zaterdag 16 februari 2019

De wondere wereld van de bibliotheken

De iets meer dan driekwart jaar die ik nu in bibliotheekland ronddwaal geeft me nog altijd het gevoel dat ik een soort Alice in Wonderland ben. Wie nog altijd het beeld heeft van een stoffige bende met strenge bibliothecarissen die voortdurend fronsend om stilte verzoeken komt bedrogen uit. Ik heb nog niet eerder een zo dynamische bedrijvigheid gezien als in de bibliotheek. En ik heb een mensenleven in onder meer het onderwijs rondgelopen, dus dat zegt wat (vind ik).

Wat maakt dat bibliotheekwezen dan zo dynamisch? Om dat inzichtelijk te maken gebruik ik de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (2015). Naar mijn mening is dat de tofste bibliotheekwet ter wereld. In bijvoorbeeld Duitsland, Engeland of België wordt de bibliotheek nog altijd in de culturele hoek gestopt. In Nederland is dat niet het geval, want de Wsob maakt dat de bibliotheek dienstbaar kan zijn aan de hele samenleving en vanuit een ruimer kader. Traditioneel valt de bibliotheek onder de wethouder cultuur in je gemeente, sinds de Wsob valt de bibliotheek onder het gehele college van burgemeester en wethouders (en dat besef dringt inmiddels ook druppelsgewijs door in de raadhuizen).

Het ruimere kader van de Wsob tracht ik in beeld te brengen met de mindmap hiernaast (klik erop om hem te vergroten). De vijf hoofdwegen vertegenwoordigen de vijf wettelijke functies van de Wsob. (Als leidend gebruik ik de wijze waarop bibliotheken verantwoording moeten afleggen aan de KB, even los van enkele inhoudelijke onvolkomenheden). In het midden staat de bibliothecaris, in mijn persoonlijke optiek de spil van het geheel.

Collectie staat centraal
Volgens mij staat de collectie van de bibliotheek niet alleen meer voor de boeken en materialen die er te vinden zijn. Minstens zo belangrijk is de bibliothecaris. Die moet van heel wat markten thuis zijn, want je moet zowel kennis hebben van de zaken die je in huis hebt, als van de wereld om je heen, als je bibliothecaris wil zijn. Van binnenuit ben je bezig met je boeken en materialen, van buiten uit ben je verbonden met je netwerk. Community librarian heet je dan, volgens bibliotheekwetenschapper David Lankes, die er verschillende fraaie boeken over heeft geschreven (zij het vanuit Amerikaans perspectief).

Vanuit de vijf functies van de Wsob doe je je werk. Je moet maar eens de website van de eigen bibliotheek bekijken. Je zult alle activiteiten kunnen herleiden tot een van de vijf:


  • Kennis en informatie: waarbij je naast lezingen kunt denken aan trainingen voor bijvoorbeeld werkzoekenden, of mensen die moeite hebben met het lezen van bijsluiters, het invullen van belastingformulieren of speciale colleges voor kinderen. Voor universiteiten is de bibliotheek een liefdevolle omgeving voor promovendi die hun diep doorwrochte onderzoeksresultaten willen delen met niet-vakgenoten.
  • Educatie en ontwikkeling: van oudsher werken bibliotheken en onderwijs graag samen. Tegenwoordig is een belangrijk deel van de activiteiten van de bibliotheek het ondersteunen van scholen op het gebied van mediawijsheid en informatievaardigheden. Bovendien zijn Taalhuizen een zichtbare manier waarop bibliotheken Nederlands- en anderstaligen helpen bij het verbeteren van hun taalvaardigheden. Hier is de bibliotheek gewoonlijk een van de leden van een netwerk waarin scholen, bedrijven, welzijns- en andere organisaties samenwerken.
  • Kennismaken met literatuur en leesbevordering: dit is de traditionele tak van de bibliotheek en het is geen wonder dat hier de meeste activiteiten te noteren zijn. Zowel binnens- als buitenshuis ondersteunt de bibliotheek allerlei mensen van onderwijs tot leesclub.
  • Ontmoeting en debat: het is vrij logisch dat je in een bibliotheek mensen kunt ontmoeten. Van eminent belang is hierbij het gebouw geworden. Daar moet de heilige drie-eenheid koffie-wifi-stroom aanwezig zijn, zodat je langdurig kunt studeren, lezen of kletsen. Plaatselijke politici en ondernemers kunnen hier in debat gaan met wie wil meedoen.
  • Kunst en cultuur: op allerlei manieren kan de bibliotheek de burger laten kennismaken met kunst en cultuur. Gewoonlijk gebeurt ook dit met alle andere culturele organisaties in de gemeente. Regelmatig staat er ook wel een aardige lezing op de agenda.
Een spin
Op de mindmap staan allerlei losse woorden tussen de lijnen. Hier heb ik voorbeelden van de vele organisaties gestrooid uit het sociale netwerk van de bibliotheek, in algemene zin dan. Hiermee probeer ik duidelijk te maken dat de bibliotheek een logische partner is geworden voor zo'n beetje elk bedrijf of instelling dat of die op zoek is naar bruikbare informatie. 


Wel moet gezegd worden dat het beeld dat je bij het woord bibliotheek hebt sterk afhankelijk is van de visie van de koepel waartoe je bibliotheek behoort. Sommige koepels werken met veel vrijwilligers op de vloer en meer ambulante programmeurs, andere hebben juist liever weer de inhoudelijk sterke bibliothecaris. Je gang naar een bibliotheek zal in elk geval vrijwel niet teleurstellend moeten zijn.

Ik vind het maar een wonderlijke wereld, het Nederlandse bibliotheekwezen. Deze mindmap is maar het topje van de ijsberg. Er valt nog meer dan genoeg te ontdekken. Voel je dan ook vrij om me daarbij te vergezellen.

zondag 3 februari 2019

Vrouwen en kinderen eerst? Moet dat?

Een aardige en soms confronterende manier om te bestuderen hoe seksistisch je bent is om een Ambivalent Sexism Inventory Test te doen (tevens wellicht goed voor je Engels). Dat gedachtegoed komt voort uit de Amerikaanse psychologie (Glick & Fiske) uit de jaren 1990. Het idee is dat verreweg de meeste mensen onbewust en onbedoeld seksistische opvattingen hebben. In de test kun je reageren op uitspraken als 'Vrouwen worden graag positief gediscrimineerd, maar vermommen dat als gelijke rechten', 'Je bent pas een vent als je de liefde hebt van een vrouw' of 'Bij een ramp moeten vrouwen verplicht eerder gered worden door mannen'.

Deze theorie is niet los te zien van het invloedrijke Gender Trouble (1993, als Genderturbulentie geredigeerd in onze taal te lezen) van de Amerikaanse filosoof Judith Butler. Zij stelt dat wij allemaal genderneutraal ter wereld komen. Onze opvoeding, cultuur en maatschappij leert ons vervolgens dat we een bepaald geslacht hebben en dat daar een bepaald gedrag bij hoort. We kleden meisjes in jurken, laten ze met poppen spelen en jongens dragen broeken en worden geacht op avontuur te gaan. Van Butler's ideeën uit is de hele queer theory ontstaan die alle vormen van gender vanuit een filosofisch kader verklaren en plaatsen.

Wat we onze kinderen voorschotelen
Als ik me even beperk tot kinderboeken, dan heb ik het idee dat we over de hele breedte zeker meer verhalen kunnen lezen waarin jongens en meisjes samen optrekken en er geen grote 'genderturbulenties' zijn. We kunnen met een gerust hart heel wat kinderboeken aan onze kinderen voorlezen of door ze laten lezen. Toch meen ik dat er juist op het onbewuste niveau nog wel wat terrein te winnen is.

Nu beperk ik me nog wat verder, namelijk tot drie kinderboeken uit 2018, die momenteel met een ster te lenen zijn bij de meeste openbare bibliotheken. Het zijn alle drie prachtige uitgaven, met de nodige aandacht en zorg geschreven en geïllustreerd. Met de Ambivalent Sexism Inventory in mijn achterhoofd heb ik bij deze stomtoevallige selectie (deze drie waren op het moment van uitzoeken niet uitgeleend) zonder langer dan enkele minuten te zoeken wat bevindingen gedaan. Die som ik even per titel op.

Bakken met Jill | Jirn Schirnhofer
De creatieve en vrolijke Jill Schirnhofer is een groot idool van mijn dochters. Terecht, want ze schudt ogenschijnlijk gemakkelijk indrukwekkende tekeningen en friemelornamenten uit haar mouw en alles wat zij maakt ziet er meteen geweldig uit. We kunnen het de auteur misschien niet kwalijk nemen, maar in de marketingteksten wordt duidelijk dat het boek is 'bedoeld voor meiden die graag net zulke mooie en lekkere dingen willen bakken'. Je zou maar een jongen zijn die graag cupcakes wil versieren met glitters en chocola.

Juf Braaksel en de magische ring | Carry Slee
Carry Slee mag inmiddels een begrip worden genoemd in de wereld van het kinderboek. Deze laatste toevoeging aan haar grote oeuvre is een gelaagd verhaal over een basisschool waar een een leuke, jonge lerares wordt geteisterd door een vreselijk, oud wijf dat schoolhoofd is geworden, juf Brakel, 'Braaksel'. Een soort Bulstronk light naar mijn smaak.

'Ik heb een nieuwe regel ingesteld,' zegt juf Brakel. 'Hij komt ook op het scherm in de hal te staan, maar ik licht het toch nog even toe zodat er geen misverstand ontstaat. Vanaf nu worden hier op school geen verjaardagen meer gevierd. Die onzin kost alleen maar tijd. Met zingen voor de jarige en vertellen wat de jarige heeft gekregen en het trakteren, zijn jullie op zijn minst een kwartier kwijt. En dat gemiddeld 30 keer 15 minuten. Daan, hoeveel minuten zijn dat?'

Hoe dan ook, de duivel wordt niet genoemd, maar ook hier meen ik weer een onbewust, gedateerd verhaalmotief te zien. Slee had ook kunnen kiezen voor een ervaren, oudere schooljuf die in conflict raakt met zo'n management-kantoortaal-bullshitbingo-dame van midden dertig.

Kan Dr. Proktor Kerstmis redden? | Jo Nesbø
Ook hier een uiterst vermakelijk kinderboek, dit keer met allerlei kleine kleurenplaatjes tussen de regels door. Mijn negenjarige zelf was hier uiterst content mee geweest, als het toen al had bestaan. Toch lees ik vrij voorin (ik ben zo verstandig geweest het paginanummer niet op te schrijven, maar het is onder de 20, meen ik):

'Toen ik (= Bulle. MW) op poolexpeditie ging, zette ik mijn eigen leven op het spel en dacht maar aan één ding.' Hij stak een ongelooflijk klein wijsvingertje in de lucht. 'Vrouwen en kinderen - oké, vooral vrouwen - redden van de kou en de honger. Met eenvoudige hulpmiddelen. [...]'

Tijd voor discussie?
Kan het allemaal kwaad, die onbewuste verhaalmotieven? Weet ik niet. Ik ben geen expert. Wel vallen ze mij op. Wel komen de vragen in mij op wat we met dit soort dingen moeten als opvoeder, als pedagoog, als collectioneur. Als vader van twee dochters die in toenemende mate kritisch zijn vind ik het wel fijn om zelf zo bewust mogelijk met deze materie om te gaan. Met wat ze lezen, wat ze zien op tablet en tv en met het speelgoed dat ze al dan niet wordt opgedrongen. Wie het weet mag het in elk geval zeggen.

zondag 20 januari 2019

Stiefmoeder, maar toch oké

In de trein hoorde ik een jongen (die ik rond de zeventien jaar inschatte) zeggen tegen een (ongeveer even oude) andere jongen: 'Ja, ze is wel mijn stiefmoeder, maar ze is wel oké.' Dat vond ik een interessante mededeling. Met name vanwege die tegenstelling dat de vrouw in kwestie ondanks haar functieomschrijving positief wordt omschreven.

Het venijn zit 'm in het voorvoegsel 'stief'. We weten niet precies waar het vandaan komt en wat het is, maar het voelt ergens niet goed. Stief. Dat smaakt niet lekker in je mond. Typisch weer zo'n venstertje naar het verleden dat deze jongen onbewust opende.

In de literaire traditie komen stiefmoeders er niet best van af. Überhaupt oude vrouwen. Als er in bijvoorbeeld sprookjes sprake is van de combinatie jonge vrouw en stiefmoeder dan staat dat garant voor problemen. Sterker nog, de duivel wordt er altijd op een of andere manier bij betrokken. De duivel als reëel bestaand persoon en aanjager van het kwade dat die stiefmoeder als zijn instrument gebruikt.

Ongeremde seksuele driften
In algemene zin wordt de alleenstaande oude vrouw, de weduwe, in de literaire traditie al snel verdacht van allerlei vreselijk gedrag. Vrouwen hebben vanuit de middeleeuwse traditie de naam emotioneel instabiele wezens te zijn (de woorden 'hysterie' en 'utero' zijn etymologisch verwant). De vrouw zou allerlei driften vertonen, met name seksuele en deze kunnen alleen beteugeld worden door haar onder toezicht te stellen van een man. Mannen zouden namelijk stabiele wezens zijn. Dat betekent dus dat een vrouw hetzij een vader, een voogd of een echtgenoot heeft die haar begeleid. Als een oude vrouw eenmaal al deze mannen heeft overleefd staat ze er alleen voor en wordt zij weer sneller verdacht van alle ellende.
Bovendien zouden oude vrouwen snel jaloers zijn op jonge vrouwen. Die zijn nog mooi. Die kunnen nog kinderen krijgen en nog volop kunnen genieten van het creatieve proces dat Tot zwangerschap kan leiden. Zij hebben immers een echtgenoot die hun behoeften niet alleen kan beteugelen, maar ook bevredigen.

Volgens deze traditie is een oude vrouw hierdoor dus een gemakkelijke prooi voor de duivel. Ze sluiten dan gemakkelijk een pact met de duivel en dat pact is geen contract. Dat werd gezien als seks hebben met de duivel in de ruil voor haar zielenheil.

De duivel kan wel inpakken
In de vroegste teksten van allerlei verhalen waar oude en jonge vrouwen met elkaar worden geconfronteerd zie je dat dat verband op de een of andere manier erbij wordt gehaald. De oude vrouw bedenkt meestal een list om de jonge vrouw uit te schakelen en altijd wordt de jonge vrouw ervan beschuldigd een creatie van de duivel te zijn. Zij is zo mooi, dat kan niet waar zijn.

Ook is het mogelijk dat een oude vrouw ervan wordt verdacht een duivels schepsel te zijn. Dan wordt er met name gedoeld op haar venijnige, listige en gemene gedrag. Het meest sprekende geval vind ik een passage in de prozaroman Frederick van Jenuen. Daarin wordt een prachtige koopmansvrouw belaagd door een man die de opdracht heeft gekregen te bewijzen dat zij ontrouw is tijdens de afwezigheid van haar echtgenoot. Deze schurk wil haar huis binnenkomen, maar hij heeft geen idee hoe hij dat moet aanpakken. Vervolgens bedenkt hij dat een oude vrouw de hem ontberende, kwaadaardige creativiteit moet hebben, want die staat dichter bij de duivel. De passage die volgt gaat zelfs een stap verder. Hier wordt beweerd dat het kwaad van oude vrouwen nog veel erger is dan dat van de duivel. Zelfs de duivel moet hoofdschuddend toegeven dat venijnige oude wijven een kwaad weten te bedenken dat hij zelf nooit had kunnen bedenken:

'[...] dat oude wijf scheen te zijn een eerbaere duechdelike vrouwe / maer van binnen was si vol archs ende fenijns gegoten / ende vol quader valscher practijcken / gelijc die oude wijfs dicwil zijn/want het is een out segghen / Dat die duyuel dye boose gheest niet en can met zijnder listigher subtijlheyt volbrengen / dat can wel een oudt quaet wijf toe brenghen / ghelijcmen in veel exempelen bescreuen vint / ende ghelijck alst oock hier wel blijct / want die duyuel qualick soude hebben gedaen dat dit oude valsce boose wijf bi bracht.'

Over schoonmoeders en vroedvrouwen
De enorme overlevering aan schoonmoedermoppen komt voort uit dezelfde opvattingen over oude, alleenstaande vrouwen. In de prozaroman Margriete van Limborch staat de jaloezie van de schoonmoeder aan de basis van alle ellende die de jonge Margriete ten deel valt: Margriete moet wel een schepsel van de duivel zijn, dat haar zoon Etzytes zo verliefd op 'dit sleterken' wordt. Weer die driehoek jonge vrouw-oude vrouw-duivel.

In de prozaroman De Zwaanridder sluit de schoonmoeder, Matabrune, zelfs een deal met de vroedvrouw. De jonge vrouw in dit verhaal is al zwanger. Samen bedenken ze een plan hoe ze de aanstaande kleinkinderen van Matabrune kunnen elimineren. Die vroedvrouw zit in het collectieve geheugen ook al snel in de verdachte hoek van de duivel. 

Oude vrouwen eindigen in prozaromans gewoonlijk op de brandstapel. Naast de verdorven dames in Margriete van Limborch en De Zwaanridder geldt dat ook voor De verduldige Helena en vast ook nog prozaromans waar ik op het moment van schrijven niet aan denk. En waar doet het verbranden van oude dames me ook alweer aan denken?

Heksenprocessen
In de sprookjes van bijvoorbeeld Sneeuwwitje en Doornroosje is de stiefmoeder een heks. Een heks is een oude vrouw die zich inlaat met magie. Een oude man die zich met magie bezighoudt is meestal een wijze tovenaar, maar dat even terzijde.

Heksen worden traditioneel ook geacht met de duivel samen te spannen. Het was een soort collectief, onbewust verband dat bijvoorbeeld in de zestiende eeuw common sense was. Naast in de literaire traditie zien we dat verband ook terug in de heksenprocessen uit die tijd. Deze hebben zich  voornamelijk afgespeeld in het Duitse taalgebied. (Vergelijk Burke 2009, 224-225, een zeer lezenswaardig boek.)

Lyndal Roper heeft dit denkbeeld tegen in alle verslagen en processtukken van die heksenvervolgingen. Die zijn veelvuldig bewaard. Door deze te bestuderen kwam Roper erachter dat de meeste vrouwen van hekserij werden beschuldigd door jonge vrouwen. Het patroon dat was te zien was dat een oude vrouw paste op het pasgeboren kind van de jonge vrouw. Het kind kwam te overlijden, door welke reden dan ook, en de oude vrouw kreeg hiervan de schuld, zij werd er door de jonge vrouw van verdacht een heks te zijn. De oude vrouw werd opgepakt en onder vreselijke martelingen moest zij ervan getuigen seks te hebben gehad met een duivel. Daarna was haar doodstraf onafwendbaar.

De verbanden tussen seks met de duivel, seks met dieren (met name honden), dreigende kindersterfte, jaloerse oude vrouwen en vruchtbare, eerbare jonge vrouwen in de historieliederen laten zien dat er een grote stroom aan collectieve ideeën bestond over vrouwen. Deze denkbeelden vinden we terug van liederen tot aan de heksenprocessen. Ook in de Teufelsliteratur die populair is in de tijd van de heksenvervolgingen. In hetzelfde taalgebied, het Duitse, worden in de negentiende eeuw vertellingen opgetekend door allerlei verzamelaars, zoals de gebroeders Grimm. En via allerlei moderne interpretaties van dat materiaal van Disney tot de Efteling hebben die denkbeelden ons bereikt, in onze tijd.

Zo kan het dat twee jongens in hun volkomen onschuld praten over een stiefmoeder en zo een venstertje bieden naar een verleden dat we nog niet helemaal collectief hebben verwerkt.

zondag 6 januari 2019

Nashvilleverklaring: doorwerking van middeleeuws gedachtegoed

Vandaag kwam het nieuws aan het licht dat een grote groep orthodox-gereformeerde en -hervormde predikanten en gelijkaardige notabelen een zogenaamde 'Nashvilleverklaring' hebben ondertekend. Dat is een Nederlandse vertaling van een document uit de Amerikaanse biblebelt over 'Bijbelse seksualiteit'. Wat dat zo ongeveer is staat daarin. In het document leeft allerlei middeleeuws gedachtegoed voort dat allicht niet thuis hoort in een tijdperk waarin emancipatie zich eindelijk heeft doorontwikkeld tot inclusiviteit.

Middeleeuws gedachtegoed
Wat min of meer in de late, verstedelijkte middeleeuwen opgeld doet is het idee van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Om allerlei pragmatische redenen is het handig als in de nieuw opgekomen en drukbevolkte steden de verhoudingen tussen man en vrouw helder worden gedefinieerd. De man gaat buiten de deur geld verdienen en de vrouw zorgt voor het huis en de kinderen. De werkelijkheid is nooit zo zwartwit gescheiden geweest, maar de idealen waren duidelijk.

Een populair verhaal vanaf de late middeleeuwen tot in de vroege twintigste eeuw als model heeft gediend is dat van Griseldis (oorspronkelijk uit de Decamerone van Boccaccio). Dat gaat over een edelman, Gautier, die wil trouwen met het eenvoudige boerenmeisje Griseldis. Om aan zijn hofhouding te tonen dat zij een geschikte echtgenote is vernedert hij haar op allerlei vreselijke manieren en toch ondergaat zij alles zonder te klagen. Een vrouw moet immers gehoorzaam zijn aan haar man, zo is de boodschap.

In het historielied Griseldis staan de huwelijkse voorwaarden van Gautier het beste verwoord - beter nog dan in de prozaroman, waarop het lied is gebaseerd. Deze condities beslaan maar liefst vijf strofes (16 - 20):


‘'t Belieft u Vader gepresen,
dat gy sylt myn Huysvrouw zyn.
Salt uwen wil ook wesen,
daar op berichten myn.
Ofte ik u, Lief verheven,
traut voor myn Huysvrouw saan?
Ofte gy my al u leeven
sou wezen onderdaan?’


Een vrouw moet dus onderdanig zijn aan haar man. De man is de baas in huis. Een vrouw mag ook niet boos worden op haar man. Ook niet als hij een slechte beslissing neemt. Zij mag immers niet twijfelen aan zijn oordeel:

‘Gy sult tot geene tye
op my wesen vergromt,
maar altoos even blye,
wat u ook overkomt.
Dat gy tot geen termyne
sult zyn op myn verstoort.
Stelt uwen wil in myne,
als een goe Vrouw behoord.’


‘Sy sprak: ‘Genadige Heere,
ik dat niet weerdig ben,
te komen tot sulker eere.
Maar is dat uwen zin,
myn genadige Heer verheven,
zoo gedenkt immernigt
dat ik u al myn leven
zal geeve een kwaad gezigt.’


Griseldis belooft dat ze volledig trouw zal zijn. Zelfs als hij haar besluit te doden, dan nog zou ze dat dankbaar aanvaarden:

‘Ik sal myn Heer verheven,
als een goe Vrouwe ziet,
gehoorzaam zyn myn leven
en doen dat gy gebied.
Om de vriendschap te werven,
dat my mag komen aan.
Al soud gy my doen sterve,
ik sal 't in dank ontfaan.’


‘So waar ik een Vrouw misdaedig,
deed ik myn Man verseer.
Gehoorsaamheid gestaedig,
dat is der Vrouwen eer.’
Hy sprak tot al zyn Heeren
ende Jonkvrouwe fyn:
‘Siet, deese schamel deeren
sal myn Huysvrouwe syn.’


Waar zijn de LGBTQ+-mensen?
Pas ergens in de achttiende eeuw zijn mensen die geen heteroseksuele gevoelens hebben voorzichtig uitgekomen voor de gevoelens die ze wel hadden. Geen wonder dat we in verhalen en teksten voor die tijd geen LGBTQ+'ers tegenkomen zoals we ze tegenwoordig allemaal erkennen. In de Bijbel zul je dan ook vergeefs zoeken naar een uitspraak van Jezus over de - zeg even voor het gemak - niet-hetero's. Ja, iets over eunuchs in Mattheüs 19:12, maar dat is a. niet hetzelfde en b. onderbouwd met zoiets als: 'Wie het begrijpt begrijpt het.'

Vrij veel theologen zijn het erover eens dat de Bijbel dan ook niet letterlijk geïnterpreteerd moet worden. En als je dat wel doet, dan zul je de context in ogenschouw moeten nemen. Die context kunnen we niet helemaal doorgronden, aangezien de laatste teksten uit de Bijbel stammen uit de eerste eeuw en er zit nu eenmaal een hoop tijd tussen toen en nu. Zoals wat we nu middeleeuwen noemen en vroegmoderne tijd, waarin weer allerlei nieuwe interpretaties van de Bijbel de ronde zijn gaan doen.

Iets over Bijbelse verdraagzaamheid
Boven de Nashvilleverklaring wordt een psalm aangehaald: 'Weet dat de HEERE God is; Híj heeft ons gemaakt – en niet wij –…' Psalm 100:3. Laten we even meegaan in die gedachtegang. Als God ons allemaal heeft geschapen, dan heeft hij allerlei mensen van ons geschapen als L, G, B, T, Q of +. Eerlijk is eerlijk.

Van Jezus weten we dat de kern van zijn boodschap twee elementen bevat: ten eerste dat je God met heel je hart, ziel en verstand moet liefhebben. Dan zul je dus ook zijn creaties moeten liefhebben. Dat betekent dat je zuinig moet zijn op de hele schepping, op de aarde en dus ook op elkaar. Voor de duidelijkheid is dat dan ook element twee: heb je naaste lief zoals jezelf. Het wordt in Bijbelvertalingen nogal eens het Grote Gebod genoemd (Mattheüs 22: 34-40).

Dat Grote Gebod na te leven vergt veel moed. Je zult dus niet zomaar mogen oordelen. Ook niet of een L, G, B, T, Q of + allerlei gevoelens moet onderdrukken of ontkennen. Of jouw hulp daarbij nodig heeft. In die zin zou het alleen maar toe te juichen zijn dat je de regenboogvlag uithangt. En niet teveel rommel maakt.

We hoeven ons dan ook niet allemaal voort te planten. Sommige mensen kunnen dat nu eenmaal niet. Jezus' volgeling Filippus was dan ook uitermate verdraagzaam voor zo iemand in Handelingen 8: 26-40.

Venster naar het verleden
Wat de ondertekenaars van de Nashvilleverklaring schetsen biedt ons een indrukwekkende blik naar een geromantiseerd verleden dat nooit echt heeft bestaan. De werkelijkheid is nu eenmaal te weerbarstig. Ik ben benieuwd of Jezus - met de kennis van nu - het zelf ondertekend zou hebben. Ik meen van niet.

Wat ik schandalig vind is dat met de heren Van Dijk en Van der Staaij een Eerste en Tweede Kamerlid openlijk getuige achter dit document te staan. Is dat niet in strijd met Artikel 1 van de Grondwet, want discriminatie? Dat mag wel eens gerechtelijk onderzocht worden.

De Nashvilleverklaring vind ik zoiets als het Openluchtmuseum: je bent daar kortstondig gefascineerd bij het idee dat mensen water moesten halen bij de dorpspomp, moesten poepen in een koud hok boven een gat en sliepen op stro. Als je naderhand naar huis gaat ben je blij dat je thuis stromend water hebt, een hangende wc en een dekbed. En wifi. Ofwel: dat je leeft in het heden. De in de verklaring opgestelde ideeën over seksualiteit horen aantoonbaar thuis in een ander tijdperk dan het onze.

dinsdag 24 april 2018

Naar de bibliotheek

Uit allerlei onderzoek komt altijd weer naar voren dat kinderen voor min of meer hun elfde plezier moeten hebben in het lezen - of tenminste dat lezen positieve bijverschijnselen heeft (bijvoorbeeld hier). Waarom? Omdat kinderen met veel meer gemak en genot hun schoolse taken blijken te doen, maar vooral ook getuigen van meer inlevingsvermogen en meer doorzettingsvermogen. Een boek is volgens de onvolprezen auteur Neil Gaiman 'een kleine empathiemachine' en ik denk dat we het zowel aan de kinderen als aan de samenleving verplicht zijn om die machines zoveel mogelijk in te zetten.

Voor veel volwassenen is lezen iets dat ze opnieuw ontdekken, vooral als ze met de voor hen juiste boeken in aanraking komen. Wie eenmaal ergens is geslaagd of afgestudeerd - en enige rust heeft voor wat betreft werk en inkomen - is er ineens opvallend veel ruimte voor verhalen die je in het hoofd plaatsen van iemand anders, ergens anders. 'Als ik lees dan ben ik rijk', zong Jack Poels van Rowwen Hèze en hiermee verwoordde hij hoezeer je het aan jezelf bent verplicht om de empathiemachines ter hand te nemen.

Ik denk dat er een verband bestaat tussen weinig of gering lezen, de al dan niet vermeende verlaging van het niveau van ons onderwijs, de toename van populisme, de toename van taalfouten in de openbare ruimte en de onbewuste omgang met nepnieuws. Niet dat alles is op te lossen met inlevings- en doorzettingsvermogen, maar we zouden er een enorme stap voorwaarts kunnen zetten. Dat brengt ons ook weer bij de slotsom dat lezen goed is.

De bibliothecaris
Een logische gevolgtrekking van deze conclusies zou zijn dat je jezelf en je kinderen - tot tenminste aan hun elfde verjaardag - onderdompelt in zoveel mogelijk boeken. De daaruit voortvloeiende consequenties zijn óf dat je een enorme collectie thuis gaat aanleggen, óf dat je kinderen meeneemt naar de bibliotheek. Voor verreweg de meeste mensen zal de laatste optie de meest haalbare zijn.

Voor mij is een goede bibliotheek altijd een plek geweest waar niet alleen allerlei bronnen aanwezig zijn, maar vooral ook mensen die deze met plezier voor mij ontsluiten. 'Een ruimte vol boeken is alleen maar een ruimte vol boeken. Een lege ruimte met een goede bibliothecaris is een bibliotheek in wording', zegt David Lankes, een van de belangwekkendste denkers over het nieuwe bibliotheekwezen.

De beste bibliotheek doet aan community building. Er wordt gealfabetiseerd, ingeburgerd, geprogrammeerd op elk denkbaar gebied van het menselijke wezen, gepraat, gemusiceerd, geëxposeerd, gestudeerd en nog veel meer. Het bestaat er allemaal naast elkaar: stilte, wifi en stroom versus een praatgroep versus koffie en een krantje. Er wordt samengewerkt met leraren, curatoren, politici, politieagenten, verzorgers, welzijnswerkers, kennismakers en iedereen die wil bijdragen aan de gemeenschap van wie de bibliotheek is.


Persoonlijke noot
En de bibliotheek, daar ga ik naar toe. Daar ga ik eigenlijk naar terug. Na 22 jaar lessen en colleges te hebben gegeven in allerhande vormen van onderwijs ben ik vanaf 1 mei aanstaande geen leraar meer, maar bibliothecaris. Binnen de NOBB (Noordoost Brabantse Bibliotheken) ga ik aan de slag als locatiemanager van de openbare bibliotheek Uden en als bestuurder. Het is na vrijwel een jaar van ampele overwegingen geweest dat ik deze nieuwe en tegelijkertijd vertrouwde weg heb gekozen. Het Goede Werk blijf ik dus doen, maar vanuit een andere optiek. De vijf in de wet verankerde bibliotheekfuncties (artikel 5) verschillen in niets van het werk dat ik als neerlandicus heb gedaan. (Derhalve blijft ook dit blog een edublog.)

Alle aardige en ter zake kundige mensen die ik de afgelopen jaren heb ontmoet uit onderwijs, wetenschap, bedrijfsleven, politiek, OCW en aanverwante organisaties, vakbonden, public speaking, wetenschappelijke en openbare bibliotheken, media en podiumkunsten wil ik uitnodigen om in discussie te blijven over het nut en de functie van de bibliotheek. Als zij dat nog niet doen. En om die gesprekken met mij aan te gaan, zodat ik veel kan leren.

Omdat al zolang uit onderzoek blijkt wat voor baat mens en maatschappij heeft bij het lezen, omdat ik me zorgen maak over het ontlezen - met name de geringschatting van de historische letterkunde - omdat ik zo graag empathie en doorzettingsvermogen in onze samenleving verankerd zie, ga ik graag als bibliothecaris verder met in wezen hetzelfde werk dat ik al deed. Vanuit mijn nieuwe functie wil ik gaan zoeken naar wat een goede bibliothecaris is en een goede bibliotheek, samen met mijn nieuwe collega's van de NOBB. Iedereen met wie ik de afgelopen jaren van gedachten heb gewisseld - via welk kanaal dan ook - wil ik blijven uitnodigen om met alle behulpzame feedback te blijven komen.

maandag 1 mei 2017

Wie helpt mij? Waar zijn de boeken van Dirck Jansz (begin 17e eeuw)?

In mijn onderzoek naar historieliederen op basis van prozaromans stuitte ik op een boekenlijst van een heerboer uit het begin van de zeventiende eeuw. Deze boekenliefhebber, Dirck Jansz leefde in het Friese dorp Sint-Annaparochie in Het Bildt. Tussen 1604 en 1636 hield hij een aantekeningenboek bij waarin hij allerlei zaken noteerde die hem bezighielden. Veel aandacht besteedde hij aan berichten over zijn familie en het dorp waarin hij woonde en dat maakt het boek sowieso lezenswaardig, omdat het op allerlei momenten erg ontroert. Daarnaast verwees Dirck Jansz naar zijn landbouwactiviteiten, de weersomstandigheden, de oogst en de handel. Te midden van al deze aantekeningen gaf Dirck Jansz een overzicht van de boeken die hij bezat.

In zijn boekenlijst zette Dirck Jansz zijn uitgave van het Nieuwe Testament (nummer 1) voorop, gevolgd door een kroniek ‘van Holland, Zeeland en Friesland’ (2). Kennelijk vond hij die teksten het belangrijkste. Daarna volgde een serie van dertig titels van prozaromans (3 tot en met 23, 25, 28, 29, 34, 36 en 41 tot en met 44), een reden waarom de boekenlijst interessant was voor mensen die prozaromans onderzochten, zoals Kruyskamp en Debaene. Na nummer 2 lijkt de boekenlijst geen duidelijke ordening meer te vertonen. Immers, Jansz onderbrak zijn opsomming van prozaromans door het noemen van liederenbundels (24, 26, 32 en 38), geestelijke lectuur (27, 35, 36 en 39), een almanak met voorspellingen (30), een kroniekje (31), een dialoog (33) en een boekje over schrijfkunst (34). Met name één van die liederenbundels heeft mijn grote interesse. Ik ben met name benieuwd naar het convoluut (= bundel met zomaar bijeengebonden exemplaren) met de kleine historiën die zangswijs zijn gesteld - Kruyskamp worstelde nog met die term -, die op nummer 38 staat in zijn boekenlijst.


Mijn grote vragen luiden:

Waar zijn al deze boeken gebleven? Wie weet waar ze zijn? We kan me helpen?


Hier is de boekenlijst zoals deze is weergegeven in de onvolprezen uitgave Het aantekeningenboek van Dirck Jansz van P.Gerbenzon (Hilversum: Verloren, 1993).



Jtem   Het rijerster van alle die boecken

Ten ersten een niew testemendt Dat eerste
1
Ten tweden een kroniecke van hollandt   selandt  ende frieslandt
2
noch een hijstoerije van maeldegijis die ros beijierdt wan
3
noch een hijstorie van Jan van paerijes koenijnck van vrancrieck
4
noch een hijstorie van den eedelen stowten Redder gaelmij
5
noch een hijstorie vanden eedelen redder peter van prowencien
6
noch een boeck Jnhowdende het verraet van eenghellandt
7
noch een boeck Jnhoudende vier historijen
een van virgijles   een van partinoples   Die graewe van bleijs   een van sandrien   Eende Landtsloedt   een van alexander van medts   Die in tvrkiijen gewanghen wart
11
noch een Hijstorije vand onderganck dar stat Jerwselem
12
noch een hijstorie vanden sewen vroeden van roemen
13
noch een hijstorie van florijes ende blancefloer
14
noch een hijstorie van clamijdes ende de schone claermonde
15
noch een hijstorie van mariken van nemwegen
16
noch een vanden redder metter swanen
17
noch een hijstorie vanden prense melijawdes   genaent den redder met het crvijse
18
noch een hijstorije van esoepes faebelen
19
noch een clweft boeck
20
noch een van wlenspeghel
21
noch een raedtsels boeck
22
noch een van reijnnaerdt de vos
23
noch een niijar sang boeck
24
noch een van dochter vawstes
25
noch een geesen sang boeck
26
noch een trowhertijghe vermanige aen het neder Landt
27
noch een hijstorie vant sotten schep
28
noch een awontwer boeck van awontweren
29
noch een gex almenack ende pronostijcacie
30
noch een corte cronieke wt veel cronicken
31
noch een ammerwees sanboeck
32
noch een despetaes boeck tessen de vader ende de soen
33
noch een vande Letter const   seer fraeij
34
noch een schrewen hijstorie   inhwdende geslicke fabelen
35
noch een schrewen hijstorie   inhoudende sendtbriewen
36
noch een bede boeck   inhwdend alle daegen inde weeke
37
noch een boeck daer Jn vergaerdt zijn vertijen
cleijnne storien
een van frederieck van Jenewe     een van den roemsen keijser actafeanes,     een vanden verdwldigen halena     een van hartijch aedoelf in koerlant     een van greseldae     een vanden grawenne van vieghij     noch die profijsie van iascoe     een vande hartoegh van brinsweck     een corte vertellenge van oestende     vande vatervloedt in enghellandt     noch een vande iongelingh Joseph     noech een clen kronieke     sanwijse gestelt     Jn alles wel 14 beloept 50
38
Noch een van het secreet van de conienck van spanien
noch een van afgenoemen briewen van spenneloe
noch van schijtpraettijes
noch een van den droem tesschen die conienck ende die paews
die eerste schrijwijnghen aen die staeten niwe tijdijnge gheschrewen wt eesden   beloept inalles 6 storien
    beloept 56






39
noch een klen taeffel boexken
40
noch een storie vanden heremiedt Jan van bewerleij in enghellandt
41
noch een hijstorie van hartoech herpijan
42
noch een clen boeckens
43
noch een hijstorie van hwijghe van berdeews ende connienck abroen
44