vrijdag 7 januari 2011

Multimedia: soms wel, soms niet

Soms moet je goed nadenken of je multimedia wel of niet toepast in college of les. Deze week heb ik twee leuke uitersten meegemaakt op dat gebied: eerst op de masteropleiding leraar Nederlands van de HAN, daarna in een 2e klas vmbo-t/havo op het Canisius College. Kijk maar.

Binnenkort ben ik van plan een tentamen te geven aan mijn derdejaars masterstudenten. Elke student heeft een naslagwerk moeten maken en dat mag gebruikt worden als hulpmiddel bij het tentamen; een soort tekstverklaring met historisch materiaal waarvan natuurlijk ook de context geduid moet worden. Aan het begin van het leerjaar vroegen enkele studenten of zij dat naslagwerk ook mochten bijhouden op hun laptop. Natuurlijk vond ik dat geen probleem, dus sindsdien heb ik een aantal mensen in de collegezaal zitten met zo'n ding constant in de aanslag. Prima.

Ik heb dat allemaal ook een beetje op zijn beloop gelaten, om te zien hoe medestudenten zouden reageren. Nu we ons richting tentamenweek begeven, waren er toch wat vragen over het toelaten van die laptops bij de toets. De meeste mensen hebben een papieren naslag gemaakt. Als iemand een laptop gebruikt, kun je niet zien of die altijd alleen maar gebruik maakt van zijn aantekeningen, ze kunnen natuurlijk gewoon vrolijk op het net gaan rondhangen. Om die reden en om elke schijn van valsspelerij tegen te gaan, hebben we met z'n allen besloten dat eenieder dus een papieren naslagwerk meeneemt. Soms moet je dus even geen ICT gebruiken en in het geval van oude, historische teksten vind ik dat helemaal oké.

Met mijn tweede klas op het CC worstel ik meer dan ik ooit heb geworsteld met het fenomeen tekstverklaren. Je weet wel: vragen laten maken bij een tekst in het boek en dat dan de hele les nabespreken, terwijl je tussen elke vraag door een paar leerlingen zit te temmen die hun concentratie (soms overigens terecht) verliezen. Dat is allemaal niet leuk en zelfs als ik er een dansje bij maak, of als ik een onderbroek op mijn kop doe, wordt tekstverklaren niet leuker.

Op onze ELO heb ik met eenvoudige enquêteformulieren een soort methode gemaakt waar leerlingen zelfstandig kunnen werken aan deelvaardigheden. Vanmiddag heb ik de eerste les met de kinderen gehad; ze moesten er zelfs een uur voor wachten. Resultaat: de leerlingen vonden tekstverklaren op deze manier een stuk leuker. Deze manier is dus een prima aanvulling op het reguliere gebeuren, wat ik er overigens wel bij blijf doen; soms moet een mens, dus ook een leerling, ook even doorzetten in het leven.

Wat heb ik nou gemaakt? Eenvoudige vragen in de categorieën 'In deze tekst op Nu.nl staan 5 signaalwoorden. Schrijf op welke en wat het tekstverband is.' of 'Ga naar Wikipedia en zoek 'hond'. Probeer door alleen op de blauwe woorden te klikken in zo min mogelijk stappen bij het woord 'aanrecht' uit te komen. Noteer de woorden die je hebt gebruikt.', en meer. (Die laatste heb ik overigens van mijn CC-collega Henri van Nijnatten.) Leerlingen zetten bij sommige van die opdrachten meer lees- en denkstrategieën in dan bij reguliere tekstverklaringen.

De enquêteconstructie levert mij uiteindelijk een spreadsheet op waarbij in kolommen de antwoorden van de leerlingen staan; die kan ik dus per rij bespreken, terwijl ik ze op mijn digibord voorbij laat komen. ("Deze vraag heeft iedereen goed beantwoord, die sla ik over. Bij vraag 4 staan veel verschillende dingen; interessant. Laten we daar eens naar kijken.") Zo wordt tekstverklaren publiekelijk besproken, maar wordt het ook persoonlijker en confronterender. Leerlingen zijn stukken zorgvuldiger en bewuster bezig, ook getransfereerd naar de ouderwetse teksten terug. Soms moet je multimedia gewoon even gebruiken.

donderdag 18 november 2010

Over de onnuttigheid van Powerpoint

De laatste tijd gebruik ik Powerpoint steeds minder. Ik heb het gevoel dat het programma mij meer hindert dan dat het me tot nut is. Dat ligt in beginsel niet aan de software zelf; je kunt halve speelfilms maken en je boodschap op de meest zotte manieren animeren. Waarom neemt mijn gebruik dán af? Een kleine analyse.

De boodschap verpakt
Om te beginnen kan een Powerpoint de toehoorder enorm afleiden van je boodschap. Teveel tekst, een meervoudig te interpreteren afbeelding of een knipperende animatie kan betekenen dat de aandacht wordt afgeleid van wat je wil overbrengen. Ik heb het diverse goede sprekers al eens horen zeggen: "Heb je Obama wel eens een powerpointpresentatie zien houden?" Nee dus. En laten we even aannemen dat de huidige president van de VS een goede spreker is.

Onbewust onbekwaam?
De keuze voor gebruik van Powerpoint moet bewust worden gemaakt. Als je er dan voor kiest om het medium te gebruiken (je geeft een presentatie over kunstgeschiedenis of je hebt een ingewikkeld schema uit te leggen), dan geldt de regel less is more. De 10-20-30-regel van Kawasaki kan ook erg behulpzaam zijn. Tip van mij: zorg dat dia 1 een korte titel bevat en jouw naam. Als je publiek de ruimte betreedt, moet je dat tonen. Zo is het meteen duidelijk wat je gaat vertellen. Zorg dat de laatste dia helemaal leeg is, met alleen het woord Vragen? erop. Als je Einde op de dia zet, dan klinkt dat alsof je het publiek geen gelegenheid wil geven om te reageren. Bovendien doet het me denken aan "De kabouter is dood. Einde." Soms werkt het; vaak niet.

Soms bestaat mijn presentatie uit één of twee dia's. Die bevatten dan essentiële schema's of afbeeldingen. Het kan heel stom zijn om over een schilderij te praten, zonder het te tonen. (Al zit daar een zekere uitdaging in...)

Statisch
Een powerpointje bepaalt volstrekt de volgorde van je verhaal. Zo kun je niet altijd ingaan op je publiek of zo kun je bepaalde zaken niet altijd vergroten, uitbreiden of verplaatsen. Als je goed kunt omgaan met andere presentatiemiddelen, zoals een digitaal bord, een tablet of een ouderwets krijtbord, dan moet je zeker overwegen om dat in te zetten, indien noodzakelijk.

Een goed verhaal
Als je een begenadigd spreker bent, dan kan een powerpointpresentatie zelfs tegen je werken. Meestal kun je met al je retorische vaardigheden veel beter overtuigen zonder andere hulpmiddelen dan je lichaam en je stem. Als alles toch staat met een goede voorbereiding, dan is het zeker de moeite waard om al je energie te stoppen in de boodschap en niet in het zoeken van plaatjes voor op je dia.

In de regel bereid ik een verhaal lang en goed voor. Dan heb ik vaak genoeg aan mijzelf. Powerpoint heb ik daar dus echt niet altijd bij nodig, om alle hierboven genoemde redenen: boodschap is gelijk aan vorm, maar vorm is niet altijd gelijk aan powerpointvorm.

zondag 3 oktober 2010

Eigenlijk is het zo simpel...

Zojuist viel ik in een herhaling van een tv-uitzending op National Geographic Channel: Ape Genius. In dat programma werd het leren van apen vergeleken met dat van mensen. Natuurlijk zijn mensen beter uitgerust om zich nieuwe zaken eigen te maken, maar wat zijn nu precies de verschillen met de dieren?

Het zit hem eigenlijk in twee zaken: mensen hebben van nature de neiging om samen te werken en mensen zijn vatbaar voor complimenten. Daar bovenop hebben mensen ook nog het vermogen om te bouwen op de kennis, vaardigheden en ervaringen van hun voorgangers.

Door aapjes te kijken zie je eens te meer dat het klopt dat samenwerken diep verankerd zit in ons systeem. In de uitzending werd getoond hoe kleine kinderen wijzen op van alles. Mijn dochtertje Lotte zit nu ook in die fase. Dat wijzen vereist een complexe mentale oefening; je focust op een object en je wijst daarnaast iemand anders ook nog daarop. In de film werd aangetoond dat apen dat vermogen niet hebben. Het vermogen om dingen aan te wijzen, dus om dingen te delen met andere mensen, markeert het beginpunt van onze behoefte om samen met anderen dingen te ontdekken en uit te zoeken.

Als je aan het ontdekken slaat, dan is het natuurlijk fijn als er iemand langs de zijlijn staat die je complimenteert en aanmoedigt. Zo bezien is al aan hele kleine kinderen te zien dat het belangrijk is te weten dat niet de - zeg maar - leerstof centraal staat, maar het kind zelf. Dat blijft een wijze les.

Dus zelfs op zondagochtend kun je nog eens worden geconfronteerd met enkele basiswaarden van goed onderwijs - en van evolutie: samenwerken en de leerling/student centraal zetten.

zaterdag 2 oktober 2010

Huiswerk in de vorm van een game?


Gisteren haalt Nu.nl het AD aan met een stuk over een nieuwe game voor kinderen. Bovenbouwkinderen van de basisschool zouden hun huiswerk kunnen maken in de vorm van een game, volgens de kop van het stuk. Dat klinkt als een leuk idee.

Het gaat hier om de website Squla, die naar eigen zeggen 'de leukste plek om te leren' is. Het geheel is mede mogelijk gemaakt door toetsinstituut Cito. Een rondleiding leert me dat kinderen quizvragen moeten beantwoorden over allerhande schoolvakken. Daarbij kunnen kinderen zichzelf feitelijk voorbereiden op de Cito-toets. Leuk is dat niet alleen de vorderingen worden bijgehouden in statistieken, er worden ook allerlei prijzen uitgedeeld. In gaming is het behalen van awards al enige tijd een zeer gewaardeerd goed. Dat klinkt allemaal dus als een leuk idee.

Naast dat er verschillende avatars van bekers en prijzen in de virtuele prijzenkast gezet kunnen worden, is het ook mogelijk dat het kind spaart voor prijzen in de echte wereld. Zo kunnen tegoedbonnen van allerhande winkels verdiend worden na verloop van tijd. Dit is een van de ideeën waar ik mij niet helemaal op mijn gemak begin te voelen.

Hoe leuk het ook is om een website te maken, het is niet echt een game op deze manier. Vanuit het GALC-principe geredeneerd is er geen sprake van Gameplay en ook niet echt van Coop, al zijn er wel diverse Level Ups te verdienen. Het geheel is één grote, buitengewoon goed doorwrochte digitale toets. Iemand die veel tijd heeft en de kwaliteiten van het Cito-collectief is in staat om iets dergelijks te maken in WinToets of een elektronische leeromgeving.

Hoe dan ook, ik ben dus überhaupt niet zo op mijn gemak als het gaat om al dat gehype om die Cito-toets. Die prestatiedwang en bijhorende gradaties van faalangst... dat staat me allemaal nogal tegen. Op zichzelf is er niets mis met een behoorlijk geobjectiveerde toets die leerkrachten helpt om hun leerlingen naar de juiste middelbare school te sturen, maar ik heb het gevoel dat er steeds meer druk op de schouders van de kinderen komt te liggen. In de reacties van kinderen zie ik een kind schrijven dat zij dankzij Squla veel relaxter de Cito-toets ingaat. Dat bevestigt wat er al borrelt in mijn gemoed.

Op zichzelf is het leuk, al die prijzen en de mogelijkheid om tegoedbonnen te winnen om mee te winkelen. Maar waarom zou je de wortel-en-stokmethode hanteren om kinderen tot leren aan te zetten? Dat is immers wat de site beweert te zijn, een plek om te leren. Wat is er mis met andere vormen van leren? Met andere woorden, het enige dat een kind leert op Squla is om zich voor te bereiden op het multiple choice-gebeuren.

Bovendien moet je voor dit alles ook nog betalen. Voor een luttel bedrag ben je lid van Squla. Dat suggereert dat je ineens bent aangesloten bij een club, maar feitelijk ben je abonnee van een dienst. Maar goed, die termen worden al langere tijd niet meer van elkaar onderscheiden, lid en abonnee.

Squla is dus een leuke manier om je voor te bereiden op de Cito-toets. Je moet ervoor betalen en het brengt je binnen in een vrolijke, complexe structuur van toetsen, statistieken en prijzen met de hoge kwaliteitseisen van het Cito. Het biedt je een eenzijdige manier van leren en voor mensen die graag presteren onder dwang, of die denken dat hun kinderen daarbij gedijen, is de site een uitstekende plek. Een game is dit alles echter helemaal niet.

woensdag 15 september 2010

Facebookdiscussie opent trommel met ouwe koek

Vanavond in De Wereld Draait Door gelukkig wél een discussie zonder nonargumenten op de man, ontduiking van bewijslast, cirkelredeneringen en autoriteitsargumenten met een vermeende uitwisseling van klappen achter de schermen. Een nieuwe speelfilm 'The Social Network' focust opnieuw de aandacht op het fenomeen Facebook. Internetadvocaat en CDA'er Christiaan Alberdingk Thijm verdedigt de stelling dat er een slot moet komen op Facebook voor gebruikers tot 16 jaar. Dat vind ik een slecht idee.

Ik heb een broertje dood aan Facebook. De structuur van het bedrijf bevalt me niet, de simplificatie van gezonde communicatie met andere mensen vind ik waardeloos, maar vooral de losse, onduidelijke opvattingen over privacy geven mij een gevoel van grote onrust. Toch ben ik er niet voor om van overheidswege uit een kinderslot op Facebook te zetten.

De belangrijkste reden is dat ik ervan uitga dat ouders degenen moeten zijn die de regie houden over de opvoeding van hun kroost. In de normale, onbekrompen delen van ons land houdt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen in dat kinderen al jong worden geconfronteerd met de vele mogelijkheden van internet en multimedia. Het getuigt van goed, gezond verstand dat je die confrontatie en het daaruit voortvloeiende onderzoek voortdurend volgt en met je kind bespreekt. Oplettend, maar zonder angst.

Toen ik nog op de lagere school zat, in de 2de klas (nu groep 4) van een katholieke dorpsschool, was het A-Team heel populair op school. Naar huidige maatstaven een tamelijk onschuldige serie (elitesoldaten die schieten, maar niemand gaat dood; sterke man gooit mensen over auto's, maar is kindervriend en drinkt melk in cafés; team wordt opgesloten in schuur, doch daar blijkt halve doe-het-zelfzaak te zijn waardoor een ontsnappingsmachine gefabriceerd kan worden; je weet nog wel...). Ik herinner me dat mijn ouders ons thuis vertelden dat er een discussie was op de ouderavond: het A-Team moest verboden worden voor kinderen. Mijn vader had zich er uiteindelijk hard voor gemaakt dat verbieden geen zin had, ouders moesten meekijken en met de kinderen praten over wat was gezien.

Bij ons thuis gebeurde dat participeren al; en ook nu, bij de tigste herhaling van de serie op één van de RTL's, treft het mij dat de paar waarden die achter de serie steken ook vroeger al zijn benoemd toen ik 7 was; zoals het liever geen gebruiken van geweld behalve als laatste optie, het je vasthouden aan je idealen en het melk drinken in cafés. Toch een geruststelling voor een dertiger als ik om te voelen dat je ouders altijd consequent zijn gebleven in die dingen.

Natuurlijk leven we niet meer in de tijd van alleen maar Nederland 1 en 2. Toch ben ik van mening dat hoezeer de wereld om ons heen ook verandert, hoe intens de informatiedichtheid wordt en de hoeveelheid data ons verplettert... opvoeden blijft primair de taak van ouders en pas in de allerlaatste plaats dat van de overheid. Liever goede voorlichting dan betutteling, liever actieve deelname aan het (multimediale) leven van kinderen dan goedbedoelde, belemmerende technologie.

Bij sommige filmtrailers komt spontaan de opluchting in mij boven dat ik alweer een filmtitel kan toevoegen aan lijst 'blij dat ik die niet hoef te zien'. 'The Social Network' past daar prima in. Als ik dan toch nerds wil zien, dan kijk ik vele malen liever naar het hilarische 'The Big Bang Theory'. Hoe ruimdenkend ik Christiaan Alberdingk Thijm ook vind bij andere onderwerpen, nu hoop ik dat hij deze bekrompen ideeën wil bijstellen naar iets verstandigs.

donderdag 26 augustus 2010

Informeel en sociaal leren

En dan nemen we onderstaande presentatie ook maar even mee in de opruimerij...


Handige presentatie Social Media

Buiten valt naar verluidt de hoeveelheid regen voor een maand. Mijn dochtertje ligt te slapen, dus wat doe je dan om zo'n 'verloren' vakantiedag nog wat nuttig in te vullen? Je Google Reader eens bijwerken...

Tjonge, volgens mij was ik de enige met vakantie, want ik heb me door honderden achterstallige berichtjes heen geworsteld. Enkele nuttige zaken zijn komen bovendrijven en hieronder post ik maar meteen een leuk overzicht van Social Media die nu veel worden gebruikt. Grappig is overigens wel dat Google Wave nog wordt genoemd, maar dat terzijde.

Geniet ervan. Later meer...