorme populariteit van rollenspellen sinds de jaren 1970 op zowel op het professionele als huiselijke vlak. Toen waren de vermoedens er natuurlijk ook: anticiperen en inleven leer je door te spelen. Het gevangenisexperiment (Stanford, 1971) duikt nog wel eens op als voorbeeld als zowel de negatieve als positieve uitkomsten van een rollenspel worden besproken.

Bij assessments en trainingen ben ik ook wel eens onderworpen aan rollenspellen en daar heb ik gemengde herinneringen aan. In alle gevallen betrof het een min of meer alledaagse situatie waarin ik een lastige klant moest aansporen om product x te kopen, een ongeïnteresseerde puber moest activeren om een opdracht te maken of om een huilende collega op te beuren. Hoe goed de trainers en acteurs ook waren met wie ik te maken heb gehad - en dat waren ze - ik vond de rollenspellen vooral saai, want voorspelbaar.

Van oudsher heb ik met allerlei vrienden ook rollenspellen gedaan thuis. Die waren niet saai. In het klassieke Marvel Roleplaying Game speelden we onze favoriete superhelden of eigen personages. Marvel leerde me de kracht van actie, van dramatische poses en overdreven uitroepen. Hoe je de meest ongeloofwaardige situaties toch betrouwbaar laat lijken, zoals Ian Fleming (wiens boeken ik graag las als prepuber) dat ook kon. Bij Dungeons & Dragons verkenden we Tolkien-achtige werelden vol magie, enge wezens en spannende locaties. D&D heeft me veel geleerd over de techniek achter het vertellen: hoe je een verhaal bijvoorbeeld spannender maakt, hoe je je medespelers langdurig bij het spel betrekt.

Waarom vond ik Marvel RPG (= roleplaying game) en D&D niet saai? Omdat ze feitelijk een set regels zijn op grond waarvan je een samenhangende en 'realistische' wereld kunt scheppen. Het is de natuurkunde waarop alle magie en superkracht is gebaseerd.

Het is niet verbazingwekkend dat dergelijke RPGs onderwerp zijn van serieus wetenschappelijk onderzoek en dat veel goede wetenschappers de systemen gebruiken voor hun werk. Dat er auteurs zijn die de systematiek achter D&D-achtige spellen gebruiken om een basis te leggen onder hun werk. Een mooi voorbeeld vind ik Randal Munroe die de D&D-statistieken gebruikt om erfelijkheid uit te leggen.

Het strategische belang
Door enerzijds meer te lezen voor het slapen gaan en anderzijds te investeren in een gezamenlijk verhaal kun je dus een meer relaxte, meer gelukkige en dus meer productieve werksituatie creëren. Vanuit daar kun je je collega's uitnodigen om creatief te kijken naar de basis: waarom doen we ook alweer wat we doen? Die basis kun je bewaken met elkaar, bijstellen indien bewaken juist niet nodig is. Je kunt elkaar leren kennen van een andere kant en jezelf ook.

Escapisme is goed. Volgens mij was het Tolkien die ooit zoiets zei als: 'De enige die zich druk maken over ontsnappen zijn gevangenbewaarders.' Fantasie opent je zintuigen juist. Samen ontsnappen volgens een vaste set van regels (zoals die van D&D) kan zorgen voor een veilig, scheppend werkklimaat, zolang er genoeg ruimte wordt geboden voor reflectie.

Het samen zoeken naar het juiste verhaal kan ook op persoonlijke basis gebeuren, dat hoeft helemaal niet dramatisch te zijn. Mulisch vertelde ooit ergens dat hij als puber al wist dat hij briljant was, alleen nog niet waarin. Dat geldt denk ik voor de meeste kinderen in deze kwetsbare fase van hun leven. Door samen met ze te praten, lezen en fantaseren kun je ze wellicht tot onderzoek aanzetten waarin ze briljant zijn. Ik heb nu al in een paar werksituaties meegemaakt dat een stagiaire aan me vroeg: 'Wat voor werk heb je voor me in gedachte?' Die vraag draai ik altijd om: 'Wat kun jij goed? Wat doe je graag?'

Om alle genoemde redenen nodig ik je van harte uit om te gaan lezen, te fantaseren, te scheppen en om vanuit daar zoveel mogelijk plezier te hebben als je kunt.