Over game-based storytelling, teambuilding, persoonlijkleiderschap, blended learning en andere vehikels voor het vergroten van vertrouwen.
donderdag 16 februari 2012
Ouders, blijf positief bij internettend kind!
donderdag 26 januari 2012
Staken voor erkenning en ruimte - deel 2
woensdag 25 januari 2012
Staken voor erkenning en ruimte
Geachte heer Zijlstra,
Op de woensdag voor Kerstmis heb ik uit uw handen de Promotiebeurs voor leraren mogen ontvangen. Die beurs stelt mij, en 35 andere docenten, in staat om de komende vier jaar twee dagen per week te werken aan mijn onderzoek te werken, om uiteindelijk te promoveren. Natuurlijk ben ik heel blij dat ik door de strenge, intensieve selectie ben gekomen, want dat betekent dat ik de ruimte heb gekregen om mijzelf door te ontwikkelen als vakman.
Donderdag ga ik staken. Ik houd helemaal niet van staken. Ik houd van dagen waarvan ik 's avonds thuis denk dat er nuttige activiteiten hebben plaats gehad voor leerlingen en dus voor mij. U weet wel, fijne, gewone dagen. Dat ik donderdag ga staken komt omdat ik het gevoel heb dat mij juist een andere vorm van ruimte wordt ontnomen. Juist de 1040-urennorm, de prestatiebeloning en het ongecompenseerd terugdringen van vakantiedagen zijn twee voorgestelde maatregelen die daar lijnrecht tegenover staan. Zo'n beurs vind ik een goede beslissing van de overheid - overigens ook als ik die toegekend had gekregen.
Als inmiddels ervaren docent weet ik dat een leerling in beginsel niets leert van onderwijs. Een mens leert alleen als die dat zelf wil. Volgens de behoeftenhiërarchie van Maslow komt men tot zelfontwikkeling, het hoogste niveau, door zich erkend te voelen. Erkenning kent dan weer verschillende niveaus: van een goed cijfer of een beloning of een compliment naar hogere vormen als het krijgen van verantwoordelijkheid of uiteindelijk: ruimte. Onderwijs is vooral een communicatief proces binnen het door een docent geschapen zogenaamde pedagogische klimaat; die ruimte, die erkenning.
De reden waarom ik ook niet begrijp dat er wordt teruggegrepen op de hierboven genoemde maatregelen, is omdat het mijns inziens zo haaks staat op wat de overheid van te voren als beleid heeft aangekondigd. De doelen die zijn gesteld in actieplannen als 'Beter presteren' en 'Leraar 2020 - een krachtig beroep!' vind ik ook prima: sterke mensen voor de klas, leraar als gewild beroep en reflectie als structureel onderdeel van mijn baan. Dit alles geeft mij het juist wél het gevoel dat ik ruimte krijg en dat ik word gesterkt als professional, net zoals bij die promotiebeurs.

Er zijn inmiddels onderzoeken te over waaruit blijkt dat er geen verband bestaat tussen toenemen van het inkomen en geluksbeleving. Prestatieloon schijnt alleen te werken bij mensen die kortcyclische arbeid verrichten: als iemand meer dopjes op tubes tandpasta heeft geschroefd dan zijn collega, krijgt die meer salaris. Voor het werk als leraar geldt dat allemaal juist precies niet; ik heb nog geen baan gezien of ervaren waar je dikwijls tegelijk en op verschillende niveaus allerlei uitdagingen krijgt te verwerken. Dat maakt het vergelijken van prestaties van leraren ook veel lastiger en ingewikkelder, vooral als daar een geldelijke beloning tegenover moet staan. Hoe druk je bijvoorbeeld een pedagogisch klimaat uit in arbeidsloon?
Als leraar heb je eigenlijk alleen echt vakantie in de zomer. In alle andere vakanties werk je door aan je onderwijs en aan de toetsing ervan, net zoals je in je tijd als leerling of student meestal iets te doen had in een vakantie. Dat vinden de meeste leraren ook prima, evenals het feit dat er alleen maar gereisd kan worden in het hoogseizoen of dat ziekte in vakantietijd niet gecompenseerd kan worden als er weer leerlingen in het lokaal zitten. Onderwijsdagen zijn lang, kennen weinig tot geen pauze en vergt een voortdurende alertheid, een goede concentratie en een hele berg aan andere vaardigheden om pubers op te leiden voor een vervolgstudie. Aan mensen die nooit in het onderwijs hebben gewerkt is dit overigens lastig uit te leggen, weet ik. Wat iedereen wel snapt is dat het schrappen van vakantiedagen een ongelukkig middel is in het bestrijden van de grote werkdruk, het beoogde doel.
De commissie-Cornielje - voorzitter Clemens Cornielje is nota bene een partijgenoot van u - heeft al duidelijk te kennen gegeven dat de huidige vakantieregeling prima is, dat er zelfs nog wat meer ruimte kan komen voor bij- en nascholing en dat er 1040 uren lesgeven 'praktisch gezien onmogelijk' te realiseren is voor een school.
"We moeten leraren koesteren," zei u nog bij de uitreiking van de promotiebeurzen. Veel van het overheidsbeleid lijkt daar prima bij aan te sluiten. We zijn het allemaal eens over het feit dat leraar een mooi beroep moet zijn, dat een docent een goede opleiding moet hebben gehad en dat leerlingen moeten worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Ik hoop dan ook werkelijk dat daarmee conflicterende zaken als prestatieloon, de 1040-urennorm en het terugdringen van vakantiedagen niet zullen doorgaan. Tenzij u of mevrouw Van Bijsterveld eerder aankondigt het wetsvoorstel terug te trekken ga ik donderdag staken voor erkenning en ruimte voor mijn professionaliteit.
Met vriendelijke groeten,
Martijn Wijngaards
Leraar Nederlands op het Canisius College en op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
donderdag 12 januari 2012
Ben een leraar!
maandag 19 december 2011
Doe het goed of doe het niet #2
Natuurlijk had ik al eerder moeten reageren op jouw reactie van medio oktober op dat stuk over mediacoaches op mijn edublog. De reden dat ik dat niet onmiddellijk heb gedaan, komt omdat ik aan het nadenken ben geweest over jouw vraag. Daarnaast heb ik ook wat van jouw indrukwekkende hoeveelheid werk (zowel kwalitatief als kwantitatief!) bekeken.
Hoe dan ook: allereerst natuurlijk bedankt voor die reactie. Je vroeg je toen af hoe je ervoor zorgt hoe een mediacoach de leerling bereikt. Je zegt dit ook in het licht van de gedachte dat leerlingen vaak meer weten van internet dan een leraar. Dat laatste vind ik in die zin waar, dat het betekent dat leerlingen vooral goed weten welke trends er gaande zijn online en daaromheen.
Een gesprek dat ik vandaag had met een leerling van het Canisius College heeft mij zowat in de richting van een antwoord gebracht. Het gesprek kwam erop waarom twee leraren exact hetzelfde aan leerlingen kunnen zeggen, maar waarom leerlingen het van de ene wel aannemen en van de andere niet. De leerling kon daar niet onmiddellijk goed antwoord op geven en daarom begon ze mij en een collega als voorbeeld te nemen. Aan mij kon ze zien dat ik ook een leven had naast school, zei ze, en blijkbaar was dat een geweldig argument voor het serieus nemen van mijn uitingen. Met dat leven bedoelde ze op mijn bestaan als onderzoeker en public speaker enzo. Een andere collega had dat allemaal niet en daarom had ze blijkbaar afgedaan.
Nu vind ik het principieel onjuist om collega’s af te vallen. Daarnaast vond ik dat mijn leerling - een beleefde, intelligente meid - bepaald ongelijk had. Ik heb allereerst betoogd dat mijn aller- allerbelangrijkste ambitie is om een goede vader en echtgenoot te zijn; dan komt er een tijdje niets en pas dan komen alle andere mensen en zaken. Van de door haar bedoelde collega weet ik dat ook zij precies de bedoeling heeft om voornamelijk een goede moeder te zijn en dat ze daarnaast parttime werkt als - in mijn ogen een zeer degelijke - docent. Ja, zo had mijn leerling dat nog even niet bekeken.
Afijn, waarom zeg ik dit allemaal? Dit gesprek was namelijk ook een soort aanleiding om antwoord te geven op jouw vraag. Volgens mij moet die nog enigszins in mist gehulde formulering drie zaken bevatten. Hieronder zal ik sowieso proberen zo helder mogelijk te zijn.
Leerlinggericht
Naar mijn mening is het allerbelangrijkste goed van je leraarschap wat men met een mooie term omschrijft als pedagogisch klimaat. Dat houdt voor mij in dat je zorgt dat regels geen issue zijn - want duidelijk - en dat je ervoor zorgt dat elke leerling het gevoel heeft om in voldoende mate erkenning te krijgen van jou. Je zult dus voortdurend in gesprek moeten zijn en blijven met je leerling en daardoor kom je te weten wat hem drijft en op welk niveau je moet inhaken om enige lesstof te laten beklijven in zijn systeem.
In die gesprekken ben je eigenlijk vaak coach, dus het uitnodigen van zelfreflectie is het voornaamste doel. In alle jaren dat ik leraar ben heb ik gemerkt dat op elk niveau dat ik lesgeef of heb lesgegeven - en dat is inmiddels van mbo-niveau 2 tot universitair - een leerling/cursist/student het zeer op prijs stelt als er af en toe even met iemand gespiegeld kan worden over alles wat een gemoed kan bezighouden. Opmerkelijk vaak zijn dat zaken die toekomstgericht zijn en bijzonder vaak zijn internetgerelateerde zaken niet een issue; verhoudingsgewijs dan. Daar ga ik graag even voor zitten en dat betekent dat ik nogal eens in een leerling investeer in een tussenuurtje, op de gang of in een pauze. (Dan vraag ik wel eens of de leerling (etc.) in kwestie het erg vindt of ik een boterhammetje eet. Dat laatste beschaafd natuurlijk - ik kan mij herinneren dat ik als leerling zelf wel eens afgeleid werd door schrokkende omnivoren die onstuimige oerbroden te lijf gingen tijdens een gesprek met mij. De inhoud van die gesprekken staat mij dan ook niet meer bij.)
Levenservaring
Ik houd altijd maar voor ogen dat ik de volwassene ben (bij leerlingen) of bepaalde ervaringen méér heb (bij studenten én bij leerlingen). In het geval van het mediawijze gebeuren betekent dit dat ik mij graag laat voorlichten door leerlingen wat hen bezighoudt, drijft of motiveert. Dit geldt dus ook voor alles wat met internet te maken heeft.
Waar je als leraar überhaupt meer ervaring mee hebt is met het verwerven en verwerken van informatie. Leerlingen worden overspoeld door een voortdurende lawine van gewenste en ongewenste gegevens en haast automatisch ontwikkelen zij een soort mechanisme om daarin onderscheid aan te brengen. Omdat die een soort onbewust proces is, hebben zij juist behoefte aan begeleiding daarin van een volwassene.
Natuurlijk komen veel van hun leraren uit de tijd van de krant, de televisie met twee netten en - ten gunstigste - iets als een Commodore 64. Die mensen hebben in elk geval als voordeel gehad dat ze het informatieve kaf van het koren hebben kunnen scheiden onder rustigere omstandigheden dan het kroost dat aan hen is toevertrouwd. Een beetje hbo- of wo-opleiding heeft dat proces dan ook zeer bewust - dus overdraagbaar - moeten maken. Jouw held Clay Shirky verwoordt dit alles inderdaad bijzonder mooi: “It’s not information overload, but filter failure.” En in het artikel waarin je zijn citaat aanhaalt geef je zelf al bruikbare tips.
Dichtbij jezelf
Toch denk ik dat vooral vermeld moet worden dat het verstandig is om je hand niet te overspelen. Hoewel ik op de instellingen waar ik werk te boek schijn te staan als een voortrekker, vind ik mijzelf een afwachtend type. Bij een nieuwe gadget hol ik niet automatisch naar de winkel, maar ik wacht even af of het ding sowieso doet wat is beloofd en daarnaast vraag ik mij gaande die hele periode van betrachte rust af of het apparaat iets positiefs toevoegt aan mijn toch al zeer rijke bestaan. Zo niet, dan ga ik niet voor de heb, maar dan besluit ik bewust om niet tot aanschaf over te gaan. Ik heb dan ook geen iPad of iPad-achtigheid, omdat ik die niet aanvullend genoeg vind ten opzichte van mijn laptop, mijn Androidmobiel of mijn PSP. (Dit stukje typ ik op een fijn netbookje; daar kun je gewoon lekker op schrijven.)
Die afwachtende houding heb ik ook ten aanzien van internetontwikkelingen. Ik ben niet voortdurend naarstig op zoek naar de nieuwste ontwikkelingen en trends. Via Edublogs en aanverwante sites verneem ik vanzelf wel welke zaken beklijven en van leerlingen hoor ik dergelijke verhalen ook wel. Maar goed, ik ben dus wel op de hoogte van wat er zo ongeveer speelt, maar ik heb nogal eens een avondje waarop ik niet uitgebreid mijn Google Reader zit te lezen. In jouw mooie presentatie Sociale media & voortgezet onderwijs zie ik ook verscheidene icoontjes waarvan ik nog geen vermoeden heb wat erachter steekt. Toch voel ik ook niet onmiddellijk de behoefte om als een bezetene die veelheid te gaan opzoeken.
Mijn behoefte om mij te manifesteren via sociale media is dan ook puur gedreven door eigenbelang en gemakzucht. Ik heb lang geaarzeld of ik wel ging deelnemen aan Facebook, maar inmiddels is het een dagelijkse procedure geworden om in enkele oogopslagen te zien wat allerlei mensen om mij heen bezighoudt. Wel ben ik zelf erg voorzichtig in het plaatsen van persoonlijke zaken, omdat ik niet wil dat er interferentie optreedt met een van mijn publieke bezigheden.
Ik heb wel eens collega’s meegemaakt die probeerden om hun populariteit te vergroten door deelname aan Facebook. Die kwamen van een koude kermis thuis, omdat ze mijns inziens twee fouten maakten: allereerst dat je als leraar populariteit moet nastreven. Ik denk dat je moet nastreven om zo goed mogelijk te zijn in je vak en dat daaruit een soort respect moet voortvloeien. Populariteit is ongrijpbaar dus daarin moet je niet willen investeren. Ten tweede denk ik dat Facebook - bij intelligent en voorzichtig gebruik - nagenoeg niets toevoegt aan de communis opinio ten opzichte van jou. Onbarmhartig geformuleerd: als leerlingen jou in real life een malloot vinden, dan vinden ze dat ook van jouw virtuele zelf.
Kortom, de enige reden waarom je gebruik maakt van digitale communicatiemiddelen is om beter bereikbaar te zijn én om de jouw toestromende informatie beter te kanaliseren. Logischerwijs betekent dit dat je zelf de regie krachtig in de hand moet houden al zit ook hier het geheim ‘m in een goede voorbereiding en afbakening. Blijf dus dichtbij jezelf.
Joitske, ik zal nog vast vanalles zijn vergeten te melden nu, maar op deze site heb ik al heel wat van de hierboven genoemde terreinen verkend. Hopelijk neem je mij niet kwalijk dat ik in deze vorm antwoord op jouw vraag geef, want ik hoop dat andere mensen ook kunnen bijdragen aan deze interessante discussie over hoe wij ons online kunnen manifesteren en onze leerlingen (etc. etc.) daarbij kunnen ondersteunen. Nogmaals bedankt voor jouw aandeel hierin en bedankt dat ik deze reactie mag plaatsen zo.
donderdag 15 december 2011
Leestip: canon van Nederlands middeleeuwse verleden

zaterdag 26 november 2011
Geëmancipeerde Zwarte Piet wellicht minst slechte optie
