Posts tonen met het label erkenning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erkenning. Alle posts tonen

maandag 5 maart 2012

Staken voor erkenning en ruimte - deel 3

Geachte heer Zijlstra,

Daar ben ik weer! U weet nog wel, in december kreeg ik van u die Promotiebeurs voor leraren. Dat vond ik een goed initiatief, want het erkent mij als professional. U weet wel, die erkenning zit ook in een aantal andere maatregelen die deze overheid heeft genomen. Laat ik beginnen met uw regering en u te feliciteren met het feit dat er een tweede onderwijsstaking zit aan te komen morgen. Het is erg ongebruikelijk dat leraren staken en volgens mij is het een unicum dat dit gebeurt in één regeringsperiode.

Morgen ga ik niet staken. Volgens mij heb ik het niet zo goed begrepen, dat ik toen ben gaan staken, op 26 januari. Volgens mij heeft dat staken enorm weinig indruk gemaakt op u en uw collega-bewindslieden. Volgens mij had ik mij moeten aanbieden om in een denktank te gaan om onder elkaar eens te praten over de toekomst van het onderwijs.

Volgens mij is dat de manier waarop wordt gedacht in de coalitie VVD-CDA met gedoogpartner PVV. Die indruk krijg ik tenminste sterk als ik bij De Wereld Draait Door verneem dat minister-president Rutten samen met Joop van den Ende aan het brainstormen is aan het torentje over het cultuurbeleid en dat diezelfde minister-president zich nu met coalitie- en gedoogpartner heeft teruggetrokken in het Catshuis om zulks te doen voor 's lands economie. Zelf heeft u ook al een denktank benoemt om het prestatieloon te onderzoeken. Prima allemaal.

Meneer Zijlstra, het is niet dat ik twijfel aan uw goede bedoelingen met ons onderwijs, ik verschil alleen sterk van mening met u over een aantal voorgestelde maatregelen: de terugkeer van de 1040-norm, het prestatieloon, de sociale lening bij masterstudies en nu het inbedden van met rugzakjes behangen leerlingen in het reguliere onderwijs. Iedereen snapt dat we zorgvuldig met ons geld moeten omgaan, zeker in crisistijd en als vader van een peuter snap ik ook heus goed dat ik mijn dochter en haar generatie niet moet opzadelen met allerhande schulden. Graag wil ik met u onderzoeken of er geen verstandiger keuzes zijn te maken over dit alles. Daarbij twijfel ik nog steeds enorm aan de gronden voor deze beleidsvoorstellen.

Morgen wordt er gestaakt tegen het opnemen van kinderen in het reguliere onderwijs die normaal gesproken in het speciaal onderwijs terecht gekomen zouden zijn. Inmiddels heb ik ook zelf een flinke groep gerugzakte leerlingen onze reguliere school zien verlaten zonder diploma. In mijn praktijk heeft dat geleid tot onevenredig veel aandacht voor deze leerlingen. Zij verdienden die aandacht, maar omdat ik les geef op een 'normale' school is deze aandacht behoorlijk structureel ten koste gegaan van de leerlingen die niet een geoormerkt probleem hadden. (De 'normale' leerlingen, zeg maar.) Dat vind ik volstrekt abject.

Ook als alle door de AOB geschetste doemscenario's geen bewaarheid worden, vind ik het ethisch onjuist om in een welvarend land als het onze geen speciaal onderwijs aan te bieden. De overheid dient in mijn optiek op te komen voor alle burgers en dat betekent dat allerlei burgers extra steun moeten hebben. - Dan heb ik het allicht over de mensen die dat op allerlei gronden verdienen en niet over de profiteurs die altijd zo gemakkelijk in dit soort discussies naar binnen worden gemanoeuvreerd. - In een beschaafd land als het onze hoort in mijn optiek geen 'recht van de sterkste' thuis, maar daar geldt wat mij betreft de regel dat ieder welwillende burger optimaal de kans moet krijgen om diens talenten ten volle in te zetten ten gunste van de samenleving.

U mag mij uitnodigen om in de hierboven voorgestelde denktank plaats te nemen. Dat staken -hoe terecht ik dat nu ook weer vind - strijkt maar tegen de ministeriële en staatssecretariële haren in. Volgens mij moeten wij er als mannen onder elkaar wel uitkomen, met dat onderwijs. Verwacht echter niet dat ik gemakkelijk te overtuigen ben als ik geen gezonde argumentatie, te weinig feiten of te weinig visie denk te zien.

Met vriendelijke groeten,

Martijn Wijngaards
Leraar Nederlands op het Canisius College en op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

donderdag 26 januari 2012

Staken voor erkenning en ruimte - deel 2

Vandaag staak ik omdat ik mij niet gesteund voel als docent door de overheid. Ik voel mij niet erkend als professional. Bovendien ervaar ik dat de voorgestelde maatregelen als de urennorm mij nog meer ruimte ontnemen om mijn vak serieus uit te oefenen.

Dat de minister de staking onverantwoord vindt, maakt me boos en verdrietig. Een leraar staakt helemaal niet zomaar, omdat die weet dat zijn leerlingen daar direct de dupe van zijn. Op zo'n dag als vandaag is er dan ook écht iets aan de hand. Juist die erkenning voor onze professionaliteit, die wordt met zo'n opmerking keihard onderuit geschopt en dat vindt ik een gemiste kans en, zoals gisteren gezegd, haaks staan op het overwegend positief ingezette onderwijsbeleid.

Hieronder staat mijn 'onderbouwing van de dag'. Deze breidt uit wat ik hierboven heb gesteld. Bovendien onderbouw ik nota bene welke onderbouwing ik allemaal mis.

Getuige een keurig interview dat nu.nl heeft gehouden met minister Van Bijsterveld vindt de bewindsvrouw het dus onverantwoord dat leraren staken. Ze gebruikt de ruimte (sic!) ook goed die ze krijgt om antwoord te geven op enkele bezorgde vragen die op de nieuwssite waren gepost. Ik heb natuurlijk aandachtig geluisterd naar inhoudelijke gronden voor het beleid waartegen vandaag wordt gedemonstreerd, maar ik heb die niet gevonden. Visie? Heb ik niet gevonden. Steun? Heb ik niet gevonden.

De eerste vraag gaat over het gegeven dat Van Bijsterveld niet heeft geluisterd naar het advies van de commissie-Cornielje dat heeft geadviseerd om de urennorm niet te verhogen naar 1040 antwoord zij dat er nu eenmaal politieke verschuivingen zijn geweest in de Tweede Kamer en dat die ertoe hebben geleid dat de norm opnieuw op tafel is gekomen. Dat mag allemaal wel waar zijn, maar een inhoudelijk argument om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren is dat niet. Men stelle zich een aannemer voor die een gebouw moet renoveren dat door erg veel mensen wordt gerespecteerd en dat zelfs door een groot deel van de voorbijgangers mooi wordt gevonden. Hij zal allicht onderzoeken welke materialen er zijn gebruikt, hoe de authenticiteit van het aanzicht behouden blijft en welke moderne middelen de hele constructie voor de voorlopige eeuwigheid overeind zal houden. Vervolgens stelle men zich voor dat de onderaannemer (die een convenant heeft gesloten met de aannemer om hem in principe te steunen) gaat opperen dat de houten balken die het dak dragen moet worden vervangen door balken van het soort piepschuim dat wordt gebruikt bij het verpakken van dvd-spelers. Bovendien voegt de onderaannemer toe dat hij de steun geniet van een aanzienlijk deel van de klandizie van de aannemer. Ik mag aannemen dat dan de logica zegeviert bij de aannemer en dat hij denkt: uit onderzoek blijkt dat ik moet vasthouden aan mijn intelligente plan, ik luister niet naar die kwats. Dat geldt ook voor de minister: een verstandige beslissing neem je naar aanleiding van een gedegen onderzoek.

Natuurlijk doelt de minister vooral op de PVV. Die partij beweert dat de Nederlandse cultuur onder meer voortkomt uit het humanisme. U weet wel, dat is die stroming van intellectuelen aan het einde van de middeleeuwen die - onder andere zaken - een hernieuwde belangstelling aan de dag legde voor de filosofen uit de Griekse Oudheid. Dankzij allerlei contemporaine - voornamelijk islamitische - wetenschappers zijn de geschriften tot in die tijd behouden gebleven en daarin stond al te lezen dat je een bewering met feiten moet onderbouwen (en dat feiten bovendien niet zomaar feitelijk zijn). Naar goede humanistische gewoonte ben ik ad fontes gegaan (terug naar de bron) om te kijken wat de PVV in zijn verkiezingsprogramma heeft opgeschreven over onderwijs.

Tot mijn gedegen onderwijs behoort dat ik mijn leerlingen bijbreng hoe goed te argumenteren en hoe goed een alinea op te bouwen. Dat betekent dat in een goede alinea een kernzin staat, gevolgd door minimaal twee uitleg- en/of voorbeeldzinnen die aansluiten bij die kernzin. Als ik alleen al tekstkritisch naar de onderwijsparagraaf kijk, krijg ik het vermoeden dat de PVV niet sterk is geworteld in het humanisme.

Zo lees ik het volgende: "De herbouw van het onderwijs begint bij de basis: de pedagogische academie. Juist daar moet vakinhoud weer centraal staan." Hier wordt voorbijgegaan aan de vraag of de nadruk niet al ligt op die vakinhoud, want de alinea gaat als volgt verder: "Onze kinderen in het basisonderwijs hebben recht op goed opgeleide onderwijzers. Dat geldt voor alle onderwijslagen." Dat is een nieuw onderwerp, maar de bewering op zichzelf is gefundeerd in de wet en iedereen met een gezond verstand zal het eens zijn met deze stelling. Gaat de PVV hier dieper op in? Nee; de alinea gaat door: "Op school kom je om hard te werken. Dus zeggen we gedag tegen de ‘alles-is-leuk’-cultuur." - Ik heb mijn leerlingen even gevraagd of zij snappen wat deze cultuur inhoudt, maar zij keken mij langdurig vragend aan. Ook ik zou niet weten wat hier wordt bedoeld. Uitleg komt er niet en de alinea is nog niet af: "De onderwijzer wordt weer gewoon aangesproken met ‘meester’ of ‘juf’." - Wat deze verplichting bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs wordt niet onderbouwd. - "De Canon van Nederland wordt verplicht op de basisschool, het volkslied wordt geleerd en op elke school hangt onze vlag. - Welke canon wordt hier bedoeld? Die van de geschiedenis of die van 'Nederlandse' ruimtevaartexperimenten? En wat betekent 'onze vlag'? De vlag van Nederland of die van de PVV? - Niets wordt nader verklaard. De alinea besluit met "Goede scholen zijn veilige scholen.", overigens ook zonder 'veilige scholen' nader te definiëren.

Vrijwel alle alinea's zijn zoals hierboven beschreven opgebouwd. Het geheel leest niet prettig. Ik ben oprecht geïnteresseerd in alle standpunten van iedereen; ik beschouw mijzelf als een nette burger. Ik wil echter ook begrijpen waarop die zijn gefundeerd. Dat betekent dat ik het als bijzonder fijn ervaar als het een en ander verzorgd is geformuleerd in sterk overkomende alinea's. De in het verkiezingsprogramma opgestelde tekst komt onbeholpen op mij over. Zo kan ik ook wel iets verzinnen: "Koeien geven steeds vaker zure melk. Dat komt omdat zij machinaal worden gemolken. Er moeten weer meer handen aan de koe. Kippen moeten vaker meergraneneieren leggen. Op dichtgevroren boerensloten moet geschaatst kunnen worden in januari."

Ook bij de puntsgewijs gepresenteerde oplossingen wordt alleen maar geponeerd. Om maar eens wat te noemen: "Ambachtsschool terug." Maar waarom? Met welke inhoud? Met welk doel? En er wordt he-le-maal niets, NIETS, gezegd over de 1040-urennorm. Het fundament voor deze beslissing vind ik dus niet terug in het verkiezingsprogramma. Deze humanistische oefening heeft mij niets anders opgeleverd dan dat ik moet constateren dat weinig standpunten van de PVV onderbouwd lijken; overigens naar verluidt is dat een gewoonte die we al kennen sinds de dagen van Thales van Milete en dat was zes eeuwen voor het begin van onze jaartelling.

Tegelijkertijd blijf ik het standpunt van de minister maar niet begrijpen in de discussie over werkdruk. Helaas is de aandacht nu verschoven naar het aantal vakantiedagen en gaat ook hier de hele inhoud niet over de kwaliteit van onderwijs. Bovendien heeft de minister helemaal geen zeggenschap over hoe de vakanties worden ingepland. Daarover gaat het in de cao-onderhandelingen. De door haar voorgestelde maatregelen zijn er mijns insziens alleen op geënt om de 1040-uren beter in het werkschema van scholen, leraren en leerlingen te proppen.

Dat de publieke discussie zich voornamelijk op onderbuikniveau afspeelt, maakt me bezorgd. Stemmen van buiten de onderwijssector beweren zomaar dat leraren niet weten wat werkdruk is en dat er toch zoveel vakanties zijn. Dit mag geroepen worden, maar ik zie graag dat het allemaal onderbouwd wordt en juist die bewijslast zie ik niet. Je zou haast zeggen dat er nog een hoop onderwijs te verrichten is.

De staking is hartstikke terecht! Het voorgestelde onderwijsbeleid levert alleen meer werkdruk op voor leraren en het geeft geen enkele blijk van waardering of erkenning voor de vele professionals die dagelijks voor de klas staan. Er is immers geen enkel fundament, geen bewijs voor de stellingname van de regering. Bij de PVV, de partij die de urennorm weer op de agenda heeft gezet, moet men zich zelfs achter de oren krabben of een cursus elementair schrijven en argumenteren geen interessante optie is.



woensdag 25 januari 2012

Staken voor erkenning en ruimte

Geachte heer Zijlstra,

Op de woensdag voor Kerstmis heb ik uit uw handen de Promotiebeurs voor leraren mogen ontvangen. Die beurs stelt mij, en 35 andere docenten, in staat om de komende vier jaar twee dagen per week te werken aan mijn onderzoek te werken, om uiteindelijk te promoveren. Natuurlijk ben ik heel blij dat ik door de strenge, intensieve selectie ben gekomen, want dat betekent dat ik de ruimte heb gekregen om mijzelf door te ontwikkelen als vakman.

Donderdag ga ik staken. Ik houd helemaal niet van staken. Ik houd van dagen waarvan ik 's avonds thuis denk dat er nuttige activiteiten hebben plaats gehad voor leerlingen en dus voor mij. U weet wel, fijne, gewone dagen. Dat ik donderdag ga staken komt omdat ik het gevoel heb dat mij juist een andere vorm van ruimte wordt ontnomen. Juist de 1040-urennorm, de prestatiebeloning en het ongecompenseerd terugdringen van vakantiedagen zijn twee voorgestelde maatregelen die daar lijnrecht tegenover staan. Zo'n beurs vind ik een goede beslissing van de overheid - overigens ook als ik die toegekend had gekregen.

Als inmiddels ervaren docent weet ik dat een leerling in beginsel niets leert van onderwijs. Een mens leert alleen als die dat zelf wil. Volgens de behoeftenhiërarchie van Maslow komt men tot zelfontwikkeling, het hoogste niveau, door zich erkend te voelen. Erkenning kent dan weer verschillende niveaus: van een goed cijfer of een beloning of een compliment naar hogere vormen als het krijgen van verantwoordelijkheid of uiteindelijk: ruimte. Onderwijs is vooral een communicatief proces binnen het door een docent geschapen zogenaamde pedagogische klimaat; die ruimte, die erkenning.

De reden waarom ik ook niet begrijp dat er wordt teruggegrepen op de hierboven genoemde maatregelen, is omdat het mijns inziens zo haaks staat op wat de overheid van te voren als beleid heeft aangekondigd. De doelen die zijn gesteld in actieplannen als 'Beter presteren' en 'Leraar 2020 - een krachtig beroep!' vind ik ook prima: sterke mensen voor de klas, leraar als gewild beroep en reflectie als structureel onderdeel van mijn baan. Dit alles geeft mij het juist wél het gevoel dat ik ruimte krijg en dat ik word gesterkt als professional, net zoals bij die promotiebeurs.

Er zijn inmiddels onderzoeken te over waaruit blijkt dat er geen verband bestaat tussen toenemen van het inkomen en geluksbeleving. Prestatieloon schijnt alleen te werken bij mensen die kortcyclische arbeid verrichten: als iemand meer dopjes op tubes tandpasta heeft geschroefd dan zijn collega, krijgt die meer salaris. Voor het werk als leraar geldt dat allemaal juist precies niet; ik heb nog geen baan gezien of ervaren waar je dikwijls tegelijk en op verschillende niveaus allerlei uitdagingen krijgt te verwerken. Dat maakt het vergelijken van prestaties van leraren ook veel lastiger en ingewikkelder, vooral als daar een geldelijke beloning tegenover moet staan. Hoe druk je bijvoorbeeld een pedagogisch klimaat uit in arbeidsloon?

Als leraar heb je eigenlijk alleen echt vakantie in de zomer. In alle andere vakanties werk je door aan je onderwijs en aan de toetsing ervan, net zoals je in je tijd als leerling of student meestal iets te doen had in een vakantie. Dat vinden de meeste leraren ook prima, evenals het feit dat er alleen maar gereisd kan worden in het hoogseizoen of dat ziekte in vakantietijd niet gecompenseerd kan worden als er weer leerlingen in het lokaal zitten. Onderwijsdagen zijn lang, kennen weinig tot geen pauze en vergt een voortdurende alertheid, een goede concentratie en een hele berg aan andere vaardigheden om pubers op te leiden voor een vervolgstudie. Aan mensen die nooit in het onderwijs hebben gewerkt is dit overigens lastig uit te leggen, weet ik. Wat iedereen wel snapt is dat het schrappen van vakantiedagen een ongelukkig middel is in het bestrijden van de grote werkdruk, het beoogde doel.

De commissie-Cornielje - voorzitter Clemens Cornielje is nota bene een partijgenoot van u - heeft al duidelijk te kennen gegeven dat de huidige vakantieregeling prima is, dat er zelfs nog wat meer ruimte kan komen voor bij- en nascholing en dat er 1040 uren lesgeven 'praktisch gezien onmogelijk' te realiseren is voor een school.

"We moeten leraren koesteren," zei u nog bij de uitreiking van de promotiebeurzen. Veel van het overheidsbeleid lijkt daar prima bij aan te sluiten. We zijn het allemaal eens over het feit dat leraar een mooi beroep moet zijn, dat een docent een goede opleiding moet hebben gehad en dat leerlingen moeten worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Ik hoop dan ook werkelijk dat daarmee conflicterende zaken als prestatieloon, de 1040-urennorm en het terugdringen van vakantiedagen niet zullen doorgaan. Tenzij u of mevrouw Van Bijsterveld eerder aankondigt het wetsvoorstel terug te trekken ga ik donderdag staken voor erkenning en ruimte voor mijn professionaliteit.

Met vriendelijke groeten,

Martijn Wijngaards
Leraar Nederlands op het Canisius College en op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

dinsdag 27 september 2011

Erkenning als motor van (t)(e-)learning?

Op een opleiding waar ik regelmatig kom, wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van flexwerkplekken. Daarover wordt veel geklaagd. Nu is er van alles voor te zeggen dat mensen die een deeltijdbaan hebben hun werkplek moeten delen met anderen, maar in de opleiding waarover ik spreek hebben veel mensen het gevoel dat elke dag een territoriumpje moet worden afgebakend. Sommige collega's daar hebben al jarenlang een eigen bureautje gehad met een eigen laadje met spulletjes en een fotolijstje naast de monitor. Nu werken ze elke dag op een van de verschillende 'flexeilanden', zoals die plekken daar worden genoemd. Moeten deze collega's niet zaniken en gewoon doorwerken? Ik dacht het niet.

Verreweg de meeste leerlingen en studenten zijn bezig een veranderingsproces door te maken; dat is inherent aan het naar school gaan. Daarbij voltrekken zich bij pubers de meeste veranderingen sowieso buiten schooltijd om: hun lichaam verandert ('Help! Haargroei!') , hun wereld wordt schoksgewijs groter ('Hé, dat feest begint pas om 2 uur 's nachts!') en daar bovenop komt haast altijd een vorm van groepsdruk dat staat tegenover het eigen individu ('Help! Een pukkel!'). Wij, leraren, willen dan ook nog eens allerlei leerstof in de kop van deze kinderen duwen, bespreken met hun ouders dat ze echt moeten leren plannen - ondanks een zich nog ontwikkelende prefrontale cortex - en benadrukken keer op keer dat het kind in kwestie toch echt eens moet gaan werken. Moeten deze leerlingen en studenten niet zeuren en gewoon hun best blijven doen? Niet zomaar.

Ik zeg het vaker: ik had in geen enkel tijdperk liever willen leven dan in het huidige. Mijn repetoire als docent wordt enorm vergroot door alle digitale mogelijkheden. Toch wordt mijn onderwijs niet per se beter als ik nu een MOOC creëer, Twitter-lessen bedenk of een virtuele wereld schep waarin ik mijn leerlingen laat ervaren hoe de wereld van Koning Arthur er heeft uitgezien. Al deze schitterende mogelijkheden ten spijt, slechts ten dele kunnen deze aanvullen wat ik zelf kan.

Clichés zijn gewoonlijk waarheden als koeien. Zo'n cliché is de piramide van Maslow ook haast geworden, dus hij is heel erg waar. Voor een docent staat één term centraal en dat is erkenning. Zonder dat komt het niet tot zelfontwikkeling, volgens Maslow en laat dát nu net hetgene zijn waarom het ons eigenlijk überhaupt gaat in het onderwijs- en opleidingsgebeuren.

Mijn definitie van erkenning is: bevestiging van je zelfbeeld. Als jij bijvoorbeeld het idee hebt dat je goed bent in het maken van gipsen beelden, dan is het prettig als iemand je niet alleen complimenteert, maar je ook gedetailleerd vertelt wat er zo goed is aan je werk. Dat is wat je ertoe brengt om je volgende sculptuur nog beter te maken of om jezelf te verdiepen in nieuwe technieken. In gaming heet dat een level up.

Volgens mij zijn er binnen erkenning verschillende niveaus te onderscheiden. Van rudimentair naar geavanceerd zijn dat achtereenvolgens:
  1. Cijfers. Een goed cijfer bevestigt je je bepaalde stof goed hebt eigen gemaakt. Iemand die alleen maar goede schoolresultaten behaalt, zal hier een zeker gevoel van erkenning aan overhouden, al zal dat mijns inziens niet leiden tot een hele complete vorm van zelfontplooiing. Voor veel scholieren is een cijfer de meest voorkomende soort level up.
  2. Beloningen. In veel games kun je met prestaties afdwingen dat je een beter harnas, een beter wapen, een betere auto of een betere voetbal kunt krijgen. Het vooruitzicht dat er nóg betere harnassen, wapens, auto's en ballen zijn zorgt ervoor dat de gamer zich wil doorontwikkelen. Een briefje van €10 van oma en opa is evengoed een mooie beloning voor het verbeterde rapport. In de managementwetenschap (eigenlijk een soort contradictio in terminis, want zelfontplooiing kun je niet aansturen, alleen faciliteren) heet dat het wortel-en-stokmodel.
  3. Complimenten. Als iemand je zegt dat je iets goed hebt gedaan, levert die de meest zuivere vorm van erkenning - gezien mijn definitie. Hoe gedetailleerder de feedback, hoe beter jij je voelt over wat je hebt gepresteerd. Details gaan niet alleen over de onderdelen van de prestatie, maar ook over hoe de ontvanger zich heeft gevoeld ten opzichte van de prestatie. Pas op: opbouwende kritiek valt hier eigenlijk ook onder, maar iemand die juist bevestigd wil worden in zijn zelfbeeld zit niet meteen te wachten op verbeterpunten. Je zult dus wat tijd tussen compliment en opbouwende kritiek moeten nemen als je - met al je goede bedoelingen - wilt gaan onderwijzen, want anders ga jij het moment van de presteerder verpesten met een soort roep om bevestiging van je eigen zelfbeeld.
  4. Verantwoordelijkheid geven. Promotie is een goed middel van je baas om je het gevoel van erkenning te geven, want er verandert iets positiefs door je inzet. Die promotie hoeft niet automatisch te zijn in een verhoging van salaris (al mag dat altijd), maar die zal voornamelijk betekenen dat jij als een soort autoriteit behandeld wordt op een gebied waarin jij iets goeds hebt gedaan: je krijgt meer verantwoordelijkheden, er is meer ruimte voor je creativiteit of je krijgt een duidelijke eigen plek in de organisatie.
  5. Ruimte geven. Het moeilijkste is om jezelf erkenning te geven, want in principe zul je weerklank moeten vinden in je omgeving. (We kennen allemaal wel een voorbeeld van een onnoemelijk vals zingend mens dat denkt dat een professionele carrière in de popmuziek in het verschiet ligt. We denken dan: heeft niemand haar tegen zichzelf in bescherming kunnen nemen?) Soms heb je echter het gevoel dat je het bij het rechte eind hebt en dan zul je lang en geduldig moeten duwen op je werk voordat de verandering zich een beetje aan je openbaart. In zo'n geval zul je zelf een basis moeten creëren waarop je je zelfontwikkeling bouwt.
    De kunst van goed management zit hem er volgens mij in dat je juist ruimte geeft aan mensen die buiten de gebaande paadjes durven te denken. Pas als je op een creatieve manier dát weet te bewerkstelligen, zul je ook echt profijt hebben van het feit dat je met zo iemand kunt werken. Het bekendste voorbeeld van dit gegeven is de 20%-tijd die Google aan zijn werknemers geeft. Alle kritiek daarop ten spijt: het heeft Google zeker geen windeieren gelegd, integendeel.
Het geheim van goed onderwijs zit hem niet alleen in het up-to-date blijven of in het toch zo goed kunnen uitleggen. Het gaat erom dat een leerling, student of collega zich door jou erkent voelt, pas dan zul je veranderingen meemaken. Erkenning is daadwerkelijk een sleutelwoord!

Zo behandel ik momenteel met mijn 5 havo de oersaaie stijlfiguren. Dat leidt tot oersaai huiswerk en oersaaie nakijk- en bespreekmomenten in het lokaal. Natuurlijk vul ik een en ander aan met digitale opdrachten, maar daarin erken ik de leerling nog niet in het oersaai vinden van de stof. Alleen benoemen werkt ook niet, maar met behulp van mijn digitale schoolbord kun je gemakkelijk een ganzenbordje projecteren, twee pionnen maken en deze om de beurt over het spel bewegen. (Jongens tegen de meisjes; bij goed antwoord heeft, gaat de blauwe pion een vakje naar voren, bij een fout antwoord een vakje naar achteren. Namens de jongens antwoord altijd een leerling, evenals bij de meisjes en er mag gebruik gemaakt worden van collectieve intelligentie. Let wel: we bespreken hier een gewone opdracht uit een gewoon lesboek.) Na het ganzenbord gaan we slangen en ladders doen en eventueel daarna nog Risk (met elk goed antwoord bezet je een gebiedje namens de jongens of de meisjes. Etcetera.) Door het oersaaie nakijken in een spelvorm te gieten, erken ik de leerling niet alleen, ik buig het om in een werkvorm waarbij ik de meest hangende slungel nog bloedfanatiek heb zien worden (ik overdrijf niet).

(Oh, en je hoeft echt niet jongens tegen de meisjes te doen als je dat om wat voor reden dan ook niet wil doen; bedenk eens wat leuks...)

Een studente die net voor het eerst een les over Karelepiek heeft gegeven aan een 4 vwo en daarover enthousiast vertelt, moet ik in eerste instantie vooral complimenteren met het feit dat het überhaupt is gelukt. Die erkenning verdient zij. Die zit helemaal niet te wachten op de zeven verbeterpunten die mij onmiddellijk te binnen schieten.

Een collega die de hele week werkt moet een eigen werkplek kunnen krijgen. Hier gaat het om een gevoel van erkenning dat organisatorisch geregeld moet worden. Het is altijd goed om op de centjes te letten, maar een verdrietige werknemer die zichzelf teruggeworpen ziet in de piramide van Maslow, omdat die elke dag opnieuw een plekje moet veroveren in de plaatselijke flexibele gordel van smaragd leidt in de beste managementwetenschap niet tot meer productiviteit.

Door iemand te erkennen help je een deur te openen naar zelfontwikkeling. Maslow heeft gewoon gelijk. Cliché of niet, technologische vooruitgang of niet, daaraan moet je niet zomaar voorbij gaan.