dinsdag 20 april 2010

Geen golf aan de horizon?


Hoera! Het
nieuwe Horizon Report is er en kenners weten dat er voor mij deze keer een goede reden is om op deze editie wat trots te zijn. Hoe dan ook, het is weer een mooi pakket leesvoer met inspirerende vooruitzichten. Hoewel ik een en ander nog eens rustig tot me door wil laten dringen heb ik toch twee primaire gedachtes: allereerst zie ik niets terug van Google Wave en daarnaast kaatst er iets door mijn hoofd over elektronische leeromgevingen.

Over Wave
Het ziet ernaar uit dat de hoogte van de Wave van Google nogal meevalt. Ofwel, het lijkt goed eb. Dat vind ik jammer - het ziet er allemaal heel tof uit -, maar dat vage gebeuren met invitaties werkte 5 jaar geleden wellicht prima voor Gmail, voor Wave pakte het mijns inziens alleen maar ongunstig uit.

Ik heb met een aantal mensen wat zitten klooien in Wave, maar omdat er geen echt netwerk kon ontstaan door dat invitatiegerommel is het bij dat klooien gebleven. Een soort van paarlen voor de zwijnen-achtig gevoel roept dat in mij op. Zonde, want ik ben er nog steeds van overtuigd dat het onderwijs echt wel zit te wachten op deze technologie.

Over elo's
Deze week heb ik enkele leuke gesprekken gehad met collega's en andere mensen over de voorwaarden waaraan een goede elo moet voldoen. Het wordt voor mij steeds duidelijker dat men afwil van de veredelde prikbordfunctie waarvoor zo'n elo hoofdzakelijk nog wordt gebruikt. Ik denk dat elke elo die een administratief systeem koppelt aan een portfolio en een communicatief, interactief systeem de voorkeur geniet boven alle beperktere soortgenoten.

Via een elo moet je niet alleen documenten kunnen opslaan en delen, maar je moet ook zorgen voor een inleverplek, een fuik waar de cijferadministratie goed valt, lesroosters en -wijzers raadpleegbaar zijn. Dit alles in elkaar vervlochten, goed af te schermen en in te delen in diverse groepen én dit alles bij voorkeur gemakkelijk hanteerbaar voor de wat minder digitaal behepte collega. Dat praktische nut zal echt de doorslag moeten geven bij het kiezen voor een goede elo.

Niet dat leerlingen per se 100% 'Web 2.0' denken, maar zo'n elo moet een goede basis kunnen zijn waar vanuit je jouw leerlingen kunt leren om om te gaan met alle moois wat er is en komt. Wat leerlingen over het algemeen gemakkelijker doen is het trail and error-gebeuren en dat zal niet zo gauw veranderen. Hoe dan ook, het is goed om te zien dat er nog zo ontzettend veel moois gloort aan de horizon, waar je nog helemaal niet van weet of waaraan je nog helemaal niet hebt gedacht. Het moge wel duidelijk zijn dat het trail and error-denken steeds meer landt in het onderwijs. Wordt vervolgd! Hoera!

zondag 18 april 2010

ED*IT: handig voor wie een beetje doorbijt

Canisius-collega Marc van Dam wees mij op de site van ED*IT, een onderdeel van Kennisnet. Mensen die graag hun lessen verduidelijken met filmpjes kunnen hier hun hart ophalen. Via ED*IT is ontzettend veel materiaal voorhanden van onder meer Teleblik en aanverwante databases; zaken die via YouTube of Uitzending gemist niet altijd zijn te vinden. Het prettige is dat je deze filmpjes zelf kunt knippen tot voor jou wenselijk formaat.

Jammer is wel dat de site alleen gebruiksvriendelijk is voor echte doorzetters. Het zal wel heel moeilijk zijn om dat te realiseren, maar het is best moeilijk om filmpjes aan de praat te krijgen voor mensen die geen Internet Explorer gebruiken. Daarnaast moet je nogal eens drie keer doorklikken voordat je daadwerkelijk een resultaat van je zoekopdracht kunt afdraaien. Frequente gebruikers van YouTube zullen hier even moeten wennen.

Het fijnst van deze dienst is de enorme database vol spullen. Een paar jaar geleden was ik in Hilversum betrokken bij een paneldiscussie van Teleac/NOT. Daar gaven mensen uit het onderwijsveld ook al aan meer behoefte te hebben aan ruw materiaal. Diensten als Teleblik geven duidelijk gehoor aan die vraag en het is fijn dat je zelf kunt klooien via ED*IT, zonder je zorgen te maken over copyrightschendingen.

zaterdag 10 april 2010

Donderjagen met digiborden

Zo. Daar ben ik weer.

Soms is het gewoon goed als er iemand is die het beter weet en kennis gewoon spuit met een groep leerlingen of studenten. Een aantal jaren geleden werd klassikaal onderwijs afgedaan als ouderwets. Er werd naarstig gezocht naar allerhande alternatieve werkvormen, maar geen van alle heeft het ambachtelijke lesgeven nog kunnen vervangen. (Natuurlijk is een combinatie van werkvormen altijd het best, maar die weg ga ik niet op met dit stuk...)

Als je lokaal is uitgerust met een digitaal schoolbord, hoef je helemaal niet meer bang te zijn dat je lessen saai worden. Voor de ogen van je leerlingen pluk je je lessen van Google Docs of Windows Live en je vult alles aan met verhelderende tekeningen en tekst. Dat klinkt ideaal en dat is het ook. Als je nog niet zo handig bent met al die middelen gebruik je je digibord eerst gewoon als schoolbord. Je leerlingen helpen je wel. Dat is geen schande, want je ligt nog altijd op ze voor met jouw kennis en levenservaring.

Ik heb het geluk dat ik elke week de twee belangrijkste borden op de markt mag gebruiken. Op het Canisius College hebben we gekozen voor Activboards, op de HAN (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) hangen Smartboards. Allebei prima systemen, allebei bijzonder gebruikersvriendelijk.

Toch is het aardig om te merken dat er duidelijk afgetekende verschillen zijn. Op het Canisius College is gekozen om een kleine groep enthousiastelingen te laten beginnen met de Activboards. Al snel ontstond er een olievlekwerking waardoor andere collega's ook wilden gaan werken met die borden. Inmiddels is nagenoeg iedereen blij met deze nieuwe borden en zijn veel lokalen voorzien van al dit moois.

De HAN koos een topdown-benadering. Daar werden de Smartboards gewoon opgehangen en nog steeds zijn er bar weinig docenten die college geven met de digiborden. Dikwijls moet ik aan het begin van mijn college een flapoverstandaard opzij zetten voordat ik bij het bord kan. Jammer.

De smartboards zijn bovendien echt meteen klaar voor gebruik. Waar je bij het Activboard nog een speciale pen moet hebben, kun het je Smartboard meteen bedienen met je handen. In pennenbakken liggen vier pennen klaar die allemaal zijn ingesteld om een andere kleur weer te geven. Het systeem is daarmee niet hufterproof genoeg voor een middelbare school, maar voor een digibeet is alles onmiddellijk te begrijpen. Nadeel van het Smartboard is wel de lage beeldresolutie, waardoor allerlei afbeeldingen niet gedetailleerd getoond kunnen worden. Dat is vooral hinderlijk als je landkaarten of kunst wil laten zien.

De beeldresolutie van het Activboard is gelijk aan dat van je bureaublad. Zonder de speciale pen is het alleen maar een groot beeldscherm (dus hufterproof), maar via een speciaal programma kun je de pen op allerlei manieren gebruiken. In beginsel is dat magnetische ding alleen maar het equivalent van je muis (linkermuisknop), maar via de software kun je echt prachtige dingen doen. Een paar elementaire voorbeelden zal ik hieronder laten zien. Je begrijpt, het is het topje van de ijsberg.

Via Ctrl-Shift-G maak ik een ruitjespatroon (Grid) en met een rechte lijn aan de linkerkant heb je een schriftblaadje. (In het oude pakket zaten ook lijntjes, maar dit voldoet ook.) Hierboven demonstreer ik hoe de examenleerling een samenvatting moet maken. Groen is wat wordt gevraagd, blauw is wat in de tekst moet worden opgezocht. In het oranje staat aangegeven hoeveel woorden een alinea telt, teneinde het maximum aan het einde niet te overschrijden.

Werkwoordsspelling volgens Wijngaards. Bij de regel van het Fokschaap X (te flauw: een schaap met een zonnebril en een gleufhoed is geheim agent Nul-Nul-Beeh) vind ik het belangrijk dat leerlingen onderscheid maken tussen de ik-vorm en de stam. De meeste lesmethodes doen dat niet en dat leidt tot verwarring bij deze toch al saaie stof.

Poëzie behandelen is helemaal leuk. Uiteindelijk stonden bij De Dapperstraat allemaal kleuren bij verschillende soorten beeldspraak, metrums, de volta en andere termen. De leerling ziet letterlijk het vakmanschap van de dichter oplichten rond de tekst. Op het plaatje zie je alleen een beginnetje. Naderhand stond het bord natuurlijk helemaal vol met aantekeningen. (Een sombere emoticon geeft een antimetrie aan...)


Ik houd ervan om te snelschetsen op het digibord. Dat is natuurlijk geen vereiste, maar het is enorm leuk om te doen. Hierboven staat een uitleg die ik gaf aan enkele leerlingen van 5 vwo waar ik uitleg hoe het zit met meervoud bij een beklemtoonde eindlettergreep. (Dan komt er een e met zweetdruppels aan... Tja, als je het zo niet onthoudt...)

Daaronder de aanzet tot een schrijfopdracht waar brugklassers een moordmysterie moesten oplossen. Je weet hoe dat gaat: je bedenkt enkele driehoeksverhoudingen, een vreemde moord met wc-papier (en toch een hoop bloed - of is het ander rood spul?) en laat daarna alles over aan de fantasie van de kinderen.

Als ik ooit stop met onderwijs geven, dan neem ik zo'n ding mee naar huis... Ik weet nog niet waarvoor, maar een digibord is te leuk om er niets mee te doen.

maandag 18 januari 2010

Over hardnekkige vooroordelen rondom het begrip e-learning

Folklore, ik ben daar niet altijd dol op. Kantklossen, bezembinden, zaklopen, koekhappen, ganzenborden; als andere mensen dat leuk vinden dan vind ik dat geen probleem, maar ik houd er niet van. Dat komt door het oubollige aura dat altijd om zulke toestanden heen hangt. Het precies dat gevoel dat ik van veel Nederlanders krijg, dat gevoel dat zo onfris ruikt naar vooroordelen en behoudzucht.

Het onderwijs is nog op veel plaatsen doortrokken van oubolligheid en om allerlei collega's te daaraan te ontrukken bestaat het kleine, gratis lerarenmagazine Prima! waarin woorden als verandering, innovatie en uitdaging een moeilijke groep docenten (namelijk de klagers) moet worden overgehaald om mee te gaan in de vaart der volkeren. Voorwaar, een nobel streven en ik peuter mijn exemplaar ook altijd graag uit de stapel in de personeelskamer.

Tot mijn vreugde stond het mooie woord e-learning weer eens op de omslag (jawel, intimi noemen dat al te-learning, maar dat is vooralsnog een avant gardistisch begrip. Onder het begrip stond helaas iets omineus: 'Online naar school vanuit je ziekbed'. Daar gaan we weer, was mijn primaire gedachte. De ondertitel heeft niets te maken met begrip dat erboven staat.

In het artikel wordt verhaald hoe verschillende scholen moeite doen om langdurig zieke kinderen tóch te kunnen betrekken bij het dagelijkse leven. Natuurlijk is dat een nobel streven. Verteld wordt hoe kinderen met videosystemen toch contact kunnen hebben met hun klasgenoten en hoe dit alles is uitgegroeid tot een landelijk project KlasseContact.

Jammer is dat ze in het artikel voortdurend spreken over e-learning. Auteur Peter Steeman zet het begrip consequent tussen aanhalingstekens, alsof hij zelf al voorvoelt dat hetgeen voor deze arme kinderen is geregeld inderdaad ook geen e-learning is. Sterker nog, als je slechts contact leggen met een leerling buiten school al onder dat begrip laat vallen, doe je het woord e-learning tekort. Daarnaast doe je zo'n club als KlasseContact ook te weinig eer aan.

Het staat buiten kijf dat niets zo belangrijk is voor leerlingen als contact. Helaas heb ik zelf ook al eens leerlingen gehad die langdurig een buitengewoon moeilijke tijd in het ziekenhuis hebben gehad. Voor deze leerlingen hebben we als school van alles geregeld, maar alles wat we deden had primair te maken met contact houden en pas daarna met het bijhouden van lesstof. Samen met leerlingen heb ik nog eens een mooie hyvespagina opgericht voor zo'n lieve knaap. Allicht! Daar kon die jongen op elk moment van de dag zijn grieven kwijt en alle leden konden krabbelen of afspreken wanneer ze langs kwamen bij hem.

Beter was het als het artikeltje 'KlasseContact haalt leerling uit isolement' had geheten. Zo doe je alle rechthebbenden niet te kort. Een nog steeds schrikbarend grote groep collega's denkt dat een e-mail sturen naar je leerling of pdf'jes plakken op een electronische leeromgeving al e-learning is. Dat is evenmin het geval als moderne middelen gebruiken om langdurig zieke kinderen uit hun isolement te houden. Ik heb nog steeds collega's die denken dat ik erop uit ben om ooit alleen vanachter mijn laptopje thuis een school te draaien. Een artikel zoals dat nu in Prima! staat zorgt - onbedoeld - ervoor dat deze folklore blijft bestaan en plaatst het woord e-learning in hetzelfde rijtje als Ik hou van Holland, Piet Paulusma en het koningshuis. Jammer.

Steeman, Peter, 'Internetles vanuit je ziekbed. E-learning haalt zieke leerling uit isolement.' In: Prima! VO Amsterdam 2010 (januari) 38-39. Website: www.prima-online.nl

woensdag 6 januari 2010

National Geographic: aardige inleiding gamen

In het januarinummer van (analoog) tijdschrift National Geographic voor Nederland en België geeft freelance-journalist Kirsten Munk een buitengewoon aardige inleiding op het fenomeen gamen. Haar artikel begint met de angsten die zij als moeder heeft; ze is bang dat haar kind verslaafd raakt, of psychisch dan wel fysiek gestoord. Tegelijkertijd beseft ze dat gamen verbieden zinloos is. Daarna gaat zij doen wat elke goede ouders mijns inziens zou moeten doen: ze gaat op onderzoek uit.

Munk bestrijkt keurig de cijfers wie de gamer is (voornamelijk mannen van gemiddeld 33 jaar; gut, wat ben ik gemiddeld). Vervolgens heeft ze onderzoeken bekeken die erop wijzen dat gamen zeker voordelen biedt aan degene die dat geregeld doet. Munk noemt met name de vergroting van de visuele capaciteiten (actiegames) als managementkwaliteiten (guild leaders in WoW). Tot mijjn grote vreugde gaat zij ook in op de sociale aspecten van het gamen: vooral tegen elkaar spelen wordt leuk gevonden.

Over serious gaming bekijkt Munk de gezamenlijke projecten van Defensie en het TNO. Voorin het artikel noemt ze de grote ontwikkelaar Ranj, later noemt ze ook hun sterproduct Sharkworld, zonder dat overigens duidelijk aan Ranj te linken. (Beetje jammer.) Natuurlijk laat zij ook Wim Veen nog even aan het woord, die zich natuurlijk positief uitlaat over serious gaming en gamen in het algemeen. Ook haar uitsmijter is erg aardig, als zij Wii Sports speelt tegen een kind van zeven jaar.

Kortom, een keurig artikel dat je zeker kunt voorleggen aan mensen die nog steeds twijfelen aan de voordelen van gamen. Met dit stukje heeft Karin Munk een leuke Gaming for Dummies gemaakt.

Munk, Kirsten, 'De impact van gamen. Hoe digitale spellen de wereld veroveren.' In: National Geographic Nederland-België. Amsterdam 2010 (januari). Pp. 28-41.
Klik hier voor bijhorende website.

zondag 3 januari 2010

Our Mission For 2010? / Onze missie voor 2010?

Let's simplify the whole Web 2.0 phenomenon to the three elements it has in it: information, communication and crowdsourcing. Communication falls apart in both fun and business. And every element is connected to the other two.


Then let's have a look at what my students and pupils mostly use of it all. The adults and the older teenagers use some things of the information element and most of all the fun part of communication. I see my younger pupils just use the internet for fun only. That means they don't use over two thirds of the potential of what the internet has to offer!

Plus, I see that many colleagues of mine only use the internet for some information. That also leaves them much space to explore, especially those area's where they can meet their students and pupils! There is so much to see out there!

And don't be afraid your students or pupils are way ahead of you, because you have one advantage: you are the adult. You are the one who has the experience and wisdom, so you will always be the person who reflects with the young people who are entrusted to you about what they are doing with all those niceties of nowadays.

So, my mission for 2010 also has three elements:
  1. Encourage my colleagues to explore and enjoy every aspect of the internet
  2. Teach and encourage my students/pupils to do the very same
  3. Encourage everyone to contribute and to create new ways and possibilities for 2011!
The fun thing about this mission is that it's a bit like a James Bond mission: it's a mission with cool gadgets! (And in the last movies Bond's only gadget is a mobile phone, so you know you can do brilliant stuff too...)

Do you want to join me?
_______

Laten we het hele Web 2.0-fenomeen even vereenvoudigen tot de drie elementen die het heeft: informatie, communicatie en collectieve intelligentie. Communicatie valt dan uiteen in twee stukken: plezier en zakelijk. Elk van de drie elementen is verbonden met de andere twee.


Laten we vervolgens kijken naar wat mijn studenten en leerlingen gebruiken van dit alles. De volwassen studenten en de oudere tieners gebruiken wat onderdelen van het informatie-element en voornamelijk het stuk plezier van het element communicatie. Ik zie mijn jongere leerlingen zelfs alleen dat laatste beetje gebruiken. Dat betekent dat zij meer dan twee derde van het potentieel van internet niet gebruiken!

Bovendien zie ik dat veel van mijn collega's het internet nog steeds alleen maar gebruiken voor informatie. Dat betekent dat ze nog zoveel gebieden te verkennen hebben! Voornamelijk die plaatsen waar ze hun studenten en leerlingen kunnen tegenkomen! Er is nog zoveel te zien!

And don't be afraid your students or pupils are way ahead of you, because you have one advantage: you are the adult. You are the one who has the experiencewisdom, so you will always be the person who reflects with the young people who are entrusted to you about what they are doing with all those niceties of nowadays.

En dan moet je niet bang zijn dat je studenten mijlenver op je voorliggen, want jij hebt één voordeel: jij bent de volwassene. Jij bent degene met de levenservaring, dus jij zult altijd de persoon zijn met wie de jonge mensen die aan jou zijn toevertrouwd kunnen reflecteren op wat zij allemaal uitspoken met al het moois van nu.

Afijn, mijn missie voor 2010 heeft eveneens drie elementen:
  1. Mijn collega's aanmoedigen om elk aspect van internet te verkennen en om ervan te genieten
  2. Mijn studenten en leerlingen leren en aanmoedigen om precies datzelfde te doen
  3. Iedereen aan te moedigen om bij te dragen aan nieuwe manieren en mogelijkheden voor 2011!!
Het leuke aan deze missie is dat die een beetje is zoals een James Bond-missie: het is er een met toffe gadgets! (En in de laatste Bondfilms is de enige gadgets een mobiele telefoon, dus je weet dat jij ook briljante dingen kunt doen...)

Wil jij met me meedoen?


_______

donderdag 10 december 2009

Sociaal gamen vanuit de Playstation Store

Op het eerste oog ziet de Playstation Store op de PSP (Playstation Portable) er handig uit. Deze online dienst om games en andere zaken te downloaden is sinds de komst van de PSPGo enorm opgekalefaterd. Functioneel is het allemaal zeker en als zaken jouw geld kosten dan is het helemaal niet moeilijk om je financiën te zien slinken in afzienbare tijd. Elk spel ziet er even aantrekkelijk uit en daarin schuilt hem het grootste gevaar.

Als je niet van te voren goed onderzoekt of een game jou wel langdurig vermaak gaat brengen, dan kan het dat je kostbare euro's en MB's besteedt aan bagger. Daarnaast vind ik het altijd goed om je af te vragen of ik het spelletje kan delen met leerlingen bij mijn geliefde geesteskindje, de Gamersclub. De beste aankopen toets ik even aan mijn GALC-principe, in het speciaal op het sociale element (Coop). Het gaat hier overigens niet om serious games, maar om commerciële fun games. Als extra criterium stel ik of je uitkan met 20 euro, het bedrag van goedkoopste variant Playstation Card.

Deze lijst staat los daarmee enigszins los van de reviews die door de vakpers worden geschreven. Ik geef ook geen scores, alleen overwegingen om het spel op te pakken met leerlingen. Ook heb ik geen enkel belang in de Playstation Store. Als verklaard tegenstander van diefstal heb ik een legale, niet omgebouwde PSP 2000.

Goed, mijn top 5:
5 euro / 15 MB
Eenvoudig doch briljant spelletje waar je fruit moet bewegen door de hele omgeving te kantelen. Zo moet je ze schudden in groepjes van 3 of 4, waarna de stuks fruit verdwijnen à la Tetris. Dit spel kun je doen met twee mensen aan één PSP. Ook kun je het spel delen met iemand die een PSP heeft, maar niet het spel bezit. Snel, grappig, onschuldig en competitief. Een IQ-test in zijn zuiverste vorm. Geloof me, dit is echt een hele goede koop voor 5 euro!

Burnout Legends
20 euro/243 MB
Supersnel racespel dat er gelikt uitziet. Vreemd is de nadruk op de spectaculaire crashes, maar omdat het zo overduidelijk onrealistisch is, levert het wel leuke races op met iemand die je goed partij kan bieden. Ook dit spel kun je delen met een PSP-eigenaar zonder dit spel. Omdat het zo vreselijk lang duurt voordat je het spel hebt overgebracht, raad ik je wel aan om een lange race te beginnen; anders wacht je langer dan dat je speelt.


Killzone
20 euro / 1GB
Schietspel van Nederlandse makelij. Dit spel is bijzonder leuk om samen te spelen, omdat je dan met z'n tweeën een missie kunt doen. Daarvoor moet je wel allebei eigenaar zijn van een exemplaar. Overigens circuleert op internet ook een legale, gratis demo waarin je ook al iets tegen elkaar kunt doen (wel allebei op je PSP installeren). de optie game delen levert alleen de ander een demo op. samen gamen is daar geen mogelijkheid.