zondag 13 september 2009

Een gamersclub starten

"Op het Canisius College is ook gamen een sociale bezigheid. Op diverse middagen in het schooljaar organiseren de CC Gamers middagen voor alle Canisianen, waar je jouw PSP, Nintendo DS of Gameboy kunt meenemen om met en tegen elkaar (en je docenten!) spelletjes te doen. Een paar keer per jaar ben je ook welkom op een groter game event, alwaar je je vaardigheden kunt tonen op de Wii, PS3 of Xbox 360, maar dan op grote projectieschermen!

Neem alvast een kijkje op de website en op moodle. Cheats, vloeken en weddenschappen voor geld zijn verboden. Adviseurs (en haast onverslaanbare gamers) zijn de heren Kevin Büttner en Martijn Wijngaards."

Bovenstaande tekst staat de lezen op de website van het Nijmeegse Canisius College, de school waar ik het grootste deel van mijn werkweek doorbreng. Ik heb al eens eerder gepost over mijn idee van een gamersclub. Het concept is nog steeds een groot succes en een welkome aanvulling op het - niet geringe - aanbod aan buitenles activiteiten. Er zijn zelfs mensen van andere scholen die mij vragen hoe je zo'n club nou opzet én draaiende houdt. Voor die mensen is onderstaande tekst.

Overtuiging

Voordat je überhaupt begint aan het opzetten van een nieuwe buitenlesactiviteit, moet je ervan overtuigd zijn dat je het wil doen en dat je het kunt doen. Ervaar je je hele werkweek als te druk? Niet doen! Weet je niet wat een NDS of een PSP is? Snel bijleren! Ik heb het geluk dat ik in Kevin Büttner een buitengewoon enthousiaste en kundige collega heb getroffen.

Teambuilding

Zeker in de beginfase is het belangrijk dat je een stel enthousiaste leerlingen hebt die samen met jou de schouders onder een nieuwe activiteit willen zetten. Je moet mensen niet alleen selecteren op het goed kunnen gamen; je hebt ook lieden nodig met organisatorische kwaliteiten, met een leuke, frisse uitstraling en van diverse pluimage. Met alle respect: als je alleen nerds in je clubje hebt, dan kom je niet buiten een bepaalde marge op een normale middelbare school.

Vervolgens ga je met de groep leerlingen om tafel zitten. Je kijkt wie welke specifieke kwaliteiten heeft en inspireert ze om daarvan goed gebruik te maken. De leerlingen voelen haarfijn aan met wie ze graag samenwerken, natuurlijk, maar ook hier is het goed om zelf mensen aan elkaar te koppelen. Verstandig is om meteen een datum af te spreken waarop zoveel mogelijk mensen met handhelds komen (NDS en PSP dus). Dat is gemakkelijk te organiseren, want je hebt een ruimte nodig met tafels en stoelen. (Wellicht krijg je de cateraar op school zo gek om voor een natje en een droogje te zorgen.) Vervolgens is het zaak dat de leerlingen en jij zoveel mogelijk mensen werven voor die bijeenkomst.

Organisatorisch is het het handigst als je begint vanuit het principe dat bovenbouwers de activiteit regelen voor onderbouwers.

Promotie

Niets is zo goed voor een organisatie als een paar enthousiaste bovenbouwers die niet noodzakelijk goed gamen, maar wel goed kunnen organiseren. Laat je leerlingen nadenken over promotieacties. Die zullen zich vaak beperken tot het maken van posters of het rondgaan in klassen tijdens lessen om leerlingen uit te nodigen voor een volgend evenement. Dat is natuurlijk voldoende, maar alle beetjes helpen: wat zetten we op de schoolsite? Wat zetten we op de ELO? Schoolkrant? Welke leraren willen meedoen aan het volgende evenement? En geef duidelijk je grenzen aan: als je van je leerlingen als Super Mario verkleed langs lokalen moet, moet je dat alleen doen als je daar zin in hebt (en daar het nut van inziet).

Planning

Op veel scholen is er een rijk palet aan buitenlesactiviteiten. Om ervoor te zorgen dat die niet in elkaars vaarwater gaan zitten is het wijsheid om tevoren het totaal aan activiteiten op een jaarplanner te zetten. Zo komt het niet meer voor dat je geen stroomvoorzieningen meer hebt, omdat er die avond een disco wordt gehouden. Bovendien krijgt een game-event een officiële status als het op een schoolkalender staat.

Kosten-baten

Een gamersclub is een goed promotiemiddel voor een school; er zijn serieus kinderen geweest die hebben aangegeven dat onze club een reden is geweest om voor het Canisius College te kiezen. Dat is een duidelijk signaal - een een mooi compliment. Het loont zich sowieso om minimaal 1 Wii te hebben, 4 controllers en een beamer. Die zijn niet duur en met de juiste spellen heb je veel lol van die zaken. Veel manuren heb je niet nodig. Met 2 personen met 20 lesuren op jaarbasis moet je een heel eind komen. Op een normale jaartaakbelasting is dat een peanut.

De juiste spellen

Wij organiseren geen LAN-party's. Schietspellen zijn sowieso niet erg geschikt voor een game-event. Niet zozeer vanwege het geweld, maar vanwege het feit dat zo'n game pas leuk is als je minimaal 10 minuten speelt. Dat is te lang. Korte, explosieve spellen zijn het leukst om te doen, zo kunnen veel kinderen achter de controllers en kun je snel wisselen van bezetting. Onze toppers zijn Wii Sports, vanwege de lage instap voor veel collega's, Mario Kart (Wii) en Street Fighter 4 (PS3, met die grote controllers). Het is goed als leerlingen nadenken over andere games, maar die zullen snel leren dat je met Fifa 09 een beperkter publiek bereikt en dat onvoorstelbaar veel games leuker zijn om thuis met enkele vrienden te doen; dus niet geschikt voor een gamersmiddag. Overigens, na februari zal er op een mooie, zonnige middag nagenoeg geen kip komen om te gamen. Je schooljaar begint in de herfst en eindigt tegen de lente.

Beter

Onze ervaring is het dat een school beter wordt van een gamersclub. Gamersevenementen worden goed bezocht, voornamelijk dus met handhelds en af en toe met beamers. Veel timide leerlingen durven wel naar de gamersclub te komen, terwijl ze normaalgesproken geruisloos van school verdwijnen na de eindbel. Juist voor die groep is het goed dat zij te maken krijgen met enthousiaste bovenbouwers en grote groepen medeleerlingen die eenzelfde hobby hebben. Je bent van harte welkom om op het Canisius College te kijken hoe we het doen.

woensdag 9 september 2009

Tegeltje

Deze kan zo op een tegeltje, maar ik vind hem wel bijzonder mooi:

‘No written word, no spoken plea
Can teach our youth what they should be
Nor all the books on all the shelves
It’s what the teachers are themselves

Ik las deze spreuk in dit interview met John Wooden, overigens ook erg indrukwekkend allemaal.

vrijdag 28 augustus 2009

Cursus Historische letterkunde online als basis

Volgende week woensdag mag ik aan de masteropleiding Nederlands van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen een cursus Historische letterkunde geven. Daar heb ik onnoemelijk veel zin in. Zo'n cursus opzetten vergt enige voorbereiding, al was de opdracht meer dan een droom ("Je bent God in Frankrijk..."). Moet ik nou ook een reader gaan maken? Wat is er online?

Als ik historische letterkunde geef, ga ik uit van een canon. Die baseer ik op wat mensen als Marita Mathijsen, Herman Pleij en Thomas Vaessens als boeken beschouwen die iedereen gelezen moet hebben (NRC, 5 maart 2005) en opvattingen en voorkeuren die ik zelf heb. Overigens, ik ben niet zo stringent: een ontwikkeld mens moet deze werken minimaal kunnen duiden.

Daarnaast ga ik er niet van uit dat mijn studenten alles enorm minitieus uit het hoofd leren, maar dat ze dat losjes doen door het maken van een naslagwerk. Dat naslagwerk mogen ze niet alleen gebruiken tijdens tentamens, maar hopelijk geeft het ze ook een stevige basis voor hun werk als eerstegraads leraar.

Voor alles wat ik niet in de colleges kan vertellen heb ik een website gemaakt. Dat was gemakkelijker dan ik dacht; haast alle door mij als canoniek bestempelde werken staan online. Daarnaast heb ik een leeslijst kunnen maken met enkele goede of aardige inleidingen in de verschillende geestelijke domeinen en tijdvakken van eveneens online bronnen, voornamelijk van de DBNL.

Het materiaal is dus weliswaar door mij bijeengebracht, het is ook openbaar. Daardoor is de site als basis voor een cursus goed te gebruiken. De bronnen vallen uiteen in normale bronnen (iets wat een 6 vwo-leerling moet weten), meer (iets wat een leraar moet weten) en meest (voor de liefhebber). Met deze gelaagdheid probeer ik studenten uit te dagen meer te weten te komen. Bovendien is de site zo ook bruikbaar voor het middelbaar onderwijs. Je moet er dan nog wel een beoordelingssysteem aan koppelen en hierbij kun je denken aan principes uit het gamen: beloon je student of leerling met een extra certificaat of aantekening als ze ervan blijk geven dat ze ook de meest-afdeling hebben bestreken.

Het is mijn bedoeling om de site op te hangen aan een digitale leeromgeving. Via die weg kan ik dan in gesloten boxen communiceren met mijn studenten. Nogmaals, de site is bedoeld als basis. Als je geïnteresseerd bent kun je deze vinden achter de knop 'HAN Master Nederlands [...]' op mijn website www.martijnwijngaards.nl. Ik hoor graag je reactie!

woensdag 26 augustus 2009

Vakantie afgelopen; waarschuw je leerlingen!

Veel leerlingen/cursisten/studenten van ons hebben hun vakantie doorgebracht aan zonnige stranden. Natuurlijk hebben ze driftig foto's geschoten en in veel gevallen worden die gebruikt als profielfoto op Hyves of aanverwante sites. Het is ook hartstikke leuk dat je je kiekjes op deze manier kunt delen, maar er kleeft ook gevaar aan.

Enkele jaren geleden werd ik al eens opgebeld door een oud-leerling uit Arnhem. Zij had net een baan misgelopen op een basisschool, omdat er een topless foto van haar op internet was opgedoken tijdens haar sollicitatieprocedure. Die foto had ze zelf op een profielsite gezet, maar die was nu op allerlei louche sekssites te bewonderen. (Je vraagt je tegelijkertijd af hoe zo'n basisschool aan die foto is gekomen, maar dat terzijde.) Je kunt best discussiëren over hoe onschuldig zo'n foto is, maar feit is wel dat vreemde mannetjes topless- en bikiniplaatjes van profieltjes roven en elders tonen. Dat kan heel vervelend uitpakken voor nietsvermoedende meisjes.

Vorig jaar gaf ik een voorlichtingsavond over dit soort zaken, toen mijn speech werd onderbroken door een moeder die meldde dat zo een bikinifoto onwisbaar op internet was gekomen. Haar dochter had vol trots een foto van haar moeder en zijzelf op Hyves gezet en ook die was gebietst en met allemaal bizarre teksten op nog vreemdere sites geplaatst.

Het is heel moeilijk om de verantwoordelijken voor dit soort sites te pakken te krijgen. Deze lieden opereren vaak niet vanuit Nederland of België; ze kunnen overal zitten. Het kan dus goed dat je jaren later nog eens plotseling aan zo'n foto wordt herinnerd op een moment dat het jou niet goed uitkomt. Zelfs een voldoende afgeschermde Google Afbeeldingenzoekopdracht kan je al confronteren met jouw eigen strandbezoek van weleer.

Het is leuk dat de overheid ook een campagne is gestart op dit vlak, maar ik denk dat wij ook écht zelf aan de slag moeten gaan. Waarschuw in de eerste weken je (mentor-)leerlingen dat ze bijzonder goed nadenken óf ze al hun foto's op hun profiel willen zetten. Áls ze dat dan willen doen, dan moeten ze de toegang er naartoe héél goed afschermen. Het lijkt me voor niemand prettig om hardhandig en hardnekkig te worden geconfronteerd met je eigen naïviteit.

maandag 8 juni 2009

Docent op Hyves: enkele tips

In de laatste editie van het Onderwijsblad van de AOb stond het aangrijpende verhaal van een docent die zijn ontslag moest nemen, omdat hij onwelgevoegelijk gedrag zou hebben tegenover een leerling op Hyves en MSN. Wat hem is overkomen is de nachtmerrie van iedere weldenkende leraar. Van zulke aantijgingen kan ik serieus al wakker liggen! Goddank is me zoiets nog nooit overkomen en ik blijf ook voorzichtig.

MSN'en doe ik überhaupt al niet en áls ik het al zal doen, dan niet met leerlingen. Dat gaat te direct en dat vind ik te moeilijk te controleren.

Ik houd er wel een Hyves op na. In principe is niet alles toegankelijk voor iedereen. Wel heb ik besloten om leerlingen toe te laten, maar niet zomaar. Niet dat ik de waarheid in pacht heb, maar ik heb wel enkele regels bedacht voor mijzelf die mogelijk als tips kunnen dienen voor collega's die ook met Hyves bezig zijn.

  1. Plakmuur
    Mijn Hyves gebruik ik als scherm dat ik om mijn privéleven heen heb gebouwd. Op die 'muur' plak ik een enkel plaatje of filmpje van dat privéleven. Ik blog wat over muziek of games die ik leuk vind en verder houd ik alles luchtig. Té veel foto's is fout, daarvan is niet te peilen wat er mee gebeurt en kan onverwacht tegen jou werken.
  2. Krabbels sturen
    In principe stuur ik al mijn 'vrienden' een krabbel op de verjaardag. Of ik antwoord op krabbels. That's it. In het AOb-blad stond het al: je bent 24 uur per dag leraar. Houd dat te allen tijde in je achterhoofd.
  3. Krabbels managen
    Krabbels die mij niet bevallen verwijder ik. Als het krabbels van leerlingen zijn, dan spreek ik ze op school daarop aan. Ook als ik foto's zie die ik niet door de beugel vind kunnen of waarvan ik denk dat die tegen de leerling gaan werken. Krabbels over schoolzaken verwijder ik sowieso: daar heb ik schoolmail voor.
    Dit betekent wel dat je elke dag heel eventjes je Hyves moet checken.
Bij mijn eerste baan heb ik gezien hoe een fijne collega te grond werd gericht door een leerling die doelbewust kwaad wilde. Daartegen is weinig kruid gewassen. Wel is het goed om te weten wat er online voor een informatie over jou te vinden is. Als er ooit stront aan de knikker is, dan is het goed als je kunt laten zien dat jij wel goed heb nagedacht over jouw virtuele zelf.

Hyves is iets moois. Natuurlijk! Maar gebruik het met mate.

maandag 1 juni 2009

Need I Say More?


Een paar weekjes nog en dan ben ik vader (!)... Gelukkig koester ik het kind nog in mijzelf, dus volgens mij komen we er met z'n allen wel uit. ("Nee, dat is de Playstation van papa... Daar is de Wii...").

Hoe dan ook, briljante cartoon. Dit soort verzuchtingen hoor ik ook wel eens van leerlingen. Hier moet je als onderwijzer én als ouder een antwoord op hebben.

donderdag 21 mei 2009

Boeiend presenteren

Als je ziet dat je leerlingen niet zo goed presenteren als je hoopt, moet je ingrijpen. Maar hoe? Dan kun je wel een boekje bij elkaar gaan typen, maar de meesten flikkeren dat toch weg. In het kader van een projectweek op ons Canisius College heb ik het eens anders kunnen proberen: ik heb een hele jaargang 4 havo'ers en 4 vwo'ers (in 3 groepen) voor me mogen hebben om mijn ideeën over een boeiende presentatie aan hen voor te leggen, in een - tja - presentatie.

Er wordt wat aangemodderd met powerpointjes door leerlingen en van hun docenten krijgen ze niet zelden geweldige antivoorbeelden. Maar een goede posterpresentatie houden is ook een niet onderschatten kunst. Onze leerlingen moesten onderzoekjes doen en die presenteren aan elkaar en aan ons, de docenten. Ideetje van de exacte vakcollega's bij ons (Anke Vermeulen en Rembrandt de Witt). Die presentaties hebben we weer geëvalueerd naar aanleiding van mijn praatje en blaadje aan het begin van de week.

De leerlingen waren over het algemeen best te spreken over deze projectweek - en dat is eerlijkgezegd wel eens anders geweest. Wordt vervolgd dus!

Hieronder mijn blaadje bij het praatje, compleet met elementaire checklist. Het is mijn tegenhanger van het hierboven beschreven boekje, waarbij ik heb geprobeerd om vanuit de leerling te denken. Tegelijkertijd heb ik óók weer mijn informatie willen overbrengen. Het blaadje staat natuurlijk niet los van mijn presentatie. 

(Graag wel even melden als jij er iets mee wilt doen!)