Posts tonen met het label te-learning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label te-learning. Alle posts tonen

dinsdag 27 september 2011

Erkenning als motor van (t)(e-)learning?

Op een opleiding waar ik regelmatig kom, wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van flexwerkplekken. Daarover wordt veel geklaagd. Nu is er van alles voor te zeggen dat mensen die een deeltijdbaan hebben hun werkplek moeten delen met anderen, maar in de opleiding waarover ik spreek hebben veel mensen het gevoel dat elke dag een territoriumpje moet worden afgebakend. Sommige collega's daar hebben al jarenlang een eigen bureautje gehad met een eigen laadje met spulletjes en een fotolijstje naast de monitor. Nu werken ze elke dag op een van de verschillende 'flexeilanden', zoals die plekken daar worden genoemd. Moeten deze collega's niet zaniken en gewoon doorwerken? Ik dacht het niet.

Verreweg de meeste leerlingen en studenten zijn bezig een veranderingsproces door te maken; dat is inherent aan het naar school gaan. Daarbij voltrekken zich bij pubers de meeste veranderingen sowieso buiten schooltijd om: hun lichaam verandert ('Help! Haargroei!') , hun wereld wordt schoksgewijs groter ('Hé, dat feest begint pas om 2 uur 's nachts!') en daar bovenop komt haast altijd een vorm van groepsdruk dat staat tegenover het eigen individu ('Help! Een pukkel!'). Wij, leraren, willen dan ook nog eens allerlei leerstof in de kop van deze kinderen duwen, bespreken met hun ouders dat ze echt moeten leren plannen - ondanks een zich nog ontwikkelende prefrontale cortex - en benadrukken keer op keer dat het kind in kwestie toch echt eens moet gaan werken. Moeten deze leerlingen en studenten niet zeuren en gewoon hun best blijven doen? Niet zomaar.

Ik zeg het vaker: ik had in geen enkel tijdperk liever willen leven dan in het huidige. Mijn repetoire als docent wordt enorm vergroot door alle digitale mogelijkheden. Toch wordt mijn onderwijs niet per se beter als ik nu een MOOC creëer, Twitter-lessen bedenk of een virtuele wereld schep waarin ik mijn leerlingen laat ervaren hoe de wereld van Koning Arthur er heeft uitgezien. Al deze schitterende mogelijkheden ten spijt, slechts ten dele kunnen deze aanvullen wat ik zelf kan.

Clichés zijn gewoonlijk waarheden als koeien. Zo'n cliché is de piramide van Maslow ook haast geworden, dus hij is heel erg waar. Voor een docent staat één term centraal en dat is erkenning. Zonder dat komt het niet tot zelfontwikkeling, volgens Maslow en laat dát nu net hetgene zijn waarom het ons eigenlijk überhaupt gaat in het onderwijs- en opleidingsgebeuren.

Mijn definitie van erkenning is: bevestiging van je zelfbeeld. Als jij bijvoorbeeld het idee hebt dat je goed bent in het maken van gipsen beelden, dan is het prettig als iemand je niet alleen complimenteert, maar je ook gedetailleerd vertelt wat er zo goed is aan je werk. Dat is wat je ertoe brengt om je volgende sculptuur nog beter te maken of om jezelf te verdiepen in nieuwe technieken. In gaming heet dat een level up.

Volgens mij zijn er binnen erkenning verschillende niveaus te onderscheiden. Van rudimentair naar geavanceerd zijn dat achtereenvolgens:
  1. Cijfers. Een goed cijfer bevestigt je je bepaalde stof goed hebt eigen gemaakt. Iemand die alleen maar goede schoolresultaten behaalt, zal hier een zeker gevoel van erkenning aan overhouden, al zal dat mijns inziens niet leiden tot een hele complete vorm van zelfontplooiing. Voor veel scholieren is een cijfer de meest voorkomende soort level up.
  2. Beloningen. In veel games kun je met prestaties afdwingen dat je een beter harnas, een beter wapen, een betere auto of een betere voetbal kunt krijgen. Het vooruitzicht dat er nóg betere harnassen, wapens, auto's en ballen zijn zorgt ervoor dat de gamer zich wil doorontwikkelen. Een briefje van €10 van oma en opa is evengoed een mooie beloning voor het verbeterde rapport. In de managementwetenschap (eigenlijk een soort contradictio in terminis, want zelfontplooiing kun je niet aansturen, alleen faciliteren) heet dat het wortel-en-stokmodel.
  3. Complimenten. Als iemand je zegt dat je iets goed hebt gedaan, levert die de meest zuivere vorm van erkenning - gezien mijn definitie. Hoe gedetailleerder de feedback, hoe beter jij je voelt over wat je hebt gepresteerd. Details gaan niet alleen over de onderdelen van de prestatie, maar ook over hoe de ontvanger zich heeft gevoeld ten opzichte van de prestatie. Pas op: opbouwende kritiek valt hier eigenlijk ook onder, maar iemand die juist bevestigd wil worden in zijn zelfbeeld zit niet meteen te wachten op verbeterpunten. Je zult dus wat tijd tussen compliment en opbouwende kritiek moeten nemen als je - met al je goede bedoelingen - wilt gaan onderwijzen, want anders ga jij het moment van de presteerder verpesten met een soort roep om bevestiging van je eigen zelfbeeld.
  4. Verantwoordelijkheid geven. Promotie is een goed middel van je baas om je het gevoel van erkenning te geven, want er verandert iets positiefs door je inzet. Die promotie hoeft niet automatisch te zijn in een verhoging van salaris (al mag dat altijd), maar die zal voornamelijk betekenen dat jij als een soort autoriteit behandeld wordt op een gebied waarin jij iets goeds hebt gedaan: je krijgt meer verantwoordelijkheden, er is meer ruimte voor je creativiteit of je krijgt een duidelijke eigen plek in de organisatie.
  5. Ruimte geven. Het moeilijkste is om jezelf erkenning te geven, want in principe zul je weerklank moeten vinden in je omgeving. (We kennen allemaal wel een voorbeeld van een onnoemelijk vals zingend mens dat denkt dat een professionele carrière in de popmuziek in het verschiet ligt. We denken dan: heeft niemand haar tegen zichzelf in bescherming kunnen nemen?) Soms heb je echter het gevoel dat je het bij het rechte eind hebt en dan zul je lang en geduldig moeten duwen op je werk voordat de verandering zich een beetje aan je openbaart. In zo'n geval zul je zelf een basis moeten creëren waarop je je zelfontwikkeling bouwt.
    De kunst van goed management zit hem er volgens mij in dat je juist ruimte geeft aan mensen die buiten de gebaande paadjes durven te denken. Pas als je op een creatieve manier dát weet te bewerkstelligen, zul je ook echt profijt hebben van het feit dat je met zo iemand kunt werken. Het bekendste voorbeeld van dit gegeven is de 20%-tijd die Google aan zijn werknemers geeft. Alle kritiek daarop ten spijt: het heeft Google zeker geen windeieren gelegd, integendeel.
Het geheim van goed onderwijs zit hem niet alleen in het up-to-date blijven of in het toch zo goed kunnen uitleggen. Het gaat erom dat een leerling, student of collega zich door jou erkent voelt, pas dan zul je veranderingen meemaken. Erkenning is daadwerkelijk een sleutelwoord!

Zo behandel ik momenteel met mijn 5 havo de oersaaie stijlfiguren. Dat leidt tot oersaai huiswerk en oersaaie nakijk- en bespreekmomenten in het lokaal. Natuurlijk vul ik een en ander aan met digitale opdrachten, maar daarin erken ik de leerling nog niet in het oersaai vinden van de stof. Alleen benoemen werkt ook niet, maar met behulp van mijn digitale schoolbord kun je gemakkelijk een ganzenbordje projecteren, twee pionnen maken en deze om de beurt over het spel bewegen. (Jongens tegen de meisjes; bij goed antwoord heeft, gaat de blauwe pion een vakje naar voren, bij een fout antwoord een vakje naar achteren. Namens de jongens antwoord altijd een leerling, evenals bij de meisjes en er mag gebruik gemaakt worden van collectieve intelligentie. Let wel: we bespreken hier een gewone opdracht uit een gewoon lesboek.) Na het ganzenbord gaan we slangen en ladders doen en eventueel daarna nog Risk (met elk goed antwoord bezet je een gebiedje namens de jongens of de meisjes. Etcetera.) Door het oersaaie nakijken in een spelvorm te gieten, erken ik de leerling niet alleen, ik buig het om in een werkvorm waarbij ik de meest hangende slungel nog bloedfanatiek heb zien worden (ik overdrijf niet).

(Oh, en je hoeft echt niet jongens tegen de meisjes te doen als je dat om wat voor reden dan ook niet wil doen; bedenk eens wat leuks...)

Een studente die net voor het eerst een les over Karelepiek heeft gegeven aan een 4 vwo en daarover enthousiast vertelt, moet ik in eerste instantie vooral complimenteren met het feit dat het überhaupt is gelukt. Die erkenning verdient zij. Die zit helemaal niet te wachten op de zeven verbeterpunten die mij onmiddellijk te binnen schieten.

Een collega die de hele week werkt moet een eigen werkplek kunnen krijgen. Hier gaat het om een gevoel van erkenning dat organisatorisch geregeld moet worden. Het is altijd goed om op de centjes te letten, maar een verdrietige werknemer die zichzelf teruggeworpen ziet in de piramide van Maslow, omdat die elke dag opnieuw een plekje moet veroveren in de plaatselijke flexibele gordel van smaragd leidt in de beste managementwetenschap niet tot meer productiviteit.

Door iemand te erkennen help je een deur te openen naar zelfontwikkeling. Maslow heeft gewoon gelijk. Cliché of niet, technologische vooruitgang of niet, daaraan moet je niet zomaar voorbij gaan.

zondag 3 januari 2010

Our Mission For 2010? / Onze missie voor 2010?

Let's simplify the whole Web 2.0 phenomenon to the three elements it has in it: information, communication and crowdsourcing. Communication falls apart in both fun and business. And every element is connected to the other two.


Then let's have a look at what my students and pupils mostly use of it all. The adults and the older teenagers use some things of the information element and most of all the fun part of communication. I see my younger pupils just use the internet for fun only. That means they don't use over two thirds of the potential of what the internet has to offer!

Plus, I see that many colleagues of mine only use the internet for some information. That also leaves them much space to explore, especially those area's where they can meet their students and pupils! There is so much to see out there!

And don't be afraid your students or pupils are way ahead of you, because you have one advantage: you are the adult. You are the one who has the experience and wisdom, so you will always be the person who reflects with the young people who are entrusted to you about what they are doing with all those niceties of nowadays.

So, my mission for 2010 also has three elements:
  1. Encourage my colleagues to explore and enjoy every aspect of the internet
  2. Teach and encourage my students/pupils to do the very same
  3. Encourage everyone to contribute and to create new ways and possibilities for 2011!
The fun thing about this mission is that it's a bit like a James Bond mission: it's a mission with cool gadgets! (And in the last movies Bond's only gadget is a mobile phone, so you know you can do brilliant stuff too...)

Do you want to join me?
_______

Laten we het hele Web 2.0-fenomeen even vereenvoudigen tot de drie elementen die het heeft: informatie, communicatie en collectieve intelligentie. Communicatie valt dan uiteen in twee stukken: plezier en zakelijk. Elk van de drie elementen is verbonden met de andere twee.


Laten we vervolgens kijken naar wat mijn studenten en leerlingen gebruiken van dit alles. De volwassen studenten en de oudere tieners gebruiken wat onderdelen van het informatie-element en voornamelijk het stuk plezier van het element communicatie. Ik zie mijn jongere leerlingen zelfs alleen dat laatste beetje gebruiken. Dat betekent dat zij meer dan twee derde van het potentieel van internet niet gebruiken!

Bovendien zie ik dat veel van mijn collega's het internet nog steeds alleen maar gebruiken voor informatie. Dat betekent dat ze nog zoveel gebieden te verkennen hebben! Voornamelijk die plaatsen waar ze hun studenten en leerlingen kunnen tegenkomen! Er is nog zoveel te zien!

And don't be afraid your students or pupils are way ahead of you, because you have one advantage: you are the adult. You are the one who has the experiencewisdom, so you will always be the person who reflects with the young people who are entrusted to you about what they are doing with all those niceties of nowadays.

En dan moet je niet bang zijn dat je studenten mijlenver op je voorliggen, want jij hebt één voordeel: jij bent de volwassene. Jij bent degene met de levenservaring, dus jij zult altijd de persoon zijn met wie de jonge mensen die aan jou zijn toevertrouwd kunnen reflecteren op wat zij allemaal uitspoken met al het moois van nu.

Afijn, mijn missie voor 2010 heeft eveneens drie elementen:
  1. Mijn collega's aanmoedigen om elk aspect van internet te verkennen en om ervan te genieten
  2. Mijn studenten en leerlingen leren en aanmoedigen om precies datzelfde te doen
  3. Iedereen aan te moedigen om bij te dragen aan nieuwe manieren en mogelijkheden voor 2011!!
Het leuke aan deze missie is dat die een beetje is zoals een James Bond-missie: het is er een met toffe gadgets! (En in de laatste Bondfilms is de enige gadgets een mobiele telefoon, dus je weet dat jij ook briljante dingen kunt doen...)

Wil jij met me meedoen?


_______

woensdag 11 maart 2009

Chatles! Deel 2: voortschrijdend inzicht

De drukte in de praktijk verhindert me om met theorie bezig te zijn, dus ook met mijn edublog. Er zijn wel interessante ontwikkelingen van mijn werkvloer te melden, want ik ben nog steeds aan het stoeien met mijn chatlessen. Inmiddels heb ik er met mijn 2hv-klas een stuk of 5 lessen opzitten en die hebben me tot een aantal aanvullende inzichten gebracht op mijn vorige stuk omtrent de chatles.

Allereerst: ik deed het al niet, maar chat NIET mee. Dat leidt af en bovendien heb je de neiging om commentaar te geven op alles, zodat je niet meer bezig bent met de leerling in de echte wereld. Vandaag moest ik de neiging een keer écht onderdrukken, maar ik ben blij dat ik dat ook daadwerkelijk heb gedaan: het einde is snel zoek.

Spammende leerlingen kun je goed onder de aandacht brengen bij de evaluaties van het chatlog. Een meerderheid van leerlingen uit mijn 2hv-groep vindt spammers irritant. Recedivisten moeten straf krijgen: zij moeten al hun spam overschrijven op papier (en aangezien die vaak meer dan 300 'berichtjes' telt, is dat een interessante straf). Tja, ik houd niet van straffen, maar de leerlingen hebben dit zelf bepaald. Wie ben ik om daar tegenin te gaan dan? En ja, vandaag heb ik twee spammende dames straf gegeven. Die wilden blijkbaar even checken waar mijn grenzen liggen.

Vandaag hebben de leerlingen een correctiemodel gemaakt van de grammaticaopdrachten uit het boek. Een groot mankement is dat ik nog steeds zoek naar een ideale vorm om de opdrachten uiteindelijk voor iedereen toegankelijk te krijgen. Vooralsnog ben ik toch maar het forum op Moodle gaan gebruiken. Dat idee is uit armoede geboren: de Wiki werkt nog niet goed op Moodle, de woordenlijstfunctie is ook niet ideaal (zie vorige stuk) en de eerst komende paar jaar verwacht ik nog niet via Google Docs- of SkyDrive-achtige omgevingen met 30 leerlingen WYSIWYG te werken aan één enkel document. Geen duidelijk outputkanaal betekent dat leerlingen eerder gaan klooien. Daar zit mijn voornaamste worsteling.

Toch blijf ik nog steeds positief over het principe chatles. Mijn 3 gymnasiumklas heeft een leuk begin gemaakt van een stijlfiguren- en beeldspraakdatabase, mijn 5 havogroep is net begonnen aan een - zeg maar - MMO poëzieanalyse en morgen ga ik met mijn 4vwo aan het schriftelijke betoog.

Wordt dus nog steeds vervolgd!

zaterdag 28 februari 2009

Zorgen over creationisten

Al enkele dagen was ons een gratis foldertje beloofd vanuit protestants-christelijke hoek; een werkje van creationisten ofwel, mensen die geloven in intelligent design. Daar kan ik mij altijd enorm op verheugen, want sinds de Passion Of The Christ-folder van David Maasbach ('Jesus He Knows Me') heb ik weinig vermakelijks medegedeeld gekregen van de bekeerdriftige medemens. Een dag later dan aangekondigd vond ik het slappe, papieren boekje tussen een pakketje foldertjes van Kruidvat en C1000. Evolutie of schepping heette het werkje en middels een soort stempelachtig logo werd mij toegeschreeuwd dat het lezen ervan een zaak was van levensbelang. Haastig begon ik met lezen om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat ik dit boekje en achterliggend denken een groot gevaar vind voor het onderwijs.


Op bijhorende website www.creatie.info staat te lezen dat een groot comité van goed opgeleide mensen dit gedachtengoed ondersteunt. Daarnaast is er ook nog lesmateriaal te vinden, waarvan je hart als te-learner ook niet sneller gaat kloppen: wat knullige sites en powerpoints. Hoe dan ook: een en ander wekt de indruk dat er goed is nagedacht over de hele boodschap. Jammer alleen dat er zoveel flauwekulargumenten worden gebruikt.


Het boekje begint met vast te stellen dat onze gedachten bepalen wat we zien; ons waarnemen van feiten zal altijd persoonlijk worden ingekleurd. Daar breng ik niets tegenin, alleen mis ik ergens een zinnetje dat de auteurs hieraan toch ook onderhevig moeten zijn. Maar goed, tot dusver ga ik met hen mee.



Moeilijker wordt het als de vraag wie God is beantwoord moet worden. De schrijvers hebben duidelijk voor ogen dat God een persoon is, want er is sprake een Schepper. Daarmee is meteen helder welke gedachten bepalen wat wordt gezien: veel mensen van allerlei religies zien God als een onpersoonlijke kracht en die vallen meteen af. De nadenkvraag begrijp ik niet zo goed in deze context: de vraag waarin een aap voornamelijk verschilt van een mens vind ik raar onder het kopje 'Wie is God?' en bovendien heb ik het idee dat ik word gedwongen een bepaald antwoord te geven: de mate van allerlei vormen van bewustzijn zijn bij de mens allicht groter.



Er zijn volgens de auteurs twee soorten wetenschap: technische en historische. In hun ogen sluiten deze wetenschappen elkaar uit, getuige de nadenkvraag: "De evolutietheorie geeft een verklaring over iets dat miljoenen jaren geleden gebeurd zou zijn. Is dat een technische of een historische wetenschap?" Mag ik gaan voor allebei?



De grenzen van het strijdperk zijn getrokken en vanaf pagina 4 gaan de schrijvers helemaal los. De raarste vragen schieten aan de lezer voorbij. Zien is geloven: dit principe dat vaak tegen christenen wordt gebruikt, wordt nu handig ingezet als wapen: heb jij ooit een mens zien ontstaan uit een eencellig organisme? Zie jij om je heen geleidelijk aan evolutie plaatsvinden? De nadenkvraag op deze bladzijde vind ik zo vreemd dat ik niet precies hoe ik die moet opvatten: "Trein 1 verlaat station A om 10.35 uur en hij rijdt met een gemiddelde snelheid van 93 km per uur naar station B. Hoe duur is 50 gram pindakaas van Calvé bij Albert Heijn?"



Hilarisch wordt het boekje als verkapt wordt verwezen naar de zondvloed, waarmee meteen een verklaring wordt gegeven voor fossielen die door de grenzen van aardlagen heen liggen. Als op bladzijde 6 wordt verwezen naar een schoolboek uit 1879 met plaatjes van verschillende embryo's is het mij volkomen duidelijk dat de argumentatie in het hele boekje wetenschappelijk gezien erg zwak is. Behalve conclusie 2 vind ik de hoofdpunten waarop de auteurs uiteindelijk uitkomen buitengewoon onwaar.



De evolutietheorie is geen geloof. Punt. Het woord theorie betekent dat het een opeenvolging van gedachten is die getoetst kunnen worden middels proeven. Dingen uit het verleden kunnen wel degelijk technisch worden bewezen, denk aan koolstofdatering. Het letterlijk nemen wat in de Bijbel staat is wel geloof en voor mij begint geloof waar wetenschap eindigt.



Bovendien heb ik iets tegen de term intelligent design. Er zijn bepaalde zaken in de natuur die ik helemaal niet zo slim vind aangelegd: hierbij denk ik aan het bevallen van zoogdieren (een ei leggen lijkt me gemakkelijker), mannelijke genitaliën (en kou) of de kleine teen.



Ik heb een katholieke opvoeding gehad en tot ongeveer mijn tiende heb ik geloofd dat wat in de Bijbel stond allemaal letterlijk waarheid was. Later ben ik gaan worstelen met allerlei zaken waarbij ik tot de conclusie gekomen ben dat als God mij onvoorwaardelijk zou liefhebben, ik het buitengewoon onsportief en gemeen zou vinden als hij/zij/het mij na mijn leven zou beoordelen. Daarna ben ik tot de conclusie gekomen dat de wetenschap mij oneindig veel te bieden heeft.



Nu, opgeleid als historisch letterkundige, vind ik verschillende Bijbelboeken prachtige teksten voor wat betreft vorm en inhoud en ik kan daarvan erg genieten. Ook The Origin of Species van Charles Darwin is erg mooi geschreven. Bovendien weet Darwin zelf ook niet waar, waarom of door wat de evolutie is begonnen. Daar ligt voor christenen zeker een kans om op in te gaan. Een theorie hoeft geloof van mensen niet uit te sluiten. (Neale Donald Walsch heeft daar leuk - en winstgevend - over geschreven.)



De polariserende doctrine van Evolutie of schepping vind ik iets dat net zo ver van kinderen moet worden afgehouden als het niet-inenten tegen polio of het omkleden van broek naar rok in een koud fietsenhok. Hooguit zal ik het boekje inzetten als voorbeeld van drogredenen, want er zitten er genoeg in om een bovenbouwklas havo of vwo een goed lesuur mee bezig te houden. En ik zal altijd naar iedereen uitdragen dat je als wetenschapper overal voor moet openstaan, maar dat je alles wat je vindt goed moet kunnen onderbouwen.

maandag 2 februari 2009

Boeken eruit, elektronica erin

De afgelopen weken was het weer feest op veel Nijmeegse middelbare scholen: proefwerkweek. Er circuleren dan enorme hoeveelheden papier; als een school in de fik vliegt moet die dagen nasmeulen. Een groot aantal van mijn nakijkwerken - want ook voor mij was het party time - was dermate kortcyclisch dat daar inmiddels intelligente elektronische oplossingen voor bedacht moeten kunnen worden. Andere ambachtelijkheden hoeven niet per se vermeden te worden: een grote, maar leuke klus is het lezen van schriftelijke betogen van mijn examenleerlingen.


Als een van de vwo-onderwerpen lanceerde ik de stelling dat op middelbare scholen schoolboeken vervangen moeten worden door minilaptops. Opvallend genoeg werd ov
er deze stelling het meeste geschreven en bovendien was het merendeel van de auteurs voor dit idee. Het idee vind ik helemaal niet zo gek. Wat mij betreft schaffen we grote delen van de boekenlijst meteen af als daar een inhoudelijk sterk, webbased alternatief tegenover staat.

De klassieke driehoek die wordt gebruikt in het onderwijs (leerling, ouders, leraar) zal ik eens toepassen op dit geheel. Dit doe ik niet alleen om het overzichtelijk te houden, maar ook omdat ik een zwak heb voor dit soort Enkhuizer Almanakachtige rijtjes (rust, reinheid en regelmaat - prachtig!). Voor alle partijen zie ik alleen maar voordelen.

Leerling
Als de nieuwe brugklasser ergens in de tweede schoolweek doorheeft dat hij de Dikke Van Dale en de Bosatlas niet permanent in zijn schooltas hoeft te houden, houdt hij nog steeds een indrukwekkend gewicht aan boeken over. Dan kun je wel allemaal nuttige tips blijven geven aan die arme kinderen, maar het torsen van een tas met een agenda, een minilaptop en nog wat los spul ziet er logistiek toch gunstiger uit, dunkt me.

Dat de leerling van nu geen handleiding zal gebruiken en het apparaat toch goed aan de praat zou weten te krijgen is geen nieuwigheid meer tegenwoordig. De minilaptop staat echter wel paraat om alle informatie te herbergen die normaal via het lesboek en bijeengekopieerd materiaal wordt aangeleverd. Als je zo'n kind vanaf dag één lessen geeft in elementair systeembeheer (met nadruk op zowel systeem als beheer) zit je mijns inziens al op het vlak van de diepere levenslessen: houd je zaakjes geordend. En ja hoor, dat kun je iedereen leren! (Niet zelden met tijd en geduld.)

Natuurlijk zal een kind zuinig moeten zijn op de laptop. Of het apparaat bestand is tegen een pubereuze driftbui is wellicht de vraag, maar een goede machine zal toch een kleine valpartij, gymschoenen in de tas of een plens thee moeten kunnen verdragen. Mijn oude Gameboy Advance SP heeft erger doorstaan en die werkt nog uitstekend. Robuustheid blijft een pre.

Ouders
Regel de zaken zo dat ouders ook openheid hebben over hetgeen zich afspeelt op het digitale machientje van hun kroost. Maak afspraken over het wissen van de zoekgeschiedenis (dat mag niet of het kind is verdacht), zorg dat alle opdrachten toegankelijk zijn te vinden op de elektronische leeromgeving van de school en vooral ook dat spinoff als resultaten eenvoudiger bij te houden zijn. Dat vergroot de betrokkenheid van ouders bij het leerproces van hun kinderen. Hé, als leerling zul je toch onderhevig zijn aan controle. Dan kun je beter meteen de discussie over openheid voor iedereen omzeilen door alle vitale data - gecontroleerd en persoonlijk - toegankelijk te maken. De laptop is eigenlijk van school, dus een bepaalde mate van openbaarheid zal eraan moeten kleven.

Leraar
Is de laptop van school? Zeker; nu de boekenlijsten voor ouders gratis worden, zal de aanschaf van het leermateriaal via scholen worden geregeld. Eigenlijk wordt zo'n ding daarmee van school, vind ik (voorbijgaand aan details dat een school de distributie, borgsom en administratie vermoedelijk zal uitbesteden aan een gespecialiseerd bedrijf). De kosten van één laptop zal ongeveer gelijkwaardig zijn aan de kosten van twee of drie schooljaren schoolboeken.

Schoolboeken zijn vervangbaar en naar mijn mening zou dat überhaupt vaker moeten gebeuren. Alhoewel het in het middelbare onderwijs met name gaat om het opdoen van parate kennis, is ook de lesstof voor veel vakken regelmatig onderhevig aan revisie. Zelf inzichten van historici kunnen leiden tot een nieuwe beschouwing van een tijdvak, een nieuwe aanpak of een nieuwe stand van onderzoek. De Bataafse Opstand zal in het jaar 69 blijven, maar nieuwe ontdekkingen daaromtrent moeten per definitie leiden tot een nieuwe druk. Ik ben geen groot econoom, maar zo'n editie kost meer tijd (dus geld) dan een herzien stuk tekst op internet. De kwestie van het grotere gebruiksgemak hoef ik - meen ik - ook niet nader te betogen.

Voor het mooie vak Nederlands moeten typische onderbouwactiviteiten als zinsontleden, woordbenoemen en spellen toch ook in interactieve lik-op-stukoefeningen en -toetsen verpakt kunnen worden? Op de SSgN (Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen) zijn ze al heel ver met zulk lesmateriaal. Sterker nog, als je leerlingen hier op gezette tijden aan laat werken, houd je volgens mij nog veel meer ruimte over voor handschriftontwikkeling, tekstverklaren en absoluut ook de leuke, creatieve kanten van het vak. Ik zou het wel weten...

De combinatie met een digitaal schoolbord lijkt mij nog het meest ideaal. Van mijn Canisiuscollega biologie/ANW Marco Thörig weet ik dat hij middels allerhande animaties lastige lesinhoud veel beter kan uitleggen dan aan de hand van het plaatje uit het schoolboek. (En dat doet hij verdomd goed!) Koppel je het beeld van het bord aan een toets via je elektronische leeromgeving en je kunt heel veel snel en tussentijds controleren of je alle leerlingen ook online hebt aangaande jouw uitleg. (Verbind je level ups aan dat toetsen, daag je wellicht nog meer uit tot het opdoen van kennis.)

Als ik de geruchten mag geloven, zijn de Italiaanse collega's zachtjes om aan het gaan voor de laptop. Critici heb ik nog niet veel gehoord, wel mensen die het moeilijk vinden om het oude, vertrouwde schoolboek los te laten. Hé, bij Nederlands moeten ze heus nog boeken lezen, hoor! Levert langdurig staren naar een scherm hoofdpijn op? Heb je wel eens enige tijd in een schoolboek gelezen? Gaat het vermeerderde gebruik elektriciteit niet ten koste van het milieu? Onderzoek maar eens hoe goed de ouderwetse papierhandel is voor onze planeet. Voor de scholen lijkt de komst van de minilaptop in elk geval veel beter. Vooral als de gebouwen van al het papier weer uit de voegen barsten in de toetsweek.