donderdag 29 april 2010

Kijktip: South Park en satire op profielsites

Eigenlijk kijk ik al heel lang niet meer naar South Park, maar deze week viel ik in een geweldige aflevering waarin genadeloos wordt gespot met profielsites. Een van de hoofdpersonen, Stan, wil eigenlijk helemaal geen Facebookpagina, maar omdat letterlijk iedereen in zijn wereld er wel eentje heeft krijgt hij er een van zijn vrienden. Het is bijzonder aardig lesmateriaal ook, als je je studenten of leerlingen tot mediawijsheid wil brengen.

Leuk aan deze aflevering is onder veel meer het onderstaande; leuke onderwerpen om een gesprek over te beginnen:
  • Iedereen inviteert maar iedereen als 'vriend'. Doel is alleen maar om zoveel mogelijk vrienden op je site te hebben staan, ongeacht of je ze kent of niet.
  • Op de profielsite worden flutspelletjes gedaan, zoals het bijhouden van een boerderij of het spelen van Yahtzee. Zonde van de tijd van de eigenaar, zou je zeggen.
  • Stans maatje Kyle wordt de enige vriend van een jongetje dat verder helemaal niemand op zijn profielsite heeft staan. Die jongen denkt dat een profielsitevriend hetzelfde is als een echte vriend.
  • Als Stan in de virtuele wereld komt praat iedereen alleen nog maar in de korte opdrachten die je aan je profielsite geeft: Acknowledge of Ignore. Dit geeft aan hoe gebrekkig de communicatie is.
Wat het programma niet doet, is vertellen hoe leuk het kan zijn om een profielsite bij te houden, als je dat doet als middel om met echte vrienden of kennissen in contact te blijven. Maar juist om dat bewust gebruiken van zulke sites aanhangig te maken bij jongeren is het een bijzonder vermakelijke ingang.

(Als het filmpje niet draait, kun je het hier ook proberen...)

zaterdag 24 april 2010

Numaga geschiedenisprijs voor scholieren

Het was een leuke avond, afgelopen donderdag in de Marienkapel in Nijmegen. Daar werden voor het eerst de Numaga geschiedenisprijzen uitgereikt aan scholieren met een goed werkstuk over Nijmegen. Hierbij werd niet alleen gekeken naar papieren werkstukken, want er waren ook multimediale en creatieve werkstukken ingeleverd. Hartstikke leuk.

De geschiedenisprijs is een goed idee. Het vooral prettig om te zien dat de prijs aan jongeren een impuls geeft om zich te gaan interesseren voor geschiedenis in het algemeen en die van hun woonplaats in het bijzonder. Mijns inziens is dat ook de belangrijkste reden dat een historische vereniging bestaat.

In Jos Joosten heeft de historische vereniging Numaga een voorzitter gevonden die jongeren enorm aanspreekt. Dat is prettig, want aangezien de jeugd de toekomst heet te hebben, is het voor een vereniging als Numaga ook goed als er wat nieuw bloed bij de club komt. Eerlijk is eerlijk.

Het was voor mij een genoegen om daar muziek te mogen maken met Kasper, Annemieke en Amber, enkele getalenteerde leerlingen van mij op het Canisius College. Maar het was eveneens leuk om te kijken en luisteren naar de presentaties van de NSG en om het heimweelied van Mariken te horen.

Een klein verslag van TV Nijmegen 1, met interview met winnaars en betrokkenen, zie je hieronder. (Rond 4'00)


Nieuwsuitzending 23 april
Geüpload door nijmegen1. - Nieuwscontent direct van de pers.

dinsdag 20 april 2010

Geen golf aan de horizon?


Hoera! Het
nieuwe Horizon Report is er en kenners weten dat er voor mij deze keer een goede reden is om op deze editie wat trots te zijn. Hoe dan ook, het is weer een mooi pakket leesvoer met inspirerende vooruitzichten. Hoewel ik een en ander nog eens rustig tot me door wil laten dringen heb ik toch twee primaire gedachtes: allereerst zie ik niets terug van Google Wave en daarnaast kaatst er iets door mijn hoofd over elektronische leeromgevingen.

Over Wave
Het ziet ernaar uit dat de hoogte van de Wave van Google nogal meevalt. Ofwel, het lijkt goed eb. Dat vind ik jammer - het ziet er allemaal heel tof uit -, maar dat vage gebeuren met invitaties werkte 5 jaar geleden wellicht prima voor Gmail, voor Wave pakte het mijns inziens alleen maar ongunstig uit.

Ik heb met een aantal mensen wat zitten klooien in Wave, maar omdat er geen echt netwerk kon ontstaan door dat invitatiegerommel is het bij dat klooien gebleven. Een soort van paarlen voor de zwijnen-achtig gevoel roept dat in mij op. Zonde, want ik ben er nog steeds van overtuigd dat het onderwijs echt wel zit te wachten op deze technologie.

Over elo's
Deze week heb ik enkele leuke gesprekken gehad met collega's en andere mensen over de voorwaarden waaraan een goede elo moet voldoen. Het wordt voor mij steeds duidelijker dat men afwil van de veredelde prikbordfunctie waarvoor zo'n elo hoofdzakelijk nog wordt gebruikt. Ik denk dat elke elo die een administratief systeem koppelt aan een portfolio en een communicatief, interactief systeem de voorkeur geniet boven alle beperktere soortgenoten.

Via een elo moet je niet alleen documenten kunnen opslaan en delen, maar je moet ook zorgen voor een inleverplek, een fuik waar de cijferadministratie goed valt, lesroosters en -wijzers raadpleegbaar zijn. Dit alles in elkaar vervlochten, goed af te schermen en in te delen in diverse groepen én dit alles bij voorkeur gemakkelijk hanteerbaar voor de wat minder digitaal behepte collega. Dat praktische nut zal echt de doorslag moeten geven bij het kiezen voor een goede elo.

Niet dat leerlingen per se 100% 'Web 2.0' denken, maar zo'n elo moet een goede basis kunnen zijn waar vanuit je jouw leerlingen kunt leren om om te gaan met alle moois wat er is en komt. Wat leerlingen over het algemeen gemakkelijker doen is het trail and error-gebeuren en dat zal niet zo gauw veranderen. Hoe dan ook, het is goed om te zien dat er nog zo ontzettend veel moois gloort aan de horizon, waar je nog helemaal niet van weet of waaraan je nog helemaal niet hebt gedacht. Het moge wel duidelijk zijn dat het trail and error-denken steeds meer landt in het onderwijs. Wordt vervolgd! Hoera!

zondag 18 april 2010

ED*IT: handig voor wie een beetje doorbijt

Canisius-collega Marc van Dam wees mij op de site van ED*IT, een onderdeel van Kennisnet. Mensen die graag hun lessen verduidelijken met filmpjes kunnen hier hun hart ophalen. Via ED*IT is ontzettend veel materiaal voorhanden van onder meer Teleblik en aanverwante databases; zaken die via YouTube of Uitzending gemist niet altijd zijn te vinden. Het prettige is dat je deze filmpjes zelf kunt knippen tot voor jou wenselijk formaat.

Jammer is wel dat de site alleen gebruiksvriendelijk is voor echte doorzetters. Het zal wel heel moeilijk zijn om dat te realiseren, maar het is best moeilijk om filmpjes aan de praat te krijgen voor mensen die geen Internet Explorer gebruiken. Daarnaast moet je nogal eens drie keer doorklikken voordat je daadwerkelijk een resultaat van je zoekopdracht kunt afdraaien. Frequente gebruikers van YouTube zullen hier even moeten wennen.

Het fijnst van deze dienst is de enorme database vol spullen. Een paar jaar geleden was ik in Hilversum betrokken bij een paneldiscussie van Teleac/NOT. Daar gaven mensen uit het onderwijsveld ook al aan meer behoefte te hebben aan ruw materiaal. Diensten als Teleblik geven duidelijk gehoor aan die vraag en het is fijn dat je zelf kunt klooien via ED*IT, zonder je zorgen te maken over copyrightschendingen.

zaterdag 10 april 2010

Donderjagen met digiborden

Zo. Daar ben ik weer.

Soms is het gewoon goed als er iemand is die het beter weet en kennis gewoon spuit met een groep leerlingen of studenten. Een aantal jaren geleden werd klassikaal onderwijs afgedaan als ouderwets. Er werd naarstig gezocht naar allerhande alternatieve werkvormen, maar geen van alle heeft het ambachtelijke lesgeven nog kunnen vervangen. (Natuurlijk is een combinatie van werkvormen altijd het best, maar die weg ga ik niet op met dit stuk...)

Als je lokaal is uitgerust met een digitaal schoolbord, hoef je helemaal niet meer bang te zijn dat je lessen saai worden. Voor de ogen van je leerlingen pluk je je lessen van Google Docs of Windows Live en je vult alles aan met verhelderende tekeningen en tekst. Dat klinkt ideaal en dat is het ook. Als je nog niet zo handig bent met al die middelen gebruik je je digibord eerst gewoon als schoolbord. Je leerlingen helpen je wel. Dat is geen schande, want je ligt nog altijd op ze voor met jouw kennis en levenservaring.

Ik heb het geluk dat ik elke week de twee belangrijkste borden op de markt mag gebruiken. Op het Canisius College hebben we gekozen voor Activboards, op de HAN (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) hangen Smartboards. Allebei prima systemen, allebei bijzonder gebruikersvriendelijk.

Toch is het aardig om te merken dat er duidelijk afgetekende verschillen zijn. Op het Canisius College is gekozen om een kleine groep enthousiastelingen te laten beginnen met de Activboards. Al snel ontstond er een olievlekwerking waardoor andere collega's ook wilden gaan werken met die borden. Inmiddels is nagenoeg iedereen blij met deze nieuwe borden en zijn veel lokalen voorzien van al dit moois.

De HAN koos een topdown-benadering. Daar werden de Smartboards gewoon opgehangen en nog steeds zijn er bar weinig docenten die college geven met de digiborden. Dikwijls moet ik aan het begin van mijn college een flapoverstandaard opzij zetten voordat ik bij het bord kan. Jammer.

De smartboards zijn bovendien echt meteen klaar voor gebruik. Waar je bij het Activboard nog een speciale pen moet hebben, kun het je Smartboard meteen bedienen met je handen. In pennenbakken liggen vier pennen klaar die allemaal zijn ingesteld om een andere kleur weer te geven. Het systeem is daarmee niet hufterproof genoeg voor een middelbare school, maar voor een digibeet is alles onmiddellijk te begrijpen. Nadeel van het Smartboard is wel de lage beeldresolutie, waardoor allerlei afbeeldingen niet gedetailleerd getoond kunnen worden. Dat is vooral hinderlijk als je landkaarten of kunst wil laten zien.

De beeldresolutie van het Activboard is gelijk aan dat van je bureaublad. Zonder de speciale pen is het alleen maar een groot beeldscherm (dus hufterproof), maar via een speciaal programma kun je de pen op allerlei manieren gebruiken. In beginsel is dat magnetische ding alleen maar het equivalent van je muis (linkermuisknop), maar via de software kun je echt prachtige dingen doen. Een paar elementaire voorbeelden zal ik hieronder laten zien. Je begrijpt, het is het topje van de ijsberg.

Via Ctrl-Shift-G maak ik een ruitjespatroon (Grid) en met een rechte lijn aan de linkerkant heb je een schriftblaadje. (In het oude pakket zaten ook lijntjes, maar dit voldoet ook.) Hierboven demonstreer ik hoe de examenleerling een samenvatting moet maken. Groen is wat wordt gevraagd, blauw is wat in de tekst moet worden opgezocht. In het oranje staat aangegeven hoeveel woorden een alinea telt, teneinde het maximum aan het einde niet te overschrijden.

Werkwoordsspelling volgens Wijngaards. Bij de regel van het Fokschaap X (te flauw: een schaap met een zonnebril en een gleufhoed is geheim agent Nul-Nul-Beeh) vind ik het belangrijk dat leerlingen onderscheid maken tussen de ik-vorm en de stam. De meeste lesmethodes doen dat niet en dat leidt tot verwarring bij deze toch al saaie stof.

Poëzie behandelen is helemaal leuk. Uiteindelijk stonden bij De Dapperstraat allemaal kleuren bij verschillende soorten beeldspraak, metrums, de volta en andere termen. De leerling ziet letterlijk het vakmanschap van de dichter oplichten rond de tekst. Op het plaatje zie je alleen een beginnetje. Naderhand stond het bord natuurlijk helemaal vol met aantekeningen. (Een sombere emoticon geeft een antimetrie aan...)


Ik houd ervan om te snelschetsen op het digibord. Dat is natuurlijk geen vereiste, maar het is enorm leuk om te doen. Hierboven staat een uitleg die ik gaf aan enkele leerlingen van 5 vwo waar ik uitleg hoe het zit met meervoud bij een beklemtoonde eindlettergreep. (Dan komt er een e met zweetdruppels aan... Tja, als je het zo niet onthoudt...)

Daaronder de aanzet tot een schrijfopdracht waar brugklassers een moordmysterie moesten oplossen. Je weet hoe dat gaat: je bedenkt enkele driehoeksverhoudingen, een vreemde moord met wc-papier (en toch een hoop bloed - of is het ander rood spul?) en laat daarna alles over aan de fantasie van de kinderen.

Als ik ooit stop met onderwijs geven, dan neem ik zo'n ding mee naar huis... Ik weet nog niet waarvoor, maar een digibord is te leuk om er niets mee te doen.

maandag 18 januari 2010

Over hardnekkige vooroordelen rondom het begrip e-learning

Folklore, ik ben daar niet altijd dol op. Kantklossen, bezembinden, zaklopen, koekhappen, ganzenborden; als andere mensen dat leuk vinden dan vind ik dat geen probleem, maar ik houd er niet van. Dat komt door het oubollige aura dat altijd om zulke toestanden heen hangt. Het precies dat gevoel dat ik van veel Nederlanders krijg, dat gevoel dat zo onfris ruikt naar vooroordelen en behoudzucht.

Het onderwijs is nog op veel plaatsen doortrokken van oubolligheid en om allerlei collega's te daaraan te ontrukken bestaat het kleine, gratis lerarenmagazine Prima! waarin woorden als verandering, innovatie en uitdaging een moeilijke groep docenten (namelijk de klagers) moet worden overgehaald om mee te gaan in de vaart der volkeren. Voorwaar, een nobel streven en ik peuter mijn exemplaar ook altijd graag uit de stapel in de personeelskamer.

Tot mijn vreugde stond het mooie woord e-learning weer eens op de omslag (jawel, intimi noemen dat al te-learning, maar dat is vooralsnog een avant gardistisch begrip. Onder het begrip stond helaas iets omineus: 'Online naar school vanuit je ziekbed'. Daar gaan we weer, was mijn primaire gedachte. De ondertitel heeft niets te maken met begrip dat erboven staat.

In het artikel wordt verhaald hoe verschillende scholen moeite doen om langdurig zieke kinderen tóch te kunnen betrekken bij het dagelijkse leven. Natuurlijk is dat een nobel streven. Verteld wordt hoe kinderen met videosystemen toch contact kunnen hebben met hun klasgenoten en hoe dit alles is uitgegroeid tot een landelijk project KlasseContact.

Jammer is dat ze in het artikel voortdurend spreken over e-learning. Auteur Peter Steeman zet het begrip consequent tussen aanhalingstekens, alsof hij zelf al voorvoelt dat hetgeen voor deze arme kinderen is geregeld inderdaad ook geen e-learning is. Sterker nog, als je slechts contact leggen met een leerling buiten school al onder dat begrip laat vallen, doe je het woord e-learning tekort. Daarnaast doe je zo'n club als KlasseContact ook te weinig eer aan.

Het staat buiten kijf dat niets zo belangrijk is voor leerlingen als contact. Helaas heb ik zelf ook al eens leerlingen gehad die langdurig een buitengewoon moeilijke tijd in het ziekenhuis hebben gehad. Voor deze leerlingen hebben we als school van alles geregeld, maar alles wat we deden had primair te maken met contact houden en pas daarna met het bijhouden van lesstof. Samen met leerlingen heb ik nog eens een mooie hyvespagina opgericht voor zo'n lieve knaap. Allicht! Daar kon die jongen op elk moment van de dag zijn grieven kwijt en alle leden konden krabbelen of afspreken wanneer ze langs kwamen bij hem.

Beter was het als het artikeltje 'KlasseContact haalt leerling uit isolement' had geheten. Zo doe je alle rechthebbenden niet te kort. Een nog steeds schrikbarend grote groep collega's denkt dat een e-mail sturen naar je leerling of pdf'jes plakken op een electronische leeromgeving al e-learning is. Dat is evenmin het geval als moderne middelen gebruiken om langdurig zieke kinderen uit hun isolement te houden. Ik heb nog steeds collega's die denken dat ik erop uit ben om ooit alleen vanachter mijn laptopje thuis een school te draaien. Een artikel zoals dat nu in Prima! staat zorgt - onbedoeld - ervoor dat deze folklore blijft bestaan en plaatst het woord e-learning in hetzelfde rijtje als Ik hou van Holland, Piet Paulusma en het koningshuis. Jammer.

Steeman, Peter, 'Internetles vanuit je ziekbed. E-learning haalt zieke leerling uit isolement.' In: Prima! VO Amsterdam 2010 (januari) 38-39. Website: www.prima-online.nl

woensdag 6 januari 2010

National Geographic: aardige inleiding gamen

In het januarinummer van (analoog) tijdschrift National Geographic voor Nederland en België geeft freelance-journalist Kirsten Munk een buitengewoon aardige inleiding op het fenomeen gamen. Haar artikel begint met de angsten die zij als moeder heeft; ze is bang dat haar kind verslaafd raakt, of psychisch dan wel fysiek gestoord. Tegelijkertijd beseft ze dat gamen verbieden zinloos is. Daarna gaat zij doen wat elke goede ouders mijns inziens zou moeten doen: ze gaat op onderzoek uit.

Munk bestrijkt keurig de cijfers wie de gamer is (voornamelijk mannen van gemiddeld 33 jaar; gut, wat ben ik gemiddeld). Vervolgens heeft ze onderzoeken bekeken die erop wijzen dat gamen zeker voordelen biedt aan degene die dat geregeld doet. Munk noemt met name de vergroting van de visuele capaciteiten (actiegames) als managementkwaliteiten (guild leaders in WoW). Tot mijjn grote vreugde gaat zij ook in op de sociale aspecten van het gamen: vooral tegen elkaar spelen wordt leuk gevonden.

Over serious gaming bekijkt Munk de gezamenlijke projecten van Defensie en het TNO. Voorin het artikel noemt ze de grote ontwikkelaar Ranj, later noemt ze ook hun sterproduct Sharkworld, zonder dat overigens duidelijk aan Ranj te linken. (Beetje jammer.) Natuurlijk laat zij ook Wim Veen nog even aan het woord, die zich natuurlijk positief uitlaat over serious gaming en gamen in het algemeen. Ook haar uitsmijter is erg aardig, als zij Wii Sports speelt tegen een kind van zeven jaar.

Kortom, een keurig artikel dat je zeker kunt voorleggen aan mensen die nog steeds twijfelen aan de voordelen van gamen. Met dit stukje heeft Karin Munk een leuke Gaming for Dummies gemaakt.

Munk, Kirsten, 'De impact van gamen. Hoe digitale spellen de wereld veroveren.' In: National Geographic Nederland-België. Amsterdam 2010 (januari). Pp. 28-41.
Klik hier voor bijhorende website.