maandag 15 augustus 2011

Heeft Jeugdpeil gamegedrag onder controle?

Het Jeugdjournaal heeft met Jeugdpeil een groot panel om onderzoek mee te verrichten. Dat levert eerder deze week een vrij aardig rapportje op over gamen. Kinderen van 8 tot 14 jaar hebben een vragenlijst ingevuld over hun gedrag ten opzichte van het spelen van games en de antwoorden zijn ontwapenend eerlijk.

Wat komen we te weten? De kinderen vertellen ons dat jongens eerder beginnen met gamen dan meisjes. Bovendien gamen ze meer en langer, oudere jongens soms meer dan 12 uur per week. Een minderheid van de panelleden vindt zichzelf zelfs verslaafd. Tegelijkertijd is er het beeld dat ouders niet vaak controleren. Degenen die dat wel doen, gebruiken veelal geen parental control-functies op de console of computer, maar die doen dat 'op gevoel' of met een voor de gamende jongeling duidelijk zichtbare wekker.

De kinderen zijn verdeeld over de vraag of gamen wel goed voor je is. Een minderheid heeft bij online gamen wel eens vervelende dingen meegemaakt, maar veel kinderen melden het meteen bij ouders (meisjes gek genoeg nooit bij een leraar, jongens wel). Tja.

Leuk is het onderzoekje wel, maar het voegt werkelijk helemaal niets toe aan wat we al weten over gamen. Sterker nog, het onderzoek roept meer vragen op, dan dat het antwoorden geeft. Dat heeft te maken met de opzet; die is niet goed.

Allereerst is gamen een containerbegrip in dit onderzoek. Er wordt niets gespecificeerd. Als iemand mij vraagt of ik van muziek houd, ik zo dom ben om 'ja' te zeggen en mij vervolgens opzadelt met een portie hardcore dan heb ik dat aan mijzelf te wijten. Net zoals er nogal wat land is tussen het eerste vioolconcert van Bach en een live-uitvoering van Slipknot, zijn er ook nogal wat genres en verschijnselen die je onder de term gamen kunt scharen. Voor het slapen gaan moet ik geen racegame doen, maar van een turn-based RPG kan ik behoorlijk tot rust komen. Een realistisch oorlogsspel op een Xbox is totaal iets anders dan een juwelenpuzzelspel op een mobieltje.

Veel jongeren noemen zichzelf gameverslaafd, zonder dat het duidelijk is wat zowel het Jeugdjournaal als de ondervraagden nu eigenlijk hiermee bedoelen. Recent onderzoek van Jeroen Lemmens (2010) wijst uit dat een gameverslaafde stoornissen moet hebben op liefst 7 gebieden (beperkte realiteitszin hebben, tolerantieproblemen hebben, een wisselende gemoedstoestand, vaak terugvallen in oude patronen, ontwijkend gedrag vertonen, conflicten hebben met de omgeving en persoonlijke problemen hebben). De antwoorden waaruit het Jeugdpeil mocht kiezen hadden geen enkel element van dit alles in zich; die zaten meer aan de genotskant van het gamen.

De gegevens van jongens en meisjes worden keurig uitgesplitst, eveneens netjes per leeftijd. Omdat gamen niet wordt uitgesplitst in genres, wordt er ook geen onderscheid gemaakt tussen welke games jongens en meisjes spelen en wat zij onder gamen verstaan. Een nog veel recenter onderzoek dan het hierboven aangehaalde toont aan wat meisjes nu aantrekt in gamen. Mirjam Simone Vosmeer is in januari van dit jaar gepromoveerd op het complexe verband dat bestaat tussen games, geslacht, culturele boodschappen en collectieve mentaliteiten op het gebied van gendervraagstukken. Kortom, meisjes gamen nu eenmaal anders dan jongens.

Ook de voor- en nadelen van gamen beperken zich tot bewegen, slimmer worden of de fun factor. Dat is jammer, want er zijn onderzoeken die uitwijzen dat allerlei soorten games wel degelijk een heilzame werking hebben. (Zoals dat van de Universiteit van Rochester, waarin wordt aangetoond dat de visuele hersencapaciteit blijvend met 20% toeneemt als iemand veel actiegames doet.) Belangrijke organisaties als SURFnet en Kennisnet bundelen al enige jaren de krachten om nader te experimenteren met alle goede kanten van het spelen van verschillende games; denk aan Games2Learn.

Leuk is wel dat de kinderen van het Jeugdpeil massaal aangeven dat gamen als sociale activiteit prettiger is dan solitair achter een console of computer te hangen. Dat meer-dan-een-vermoeden heb ik ook al langer geuit en daarin sta ik niet alleen. We leven nu eenmaal niet meer in de tijd van alleen de bordspellen (al gaan we op het CC wel experimenteren met een combi volgend leerjaar). Maar welke games kinderen leuk vinden en aan welke kenmerken een leuke game moet voldoen, daarover is niets gevraagd. Ook sociale gamers kennen hun succesnummers.

Met een paar eenvoudige vragen hadden de onderzoekers goed gebruik kunnen maken van een grote groep behoorlijk brave en eerlijke kinderen om aanvullende gegevens te creëren. Nu komt er door te veel en te vaak generaliseren, in afwisseling met te beperkte en vaak suggestieve antwoordmogelijkheden op vragen te weinig informatie uit om echt vrolijk van te worden. Volgende keer beter, hoop ik. Nu nog even een half uurtje lekker aan mijn RPG'tje.

donderdag 28 juli 2011

Leestip: filosofen als stripfiguur

Een paar jaar geleden had ik al eens een deeltje gelezen, maar nu heb ik de hele reeks eens rustig doorgenomen: Action Philosophers is een Amerikaanse comic met daarin een enorm leuke manier om kennis te maken met de belangrijkste denkers uit onze geschiedenis. Tekenaar Ryan Dunlavey en schrijver Fred Van Lente geven niet alleen een korte samenvatting van de hoofdgedachten van 's werelds beroemdste filosofen, ze zoomen ook in op de persoonlijke geschiedenis.

Leuk is hoe ze gebruik maken van de mythen die om de filosofen hangen. Plato is een worstelaar geweest, dus hij wordt als een soort WWE-worstelaar neergezet die praat als de Hulk. ("Plato smash!") Tegelijkertijd wordt er goed ingegaan op zijn academie, zijn dialogen en zijn ideeënwereld.

Moeilijke zaken worden niet geschuwd: bij Nietzsche wordt ook verteld hoe figuren als Hitler zijn ideeën over de Übermensch hebben misbruikt voor hun eigen plannen en hoe ten tijde van Spinoza de positie van Joden was in Europa. Daarnaast spelen de auteurs met de stereotype beelden die Amerikanen hebben van Grieken of van Fransen. Heel leuk allemaal. Het zijn bovendien niet alleen westerse filosofen die de revue passeren. Namen als Lao Tzu of Bodhidharma kom je ook rustig tegen.

Compleet is het allemaal niet en er is ook geen duidelijke methode. Leuk is het allemaal wel. Voor degenen die zelfs De wereld van Sophie niet toegankelijk genoeg vinden vormt Action Philosophers een leuke inleiding, alhoewel híer nog geen Nederlandse vertaling van te krijgen is.

donderdag 14 juli 2011

Leestip: over gekonkel, geheimen en georganiseerde haat in de 19de eeuw

Als ik zo zou kunnen schrijven als Umberto Eco, dan had ik dat al lang gedaan. Natuurlijk heeft deze man met De naam van de roos een absolute 10 gehaald, maar het is niet eerlijk om elke roman daarna minder goed te vinden. Het is immers niet gemakkelijk om nog een 11 te krijgen voor iets anders. Toch vind ik De begraafplaats van Praag een absolute 10 waard.

Als je de verwarring van de eerste hoofdstukken te boven bent gekomen heb je door dat er liefst drie vertellers zijn (hoe dat zit is niet leuk om te verklappen). Hoofdpersoon Simonini is echter een Piëmontese notaris én vervalser die via Sicilië (alwaar hij de Garibaldijnse revolutie van dichtbij meemaakt) naar Parijs vertrekt. We hebben het hier dan over de Franse hoofdstad van Napoleon III: de hoofdpersoon maakt de slachtpartijen mee in de dagen van de commune, staat aan de basis van de Dreyfuss-affaire, maar daarvoor ook nog van allerlei andere geruchtmakende zaken waarin politici, regeringsfunctionarissen, clerici en vrijmetselaars er om de beurt van langs krijgen. Aan het begin is het al duidelijk: deze meneer heeft een hekel aan welhaast iedereen. Hij blijkt dan ook diverse keren rustig in staat om gewetenloos mensen te laten doden - of hij doet het zelf - of om ze te laten afvoeren naar de gevangenenkampen bij Frans Guyana.

Degenen die door het hele boek stelselmatig worden beschuldigd van alle kwaad dat overal gebeurt zijn de Joden. Hoewel de titel anders doet vermoeden, speelt het verhaal zich niet af in de Tsjechische hoofdstad; dat geldt echter wel voor de belangrijkste rode draad in het verhaal. Simonini werkt en schaaft gedurende zijn hele leven aan een tekst waarin Joodse rabbijnen 's nachts bijeenkomen op de beroemde Joodse begraafplaats in Praag. Daar zouden zij plannen smeden om de wereldheerschappij op te eisen.

De hoofdpersoon is fictief, maar zo'n document bestaat echt. Deze Protocollen van de wijzen van Zion liggen ten grondslag aan een hele hoop door nationale staten georganiseerd antisemitisme. Waar regeringen vroeger Joden in getto's konden onderbrengen, was dat niet meer mogelijk na de Amerikaanse en Franse Revoluties (schrijf ik op Quatorze Juillet), omdat alle burgers gelijkwaardig werden middels een grondwet. Omdat diverse machthebbers nu altijd behoefte hebben aan een zondebok, werden de Joden via slinksere wegen gestigmatiseerd.

Veel mensen hebben geloofd dat de Protocollen echt waren. Zo heeft aanvankelijk vooral in Frankrijk en Rusland, maar eigenlijk in alle Europese landen, het antisemitisme een sterke basis gekregen. Later heeft Hitler ook nog naar deze werken verwezen in Mein kampf. Hoe dit alles daarna is gelopen weten we helaas allemaal.

Vanuit dit oogpunt bezien vind ik De begraafplaats van Praag een belangrijk boek. Het is niet gemakkelijk om te lezen als je weinig voorkennis hebt op het gebied van vrijmetselaars, katholicisme en politieke en sociale mechanismen aan het begin van de Moderne Tijd, maar je krijgt er wel een hoop inzicht voor terug. Bovendien weet Eco op allerlei momenten de toon toch een soort van lichtvoetig te houden en dat vind ik erg leuk. Simonini is bovendien een geweldige smulpaap en Eco heeft het werk doorspekt met de mafste recepten die worden verorberd in allerlei bekende restaurants. Verwijzingen naar bekende namen als 'Froïd' en 'Goedsche', zorgen dat je goed moet opletten met wie Simonini aan het spreken is.

Een goede, belangrijke leestip voor doorzetters die met dit regenachtige weer liever binnenzitten. Het geeft een geweldig inzicht in de 19de eeuw waarin iedereen wel boter op het hoofd leek te hebben. En het laat goed de gelaagdheid zien van het zondebokmechanisme dat helaas zelfs vandaag nog bestaat; nu zijn het de moslims en morgen misschien wel alle intellectuelen.

vrijdag 8 juli 2011

Leestip: over Facebook en over discriminatie

Terwijl ik mij nog steeds zit af te vragen óf min Facebook-account iets toevoegt en wát dat precies is, word ik op mijn wenken bediend door de makers van MAD Magazine. Dat vind ik niet altijd een even leuk boekje - dikwijls is het nogal melig -, maar nummer 509 heeft een bijzonder aardig item over Facebook in huis. Hierin wordt aardig de spot gedreven met het aan inflatie onderhevige woord vriend, het I-Like-gebeuren, de malle boodschappen waar je als argeloze gebruiker doorheen moet en het feit dat Zuckerberg maar rijker en rijker lijkt te worden.

Een andere aardige strip waaraan ik deze week eindelijk toekwam waren twee exemplaren van Power Girl, nummer 24 en 25 om precies te zijn. Power Girl is een soort (voluptueuze) kloon van Superman uit een parallel universum ofzo - vraag het me niet; ik snap er niks van. In deze twee strips bundelt ze haar krachten met die van Batman (vandaar mijn interesse - vanaf mijn 12e al).

Nu heb ik helemaal niet zo vaak dat een superheldencomic mij echt kan bekoren, maar dit is er één. Dat komt omdat de schrijver Judd Winick de ballen heeft gehad om een intrigerende schurk te bedenken. De schurk is eigenlijk helemaal geen schurk. Het is een man die superkrachten heeft, maar deze niet gebruikt om een onopvallend, normaal leven te leiden. Als hij in een neerstortend vliegtuig zit, manifesteert hij zich voor het eerst met zijn krachten. Naderhand wordt hij opgepakt, omdat iedereen denkt dat hij de oorzaak was van het neerstorten. Reden: de man ziet er uit als een Arabier, dus hij wordt niet vertrouwd door de goegemeente.

De man wordt afgeschermd voor de samenleving en ook voor zijn stervende vader, naar wie hij op reis was. Hij verduurt heel veel in de Guantánamo Bay-achtige gevangenis, totdat het hem allemaal te gortig wordt en hij ontsnapt. Power Girl en Batman komen pas na enig vijfen en zessen achter de waarheid, want ook zij zien hem eerst aan voor een slechterik. Ik vind het goed dat er ook in de wereld van de comic books mensen zijn die durven te uiten dat ook nog in onze tijd veel mensen op uiterlijk worden gedirigeerd tot onbetrouwbaar of tweederangs. Toegegeven, er had veel meer uit dit verhaal gehaald kunnen worden, maar ik vind het een moedig werkje en een lichtpuntje in de overweldigende diarree aan comics die elke maand weer wordt gepubliceerd.

Als je een dezer (vakantie-) dagen de hierboven beschreven exemplaren kunt opsnorren, dan moet je het niet laten. Tijd voor vakantie! Tijd voor lezen (op alle niveaus)!

maandag 4 juli 2011

Website cursus Historische letterkunde vernieuwd

De website is gereviseerd voor de cursus historische letterkunde die ik geef aan de masteropleiding leraar Nederlands van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Alles wat op deze website stond was al open source, maar ik heb de hele handel opnieuw geordend. Het is dan ook niet meer dan logisch dat ik de site al enkele jaren openbaar voor iedereen op internet heb staan, dus ook voor niet-studenten. Ik geloof dat het voor veel mensen een praktische site kan zijn, wellicht ook voor collega's elders of voor studenten aan andere hogescholen of universiteiten. Bovendien: open source is open source.

Ik vind het bovendien gewoon leuk om zo'n site te maken en te vervolmaken. Het is veel praktischer dan een reader en doordat ik alleen maar werk met open bronnen hoef ik mij geen zorgen te maken over copyrights. Integendeel: de mensen en instanties die achter de door mij aangehaalde bronnen zitten delen mijn visie over openbare kennis.

Achter de website en de cursus zit natuurlijk een visie. Die heb ik opnieuw verwoord en teruggebracht tot drie hoofdelementen. Hieronder staan ze.

Van de site:
"Waarom moeten wij iets weten van literatuur?", vraagt een leerling zich regelmatig af. Waarom? Omdat je mede daardoor beter leert om keuzes te maken; als je je bewust bent van de cultuur waaruit je komt en welke culturele, religieuze en wetenschappelijke aannames die keuzes kunnen beïnvloeden, kun je pas écht een heldere keuze maken. Literatuur lezen verdiept en verbreedt je denkvermogen.

Literatuur lezen is niet gemakkelijk, het is een klus die je bewust moet klaren en die vaak enig doorzettingsvermogen vergt. Toch ben je na afloop van het lezen doorgaans blij dat je de betreffende inhoud tot je hebt genomen. Literatuur lezen bouwt aan je karakter.

In deze cursus bestudeer je onze collectieve mentaliteiten, hoe deze hoogstwaarschijnlijk zijn ontstaan en vooral: hoe deze tot uiting zijn gekomen in proza en poëzie. Het geheel wordt bewust opgediend als een soort schaal met hapjes; iedereen zal zijn eigen voorkeur kunnen bepalen. Literatuur lezen is leuk!

De student wordt door mij dus geacht om welk literair werk dan ook te kunnen duiden. Als docent hoop ik dat diezelfde student weer nieuwe generaties kan aansporen om zich te verdiepen in wat feitelijk zichzelf is. Hopelijk kan mijn website een kleine bijdrage leveren aan al dat moois.

De website Cursus Historische Letterkunde is hier te vinden. Ik hoor bijzonder graag wat je ervan vindt!

dinsdag 21 juni 2011

Idee Zijlstra niet gek, mits...

De laatste tijd schrik ik me regelmatig een hoedje als ons minderheidskabinet weer met een nieuwe maatregel voor het onderwijs komt. Het is weer enige tijd geleden dat we een overheid hadden die van te voren meldde dat er minder regels zouden komen, om vervolgens met heel veel nieuwe regels te komen. Juist het onderwijs heeft te vaak onder Haagse bemoeizucht te lijden gehad en daardoor zou je als betrokken en zakelijk professionele docent haast een minderwaardigheidscomplex krijgen.

Dus ook vanmorgen schrok ik van het bericht dat er meer mogelijkheden zouden komen om nieuwe leraren te creëren. Ik kan me nog al te goed de tijd herinneren dat er zijinstromers in het onderwijs te werk werden gesteld. Dit waren meestal mensen uit het bedrijfsleven, die - met behoud van hun mooie inkomen daar - voor de klas werden gezet. Ik heb zelf een aantal van die mensen zien schrikken van de intensiteit van het docentenwerk. Daarnaast waren er enkele collega's die weigerden om deze nieuwe mensen op de vloer wegwijs te maken op school en in het werk, vooral vanwege het grote verschil in inkomen. (Dat kan ik me ook wel indenken: dan werk je 10 jaar in het onderwijs, komt er een of andere nitwit uit het bedrijfsleven en die verdient zomaar ineens meer, terwijl hij nieuw is in deze branche.) Van de ruim 10 mensen die ik op deze manier heb zien instromen is er nog één van wie ik weet dat die nog werkt in het onderwijs. Overigens, die was ook geknipt voor de baan. Alle andere mensen zijn weer teruggekeerd naar andere banen.

Stilzwijgend is deze maatregel een natuurlijke dood gestorven. Helaas, want het had voor het zelfvertrouwen van de Nederlandse leraar eens fijn kunnen zijn dat die gewaardeerd zou worden: "Och ja, u bent toch een professional. Och ja, wij managers uit het bedrijfsleven denken vaak te lichtvaardig over u. Och ja, wij politici moeten u eigenlijk ondersteunen, goed laten belonen en u verder onvoorwaardelijk vertrouwen op uw professionaliteit."

Goede opleiding
Voordat je voor de klas staat moet je een gedegen opleiding achter de rug hebben. Inhoudelijk moet alles in je vingertoppen zitten, je moet in staat zijn om een prettig pedagogisch klimaat te scheppen en de vaardigheden hebben om elke leerling te bereiken. Het idee van Zijlstra is zo gek nog niet, want als iedereen in staat wordt gesteld om na hbo of universiteit een kopstudie te doen, is er in elk geval over de inhoud geen discussie meer.

Wel blijft het natuurlijk zaak dat al deze lerarenopleidingen bijzonder goed moeten zijn. Het zal een hele toer zijn om goed te formuleren én te realiseren aan welke voorwaarden een docent moet voldoen. Omdat ik betrokken ben bij zo'n nog tamelijk nieuwe masteropleiding kan ik daar een duchtig woordje over meepraten. Onmogelijk is het niet, integendeel, maar dan zal er toch een mooie pot met geld moeten worden opengetrokken om kwaliteit op de vloer te garanderen.

zaterdag 28 mei 2011

Over vaste waarden en de toekomst

Afgelopen week heb ik mogen spreken op het symposium Edurama van de Nijmeegse studievereniging Thalia, voor studenten en docenten van de universitaire opleidingen Informatica en Informatiekunde. Daarbij werd mij de moeilijke vraag gesteld over hoe het onderwijs er over 20 jaar zou uitzien.

Natuurlijk is het onmogelijk om voorspellingen te doen over zo'n lange termijn. Zo heb ik verteld dat ik in 1986 - als jochie van 10 - naar de tekenfilm Transformers: The movie keek, die zich afspeelde in 2005. Inmiddels weten wij dat computers geen megaschermen, overmatige handles, lampjes, draaiknoppen en schuifjes hebben, er geen grote ruimtestations op aarde zijn en dat de Decepticons geen serieuze bedreiging vormen voor de wereldvrede. De film zegt meer over 1986 dan over de toekomst, net zoals The Jetsons en de originele Star Trek-serie vooral een reflectie zijn van de tijdgeest waarin deze zijn ontstaan (vrouw nog steeds in de keuken, man is de baas; dat soort zaken). Het is dus gevaarlijk om een toekomstvisie te geven over zo'n lange periode. (En het is ook gevaarlijk om je helemaal te storten op één technologische ontwikkeling: heb je net Twitter-onderwijs bedacht, is Twitter weer uit...)

Vaste waarden
Daarom heb ik mij niet gewaagd aan een soort visioen. Ik ben gaan kijken welke vaste waarden nu gelden, maar die volgens mij in de toekomst niets aan belang hebben ingeboet. Het verhaal bevat zaken die ik al vaker heb gemeld, maar goed, dat is dan ook mijn visie.

Allereerst denk ik dat internet (Web x.0) ook in de toekomst minimaal zal bestaan uit de samenhang tussen informatie, communicatie (zakelijk en fun) en uit collectieve intelligentie. Het is op het moment nog steeds zo dat de overgrote meerderheid van de gebruikers vooral informatie zoekt op internet en een klein beetje de communicatiepoot gebruikt voor de lol. Dat betekent dat nog heel veel potentieel van het web benut kan worden, zeker als je in ogenschouw neemt dat we dit alles in onze broekzak kunnen meedragen.

Van de huidige generatie jongeren wordt aangenomen dat zij niet beter meer weten dan dat zij leven in een wereld met ICT, multimedia en internet. Zij zouden hier helemaal vertrouwd mee zijn en daarom zouden zij beter kunnen omgaan met al deze middelen. Als ik deze redenering volg, dan zou ik als peuter ook meteen hebben moeten kunnen fietsen, want ik was op jonge leeftijd immers al vertrouwd met het fenomeen. Maar helaas, nee: ik heb moeten leren fietsen met vallen en opstaan. Met andere woorden: jongeren van nu moeten ook leren omgaan met internet. Daar ligt dus een belangrijke uitdaging.

Daarnaast wordt over kennis al snel gezegd dat deze toch wel opzoekbaar is, dankzij internet. Hierbij wordt mijns inziens te snel uit het oog verloren dat kennis pas leidt tot verbindingen en creativiteit als deze in iemands hoofd zit. Zonder de mens wordt kennis opgeslagen in aparte boxen en dat leidt uiteindelijk tot stilstand.

Vervolgens vind ik dat bij voorkeur iedereen, maar hoog-opgeleiden, zich bewust moeten zijn van hun culturele bagage. Een beslissing, op welk niveau dan ook, moet zo zuiver mogelijk zijn en dat betekent dat degene die hem neemt moet weten vanuit welke collectieve mentaliteit hij handelt; zijn er onbewust wetenschappelijke of religieuze dogma's die in de weg staan van zo'n beslissing, dan leidt dat uiteindelijk tot een minder goed resultaat. Het is goed om je te beseffen dat een Chinees of een Tunesiër een zelfde vraagstuk op een andere manier kan oplossen dan een Nederlander en dat die beslissing even waardevol kan zijn als die wordt genomen met de eigen culturele achtergrond bewust in ogenschouw.

Student van de toekomst
De student van de toekomst is de student van nu. Hij (= vanaf nu ook zij) zal aan een aantal kenmerken moeten voldoen, volgens mij:
  • Kunnen samenwerken: in een wereld die connected is, ben je maf als je nog op je eigen eilandje gaat zitten klooien. Het beste is om je ego behoorlijk los te laten en samen informatie te delen, dat leidt in de regel tot een beter resultaat.
  • Discipline tonen: wat je wel zelf moet doen is zorgen dat je kennis blijft vergaren en dat je dat zo goed doet als in je vermogen ligt. Dikwijls betekent dit dat je moet doorzetten als de leerstof zich lijkt op te stapelen.
  • Kunnen omgaan met bronnen: je moet weten welke informatie betrouwbaar is, welke niet en hoe je voor jezelf structuur kunt aanbrengen in de onafzienbare en onophoudelijke stroom info die ons elke dag overspoelt op allerhande niveaus.
  • Lef tonen: je moet beleefd doch vastberaden voor jezelf opkomen, door gesloten deuren durven gaan, stoute schoenen moeten aantrekken en op avontuur gaan. Neem je leven in eigen hand (en je smartphone in de andere).
  • Web x.0 kunnen beheersen: in het kader van mijn eerste hierboven beschreven waarde is het zaak dat je je volstrekt gemakkelijk en bewust kunt bewegen op het Web; dat je alle mogelijkheden zoveel mogelijk benut en er zoveel als mogelijk van profiteert.
Al deze zaken leiden naar mijn mening tot een vergroot zelfvertrouwen bij een student: alles is communicatie (Wijngaards' Gouden Regel 1) en we hebben haast elke dag weer nieuwe en gemakkelijkere middelen voorhanden om dat idee te kracht bij te zetten.

En de docent
Elke hoogopgeleide komt volgens mij wel eens op een punt dat hij leraar moet zijn, in welke branche er ook wordt gewerkt. Iedereen moet wel eens wat uitleggen aan één of meerdere mensen, of het nou gaat om een visie of om een oplossing. Dat betekent dat ook de docent van de toekomst de docent van nu is. De kenmerken die ik hieronder opsom zijn nogal gelijk aan de zaken die door een andere Wijngaards al eens zijn gezegd, maar volgens mij vormen deze een waarheid als een koe:
  • Kunnen samenwerken en onderwijs ontwerpen dat de leerling (= vanaf nu ook student etc.) daartoe brengt. Deel wat je schrijft: open source heeft de toekomst (ook weer te lezen in het nieuwste Horizon Report-K12).
  • Creatief zijn: onderwijs sluit alleen aan als je dat geeft in het hier en nu. Out-of-the-box-denken is gewenst bij het overbrengen van de leerinhoud, maar net zo belangrijk is het oeroude besef dat een mens eerst erkend moet worden voordat het tot zelfontplooiing komt (daar is die goede, oude Maslow weer).
  • Altijd doorleren. Dit spreekt voor zichzelf. Creëer voor jezelf ook een omgeving waarbinnen je dit gemakkelijk kunt doen en prijs jezelf gelukkig met alle middelen die we daarvoor hebben (en gaan krijgen).
  • Vertrouwen als basis. Je gaat uit van het positieve in je leerling; je schenkt je leerling jouw vertrouwen. (Als blijkt dat dit even niet kan, dan trek je even de teugels strak aan, benoemt het gedrag, bedenkt dat het bij de ontwikkeling hoort en spreekt af weer opnieuw te beginnen met vertrouwen.)
  • Lef tonen. Als bij student verwoord. Plus: kijk verder dan je school lang is; zoek altijd naar waar het spreekwoordelijke mes aan meerdere kanten snijdt.
  • Rolmodel zijn. Als jij al het bovenstaande waarmaakt, dan straalt dit ook af op je leerling. Als leraar moet je je altijd beseffen welke boodschap je uitstraalt, digitaal en analoog.
Leuke ervaring
Het was een leuk symposium, dat van Thalia. Fijn was om te merken dat de sprekers na mij eenzelfde boodschap verkondigden als ik, maar dan bezien vanuit hun eigen achtergrond. Ik was vooral onder de indruk van de toekomstbeelden van Hans Wagner over de te verwachten verschuivingen in macht en invloed (en bovendien vond ik hem een aardige kerel). Studenten van Thalia: bedankt voor de uitnodiging!