woensdag 12 februari 2014

Over nieuwe Promotiebeurzen voor leraren (en een moederlijke minister)

Hoera! Maandag heeft een derde lichting gelukkigen de Promotiebeurs voor leraren in ontvangst mogen nemen ten huize van het NWO te Den Haag. Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, heeft de beurzen uitgereikt aan alle nieuwe collega's. Ik vond de bijeenkomst erg leuk.


Foto: Arie Wapenaar/NWO
Wat mij trof aan de toespraak van de minister is dat zij zich warm en haast moederlijk (sic!) toonde. Op alle niveaus vond ik haar verhaal goed: een leraar die zich buiten de school begeeft en het daar geleerde weer de school binnenbrengt is van belang voor kinderen, voor het onderwijs en voor het land. Oké! De mens is dus de maat en niet een cijfer, een statistiek of een internationaal rapport. Helemaal fijn vond ik het dat zij precies nul keer het woord excellent heeft genoemd.


Daarna vertelde Bussemaker hoe zij zélf in deeltijd is gepromoveerd. Ook zij had twee onderzoeksdagen naast een drukke baan, dus ook zij moest keuzes maken. Ook zij kon niet zomaar dingen uitstellen. En ja, ook zij zat regelmatig met een vol hoofd tegenover haar promotor om samen weer chocola te maken van alles daarin. Bussemaker benadrukte hoe goed het is om ook onderling contact te hebben gaande de rit, want het is heel mooi, maar ook zwaar. Dat persoonlijke verhaal vond ik erg sterk en herkenbaar.


Foto: Arie Wapenaar/NWO
Omdat ik behoor tot de allereerste groep, ben ik gevraagd om aldaar wat ervaringen te delen met mijn nieuwe collega’s. Samen met collega/promovendus van eveneens het eerste uur Erich Grothe (Helicon), zijn leidinggevende en de mijne, rector Peter Schaap van het Canisius College, mocht ik aanschuiven bij de minister op het podium. Zij stelde Erich en mij vragen over ons onderzoek, maar ook over de plek van ons binnen onze scholen. Erich had drie leerlingen meegenomen die zichtbaar enthousiast waren over zijn onderwijs.

Ik vond het belangrijk om te benadrukken dat het niet uitmaakt wát je onderzoekt, maar dat je je omgeving laat zien dat je iets gepassioneerd kan doen, op welk niveau dan ook. Dat inspireert leerlingen ook, want die zien dat je niet woont in lokaal 51, maar dat je de wereld ingaat. ("Non scholae sed vitae (discimus)", staat er op een centrale vloer op het Canisius College en zo is het maar net.) Peter Schaap heeft duidelijk gemaakt dat hij het belangrijk vindt dat een school aan collega’s de ruimte biedt om zich te ontwikkelen op gebieden die hen aan het hart gaan. Natuurlijk moeten de lessen gegeven blijven worden, maar die worden beter als er betrokken en enthousiaste mensen voor die klas staan.

Drie nieuwe laureaten hebben hun grote enthousiasme ook meteen mogen tonen. Zo vraagt Frederike Groothoff zich af hoe kleuters die nieuw zijn in Nederland zo snel mogelijk hun woordenschat kunnen vergroten om aan te sluiten bij hun Nederlands sprekende leeftijdsgenootjes. Bert Mooiman onderzoekt of negentiende eeuwse componisten hun partituur als heilig beschouwden of dat er juist ruimte werd gegeven voor improvisatie. Aafke Oldenbeuving stort zich op het in kaart brengen van talloze soorten wespen die zich specialiseren in bevruchting van vijgen. Alle drie getuigen zij van de enorme diversiteit aan onderwerpen die ook sinds dit jaar weer worden onderzocht.


Er zijn gelukkig grandioos veel collega's die hun expertise vergroten door masteropleidingen te volgen, verdiepingscursussen te doen of door te promoveren naast hun baan. De laatste 'club' kent inmiddels meer dan honderd leden! Dat geeft de burger moed.

Toch is er nog veel potentie onder de radar. Voor die mensen is er goed nieuws, want de minister heeft voor 2014 nog eens 90 promotiebeurzen beschikbaar gesteld. Als je dus het gevoel hebt dat je dit altijd al hebt willen doen: ga ervoor. Weet je niet precies hoe en waar je moet beginnen? Lees dan een eerder bericht van mij (een soort handleiding). Neem contact op met het NWO of met een van ons. Je weet immers nooit tot welke interessante ontmoetingen het hele traject kan leiden!

P.S. Laureaten van de Promotiebeurs voor leraren die nog niet in de contactgroep zitten, maar dat wel willen, mogen contact opnemen met mij! Graag!

zondag 9 februari 2014

Over met jou de hemelpoort in dansen

Detail van de Liederen-Courant (KB, niet gecatalogiseerd)
Als mijn lieve oma Ursula nog had geleefd, dan was ze deze maand 86 jaar geworden. Als ik aan mijn oma denk, dan hoor ik muziek; klassieke muziek, maar ook oude Duitse liedjes. Het voornaamste liedje waarbij ik mezelf weer als kind in haar keuken (dat warme plekje op de grond) zie zitten, terwijl zij kookt en luistert naar WDR 3 is Ich tanze mit dir in den Himmel hinein. Juist dat liedje doorkruist nu al een paar keer mijn promotieonderzoek. Omdat ik er niets mee ga doen, maar het te mooi vind om het niet te delen, schrijf ik nu iets van mij af.

Carice van Houten zingt het liedje in Zwartboek. Sinds die film heb ik al twee maal gehoord dat het lied een nazi-lied is. Nee! Het mooie liefdesliedje duikt weliswaar voor het eerst op in de nazi-tijd, maar het is een liefdesliedje uit een komische film naar Hollywoodmodel. In Die Sieben Ohrfeigen (1937) is het lied al instrumentaal te horen. In datzelfde jaar verschijnt het, met gezongen tekst, ook op een plaatje van Willy Fritz en Lilian Harvey, de hoofdrolspelers van de film. De muziek is van Friedrich Schröder, de tekst van Hans Fritz Beckmann.

Ergens daarna is het lied ook vertaald in het Nederlands. Wie mij kan vertellen van wie de Nederlandse tekst komt, mag het zeggen. De tekst duikt in elk geval op liedbladen op, zoals op de Liederen-Courant met 'Kermisschlagers' die is gedrukt door Frans Rombouts uit Roosendaal ergens tussen 1937 en - ik vermoed - 1944. (Planovel dat nog niet in de catalogus staat van de Koninklijke Bibliotheek). Eén geluidsopname van het lied is te vinden op YouTube, van De straatzangers (zie hiernaast).

Als je "Ik dans met jou de hemelpoort in" in Google intypt, dan stuit je vrij onmiddellijk op websites voor senioren. Deze Nederlandstalige uitvoering lijkt dan ook nog in het collectieve geheugen te zitten. Seniorplaza lijkt aan te geven dat Willy Alberti en Johnny Jordaan verantwoordelijk zijn voor de Nederlandse vertaling. Dat is mogelijk, maar degene die het lied publiceert op de site maakt dit niet duidelijk. Muziekweb geeft in elk geval een uitvoering van Henk de Bruin, maar die is volgens mij van na de oorlog. Het lijkt me dan ook onwaarschijnlijk dat hij de tekstdichter is geweest. Bovendien, ook de Nederlandse Liederenbank (Meertens Instituut) geeft geen uitsluitsel over wie verantwoordelijk geacht moet worden voor de versie in onze taal.

"Ik dans met jou de hemelpoort in" doet me denken aan mijn oma Ursula. Enkele keren heb ik het ook - in het Duits - gezongen in verzorgingshuizen en altijd heb ik dementerende, in zichzelf gekeerde mensen (waaronder ook eens oma) zien opengaan als een bloem, om minimaal mee te deinen. Het lieflijke liedje is verschenen in de nazi-tijd, maar het heeft er niets mee van doen. Al snel is het ook in het Nederlands vertaald. Maar degene die weet wie we daarvoor mogen danken, mag het zeggen.

woensdag 27 november 2013

Padlet is inderdaad een fijne vriend!

Omdat ik welhaast nooit teleurgesteld raak in het delen met anderen, deel ik ook mijn ervaringen graag met Padlet. Op deze site (www.padlet.com) kom ik ook weer dankzij het delen, want collega's uit de Facebook-groep Leraar Nederlands (bedankt Anita en Cefas!) hebben mij op dit fenomeen gewezen in reactie op mijn Socrative-stukje. Volgens de makers van Padlet is hun creatie je beste vriend en dat zou zomaar zo kunnen zijn.

Padlet is in principe een tabula rasa waarop iedereen iets kan kladderen als die hetzelfde adres in de menubalk intikt. Dat adres kun jij ook aanpassen en het is zelfs mogelijk om een QR-code in beeld te brengen, zodat mensen met een vrij lage nerd-factor al niet eens hoeven te typen om bij jouw Padlet-bord te komen. Daarna kan iedereen meteen aan de slag, dus je kunt werkelijk meteen gaan samenwerken met je leerlingen. (Tip: zorg dat je leerling niet op het plusteken drukt, want dan start hij zijn eigen bord op.)

Voor een paar situaties heb ik het al geprobeerd en die voorbeelden geef ik hieronder. Overigens heb ik ook met enkele leerlingen getest of Padlet prettig is bij het tekstverklaren, maar daar vonden leerlingen Socrative weer beter geschikt voor; de interface is overzichtelijker. Padlet kun je overigens ook zo indelen dat alle posts onder elkaar komen, maar dan neemt het geheel meer ruime in.

Correctiemodel maken
In het verleden heb ik al eens ICT gebruikt om onmiddellijk een perfect correctiemodel in beeld te krijgen dat door de collectieve intelligentie van mijn leerlingen tot stand is gekomen. Een gemakkelijker programma dan Padlet om zoiets te bereiken heb ik nog niet gezien. Het recept is simpel: je start padlet op, je leerlingen pakken hun mobieltjes en je zegt dat je over tien minuten op het bord een blakend correctiemodel wil zien voor opdracht 17.

Bij het bespreken orden je met je muis gemakkelijk de antwoorden door ze op een goede plek te zetten, je wist eventuele flauwekul (en spreekt pedagogische woorden tegen de vervuiler) en je checkt vervolgens op inhoud. Een kind kan de was doen. Leerlingen blij, jij blij.


Brainstormen
In mijn examenklassen behandelen we nu het schriftelijk betoog. Via Padlet poneer ik een stelling en ik verdeel het beeld in tweeën (het voorbeeld hieronder geeft de eerste paar minuten weer) door een achtergrond te uploaden met ruimte voor voor- en tegenargumenten. (Liefhebbers kunnen mijn bureaublad hieronder downloaden.) Na enige tijd sluit ik de markt en zet ik de leerlingen aan het werk met de argumenten die uit de brainstorm komen. Hier was ik blij verrast door de grote mate van creativiteit die leerlingen binnen tien minuten te berde kunnen brengen. Ook hier sleep je desgewenst antwoorden naar een juiste plek, dus brainstormen was nog nooit zo gemakkelijk.

Ik kan mij levendig voorstellen dat collega's die probleemgestuurd onderwijs geven geweldig veel plezier gaan beleven aan deze site.


Plus
Net als een blad papier zijn de mogelijkheden natuurlijk behoorlijk eindeloos. Ik heb Padlet ook gebruikt om felicitaties te laten opschrijven voor een jarig meisje, om een planning te maken en voor wat variaties op het antwoord-gebeuren. Padlet is inderdaad een fijne vriend. Ik kan me levendig voorstellen dat er nog veel meer ideeën rijzen, dus ik zou eenieder willen oproepen om succesnummers hieronder vooral te delen!

Bijlage: achtergrond voor argumenteren

maandag 18 november 2013

Socrative vergroot inzicht tekstverklaren

Sinds Socrative medio oktober een doorstart heeft gemaakt, is het écht een goedlopende en eenvoudig te gebruiken hulpmiddel geworden voor onderwijsdoeleinden. Voor mensen die de site niet kennen: via Socrative kun je gemakkelijk een of meerdere vragen voorleggen aan je toehoorders en zij kunnen die beantwoorden met laptop, tablet of mobiele telefoon. De antwoorden kunnen onmiddellijk en real time worden getoond via een beamer in de vorm van statistieken en na afsluiting kan er een rapport worden gedownload in de vorm van een Excel-bestand. Dit superhandige middel is een geweldige oplossing bij het bespreken van tekstverklaringen.

Elke talendocent weet dat het bespreken van een juist gemaakte tekstverklaring een verzoeking is: leerlingen vinden het saai - de docent eigenlijk ook - en dikwijls moet welhaast de knoet verschijnen om nog enige vragen meer te kunnen behandelen. Een collega van mij zegt ook vaak: "Ik kan er een korte broek bij aantrekken, maar een leestekst bespreken wordt er niet leuker door." Het is dan ook moeilijk om leerlingen te betrekken bij dit wonderlijke fenomeen.

Via Socrative kun je leerlingen ook gemakkelijker bij deze les houden. Niet alle leerlingen hebben een telefoon met internet, maar ik heb nog niet meegemaakt dat dit tot problemen leidt. Ik benoem dat en ik verzoek vooral om met elkaar op schermpjes te kijken: samen spelen is immers samen delen.

Bespreken van een open vraag
Hoewel je allerlei quizzen kunt klaarzetten in een mum van tijd, kun je ook gebruik maken van de optie om onmiddellijk een vraag te stellen. Dit doe ik bijvoorbeeld bij het bespreken van een open vraag. Natuurlijk heeft de leerling vooraf al een tekstverklaring gemaakt en dan vraag ik hem om bijvoorbeeld het antwoord op vraag 5 te geven. Alle leerlingen doen dat en dat levert onmiddellijk een overzicht op via je beamer (zie voorbeeld). Vervolgens ga ik alle antwoorden een voor een af.



Per saldo krijg je natuurlijk te zien wat je ook voor je krijgt als je corrigeert. Nu kun je meteen per leerling vertellen hoeveel punten die zou krijgen - of juist niet -, wat er scherper geformuleerd kan worden en welke vormeisen je stelt. Mijn ervaring: werkelijk alle leerlingen zeggen hiervan iets op te steken én de les nog leuker te vinden ook.

Bespreken van gesloten vragen
Het onmiddellijk in beeld brengen van statistieken kan goed helpen bij het samen uitzoeken waarom een meerderheid bij multiple choice vragen B antwoordt, terwijl A goed is. Of waarom een bepaalde formulering sterker is. Op deze wijze breng je ook gemakkelijk voor het voetlicht hoe er prudent moet worden geciteerd.

Randverschijnselen trainen
Leerlingen vinden het ook fijn om als je snel een quizje in elkaar flanst over randverschijnselen van het tekstverklaren. Zo is het aardig om de laatste tien minuten van de les nog eens drogredenen te oefenen met een van te voren gemaakte quiz. Nadeel van Socrative is hooguit dat je niet meer dan vijf keuzeopties kunt aanbieden, maar verder zijn er alleen maar voordelen te ontdekken. Maar vooral het - zeg maar - 'boter-bij-de-vis-principe' van de real-timestatistieken werkt buitengewoon confronterend en prettig.



Voorwaarden
Van te voren moet je natuurlijk wel een paar dingen scherp hebben met elkaar, voordat je gaat beginnen met Socrative. Je zult merken dat aanvankelijk leerlingen wat gaan klooien (voornamelijk malle schuilnamen opgeven of malle antwoorden geven). Aangezien de goegemeente het erg gaat waarderen dat je eens wat anders doet in je les, zal het geklooi sterk afnemen onder groepsdruk. Als het je stoort met je het gewoon benoemen en ook hier heb ik geen serieuze obstakels ervaren.

Sowieso Socrative
Je zult merken dat je heel snel en efficiënt kunt werken met Socrative, omdat je leerling alleen jouw Room number overneemt om deel te nemen. Dat nummer staat in elk scherm, dus dat is intelligent ontworpen. Vervolgens start je jouw quiz en kies je of jij of de leerling het tempo bepaalt. Naderhand bespreek je naar wens de rapportage. Een Space Race wil nogal eens een leuke manier zijn om een reeds gemaakte quiz nogmaals te doen onder druk. 

Experimenteer er maar lustig op los. De opties om een vraag op te maken zijn weliswaar beperkter dan bij bijvoorbeeld GoSoapBox, maar de software werkt en dat is een groot goed. Mocht je niet meteen willen knutselen, dan kopiëer je hieronder een van de dingetjes die ik al heb gemaakt. Aarzel niet om jouw producten ook te delen!

Enkele succesnummers:
Drogredenen SOC-2470225 (Ik wil de terminologie nog aanpassen op die van de Examenbundels.)
Signaalwoorden SOC-2297800
Stijlfouten aanwijzen SOC-2243888 (5 havo-niveau)
Werkwoordsspelling 2 SOC-2313384
Werkwoordsspelling 1 SOC-2313216
Beeldspraak SOC-2287675 (3 havo: alleen vergelijking, metafoor, metonymia en personificatie)

Tot slot
Tekstverklaren is op zichzelf een nuttige activiteit en dit verhaal staat los van de (noodzakelijke!) discussie over de inhoud van het Centraal Examen. Het is helemaal niet verkeerd om kinderen te leren om te gaan met toetstaal of bij te brengen hoe je een alinea kritisch beschouwt; zeker niet in het huidige tijdperk, waarin het aantal teksten als een diarree over deze kinderen heen regent. Als je creatief omgaat met een programma als Socrative, maak je het jezelf ook een stuk gemakkelijker. (Zo gebruiken je leerlingen hun mobieltjes meteen nuttig in jouw les. Da's een win-win-situatie!)

Je zult het begrijpen: ik hoor graag wat jouw ervaringen zijn met dit of een dergelijk programma!

woensdag 13 november 2013

Heilige drievuldigheid: professionals op social media

De afgelopen maand heb ik elke week één keer een vraag gehad over hoe een professional zich op social media dient te gedragen. Ik pretendeer de wijsheid niet in pacht te hebben. Echt zwart-witte stelregels zijn niet goed op te stellen, want er is veel grijs gebied en veel nog te ontdekken terrein. Toch denk ik dat het speelveld waarop een professional die social media gebruikt drie hoeken heeft en die wil ik hieronder nader verkennen: rolmodel, erkenning en toepassing. Deze 'heilige drievuldigheid' ligt naar mijn mening ten grondslag aan goede persoonlijke beschouwingen en zelfs aan beleid.

Rolmodel
Of je een Facebook/Insta-/watdanook-account hebt of niet, jij bent sowieso altijd de volwassene. Dat betekent dat jij door je ervaring en gezonde verstand voorligt op jouw leerling of jongere collega, ook als die op technologisch vlak jou aftroeft. Met dat zelfvertrouwen kun je alle situaties dus ook aangaan.

Heb je een account op Facebook, Twitter, Whatsapp of waar dan ook, dan is het goed om al basisregel te hanteren dat je je altijd als een leraar zult moeten gedragen. Je kunt afschermen wat je wil, het is niet verstandig om bepaalde foto's te publiceren. Ik vind het immers ook niet verstandig om ten overstaande van jouw leerlingen door een rood verkeerslicht te fietsen of om stomdronken uit een kroeg te kukelen. Lang, lang geleden, toen Hyves nog een goedlopend netwerk was, heb ik hierover meer geschreven en daarvan neem ik nog steeds geen woord terug.

Het is raadzaam om eens voor de ogen van een klas te surfen op een klasgenoot (met toestemming - dit kan ook met een afdeling ofzo), om te bekijken wat die allemaal heeft gepubliceerd op internet. Maar net zo raadzaam is het om dan bijvoorbeeld jouw Facebook-pagina in beeld te brengen om de keuzes die jij maakt ter discussie te stellen. Je zult ervan versteld staan wat je samen kunt opsteken van zo'n exercitie.

Tips:

  • Een goede professional is te allen tijde een goede leraar in de digitale ruimte.
  • Een goede leraar gebruikt social media als een digitale schutting om zijn privéleven en denkt na over welke plaatjes op die schutting worden geplakt. (Ook theoretisch, als die niet wil deelnemen aan social media.)
  • Een goede leraar onderzoekt, experimenteert en is kritisch ten opzichte van zijn eigen gedrag.

Erkenning
Als je niet serieus neemt dat jouw leerling een grote behoefte heeft aan het (mobiele) gebruik van social media, dan creëer je een grote kloof tussen jou en hem. Je hoeft geen accounts aan te maken om toch samen met leerlingen te kijken wat ze allemaal doen en interesse te tonen. Een leerling die zich niet erkend voelt door jou, wil ook niets van jou leren. Erkenning is dus een normaal, ouderwets gegeven dat complete digibeten ook kunnen opbrengen.

Tips:

  • Een goede professional begrijpt dat een mobiele telefoon met internetverbinding en bijhorende social media een grote behoefte is voor zijn leerling (en jonge collega).
  • Een goede leraar volgt de ontwikkelingen die zijn leerlingen en jonge collega's bezighouden door met ze in gesprek te blijven.
  • Een goede professional blijft te allen tijde positief ten aanzien van welke nieuwe ontwikkeling dan ook; het is beter te denken in mogelijkheden dan in doemscenario's.

Toepassing
Het leukste vind ik het om te kijken waar ik sociale media kan inzetten voor het leerproces van collega's, studenten of leerlingen. Of voor het vereenvoudigen van mijn werk. Om die reden heb ik er geen moeite mee om (oud-)leerlingen toe te laten tot mijn contacten. Dat houdt wel in dat ik voortdurend in gesprek ben met hen over wat ik hen zie doen, waar mijn eigen grenzen liggen en wat wellicht moreel of anderszins niet goed te behappen is.

(Als dingen écht de spuigaten uitlopen, vind ik ook dat je een meldplicht hebt ten opzichte van ouders en zelfs de betreffende schoolleiding. In verreweg de meeste gevallen kom je er samen met een leerling uit: die rectificeert of verontschuldigd. Verwijderen is ook een optie, maar altijd in combinatie met excuses.)

Sowieso vind ik mobieltjes een toevoeging aan de zaken die leerlingen meenemen in een leslokaal. Ik kan dan ook niet genoeg aanbevelen dat mensen experimenteren met de mogelijkheden van social media (of educatieve programma's als Socrative of GoSoapbox). Geloof me, als je goed gebruik maakt van de schier oneindige mogelijkheden van alle mooie techniek van vandaag en morgen, zullen leerlingen je lessen leuker en nuttiger vinden, hoe saai de stof ook mag zijn.

Ik geloof niet per se in projecten, tenzij ze goed zijn. Veeleer geloof ik dat het verstandiger is om social media te zien als zuurstof of voedsel; het is normaal gesproken voorhanden en je gebruikt het. Als het moet, moet het lesboek dan ook even worden neergelegd om het over social media te hebben; vooral in het geval van storingen, want die gaan immers voor.

Tips:

  • Een goede professional onderzoekt mogelijkheden om social media toe te passen in zijn onderwijs.
  • Een goede professional geeft anderen de vrijheid om fouten te maken in het digitale contact en evalueert deze om ze om te zetten in verbeterpunten.
  • Een goede professional toont dat social media en mediawijsheid een welhaast dagelijks terugkomend fenomeen is in zijn lessen en werk en besteedt daar bewust aandacht aan.
Of ik compleet ben met deze opsomming weet ik niet. Ik krijg gráág aanvullingen. Het moge duidelijk zijn dat mijn persoonlijke bevindingen in een lange lijn staan. Niettemin mag al het hierboven staande worden opgevat als precies dat: persoonlijke bevindingen, maar ik ben net zo benieuwd naar argumenten tegen mijn stellingname als naar aanvullingen.

woensdag 6 november 2013

Whatsapp brengt groepsdynamica in beeld

Omdat ik niet alle dagen op school ben in verband met mijn promotieonderzoek, zoeken leerlingen via allerlei media contact met mij als zij daaraan behoefte hebben. Dat vind ik prima, want de hoeveelheid berichten is gewoonlijk erg klein. Om een en ander te reguleren heb ik met leerlingen afspraken gemaakt over waar en hoe er wordt gecommuniceerd. Zo begeleid ik profielwerkstukken in een aparte, afgesloten groep op Facebook en via dat medium heb ik ook een groep voor mijn examenleerlingen. Het is opvallend hoeveel sneller ik een meerderheid bereik via Facebook dan via de schoolmail.

Mijn 3 havo-leerlingen zien niets in zo'n Facebook-groep. Zij hebben zelf voorgesteld om Whatsapp te maken. Vrij onmiddellijk heeft een enthousiaste leerling alle klasgenoten en mij samengevoegd in een groep. Mijn doel om daar gelegenheid te geven aan inhoudelijke vragen heb ik echter niet meteen bereikt. Met name de eerste avond na de oprichting van de groeps-app heeft mijn telefoon dermate voortdurend getrild dat ik het apparaatje maar heb uitgezet.

De volgende ochtend staat de teller op 316 nieuwe berichten. De meerderheid van de berichten blijkt afkomstig van drie leerlingen en de inhoud is kort, flauw en niet ter zake doend. Via Whatapp is het mogelijk om in elk geval een txt-bestand te maken van dit alles en precies dat bericht heb ik in de volgende les getoond op het bord. Daarbij heb ik geen waardeoordelen uitgesproken over de inhoud, maar ik heb aan de leerlingen gevraagd wat ik aanmoest met deze gang van zaken.

Allerlei leerlingen hebben een buitengewoon rode kleur gekregen. Samen hebben we gepraat over wenselijk gedrag, de behoefte aan een klassenapp waarin naar hartelust gespamd kan worden en over het feit dat ik in een grote hoeveelheid spamberichten niet ga zoeken naar een mail die wél belangrijk is voor mij of iedereen. Afgesproken is dat de les natuurlijk de plek is waar vragen gesteld kunnen worden, maar dat Whatsapp een prima alternatief is voor mijn regelmatige absentie op school.

Wat vooral aardig is aan het in beeld brengen van zo'n berichtenstroom is dat je zo duidelijk kunt zien wat er eigenlijk gebeurt in en groep. In een klassenapp gedragen leerlingen zich precies als in de fysieke klas. Vooral de grapjassen nemen veel ruimte in en via het digibord heb ik ze goed kunnen confronteren met hun opvallende en veelvuldige aanwezigheid. Het is ze zo duidelijk dat veel communicatie van klasgenoten verdwijnt in de lawine van hun spam. Het deed mij denken aan mijn chatlessen van weleer.

Het resultaat is dat de leerlingen nu zelfstandig op het idee zijn gekomen om een klassenapp te maken zonder mij en één met mij. Via die laatste app heb ik sindsdien slechts één vraag gehad en die is snel daarna door een andere leerling beantwoord met iets als: "Dat had Wijngaards al gezegd!" De leerlingen nemen de app serieus en ik kan dat nu ook doen. Op deze manier geef ik weliswaar Nederlands, maar krijgen we allemaal een mooie les in mediawijsheid cadeau.

dinsdag 8 oktober 2013

Lerarencongres: over de Promotiebeurs voor leraren (NWO)

Vandaag heb ik mogen spreken op het buitengewoon leuke Lerarencongres in Ede. Het was de eerste keer dat organisator De Onderwijscoöperatie het evenement heeft georganiseerd. Het belang van deze bijeenkomst voor professionals is nog eens extra onderstreept door de aanwezigheid van Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, en Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad. Niemand minder dan Susanne Winnubst (Leraar van het jaar 2011) en Andrew Niemeijer (Leraar van het jaar 2009) verzorgden de opening. De eerste speelde een thuiswedstrijd, want haar ROC A12 was gastheer van het gebeuren, de laatste is ook een van de eerste laureaten van de Promotiebeurs voor leraren van het NWO.

Leraar24 had mij uitgenodigd om te spreken over die Promotiebeurs voor leraren. Inmiddels zit ik in het tweede jaar van dit initiatief: dankzij de steun van het NWO kan ik twee dagen per week, gedurende vier jaar aan mijn promotieonderzoek werken. Meteen heb ik veel betrokkenheid gemerkt in de zaal waarin ik sprak, want er is een hoop gevraagd. De belangrijkste drie vragen herhaal ik hieronder: ze gaan over de voorwaarden voor de beurs, wat de doorslag heeft gegeven voor onder anderen Andrew (het was fijn dat hij er bij was) en mij en wat de meerwaarde is voor jezelf.

Voorwaarden voor de Promotiebeurs
Je moet minimaal een mastertitel hebben in je vakgebied en je moet 0,9 fte werken in het onderwijs. Een hbo-master is ook prima, maar omdat deze praktischer van aard zijn dan de universitaire variant is het raadzaam om goede afspraken te maken met een promotor om eventuele lacunes op te vullen op het gebied van je onderzoeksvaardigheden.

Wat de doorslag geeft
Voor alle eerste 26 laureaten van de eerste lichting en de 42 laureaten van de tweede lichting geldt dat zij al bezig waren met een promotieonderzoek voordat zij de Promotiebeurs gingen aanvragen. Dat betekent dat al deze mensen al een plan hadden liggen dat samen met een promotor is opgemaakt. De beurs is voor ons allemaal een extra steun en stimulans om ook daadwerkelijk binnen maximaal zes jaar het opus magnum te hebben staan. Volgens mij zeg ik niets verkeerds als de overgrote meerderheid van deze mensen zonder dit initiatief van de overheid toch wel door was gegaan met het promotieonderzoek, alleen hadden zij (wij) er langer over gedaan, omdat je zo'n onderzoek toch in de randen van de dag zou moeten doen.

Een plan is dus een absoluut pre om een succesvolle sollicitatie te doen. Desalniettemin zijn er buitengewoon veel collega's "onder de radar" die wel de potentie en de energie hebben om aan een promotieonderzoek te beginnen, maar die niet weten hoe te beginnen met het liggen van contacten. Voor die mensen heb ik drie starttips:

  1. Praat met je thuisfront of je de benodigde steun kan krijgen. Het is een hoop werk om naast je baan in het onderwijs te promoveren. Andrew zei het mooi: "Het is niet dat het dan ineens lesgeven-light en promoveren-light wordt. Het blijft gewoon hard werken in het onderwijs en aan je PhD."
  2. Kijk of je afstudeeronderwerp een ingang biedt voor een groot onderzoek. Of zoek naar andere zaken die je nog hebt liggen van je studie waaraan je veel plezier hebt beleefd of waarde hebt gehecht.
  3. Kijk of degene bij wie je bent afgestudeerd nog actief is of naar wie zijn opvolger is. Ga met haar of hem in gesprek. Trek die stoute schoenen aan. Of neem contact op met het NWO of met een van ons.
(Zo'n promotor moet je echt willen helpen om de aanvraag naar het NWO zo goed mogelijk te formuleren. Ik ben zo gelukkig dat mijn promotor, Prof. Dr. Wim van Anrooij (Universiteit Leiden) mij in alle fases van het proces heeft willen bijstaan in raad en daad: de eerste aanvraag, de tweede, uitgebreidere formulering van het plan en de voorbereiding van de presentatie aan de beoordelingscommissie bij het NWO. Voor die laatste ronde heb ik mij zelfs mogen laten coachen door verschillende van zijn collega's uit allerlei hoeken van de Universiteit Leiden.)

De meerwaarde
Promoveren mag je doen in wat jij leuk of belangrijk vindt. Het maakt voor een school niet uit wat je doet, want je doet onderzoeksvaardigheden op die buitengewoon nuttig zijn om door te geven aan je leerlingen of studenten. Ook als je schoolleiding niet onmiddellijk het nut van je onderzoek inziet (en dat komt bij veel van ons voor) moet je je niet laten weerhouden van het doorzetten van je plan.

De meerwaarde voor jou zit in zelfontplooiing (het hoogste behoefte volgens die goede ouwe Maslow), het avontuur voor jezelf (al zul je toch heel wat monniksuren doorbrengen met je aantekeningen, je laptop en je leeslampje) en een net zo belangrijke: je voorbeeldrol als docent. Het niet-te-onderschatten belang van je werk is mijns inziens vooral je functie als rolpatroon. Veel leerlingen, en in alle profielen (!), (en ouders!) vinden het zeker leuk om te zien dat jij je hart volgt en dat jij zo goed mogelijk wil zijn in jouw vak. Dat is misschien wel de mooiste boodschap die je aan jouw leerlingen kan meegeven: neem je leven in eigen hand.

Alle aanwezigen en mensen die ik om mijn speech heb gesproken: bedankt voor alle vragen. Als je nog meer vragen hebt: zoals gezegd, neem alsjeblieft contact op met mij, een van de andere laureaten (ik wil niet voor hen spreken, maar volgens mij heeft niemand bezwaar), of met het NWO.