Wat me gisteren ze trof bij het bekijken van de Oranje Leeuwinnen in Studio France was vooral de enorme kracht van Shanice van de Sanden. Haar grootste kracht is niet haar snelheid of haar vermogen om een stadion vol mensen op te peppen. Ook niet haar puntgave voorzetten. Wat dan wel?
Ik vind Van de Sanden ongelooflijk eerlijk. Ze toont zich kwetsbaar als ze vertelt hoe de kritiek op haar WK-optreden 'in haar koppie' gaat zitten. Enerzijds weet ze dat het buitengewoon menselijk is als je een tijdje niet je verwachte niveau haalt, anderzijds weet ze ook dat je daardoor in een serieuze crisis terecht kan komen. Is haar ontwapenende eerlijkheid haar grootste kracht? Ik denk het niet.
Tijdens het EK twee jaar geleden was Van de Sanden een van de grote uitblinkers. Ze daverde langs de zijlijn, gaf beslissende passes en scoorde af en toe met brute kracht. Meer dan eens liep ze op kenmerkende wijze met haar hand aan haar oor langs de tribunes. Ze getuigde van intens vertrouwen in zichzelf. En terecht.
Nu het zelfvertrouwen een deuk had opgelopen - volgens mij feitelijk als sinds ze niet meer in de basis stond bij haar werkgever Olympique Lyonnais - toonde ze wat mij betreft haar grootste kracht: Shanice is in staat om zich over te geven aan haar team. Zij geeft wat zij terug wil krijgen. Bij elke wissel pepte ze haar teamgenoten nog even op. Haar vaste vervanger, Lineth Beerensteyn, kreeg een welgemeende knuffel. Toen Beerensteyn een basisplaats in de halve finale deed Van de Sanden haar uiterste best om bij te dragen aan haar voorbereiding.
Het vermogen van Van de Sanden om zich terug te laten vallen op haar teamgenoten betaalde zich ook positief uit. Wat ze gaf kreeg ze terug: haar teamgenoten hebben haar altijd op precies dezelfde manier steun gegeven. Kritisch, eerlijk en vol vuur. Van de Sanden zal heus het nodige moeten doen om weer zorgeloos over de weide te dartelen, maar ze is daarin niet alleen.
Natuurlijk kan Van de Sanden zoiets alleen doen als de veiligheid in het team dat ook stimuleert. Wat dat betreft was het niet gek dat bij elke speler en staflid de plaat in dezelfde groef bleef vastzitten: de hele uitzending werd gehamerd op de enorme teamprestatie. Staf en spelers trokken hierin samen op. Ze inspireerden meisjes én jongens! Meer inspiratie voor goede prestaties vanuit eerlijkheid, mildheid en vergeving is ondenkbaar: wat dat betreft verdienen bondscoach Sarina Wiegman, de staf én alle Oranjeleeuwinnen goud.
Over game-based storytelling, teambuilding, persoonlijkleiderschap, blended learning en andere vehikels voor het vergroten van vertrouwen.
dinsdag 9 juli 2019
dinsdag 2 juli 2019
Sesamstraat ideaal boegbeeld voor kwetsbare kinderen
Wat mij zo verbaast in alle berichtgeving omtrent het tot stervens toe de keel afknijpen van Sesamstraat? Het feit dat ik niemand meer hoor over waarom het tv-programma überhaupt op de buis is verschenen. Ik meen dat het ooit is bedacht om kinderen in achterstandswijken ondersteuning te geven bij hun leerachterstanden.
Is het nostalgie dat ik moeite heb met het idee dat Sesamstraat verdwijnt? Nee, het is juist de grondgedachte van Sesamstraat die me de hele tijd door het hoofd speelt. Juist die aandacht voor kwetsbare mensen, kinderen, vind ik zo'n mooie bestaansreden.
Met alle aandacht die er de laatste paar jaar is voor laaggeletterdheid zou Sesamstraat juist als boegbeeld opgevoerd kunnen worden. De Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erop gericht om alle kinderen, ongeacht waar hun wieg staat, de mogelijkheid te geven op kwalitatief even goed onderwijs. Gemeenten worden aangemoedigd om data te vergaren en doelgericht beleid daarop te baseren. De Stichting Lezen & Schrijven (van prinses Laurentien) willen mensen van alle leeftijden meer geletterd maken. Onder meer gemeenteambtenaren, welzijnswerkers, leraren en bibliothecarissen werken in allerlei verbanden samen om laaggeletterdheid het hoofd te bieden. Elke college van burgemeester en wethouders heeft de thema's kansengelijkheid en laaggeletterdheid wel op een of andere manier verweven in het laatste coalitieakkoord.
Een idee
De NTR zou best eens het voorbeeld kunnen nemen aan Disney voor wat betreft Sesamstraat. Toen entertainmentbedrijf Disney enkele jaren geleden vernam dat Mickey Mouse niet meer het bekendste animatiefiguurtje ter wereld was maar de Pokémon Pikachu zijn ze de stokoude muis gaan reanimeren (in beide betekenissen van het woord). Een hele trits nieuwe, kwalitatief uitstekende producties volgde, van Mickey Mouse Clubhuis, tot Mickey Mouse Shorts en een hele vloed aan daarmee samenhangende output: apps, spelletjes, boeken, strips, muziek (en allerlei merchandising). (Oh, en ze zijn Pokémon gaan uitzenden op Disney XD.) Inmiddels gaat Mickey weer fier aan kop. Disney snapt ook wel dat gokken op tv niet genoeg is.
Laat de NTR eens wat mensen inhuren die weinig tot geen tv meer kijken, tenzij on demand op tablet of telefoon. Laat de NTR eens wat jonge, frisse kunstenaars hun visie geven op Tommie, Ieniemienie en Pino. Laat ze eens praten met Staartjes, Haenen, Schippers of Van Lieshout. De inhoudelijke pittigheid van de jaren '80 en '90 mogen weer terug. Juist dwarse volwassenen als buurman Baasje en meneer Aart zijn een verademing geweest tegen alle zoetigheid uit de VS. De Nederlandse Bert en Ernie zijn zo veel leuker dan de Amerikaanse, zoals op die beroemde elpees en cassettebandjes (die overigens zowel mijn kinderen als wij zelf leuk vinden).
Laat de bibliotheken, de frontlijnen waar laaggeletterdheid wordt bestreden, weer volstromen met de boeken, dichtbundels en strips die vanouds in Sesamstraat werden gelanceerd. Ontwikkel goede leerapps. Zing het enorme, geweldige repertoire aan liedjes opnieuw en opnieuw. Verschuil je niet achter verdienmodellen. Dit lijken me uitstekende uitgaven van ons belastinggeld.
Sesamstraat is ooit bedoeld geweest voor kwetsbare kinderen in de samenleving. Dat is reden genoeg om de formule niet via de archiefknop bij het vuil te doen. Als Disney in staat is om oude figuurtjes te reanimeren dan kan de bezem ook best door de Sesamstraat.
Is het nostalgie dat ik moeite heb met het idee dat Sesamstraat verdwijnt? Nee, het is juist de grondgedachte van Sesamstraat die me de hele tijd door het hoofd speelt. Juist die aandacht voor kwetsbare mensen, kinderen, vind ik zo'n mooie bestaansreden.
Met alle aandacht die er de laatste paar jaar is voor laaggeletterdheid zou Sesamstraat juist als boegbeeld opgevoerd kunnen worden. De Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erop gericht om alle kinderen, ongeacht waar hun wieg staat, de mogelijkheid te geven op kwalitatief even goed onderwijs. Gemeenten worden aangemoedigd om data te vergaren en doelgericht beleid daarop te baseren. De Stichting Lezen & Schrijven (van prinses Laurentien) willen mensen van alle leeftijden meer geletterd maken. Onder meer gemeenteambtenaren, welzijnswerkers, leraren en bibliothecarissen werken in allerlei verbanden samen om laaggeletterdheid het hoofd te bieden. Elke college van burgemeester en wethouders heeft de thema's kansengelijkheid en laaggeletterdheid wel op een of andere manier verweven in het laatste coalitieakkoord.
Een idee
De NTR zou best eens het voorbeeld kunnen nemen aan Disney voor wat betreft Sesamstraat. Toen entertainmentbedrijf Disney enkele jaren geleden vernam dat Mickey Mouse niet meer het bekendste animatiefiguurtje ter wereld was maar de Pokémon Pikachu zijn ze de stokoude muis gaan reanimeren (in beide betekenissen van het woord). Een hele trits nieuwe, kwalitatief uitstekende producties volgde, van Mickey Mouse Clubhuis, tot Mickey Mouse Shorts en een hele vloed aan daarmee samenhangende output: apps, spelletjes, boeken, strips, muziek (en allerlei merchandising). (Oh, en ze zijn Pokémon gaan uitzenden op Disney XD.) Inmiddels gaat Mickey weer fier aan kop. Disney snapt ook wel dat gokken op tv niet genoeg is.
Laat de NTR eens wat mensen inhuren die weinig tot geen tv meer kijken, tenzij on demand op tablet of telefoon. Laat de NTR eens wat jonge, frisse kunstenaars hun visie geven op Tommie, Ieniemienie en Pino. Laat ze eens praten met Staartjes, Haenen, Schippers of Van Lieshout. De inhoudelijke pittigheid van de jaren '80 en '90 mogen weer terug. Juist dwarse volwassenen als buurman Baasje en meneer Aart zijn een verademing geweest tegen alle zoetigheid uit de VS. De Nederlandse Bert en Ernie zijn zo veel leuker dan de Amerikaanse, zoals op die beroemde elpees en cassettebandjes (die overigens zowel mijn kinderen als wij zelf leuk vinden).
Laat de bibliotheken, de frontlijnen waar laaggeletterdheid wordt bestreden, weer volstromen met de boeken, dichtbundels en strips die vanouds in Sesamstraat werden gelanceerd. Ontwikkel goede leerapps. Zing het enorme, geweldige repertoire aan liedjes opnieuw en opnieuw. Verschuil je niet achter verdienmodellen. Dit lijken me uitstekende uitgaven van ons belastinggeld.
Sesamstraat is ooit bedoeld geweest voor kwetsbare kinderen in de samenleving. Dat is reden genoeg om de formule niet via de archiefknop bij het vuil te doen. Als Disney in staat is om oude figuurtjes te reanimeren dan kan de bezem ook best door de Sesamstraat.
donderdag 27 juni 2019
Vroeger was vroeger ook alles beter
Tijdens het onderzoeken van oude vertellingen kom ik toch zo enorm veel leuk materiaal tegen! Dat kan ik niet allemaal gebruiken, maar het is ook weer te mooi om te laten liggen. Zo ook onderstaande liedtekst, die ik heb afgeschreven uit zangbundel De nieuwe Dirklandse speel-wagen die in 1767 is uitgegeven door Barent Koene I uit de Amsterdamse Jordaan. De liedtekst loopt van pagina 11 tot 14.
Uit het lied kunnen we een aantal zaken opmaken. Ik denk te constateren:
- In 1767 vond men ook dat vroeger alles beter was: de Republiek was een lusthof voor iedereen.
- Nederlanders hebben 'vroeger' rijkdom vergaard uit alle uithoeken van de wereld door dapper de woelige baren te bedwingen. Nu was alle welvaart weggevloeid en voelde men er niets meer van.
- Het zijn vooral de burgers en de boeren die de lasten moeten dragen. De rijken gaan vrijuit.
- De schuld ligt bij de Nederlanders zelf, want men heeft zich verloren in het voeren van oorlogen en het bedrijven van elke denkbare zonde. Vooral is men bezig met zijn uiterlijk en om geld te vergaren om er mooi uit te zien. Om geld te verdienen is alles geoorloofd: list, leugens en bedrog.
- De Nederlanders willen niet luisteren naar zij die het beter weten. In dit lied zijn dat de predikanten. Als roependen in de woestenij schreeuwen zij wanhopig dat iedereen tot inkeer moet komen en naar hen moet luisteren.
Welke conclusies kunnen wij uit dit alles trekken voor onze tijd? Hooguit dat er altijd een groep mensen zal zijn die terugverlangt naar een mythisch verleden dat beter geweest zou zijn. Dat er leermeesters zijn die met hun opgeheven vinger wijzen op wat er allemaal aan ons ligt, want we bedrijven zonden: Sodom en Gomorra. Heden ten dage is dat niet anders, als ik denk aan politici en zedenmeesters die ons wijzen op de 'vijanden van binnenuit'.
Of zouden we moeten concluderen dat de strijd tussen arm en rijk van alle tijden is? Uit het lied blijkt dat de boeren en burgers die eronder zuchten de armoede aan zichzelf te wijten hebben.
Leg het lied eens naast de standpunten van allerlei politieke partijen van vandaag. Zouden we veel verschillen in klachten, veronderstelde aanleidingen en oplossingen vinden? Zeg het maar...
Nieuw Gezang, gemaakt over 't vervallen Nederland
Stem: Daar was een Meisje Jonk van Jaaren
1.
Nederlant wat zyt gy heden
Buyten uwen tyd voor-leden
Toen je als een Aerds prieel
En een Lusthof plagt te pronken
Maer byna geheel verzonken
Syt gy nu in tegendeel.
2.
Daer en was geen Koninkryke
Als ons Neerlandts Republyke
Soo met zegen onderstut
Ja door gants het 's werelds ronde
Waer dat wy ons Schepen zonde
't Was tot Nederlands heil en nut.
3.
Maer hoe is dien tydt verdwenen
Die zoo heerlyk heeft geschenen
Voor d'Inwoonders van ons Lant
Men hoord niet in deze dagen
Als van slegte tyden klagen
Schier wat dat men neemt ter hand.
4.
Wat zyn wy al op veel wyzen
Door de lasten en Accyzen
Uytgeput en lang geplaegt
Dat men niet meer kan beginnen
Die de kost met handen winnen
Borgers, Boeren, yder klaegt.
5.
Heeft ook niet verscheide Jaren
Ons den Oorlog doen bezwaren
Met den Franschen Lely-Vorst
Ja het zweert was nu alreede
Om te woeden uyt zyn schede
vuyl van Menschen-bloed bemorst.
6.
Maer wy hoeven niet te vragen
Waerom dat 'er zoo veel plagen
Komen op ons Nederlant
Als wy zien op onze werken
Kan men 't zien en ligt bemerken
Hoe het komt van Godes hand.
7.
Al de Ongeregtigheden
Op het Land en in de Steden
Als men die gaat speuren na
Soo en wast voorwaer geen wonder
Al ging Nederlant ten onder
Als een tweede Sodoma.
8.
Siet eens hoe men nu zyn zinnen
Steld om schatten t'overwinnen
't Aerdse goet dat is haer Godt
Elk die zoekt syn eygen bate
Met de Elle, Wigte, Mate
Yder kraent in zynen pot.
9.
Hoerery en vuyle streken
Is gelyk een vuur ontsteken
Brandende allengskens voort
Al d'ovegte borelingen
Die men t'elkens voort ziet bringen
Wort geduurig van gehoord.
10.
Hovaerdy is wel ter degen
Tot den Hoogsten Toy gestegen
Schoon al is het land Berooyt
Liever nam men van den Ermen
Die men hoorde te beschermen
Daer men 't Lighaem mede tooyt.
11.
Siet men niet in deze dagen
Van die Hoepel Rokken dragen
Daer een yder van verschrikt
't Geen men moest eenvoudig Cieren
Met Sagtmoedige manieren
Word hoogmoedig opgeschikt.
12.
Wie heeft in voorleden eeuwen
By de Hollanders of Seeuwen
Sulken moode ooit gezien
Als men nu weet op te stellen?
't Schynt de duyvel van der Hellen
Die versonnen heeft misschien.
13.
Is dan niet ons land bevonden
In een Overvloed van zonden
Als men zulke gruwels hoord?
Sabbath schenden, vloeken, zweeren,
Schynt byna te zyn een eere.
Tot kleyn agting van Godts woord.
14.
Godt laet ons zyn Stemme hooren
En ons klinken in de Ooren
Syne wetn en reyn verbont
Door den dienst der Predikanten
Syne Dienaers en Gesanten
Als uyt Godes eygen mont.
15.
Hy sent ons niet meer Profeten
Maer zyn teykens en Kometen
Die voorbeelden ons gewis
Somer, Winter, Droogte, Regen
Die vertoonen ons ter degen
Hoe de Heer vertoornt is
16.
Zyt gewaerschout Nederlanders
Wilt dog uwen wegen anders
Stellen op een beter gront
Suyvert uwen boosen wandel
Of Godt zal om uwen handel
U nog spouwen uyt den mond.
17.
Wild u dog in tyds berade
Wyl de dente der genade
Is nog open en bereid
Daer en zyn geen beter zaken
Als te bidden en te waken
Soo den Saligmaker zeid.

P.S. Iets over de melodie
De wijsaanduiding (Daar was een meisje jong van jaren), verwijst naar een melodie met een A'tje en een B'tje. (Zie Liederenbank.) Óf je zingt elke oneven strofe over een A'tje en elke even strofe over een B'tje, of je halveert elk A'tje en B'tje, omdat ze allebei tweemaal dezelfde melodielijn hebben. Ik heb gekozen voor de eerste optie.
dinsdag 18 juni 2019
Het strategische belang van fantasie en verhaal
Ken je dat gevoel dat je de bioscoop verlaat terwijl je denkt: Was ik maar wat meer zoals Wonder Woman, Black Panther of James Bond? (Weet je hoeveel er alleen al aan merchandising wordt verkocht vanuit die emotie?)
Uit onderzoek blijkt dat fantaseren om allerlei redenen gezond is. Dat lezen om allerlei redenen gezond is. Dat het spelen van een rol goed is. Deze zaken maken mensen aantoonbaar relaxter en gelukkiger. En we weten dat gelukkige mensen creatiever, meer invoelend en productiever zijn en dat creativiteit, empathie en productiviteit ook weer leiden tot meer geluk.
Om deze redenen wil ik - nogmaals - pleiten voor het investeren in fantasie, in verhalen en - dus - in plezier. Ik ben sinds jaar en dag ervan overtuigd dat investeren in kennis van en over verhalen leidt tot meer plezier in het lezen in het bijzonder en leven in het algemeen. Mijn pleidooi voor het belang van fantasie en narratief valt uiteen in een focus op lezen en op spelen.
Lezen en fantaseren is goed
In een sowieso prachtig betoog over fantaseren en lezen vertelt Neil Gaiman (één van de beste auteurs ooit) hoe hij in 2007 te gast was op de eerste officiële science fiction-beurs ooit in China. Hij had zich daar hardop afgevraagd waarom de Chinese overheid dat ineens aanmoedigde in plaats van verbood. Iemand antwoordde hem dat Chinezen op dat moment alles konden maken dat men aan ze voorlegde, maar dat niemand iets zelf bedacht, uitvond of innoveerde, omdat zij niet fantaseerden. Gedelegeerden die naar de VS waren gestuurd om te praten met werknemers van Apple, Google en Microsoft leerden dat die allemaal science fiction hadden gelezen als kind.
Laat ik nu eens niet focussen op het onderwijs dat lezen meer centraal moet stellen. Dat vind ik van oudsher natuurlijk wel (en in elk denkbaar type onderwijs), maar daar gaat het me nu niet om. Ik richt me nu eens op de volwassene die zegt geen lezer (meer) te zijn. En laat ik me omwille van alle helderheid beperken tot de communicatiemanager in het bijzonder.
Communicatiemanagers lezen niet?
In mijn kennismaking met mensen die veel met taal werken vraag ik vrij onmiddellijk of ze van lezen houden. Verrassend vaak, namelijk vrijwel altijd, krijg ik te horen dat de persoon in kwestie 'niet zo'n lezer' is of hooguit op een strandlaken eens een thriller leest. Uit alle respect voor deze mensen vraag ik me nu af: hoe is het dan gesteld met hun werk? Juist voor werk in de communicatie heb je toch een goede taalontwikkeling, een hoge mate van creativiteit en een goed inlevingsvermogen nodig?
- Beter ontwikkelde empathie
- Meer ontspannen
- Meer grip op de realiteit
- Beter geheugen
- Grotere woordenschat
- Waarneembaar creatiever
- Groter probleemoplossend vermogen
Als nu ook nog een keer blijkt uit allerlei onderzoeken (die al vanaf de jaren 1960 worden verricht) dat punten zoals deze je een gelukkiger en productiever mens maken, zou je toch onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde bibliotheek of boekhandel rennen?
's Avonds voor het slapen gaan dus even lekker een beetje fictie lezen vind ik geen straf. Sta je de volgende ochtend weer uitgerust op. En automatisch vergroot je dus onder meer je creativiteit, woordenschat en inlevingsvermogen. Dat wens ik elke communicatiespecialist toe.
Spelen en fantaseren is goed
Over het algemeen vinden volwassenen het heel belangrijk dat kinderen kunnen doen alsof zij iets zijn. Een kind dat een bakker nadoet denkt na over wat andere mensen lekker vinden, hoe je alle lekkernijen behendig aan de man brengt en hoe je een winkeltje inricht. Een kind dat met een pop speelt zal zich snel bekommeren om de behoeftes de fictieve persoon die de pop voor haar (m/v/a) is.
Er zijn allerlei aanwijzingen dat kinderen daadwerkelijk meer inlevingsvermogen krijgen en beter anticiperen op situaties in de werkelijkheid. Psycholoog Paul Harris heeft aan het begin van de eeuw de aanzet gegeven tot allerlei nieuw onderzoek op dit vlak. Die onderzoeken wijzen in de richting dat de aanwijzingen kloppen. Zelfs als je in het dagelijkse leven een rol aanneemt door je er bijvoorbeeld naar te kleden, schijnt het positief uit te pakken.
Dat verklaart ook de enorme populariteit van rollenspellen sinds de jaren 1970 op zowel op het professionele als huiselijke vlak. Toen waren de vermoedens er natuurlijk ook: anticiperen en inleven leer je door te spelen. Het gevangenisexperiment (Stanford, 1971) duikt nog wel eens op als voorbeeld als zowel de negatieve als positieve uitkomsten van een rollenspel worden besproken.
Bij assessments en trainingen ben ik ook wel eens onderworpen aan rollenspellen en daar heb ik gemengde herinneringen aan. In alle gevallen betrof het een min of meer alledaagse situatie waarin ik een lastige klant moest aansporen om product x te kopen, een ongeïnteresseerde puber moest activeren om een opdracht te maken of om een huilende collega op te beuren. Hoe goed de trainers en acteurs ook waren met wie ik te maken heb gehad - en dat waren ze - ik vond de rollenspellen vooral saai, want voorspelbaar.
Van oudsher heb ik met allerlei vrienden ook rollenspellen gedaan thuis. Die waren niet saai. In het klassieke Marvel Roleplaying Game speelden we onze favoriete superhelden of eigen personages. Marvel leerde me de kracht van actie, van dramatische poses en overdreven uitroepen. Hoe je de meest ongeloofwaardige situaties toch betrouwbaar laat lijken, zoals Ian Fleming (wiens boeken ik graag las als prepuber) dat ook kon. Bij Dungeons & Dragons verkenden we Tolkien-achtige werelden vol magie, enge wezens en spannende locaties. D&D heeft me veel geleerd over de techniek achter het vertellen: hoe je een verhaal bijvoorbeeld spannender maakt, hoe je je medespelers langdurig bij het spel betrekt.
Waarom vond ik Marvel RPG (= roleplaying game) en D&D niet saai? Omdat ze feitelijk een set regels zijn op grond waarvan je een samenhangende en 'realistische' wereld kunt scheppen. Het is de natuurkunde waarop alle magie en superkracht is gebaseerd.
Het is niet verbazingwekkend dat dergelijke RPGs onderwerp zijn van serieus wetenschappelijk onderzoek en dat veel goede wetenschappers de systemen gebruiken voor hun werk. Dat er auteurs zijn die de systematiek achter D&D-achtige spellen gebruiken om een basis te leggen onder hun werk. Een mooi voorbeeld vind ik Randal Munroe die de D&D-statistieken gebruikt om erfelijkheid uit te leggen.
Het strategische belang
Door enerzijds meer te lezen voor het slapen gaan en anderzijds te investeren in een gezamenlijk verhaal kun je dus een meer relaxte, meer gelukkige en dus meer productieve werksituatie creëren. Vanuit daar kun je je collega's uitnodigen om creatief te kijken naar de basis: waarom doen we ook alweer wat we doen? Die basis kun je bewaken met elkaar, bijstellen indien bewaken juist niet nodig is. Je kunt elkaar leren kennen van een andere kant en jezelf ook.
Escapisme is goed. Volgens mij was het Tolkien die ooit zoiets zei als: 'De enige die zich druk maken over ontsnappen zijn gevangenbewaarders.' Fantasie opent je zintuigen juist. Samen ontsnappen volgens een vaste set van regels (zoals die van D&D) kan zorgen voor een veilig, scheppend werkklimaat, zolang er genoeg ruimte wordt geboden voor reflectie.
Het samen zoeken naar het juiste verhaal kan ook op persoonlijke basis gebeuren, dat hoeft helemaal niet dramatisch te zijn. Mulisch vertelde ooit ergens dat hij als puber al wist dat hij briljant was, alleen nog niet waarin. Dat geldt denk ik voor de meeste kinderen in deze kwetsbare fase van hun leven. Door samen met ze te praten, lezen en fantaseren kun je ze wellicht tot onderzoek aanzetten waarin ze briljant zijn. Ik heb nu al in een paar werksituaties meegemaakt dat een stagiaire aan me vroeg: 'Wat voor werk heb je voor me in gedachte?' Die vraag draai ik altijd om: 'Wat kun jij goed? Wat doe je graag?'
Om alle genoemde redenen nodig ik je van harte uit om te gaan lezen, te fantaseren, te scheppen en om vanuit daar zoveel mogelijk plezier te hebben als je kunt.
zaterdag 15 juni 2019
Op zoek naar het hartgrondige verhaal
Als mensen me vragen wat ik doe, dan krijg ik al snel terug: 'Oh, storytelling.' Alsof daarmee alles is gezegd. Nee dus. Feitelijk is het een permanente zoektocht naar wat ik noem het hartgrondige narratief en dat is minder zweverig dan het klinkt. Alles wat ik doe en ooit heb gedaan is hiertoe te herleiden. Waar dat ongeveer op neerkomt probeer ik hier zo kort mogelijk te illustreren.
Waar het ook al weer om draait
Een jaar of acht geleden nodigde een groot ROC me uit om te spreken bij een nieuwjaarsborrel. Naast docenten en studenten waren daar allerlei mensen uit het netwerk aanwezig: stagebegeleiders uit bedrijfsleven en publieke sector, politici en vrijwilligers. Het College van Bestuur vroeg me hen te helpen bij het aan de man brengen van nieuw beleid. Ik meende oprecht geloof te zien in hun nieuw gekozen richting, maar tegelijk een soort angst om het te presenteren.
Daags na mijn ja kreeg ik twee grote enveloppen toegestuurd met drie dikke beleidsnotities erin. Tot in de kleinste details was uitgewerkt wat de nieuwe ideeën voor een beoogd, positief effect zouden hebben voor de student, de docent en de stagebegeleider. Manhaftig heb ik me door de boekwerken heengeslagen, om tot de conclusie te komen dat het verhaal eigenlijk vrij simpel is.
Als ik nu vertel wat ik heb gedaan, denk je automatisch: ja, logisch. Zo kan ik het ook. Uiteindelijk heb ik drie korte verhalen gehouden bij de borrel, waarin ik me afvroeg hoe ik me zou voelen als student, als docent en als stagebegeleider als ik vanuit het voor mij kort gepresenteerde beleid zou moeten werken. Wat me hielp is dat ik van het CvB alles mocht zeggen én dat ik hun notities ook op de korrel mocht nemen. Dat heb ik dan ook gedaan, vanuit de overtuiging dat ik dus dat oprechte geloof zag in hun beleidskeuzes. Ergens op internet circuleert nog een verslag van die receptie, maar ik weet niet meer waar.
(Sociaal) Ondernemen is urgentie creëren
Al enkele keren heb ik mogen samenwerken met beleidsmakers uit de culturele sector. Telkens hoor ik de klacht dat de culturele instellingen 'alleen maar de slingers mogen ophangen' bij allerlei gelegenheden. Muzikanten die niet of weinig betaald krijgen, kunstenaars die voor een habbekrats hun beeldende kunst mogen exposeren of acteurs die amper aan de bak komen, want men geeft de voorkeur aan een BN'er. Alsof cultuur een linkse hobby zou zijn, zeg maar.
In die gevallen heb ik voorgesteld om dit denken om te draaien. Om te beginnen bij cultuur, met name omdat ik ook oprecht geloof dat alles begint met cultuur. Om bijvoorbeeld Wikipedia te openen, op zoek naar een moment in de geschiedenis dat we kunnen vieren of herdenken. Sociaal ondernemen vind ik nog spannender dan ondernemen op zichzelf, want je onderneemt met geld van ons allemaal.
Dat creëren van urgentie heb ik geleerd toen ik zijdelings betrokken raakte bij de voorbereidingen van het jubileumjaar van Nijmegen in 2005. Onder leiding van de toenmalige stadiondirecteur van N.E.C. zijn vrijwel alle profit- en non-profitinstellingen gaan samenwerken onder één logo, vanuit één communicatie-apparaat om samen een feestjaar te vieren. Alles wat iedereen al deed én speciaal nieuw had ontwikkeld werd onder dezelfde vlag geschaard en uitgedragen. Het heeft voor een hoop plezier, nieuwe samenwerking en zichtbare veranderingen gezorgd, van het verschijnen van nieuwe monumenten in het straatbeeld tot het uitvoeren van nieuwe manifestaties.
Wat ik vooral heb geleerd is om te wachten op het juiste moment met iets presenteren. Toen het idee ontstond om de scriptie van mijn master historische letterkunde uit te geven heb ik gewacht tot dat feestjaar én om wat nieuws te proberen met vorm en inhoud. Goh, wat was dat leuk en leerzaam, die tijd. Allerlei dingen ben ik anders gaan doen daarna, maar tja, als je wat nieuws probeert ga je snel op ramkoers richting wolven en beren op de weg. Als fouten maken ooit een demonstratiesport wordt op de Olympische Spelen gooi ik vast hoge ogen.
Het voordeel van leeservaring
Zelfs mensen die mij oppervlakkig kennen zien me vaak met een boek in de weer - in combinatie met een muziekinstrument en laptop, maar daar gaat het nu niet om. Ik vind veel leeservaring een voordeel. Enerzijds overzie je steeds beter wat je allemaal niet weet, anderzijds geeft het je de ervaring om snel bullshit te onderscheiden van wat werkelijk wezenlijk is. Ik houd er niet van als mensen zich verschuilen achter nietszeggende slogans, warrig geformuleerde visies, vage missiestatements of malle termen die zijn opgetrokken uit half-Engels.
Het voordeel van een historisch besef van narratief is ook dat je kunt aanwijzen welke zaken op welke plek wel en niet hebben gewerkt in het verleden. Je denkt te doorzien waarom Vondel werkelijk een meester was in het vertellen en zo enorm veel vergeten schrijvers zo enorm vergeten waren. Je denkt te doorzien waarom zoveel thriller- en comicbook-auteurs feitelijk schatplichtig zijn aan Arthur Conan Doyle of Ian Fleming, waarom dichters zich zoveel moeite getroosten of hoe de techniek van het verweven van narratief en muziek wordt toegepast bij componisten.
'Oh, storytelling,' dus. Ja, maar ik ben ervan overtuigd dat een ruime ervaring van omgang met tekst, context en het (professionele) leven in het algemeen veel waarde toevoegt aan het vertellen van verhalen alleen op techniek en vorm. Het hartgrondige narratief, het zo eenvoudig mogelijke verhaal dat draait om de waarde van jouw bijdrage aan de samenleving, komt voort uit een altijd durende zoektocht.
Waar het ook al weer om draait
Een jaar of acht geleden nodigde een groot ROC me uit om te spreken bij een nieuwjaarsborrel. Naast docenten en studenten waren daar allerlei mensen uit het netwerk aanwezig: stagebegeleiders uit bedrijfsleven en publieke sector, politici en vrijwilligers. Het College van Bestuur vroeg me hen te helpen bij het aan de man brengen van nieuw beleid. Ik meende oprecht geloof te zien in hun nieuw gekozen richting, maar tegelijk een soort angst om het te presenteren.
Daags na mijn ja kreeg ik twee grote enveloppen toegestuurd met drie dikke beleidsnotities erin. Tot in de kleinste details was uitgewerkt wat de nieuwe ideeën voor een beoogd, positief effect zouden hebben voor de student, de docent en de stagebegeleider. Manhaftig heb ik me door de boekwerken heengeslagen, om tot de conclusie te komen dat het verhaal eigenlijk vrij simpel is.
Als ik nu vertel wat ik heb gedaan, denk je automatisch: ja, logisch. Zo kan ik het ook. Uiteindelijk heb ik drie korte verhalen gehouden bij de borrel, waarin ik me afvroeg hoe ik me zou voelen als student, als docent en als stagebegeleider als ik vanuit het voor mij kort gepresenteerde beleid zou moeten werken. Wat me hielp is dat ik van het CvB alles mocht zeggen én dat ik hun notities ook op de korrel mocht nemen. Dat heb ik dan ook gedaan, vanuit de overtuiging dat ik dus dat oprechte geloof zag in hun beleidskeuzes. Ergens op internet circuleert nog een verslag van die receptie, maar ik weet niet meer waar.
(Sociaal) Ondernemen is urgentie creëren
Al enkele keren heb ik mogen samenwerken met beleidsmakers uit de culturele sector. Telkens hoor ik de klacht dat de culturele instellingen 'alleen maar de slingers mogen ophangen' bij allerlei gelegenheden. Muzikanten die niet of weinig betaald krijgen, kunstenaars die voor een habbekrats hun beeldende kunst mogen exposeren of acteurs die amper aan de bak komen, want men geeft de voorkeur aan een BN'er. Alsof cultuur een linkse hobby zou zijn, zeg maar.
In die gevallen heb ik voorgesteld om dit denken om te draaien. Om te beginnen bij cultuur, met name omdat ik ook oprecht geloof dat alles begint met cultuur. Om bijvoorbeeld Wikipedia te openen, op zoek naar een moment in de geschiedenis dat we kunnen vieren of herdenken. Sociaal ondernemen vind ik nog spannender dan ondernemen op zichzelf, want je onderneemt met geld van ons allemaal.
Dat creëren van urgentie heb ik geleerd toen ik zijdelings betrokken raakte bij de voorbereidingen van het jubileumjaar van Nijmegen in 2005. Onder leiding van de toenmalige stadiondirecteur van N.E.C. zijn vrijwel alle profit- en non-profitinstellingen gaan samenwerken onder één logo, vanuit één communicatie-apparaat om samen een feestjaar te vieren. Alles wat iedereen al deed én speciaal nieuw had ontwikkeld werd onder dezelfde vlag geschaard en uitgedragen. Het heeft voor een hoop plezier, nieuwe samenwerking en zichtbare veranderingen gezorgd, van het verschijnen van nieuwe monumenten in het straatbeeld tot het uitvoeren van nieuwe manifestaties.
Wat ik vooral heb geleerd is om te wachten op het juiste moment met iets presenteren. Toen het idee ontstond om de scriptie van mijn master historische letterkunde uit te geven heb ik gewacht tot dat feestjaar én om wat nieuws te proberen met vorm en inhoud. Goh, wat was dat leuk en leerzaam, die tijd. Allerlei dingen ben ik anders gaan doen daarna, maar tja, als je wat nieuws probeert ga je snel op ramkoers richting wolven en beren op de weg. Als fouten maken ooit een demonstratiesport wordt op de Olympische Spelen gooi ik vast hoge ogen.
Het voordeel van leeservaring
Zelfs mensen die mij oppervlakkig kennen zien me vaak met een boek in de weer - in combinatie met een muziekinstrument en laptop, maar daar gaat het nu niet om. Ik vind veel leeservaring een voordeel. Enerzijds overzie je steeds beter wat je allemaal niet weet, anderzijds geeft het je de ervaring om snel bullshit te onderscheiden van wat werkelijk wezenlijk is. Ik houd er niet van als mensen zich verschuilen achter nietszeggende slogans, warrig geformuleerde visies, vage missiestatements of malle termen die zijn opgetrokken uit half-Engels.
Het voordeel van een historisch besef van narratief is ook dat je kunt aanwijzen welke zaken op welke plek wel en niet hebben gewerkt in het verleden. Je denkt te doorzien waarom Vondel werkelijk een meester was in het vertellen en zo enorm veel vergeten schrijvers zo enorm vergeten waren. Je denkt te doorzien waarom zoveel thriller- en comicbook-auteurs feitelijk schatplichtig zijn aan Arthur Conan Doyle of Ian Fleming, waarom dichters zich zoveel moeite getroosten of hoe de techniek van het verweven van narratief en muziek wordt toegepast bij componisten.
'Oh, storytelling,' dus. Ja, maar ik ben ervan overtuigd dat een ruime ervaring van omgang met tekst, context en het (professionele) leven in het algemeen veel waarde toevoegt aan het vertellen van verhalen alleen op techniek en vorm. Het hartgrondige narratief, het zo eenvoudig mogelijke verhaal dat draait om de waarde van jouw bijdrage aan de samenleving, komt voort uit een altijd durende zoektocht.
dinsdag 4 juni 2019
Gezocht: humor. Alleen: welke humor?
In allerlei vacatures voor leidinggevende functies staat onder de functie-eisen dat de kandidaat moet beschikken over 'een goed gevoel voor humor'. In de selectieronde van mijn laatste baan kwam dat ook expliciet naar voren in de gesprekken. Blijkbaar wordt humor gewaardeerd. Alleen vraag ik me af welke humor? Vagelijk hebben we allemaal wel enig idee welke kant we op willen, maar wat vragen we precies van een kandidaat?
Wat humor eigenlijk is
Een veelgebruikte - en zeer werkbare - definitie van humor vind ik die van Godfried Bomans. Humor is 'overwonnen droefheid' (vanaf 10.04' in het filmpje). Je moet dus zelf al gehuild hebben om iets voordat je er een grap over kunt maken. Lachen kun je ook pas om een grap als je verdriet erover enigszins acceptabele proporties heeft.
Neem mijn toenemende kaalheid als voorbeeld. Ik zou een lel lang haar kunnen laten groeien aan de zijkant van mijn hoofd en dat als natte plak over de kale plek kunnen kammen. Daarmee bedek ik mijn leed enigszins en zelfs iemand die me kort ziet valt dat op. Een enkeling zal zelfs - en terecht - hopen op zijwind. Beter dunkt het me te accepteren dat mijn hoofdhuid zichtbaarder wordt, want dat opent nieuwe deuren.
Humor in zijn meest gelaagde vorm heb ik op dat vlak meegemaakt tijdens een - inderdaad - op zichzelf droevige situatie. Een toenmalige leerling zat in een hersteltraject na een immense hoeveelheid chemokuren en bestralingen. Aan zijn klasgenoten berichtte hij ineens dat hij een nieuwe mijlpaal had bereikt: 'Ik heb nu als iets meer haar dan Wijngaards.' Als ik denk aan de bewonderenswaardige, wezenlijke wijze waarop deze jongen al zijn uitdagingen tot op heden het hoofd biedt, denk ik dat hij sowieso een dappere verpersoonlijking is van Bomans' definitie van humor.
Wel of niet lachen
Welbeschouwd zijn de drie hoofdrichtingen van humor ironie, sarcasme en cynisme, denk ik. Ironie is de milde variant, waarin je liefdevol spot met iemand of iets. Het is niet je intentie om te kwetsen. Bij sarcasme is de spot harder en ligt kwetsen meer voor de hand. Bij cynisme voert zwartgalligheid de boventoon en is de hele wereld zwaar en donker.
Cynisme is denk ik daarom de meest duidelijke vorm van humor. Denk aan het motto bij Hans Dorresteins liederen over zijn huwelijk: 'Zelfs Christus aan het kruis had het beter dan ik thuis.' Volgens mij is iedereen het er snel over eens dat dit cynisme is in zijn zuiverste vorm.
Bij wat wij opvatten als ironie of sarcasme is de grens volgens mij wat vager. Dat hangt samen met de mate waarin iemand zich gekwetst voelt. Iemand kan een grap liefdevol bedoelen, maar de ontvanger kan zich toch geraakt voelen. Volgens Bomans' definitie heeft de ontvanger nog niet alle tranen vergoten over het betreffende onderwerp.
Onbedoeld grappig heb je ook nog, vooral bij kinderen. Dat je in een zacht gezegd ongemakkelijke situatie verzeild raakt. Daar kun je pas achteraf echt om lachen, om de genoemde redenen. Eerst sta je minimaal te stamelen met rode kop. Zo heeft mijn vader wel eens verteld hoe ik als baby een ongekend harde boer liet op een vol terras en hoe allerlei mensen hem verwijtend aankeken. Zat hij daar, als keurige man. De zogeheten wraak van de natuur heeft zich sindsdien al voltrokken. Een van onze dochters heeft als tweejarige peuter wel eens tegen een nieuwe leidster op de kinderopvang gezegd: 'Mijn papa heeft een grote piemel', terwijl ik in de deuropening klaar stond om mij aan haar voor te stellen. Leuke fase, die identiteitsvorming! Stond ik daar als preutse, beschaafd opgevoede vader.
Humor en leiding geven
Waarom in vacatures voor leidinggevende functies wordt gevraagd om 'een gevoel voor humor' ligt volgens mij besloten in een bepaalde verwachting van persoonlijk leiderschap. Iemand met een goed ontwikkeld gevoel voor humor wekt de indruk ervaring te hebben en zich ervan bewust te zijn. Humor is denk ik de meest elegante en liefdevolle manier om hieraan uiting te geven. Een leidinggevende met humor is in staat om:
Wat humor eigenlijk is
Een veelgebruikte - en zeer werkbare - definitie van humor vind ik die van Godfried Bomans. Humor is 'overwonnen droefheid' (vanaf 10.04' in het filmpje). Je moet dus zelf al gehuild hebben om iets voordat je er een grap over kunt maken. Lachen kun je ook pas om een grap als je verdriet erover enigszins acceptabele proporties heeft.
Neem mijn toenemende kaalheid als voorbeeld. Ik zou een lel lang haar kunnen laten groeien aan de zijkant van mijn hoofd en dat als natte plak over de kale plek kunnen kammen. Daarmee bedek ik mijn leed enigszins en zelfs iemand die me kort ziet valt dat op. Een enkeling zal zelfs - en terecht - hopen op zijwind. Beter dunkt het me te accepteren dat mijn hoofdhuid zichtbaarder wordt, want dat opent nieuwe deuren.
Humor in zijn meest gelaagde vorm heb ik op dat vlak meegemaakt tijdens een - inderdaad - op zichzelf droevige situatie. Een toenmalige leerling zat in een hersteltraject na een immense hoeveelheid chemokuren en bestralingen. Aan zijn klasgenoten berichtte hij ineens dat hij een nieuwe mijlpaal had bereikt: 'Ik heb nu als iets meer haar dan Wijngaards.' Als ik denk aan de bewonderenswaardige, wezenlijke wijze waarop deze jongen al zijn uitdagingen tot op heden het hoofd biedt, denk ik dat hij sowieso een dappere verpersoonlijking is van Bomans' definitie van humor.
Wel of niet lachen
Welbeschouwd zijn de drie hoofdrichtingen van humor ironie, sarcasme en cynisme, denk ik. Ironie is de milde variant, waarin je liefdevol spot met iemand of iets. Het is niet je intentie om te kwetsen. Bij sarcasme is de spot harder en ligt kwetsen meer voor de hand. Bij cynisme voert zwartgalligheid de boventoon en is de hele wereld zwaar en donker.
Cynisme is denk ik daarom de meest duidelijke vorm van humor. Denk aan het motto bij Hans Dorresteins liederen over zijn huwelijk: 'Zelfs Christus aan het kruis had het beter dan ik thuis.' Volgens mij is iedereen het er snel over eens dat dit cynisme is in zijn zuiverste vorm.
Bij wat wij opvatten als ironie of sarcasme is de grens volgens mij wat vager. Dat hangt samen met de mate waarin iemand zich gekwetst voelt. Iemand kan een grap liefdevol bedoelen, maar de ontvanger kan zich toch geraakt voelen. Volgens Bomans' definitie heeft de ontvanger nog niet alle tranen vergoten over het betreffende onderwerp.
Onbedoeld grappig heb je ook nog, vooral bij kinderen. Dat je in een zacht gezegd ongemakkelijke situatie verzeild raakt. Daar kun je pas achteraf echt om lachen, om de genoemde redenen. Eerst sta je minimaal te stamelen met rode kop. Zo heeft mijn vader wel eens verteld hoe ik als baby een ongekend harde boer liet op een vol terras en hoe allerlei mensen hem verwijtend aankeken. Zat hij daar, als keurige man. De zogeheten wraak van de natuur heeft zich sindsdien al voltrokken. Een van onze dochters heeft als tweejarige peuter wel eens tegen een nieuwe leidster op de kinderopvang gezegd: 'Mijn papa heeft een grote piemel', terwijl ik in de deuropening klaar stond om mij aan haar voor te stellen. Leuke fase, die identiteitsvorming! Stond ik daar als preutse, beschaafd opgevoede vader.
Humor en leiding geven
Waarom in vacatures voor leidinggevende functies wordt gevraagd om 'een gevoel voor humor' ligt volgens mij besloten in een bepaalde verwachting van persoonlijk leiderschap. Iemand met een goed ontwikkeld gevoel voor humor wekt de indruk ervaring te hebben en zich ervan bewust te zijn. Humor is denk ik de meest elegante en liefdevolle manier om hieraan uiting te geven. Een leidinggevende met humor is in staat om:
- zichzelf te voelen in een situatie én tegelijkertijd de situatie van bovenaf te beschouwen
- zijn of haar eigen gedachten en gevoelens te delen met anderen
- zichtbaar en voelbaar beheerst te zijn in elke situatie.
In zo'n vacature wordt dus de verwachting verwoord dat een leidinggevende in staat moet zijn om een werkklimaat te scheppen dat veilig is. Er moet ruimte zijn voor droefheid van elke aard. Door zelfspot en milde spot naar de ander kun je een hecht team hebben met elkaar, waarin iedereen maximaal de ruimte krijgt om te zijn en om te groeien. Echt goed leiding geven kan dus alleen als je je bewust bent van je eigen sterke en zwakke punten. Alleen goede intenties zijn niet genoeg (zie deze grandioze, herkenbare strip van Renske de Greef).
Ik neem aan dat dus uiteindelijk vooral ironie wordt bedoeld met 'humor' in de vacatures. We zitten niet te wachten op sarcastische opmerkingen of op een cynicus. Daar gaan we wel voor naar het theater ofzo. 'Was sich liebt das neckt sich', zei mijn oma en haar levensmotto was eveneens gesteld in goed Nederlands: 'Was man aus Liebe tut, das geht nochmal so gut.' Leve de humor dus, leve de ironie.
woensdag 29 mei 2019
Fouten maken als nieuw begin
'Het is niet interessant als je een fout maakt, wat je daar vervolgens mee doet is interessant.' Dat roep ik graag. Mijn hemel, wat had ik dat alleen jaren eerder willen roepen. Maar tja, voortschrijdend inzicht gebeurt ook daadwerkelijk in het genoemde tempo: het schrijdt voort.
Fouten maken is in verreweg de meeste gevallen niet erg - uitgezonderd als er dodelijke of anderszins vreselijke gevolgen zijn. Van elke fout kun je leren, vooral van die foutjes zoals het aanslaan van een verkeerde noot in een muziekstuk, het laten vallen van een stuk taart in een Hollandse kring, het maken van een verkeerde berekening of een beslissing nemen onder de verkeerde voorwendselen. En van sommige fouten leren we nooit, zoals het stoten van je voet aan altijd dezelfde tafelpoot of het aanvaarden van een veel te hete bitterbal op een receptie. - Die krijg ik althans met moeite beschaafd weg, zeker als in conversatie.
Oh, het is niet dat ik nooit heb wakker gelegen van mijn eigen fouten. Toen ik hele dagen voor de klas stond waren ze zo gemaakt. Vooral tijdens zo’n achtste uur moest ik wel eens goed doorademen om niet een foute opmerking te maken, iets verkeerd uit te leggen of om iets te vergeten. Als je een veilig klimaat wist te scheppen met je leerlingen dan konden we alles van elkaar vergen, zeker op zo’n onbarmhartig moment van de dag. Soms, heel soms, dan lag ik wel wakker als ik een leerling onbedoeld had geraakt of als ik ‘s nachts ineens dacht aan wat ik niet had moeten vergeten.
Waar ik ook wakker van kon liggen als ik opschepperig was overgekomen op anderen. Dat ik tussen neus en lippen door iets vertelde dat ik had meegemaakt, of dat ik trots was op iets. En dan in een situatie waarin ik eigenlijk gefrustreerd was, omdat ik dáár ineens het tegenovergestelde voelde van wat ik zei.
Of het mijzelf overschreeuwen dat het wel ging. Dat heb ik wel een tijdje gedaan, terwijl ik leefde op koffie en paracetamol. Vooral in het middelbare onderwijs ging me dat snel af, want elke keer als ik dat werk te serieus nam dan knalde ik weer door zonder genoeg slaap en rust. Dan dacht ik aan al die leuke, aardige kinderen en vroeg ik me tegelijkertijd niet af of ze na verloop van enige tijd nog iets aan mij zouden hebben als ik op deze wijze door knetterde. Allicht niet, maar dat is wijsheid van achteraf.
Nu kun je heus met droge ogen beweren dat hoe je boodschap overkomt ook kan liggen aan de ander, maar daar gaat het mij niet om. Mensen interpreteren dingen op hun manier. Je kunt een liedje schrijven dat de ene draait op een bruiloft en de andere op een begrafenis. Hetzelfde liedje, andere interpretatie. Ga je niets aan doen.
Vrij snel na het moment dat ik besloot dat ik niet alles hoefde te weten is er een loden last van mijn schouders gevallen. Je doet wel je best, maar ineens in de goede richting. Gewoonlijk sta je ook stil, adem je door en ga je opmerkelijk vrolijk die kant op.
Dat ik als leraar naar iedereen altijd vergevingsgezind wilde zijn ging pas echt werken toen ik mezelf ook permitteerde fouten te maken. Dat klinkt als een cliché, maar zoals bekend bevatten clichés gewoonlijk waarheden. Ook ik heb moeten accepteren dat ik zelf verantwoordelijk ben voor elke keuze en dat zelfs elke uitkomst ooit het gevolg is van een keuze van mij, inclusief een lang spoor aan mensen die zich op een of andere manier door mij gekrenkt hebben gevoeld.
De fout als beleid
Hoe ik denk dat het niet moet heb ik ook wel eens ervaren. Als beginneling in het onderwijs. Op een school die door een vrij plotselinge toestroom van leerlingen allerijl in een grotere jas moest groeien. Er was een verwarrende cultuur van afrekenen enerzijds en aan de andere kant het afdekken van echte problemen met de zogeheten mantel der liefde.
Allemachtig, wat werd daar geklaagd door de langer zittende collega's. De leiding had geen oog voor ze. Ze spraken ze alleen als er iets fout ging. Een compliment kon er niet af. Vrijwel iedereen had in geen jaren een functioneringsgesprek gehad, laat staan een beoordelingsgesprek. Beleid werd top-down gemeld en onmiddellijk daarna gingen deze collega's hun lokalen in, om weer als vanouds hun gang te gaan. Vergis je niet, het waren over het algemeen goede leraren, met het hart bij het kind.
Ik herinner me een moment dat ik uit de les werd gehaald door een schoolleider. Op de gang kafferde hij me verschrikkelijk uit. Daarna beende hij rood aangelopen weg. En ik kon weer voor de klas, die doodstil door het ruitje naast de deur naar het tafereel had zitten kijken. Man, wat voelde ik me vervelend toen. De aanleiding was dat ik was vergeten om toetspapier in de envelop te stoppen bij een toets die ik had klaargelegd. Stom natuurlijk, maar de surveillerende collega bleek het goed te hebben opgelost door snel even een leerling naar de conciërge te sturen voor de blaadjes.
Dat deze uitvoering van beleid enige effectiviteit had kan ik niet ontkennen. Ik ben noch daar, noch elders ooit vergeten om zaken goed klaar te leggen. Had ik dat ook gedaan als de betrokken schoolleider me op een rustig moment even apart had genomen, voor mijn part een arm om me had heen geslagen en me even had gewezen op het aldaar geldende gebruik dat de leerlingen bij toetsen dingen willen opschrijven? Volgens mij was dat net zo effectief geweest.
Wat mijns inziens had geholpen was beleid dat uitgaat van het goede. Leiders die dat ook voorleven door oprecht en luidkeels te complimenteren. Door collega's zichtbaar te maken door te luisteren en pragmatisch op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen. Door niet te focussen op boete en straf, maar op mildheid en vergeving.
De fase ná de fout als beleid
Later heb ik het in mijn persoonlijke beleid opgenomen dat met name de fase ná de als zodanig beleefde fout interessant is. Altijd is die interessanter dan de fout zelf. Als je dat voorleeft dan creëer je ook het aangename bijeffect dat mensen ook milder omgaan met jouw fouten. - Mensen die mij kennen weten dat ik bedreven ben in het maken van fouten. - Zo kun je samen een veilig en gezond klimaat maken.
Hopelijk nemen de oud-collega's in kwestie het mij niet kwalijk als ik hier een leuke herinnering aan hen noteer ter illustratie.
Een keer een grote klap achter de deur waar ik zat te werken in een knusse, gezellige dorpsbibliotheek. Een collega had net een bingospel laten vallen en alle balletjes rolden over de vloer. Alle kinderen die aan de bingo - de afsluiting van een voorleesmiddag - hadden deelgenomen waren net het gebouw uit. Na enig zoeken ontbraken alleen balletjes 15 en 31 nog. Mijn collega had inmiddels ook ergens tussen de vijftien en eenendertig keer verzucht hoe stom ze het vond van zichzelf om het spel te laten vallen.
Toen er twee jongens van bovenbouwleeftijd basisschool de bibliotheek binnen kwamen schoot ik ze meteen aan: of ze ons wilden helpen om de balletjes te vinden. Voordat we het wisten lagen de jongens op de grond en binnen een minuut waren ze gevonden. Een andere collega beloonde ze met een zakje chips (de mand met bingoprijsjes was minder interessant voor ze). Even later hoorden we een jongen nog net zeggen: ‘Ik ben echt blij dat je me naar de bieb hebt meegenomen!’
Kijk, dan kun je eigenlijk naar huis. Je dag kan niet meer mooier worden. We hebben onze collega dan ook bedankt. Als zij het bingospel niet had laten vallen, dan hadden we dat die jongen ook niet horen zeggen. De definitieve beloning was haar glimlach.
Fouten maken kan zo lonend zijn. Ze zijn gewoonlijk de inleiding naar wat beters. Een milde omgeving kan hierin helend werken. En heb je een serie fouten? Bingo.
Fouten maken is in verreweg de meeste gevallen niet erg - uitgezonderd als er dodelijke of anderszins vreselijke gevolgen zijn. Van elke fout kun je leren, vooral van die foutjes zoals het aanslaan van een verkeerde noot in een muziekstuk, het laten vallen van een stuk taart in een Hollandse kring, het maken van een verkeerde berekening of een beslissing nemen onder de verkeerde voorwendselen. En van sommige fouten leren we nooit, zoals het stoten van je voet aan altijd dezelfde tafelpoot of het aanvaarden van een veel te hete bitterbal op een receptie. - Die krijg ik althans met moeite beschaafd weg, zeker als in conversatie.
Oh, het is niet dat ik nooit heb wakker gelegen van mijn eigen fouten. Toen ik hele dagen voor de klas stond waren ze zo gemaakt. Vooral tijdens zo’n achtste uur moest ik wel eens goed doorademen om niet een foute opmerking te maken, iets verkeerd uit te leggen of om iets te vergeten. Als je een veilig klimaat wist te scheppen met je leerlingen dan konden we alles van elkaar vergen, zeker op zo’n onbarmhartig moment van de dag. Soms, heel soms, dan lag ik wel wakker als ik een leerling onbedoeld had geraakt of als ik ‘s nachts ineens dacht aan wat ik niet had moeten vergeten.
Waar ik ook wakker van kon liggen als ik opschepperig was overgekomen op anderen. Dat ik tussen neus en lippen door iets vertelde dat ik had meegemaakt, of dat ik trots was op iets. En dan in een situatie waarin ik eigenlijk gefrustreerd was, omdat ik dáár ineens het tegenovergestelde voelde van wat ik zei.
Of het mijzelf overschreeuwen dat het wel ging. Dat heb ik wel een tijdje gedaan, terwijl ik leefde op koffie en paracetamol. Vooral in het middelbare onderwijs ging me dat snel af, want elke keer als ik dat werk te serieus nam dan knalde ik weer door zonder genoeg slaap en rust. Dan dacht ik aan al die leuke, aardige kinderen en vroeg ik me tegelijkertijd niet af of ze na verloop van enige tijd nog iets aan mij zouden hebben als ik op deze wijze door knetterde. Allicht niet, maar dat is wijsheid van achteraf.
Nu kun je heus met droge ogen beweren dat hoe je boodschap overkomt ook kan liggen aan de ander, maar daar gaat het mij niet om. Mensen interpreteren dingen op hun manier. Je kunt een liedje schrijven dat de ene draait op een bruiloft en de andere op een begrafenis. Hetzelfde liedje, andere interpretatie. Ga je niets aan doen.
Vrij snel na het moment dat ik besloot dat ik niet alles hoefde te weten is er een loden last van mijn schouders gevallen. Je doet wel je best, maar ineens in de goede richting. Gewoonlijk sta je ook stil, adem je door en ga je opmerkelijk vrolijk die kant op.
Dat ik als leraar naar iedereen altijd vergevingsgezind wilde zijn ging pas echt werken toen ik mezelf ook permitteerde fouten te maken. Dat klinkt als een cliché, maar zoals bekend bevatten clichés gewoonlijk waarheden. Ook ik heb moeten accepteren dat ik zelf verantwoordelijk ben voor elke keuze en dat zelfs elke uitkomst ooit het gevolg is van een keuze van mij, inclusief een lang spoor aan mensen die zich op een of andere manier door mij gekrenkt hebben gevoeld.
De fout als beleid
Hoe ik denk dat het niet moet heb ik ook wel eens ervaren. Als beginneling in het onderwijs. Op een school die door een vrij plotselinge toestroom van leerlingen allerijl in een grotere jas moest groeien. Er was een verwarrende cultuur van afrekenen enerzijds en aan de andere kant het afdekken van echte problemen met de zogeheten mantel der liefde.
Allemachtig, wat werd daar geklaagd door de langer zittende collega's. De leiding had geen oog voor ze. Ze spraken ze alleen als er iets fout ging. Een compliment kon er niet af. Vrijwel iedereen had in geen jaren een functioneringsgesprek gehad, laat staan een beoordelingsgesprek. Beleid werd top-down gemeld en onmiddellijk daarna gingen deze collega's hun lokalen in, om weer als vanouds hun gang te gaan. Vergis je niet, het waren over het algemeen goede leraren, met het hart bij het kind.
Ik herinner me een moment dat ik uit de les werd gehaald door een schoolleider. Op de gang kafferde hij me verschrikkelijk uit. Daarna beende hij rood aangelopen weg. En ik kon weer voor de klas, die doodstil door het ruitje naast de deur naar het tafereel had zitten kijken. Man, wat voelde ik me vervelend toen. De aanleiding was dat ik was vergeten om toetspapier in de envelop te stoppen bij een toets die ik had klaargelegd. Stom natuurlijk, maar de surveillerende collega bleek het goed te hebben opgelost door snel even een leerling naar de conciërge te sturen voor de blaadjes.
Dat deze uitvoering van beleid enige effectiviteit had kan ik niet ontkennen. Ik ben noch daar, noch elders ooit vergeten om zaken goed klaar te leggen. Had ik dat ook gedaan als de betrokken schoolleider me op een rustig moment even apart had genomen, voor mijn part een arm om me had heen geslagen en me even had gewezen op het aldaar geldende gebruik dat de leerlingen bij toetsen dingen willen opschrijven? Volgens mij was dat net zo effectief geweest.
Wat mijns inziens had geholpen was beleid dat uitgaat van het goede. Leiders die dat ook voorleven door oprecht en luidkeels te complimenteren. Door collega's zichtbaar te maken door te luisteren en pragmatisch op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen. Door niet te focussen op boete en straf, maar op mildheid en vergeving.
De fase ná de fout als beleid
Later heb ik het in mijn persoonlijke beleid opgenomen dat met name de fase ná de als zodanig beleefde fout interessant is. Altijd is die interessanter dan de fout zelf. Als je dat voorleeft dan creëer je ook het aangename bijeffect dat mensen ook milder omgaan met jouw fouten. - Mensen die mij kennen weten dat ik bedreven ben in het maken van fouten. - Zo kun je samen een veilig en gezond klimaat maken.
Hopelijk nemen de oud-collega's in kwestie het mij niet kwalijk als ik hier een leuke herinnering aan hen noteer ter illustratie.
Een keer een grote klap achter de deur waar ik zat te werken in een knusse, gezellige dorpsbibliotheek. Een collega had net een bingospel laten vallen en alle balletjes rolden over de vloer. Alle kinderen die aan de bingo - de afsluiting van een voorleesmiddag - hadden deelgenomen waren net het gebouw uit. Na enig zoeken ontbraken alleen balletjes 15 en 31 nog. Mijn collega had inmiddels ook ergens tussen de vijftien en eenendertig keer verzucht hoe stom ze het vond van zichzelf om het spel te laten vallen.
Toen er twee jongens van bovenbouwleeftijd basisschool de bibliotheek binnen kwamen schoot ik ze meteen aan: of ze ons wilden helpen om de balletjes te vinden. Voordat we het wisten lagen de jongens op de grond en binnen een minuut waren ze gevonden. Een andere collega beloonde ze met een zakje chips (de mand met bingoprijsjes was minder interessant voor ze). Even later hoorden we een jongen nog net zeggen: ‘Ik ben echt blij dat je me naar de bieb hebt meegenomen!’
Kijk, dan kun je eigenlijk naar huis. Je dag kan niet meer mooier worden. We hebben onze collega dan ook bedankt. Als zij het bingospel niet had laten vallen, dan hadden we dat die jongen ook niet horen zeggen. De definitieve beloning was haar glimlach.
Fouten maken kan zo lonend zijn. Ze zijn gewoonlijk de inleiding naar wat beters. Een milde omgeving kan hierin helend werken. En heb je een serie fouten? Bingo.
Abonneren op:
Posts (Atom)