dinsdag 24 maart 2009

Pedofiel op de loer: kind offline halen?

Zojuist was ik een lekker bijtijds thuis. Al zappend kwam ik langs Dr.Phil, waarin werd gesproken van een meisje van 10 dat chatte met een man van in de 40. Die man postte allemaal vieze, seksueel getinte fantasieën naar dat meisje, zaken waar het kind amper raad mee wist. Toch bleef het kind chatten met de man, want de aandacht die hij haar schonk beviel haar wel. De raad van Dr.Phil was resoluut: haal dat kind offline, gooi de computers het raam uit en communiceer voorlopig alleen per postduif.

Mijn primaire reactie was dat ik onmiddellijk geschokt was: hoe kan zo'n kind zich ooit bewust worden van haar online-gedrag als zij niet de gelegenheid krijgt om te oefenen. Is Dr.Phil ook zo'n hysterische Amerikaan (type-Amerika-is-net-Urk-maar-dan-heel-groot) of is hier meer aan de hand? Jazeker.

De vader van het meisje vulde aan dat het contact werd gelegd op een Playstation. Om games heen zijn er hele communities en het is al langer bekend dat pedofielen hun aandacht van MSN hebben verlegd naar typische kinderspellen die een online chatruimte hebben. In het maartnummer van Power Unlimited werd daar ook keurig aandacht aan besteed ('Dames opgepast: de viezeriken liggen op de loer', p.15). De tips zijn luchtig verwoord, maar natuurlijk bloedserieus van aard. ('Wat mensen ook mogen beweren, van topless gamen word je niet beter in het spel.')

Terug naar dat meisje van 10. Het staat buiten kijf dat meisjes op internet kwetsbaarder zijn dan jongens. Dit meisje heeft grote pech, omdat zij nu in de klauwen is gekomen van een pedo (goddank alleen nog online). Bovendien is al het gechat zodanig uit de klauwen gelopen, dat het meisje er ook erg negatief door beïnvloed is. Zonder precies te weten wat ze zegt, uit ze seksueel getinte opmerkingen terug naar de man aan de andere kant. Is zo'n meisje offline halen in dit geval terecht? 
Ik denk het wel. Het meisje moet gekalmeerd worden, haar moet geleerd worden wat normaal wenselijk gedrag is en dat zo'n pedo niet een normale man is. Daarnaast moet zij leren voor welke gevaren zij zich zal moeten wapenen als ze ooit weer online gaat. En dat laatste is wat ik miste bij Dr.Phil. Mag dat meisje ooit weer online? Ik mag toch hopen dat ze weer mag chatten als ze dat bewust kan doen!

Moeten ouders alle digitale middelen voor gevaarlijk aanzien? Nee! Moeten ouders waakzaam zijn? Jazeker! Als pedo's nu de chatboxen bevolken van Barbie- en My Little Pony-achtige games, is het zeker om daar goed van op de hoogte te zijn. Ik raad ouders dan ook altijd aan om te weten wat je kind doet online. Als je verdachte figuren ziet in een chatbox: kijk of je dat kunt melden bij de beheerder. Natuurlijk! Het moge duidelijk zijn dat zulk tuig van mij meedogenloos aangepakt moet worden en zoiets begint toch met melden.

Gelukkig zijn er goede handreikingen online en in de boekhandel (dat laatste zeg ik niet uit familiaire betrokkenheid, maar omdat ik het écht een goed boek vind) voor ouders en die zijn snel en gemakkelijk te vinden indien noodzakelijk. Ik vind het nog altijd dat de voordelen van online communiceren vele malen opwegen tegen de nadelen. Daarom raad ik ouders aan om zich zoveel mogelijk te verdiepen in dit alles. Zo kun je enorm veel voorkomen, waar nodig genezen, maar boven alles nuanceren. Ik vind Dr.Phil best heel tof, maar dat laatste had hij hier ook moeten doen.

woensdag 18 maart 2009

Lezen versus gamen

Leuke tip van mijn 6vwo-leerling Kiyara Venner, met wie ik veel discussieer over gaming. Gevoelsmatig is het helemaal juist wat hier wordt beweerd en ik durf haast te zeggen (als historisch letterkundige) dat het historisch gezien ook een goede hypothese is.


woensdag 11 maart 2009

Chatles! Deel 2: voortschrijdend inzicht

De drukte in de praktijk verhindert me om met theorie bezig te zijn, dus ook met mijn edublog. Er zijn wel interessante ontwikkelingen van mijn werkvloer te melden, want ik ben nog steeds aan het stoeien met mijn chatlessen. Inmiddels heb ik er met mijn 2hv-klas een stuk of 5 lessen opzitten en die hebben me tot een aantal aanvullende inzichten gebracht op mijn vorige stuk omtrent de chatles.

Allereerst: ik deed het al niet, maar chat NIET mee. Dat leidt af en bovendien heb je de neiging om commentaar te geven op alles, zodat je niet meer bezig bent met de leerling in de echte wereld. Vandaag moest ik de neiging een keer écht onderdrukken, maar ik ben blij dat ik dat ook daadwerkelijk heb gedaan: het einde is snel zoek.

Spammende leerlingen kun je goed onder de aandacht brengen bij de evaluaties van het chatlog. Een meerderheid van leerlingen uit mijn 2hv-groep vindt spammers irritant. Recedivisten moeten straf krijgen: zij moeten al hun spam overschrijven op papier (en aangezien die vaak meer dan 300 'berichtjes' telt, is dat een interessante straf). Tja, ik houd niet van straffen, maar de leerlingen hebben dit zelf bepaald. Wie ben ik om daar tegenin te gaan dan? En ja, vandaag heb ik twee spammende dames straf gegeven. Die wilden blijkbaar even checken waar mijn grenzen liggen.

Vandaag hebben de leerlingen een correctiemodel gemaakt van de grammaticaopdrachten uit het boek. Een groot mankement is dat ik nog steeds zoek naar een ideale vorm om de opdrachten uiteindelijk voor iedereen toegankelijk te krijgen. Vooralsnog ben ik toch maar het forum op Moodle gaan gebruiken. Dat idee is uit armoede geboren: de Wiki werkt nog niet goed op Moodle, de woordenlijstfunctie is ook niet ideaal (zie vorige stuk) en de eerst komende paar jaar verwacht ik nog niet via Google Docs- of SkyDrive-achtige omgevingen met 30 leerlingen WYSIWYG te werken aan één enkel document. Geen duidelijk outputkanaal betekent dat leerlingen eerder gaan klooien. Daar zit mijn voornaamste worsteling.

Toch blijf ik nog steeds positief over het principe chatles. Mijn 3 gymnasiumklas heeft een leuk begin gemaakt van een stijlfiguren- en beeldspraakdatabase, mijn 5 havogroep is net begonnen aan een - zeg maar - MMO poëzieanalyse en morgen ga ik met mijn 4vwo aan het schriftelijke betoog.

Wordt dus nog steeds vervolgd!

zaterdag 28 februari 2009

Zorgen over creationisten

Al enkele dagen was ons een gratis foldertje beloofd vanuit protestants-christelijke hoek; een werkje van creationisten ofwel, mensen die geloven in intelligent design. Daar kan ik mij altijd enorm op verheugen, want sinds de Passion Of The Christ-folder van David Maasbach ('Jesus He Knows Me') heb ik weinig vermakelijks medegedeeld gekregen van de bekeerdriftige medemens. Een dag later dan aangekondigd vond ik het slappe, papieren boekje tussen een pakketje foldertjes van Kruidvat en C1000. Evolutie of schepping heette het werkje en middels een soort stempelachtig logo werd mij toegeschreeuwd dat het lezen ervan een zaak was van levensbelang. Haastig begon ik met lezen om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat ik dit boekje en achterliggend denken een groot gevaar vind voor het onderwijs.


Op bijhorende website www.creatie.info staat te lezen dat een groot comité van goed opgeleide mensen dit gedachtengoed ondersteunt. Daarnaast is er ook nog lesmateriaal te vinden, waarvan je hart als te-learner ook niet sneller gaat kloppen: wat knullige sites en powerpoints. Hoe dan ook: een en ander wekt de indruk dat er goed is nagedacht over de hele boodschap. Jammer alleen dat er zoveel flauwekulargumenten worden gebruikt.


Het boekje begint met vast te stellen dat onze gedachten bepalen wat we zien; ons waarnemen van feiten zal altijd persoonlijk worden ingekleurd. Daar breng ik niets tegenin, alleen mis ik ergens een zinnetje dat de auteurs hieraan toch ook onderhevig moeten zijn. Maar goed, tot dusver ga ik met hen mee.



Moeilijker wordt het als de vraag wie God is beantwoord moet worden. De schrijvers hebben duidelijk voor ogen dat God een persoon is, want er is sprake een Schepper. Daarmee is meteen helder welke gedachten bepalen wat wordt gezien: veel mensen van allerlei religies zien God als een onpersoonlijke kracht en die vallen meteen af. De nadenkvraag begrijp ik niet zo goed in deze context: de vraag waarin een aap voornamelijk verschilt van een mens vind ik raar onder het kopje 'Wie is God?' en bovendien heb ik het idee dat ik word gedwongen een bepaald antwoord te geven: de mate van allerlei vormen van bewustzijn zijn bij de mens allicht groter.



Er zijn volgens de auteurs twee soorten wetenschap: technische en historische. In hun ogen sluiten deze wetenschappen elkaar uit, getuige de nadenkvraag: "De evolutietheorie geeft een verklaring over iets dat miljoenen jaren geleden gebeurd zou zijn. Is dat een technische of een historische wetenschap?" Mag ik gaan voor allebei?



De grenzen van het strijdperk zijn getrokken en vanaf pagina 4 gaan de schrijvers helemaal los. De raarste vragen schieten aan de lezer voorbij. Zien is geloven: dit principe dat vaak tegen christenen wordt gebruikt, wordt nu handig ingezet als wapen: heb jij ooit een mens zien ontstaan uit een eencellig organisme? Zie jij om je heen geleidelijk aan evolutie plaatsvinden? De nadenkvraag op deze bladzijde vind ik zo vreemd dat ik niet precies hoe ik die moet opvatten: "Trein 1 verlaat station A om 10.35 uur en hij rijdt met een gemiddelde snelheid van 93 km per uur naar station B. Hoe duur is 50 gram pindakaas van Calvé bij Albert Heijn?"



Hilarisch wordt het boekje als verkapt wordt verwezen naar de zondvloed, waarmee meteen een verklaring wordt gegeven voor fossielen die door de grenzen van aardlagen heen liggen. Als op bladzijde 6 wordt verwezen naar een schoolboek uit 1879 met plaatjes van verschillende embryo's is het mij volkomen duidelijk dat de argumentatie in het hele boekje wetenschappelijk gezien erg zwak is. Behalve conclusie 2 vind ik de hoofdpunten waarop de auteurs uiteindelijk uitkomen buitengewoon onwaar.



De evolutietheorie is geen geloof. Punt. Het woord theorie betekent dat het een opeenvolging van gedachten is die getoetst kunnen worden middels proeven. Dingen uit het verleden kunnen wel degelijk technisch worden bewezen, denk aan koolstofdatering. Het letterlijk nemen wat in de Bijbel staat is wel geloof en voor mij begint geloof waar wetenschap eindigt.



Bovendien heb ik iets tegen de term intelligent design. Er zijn bepaalde zaken in de natuur die ik helemaal niet zo slim vind aangelegd: hierbij denk ik aan het bevallen van zoogdieren (een ei leggen lijkt me gemakkelijker), mannelijke genitaliën (en kou) of de kleine teen.



Ik heb een katholieke opvoeding gehad en tot ongeveer mijn tiende heb ik geloofd dat wat in de Bijbel stond allemaal letterlijk waarheid was. Later ben ik gaan worstelen met allerlei zaken waarbij ik tot de conclusie gekomen ben dat als God mij onvoorwaardelijk zou liefhebben, ik het buitengewoon onsportief en gemeen zou vinden als hij/zij/het mij na mijn leven zou beoordelen. Daarna ben ik tot de conclusie gekomen dat de wetenschap mij oneindig veel te bieden heeft.



Nu, opgeleid als historisch letterkundige, vind ik verschillende Bijbelboeken prachtige teksten voor wat betreft vorm en inhoud en ik kan daarvan erg genieten. Ook The Origin of Species van Charles Darwin is erg mooi geschreven. Bovendien weet Darwin zelf ook niet waar, waarom of door wat de evolutie is begonnen. Daar ligt voor christenen zeker een kans om op in te gaan. Een theorie hoeft geloof van mensen niet uit te sluiten. (Neale Donald Walsch heeft daar leuk - en winstgevend - over geschreven.)



De polariserende doctrine van Evolutie of schepping vind ik iets dat net zo ver van kinderen moet worden afgehouden als het niet-inenten tegen polio of het omkleden van broek naar rok in een koud fietsenhok. Hooguit zal ik het boekje inzetten als voorbeeld van drogredenen, want er zitten er genoeg in om een bovenbouwklas havo of vwo een goed lesuur mee bezig te houden. En ik zal altijd naar iedereen uitdragen dat je als wetenschapper overal voor moet openstaan, maar dat je alles wat je vindt goed moet kunnen onderbouwen.

zondag 22 februari 2009

Scratch!


Heb je vakantie? Is het bij jou ook rotweer buiten? Heb je even niets te doen? Dan heb ik een leuke tijdsbesteding voor je en die is nog nuttig ook. Tenminste, als je ermee overweg kunt. Als je er nog nooit van hebt gehoord, krijg je deze tip van mij: gebruik Scratch. Dit is een handig, relatief laagdrempelig programmaatje waarmee je animaties en games kunt maken.

Ik ben nog even niet zo behept dat ik een 'GALC-proof' serious game heb kunnen vervaardigen, maar een kort, simpel probeersel wil ik je niet onthouden. (Druk op het groene vlaggetje, zet het geluid open en gebruik de cursors om het poppetje te laten dansen...)

Je kunt de animaties en games delen met anderen,  je kunt commentaar leveren en ze zelfs downloaden en weer herbewerkt terugzetten op de site! De mogelijkheden zijn werkelijk enorm. Nu al is Scratch een leuke uitdaging voor leraren en trainers die hun verhaal willen opfleuren.

Dus: voor iedereen die niet op de lange latten of in de polonaise staat de komende dagen: ga lekker knutselen. En: als je wat leuks hebt gemaakt, ben ik benieuwd naar het resultaat!

zondag 15 februari 2009

Chatles!

Stukje op microniveau met een ideetje van mij: lesgeven via de chat. De ingrediënten die ik tot mijn beschikking heb op het Canisius College: 3 lessen van 50 minuten, een lesmethode (Op Nieuw Niveau hier) een computerlokaal (les 1 en 3), een 'normaal' lokaal met een internetcomputer + beamer (in mijn geval een digitaal schoolbord voor les 2) en een elo (elektronische leeromgeving: op het CC is dat Moodle) en - in dit voorbeeld - een 2de klas op havo/vwo-niveau.

De leerlingen moeten een tekstverklaring maken, maar zij mogen niet direct met elkaar praten; alles wat ze willen zeggen gebeurt in een chatbox die ik op onze elo heb klaargezet een domein (cursus) waarbinnen alleen zij en ik kunnen komen. Zij mogen bovendien alleen communiceren in fatsoenlijke Nederlandstalige zinnen die beginnen met een hoofdletter en eindigen met een leesteken. Ofwel: geen MSN-gehakketak. Hun opdracht: maak samen een wiki (nu even een Woordenlijst, want de wiki werkt nog niet zo goed op Moodle) waarin je het perfecte correctiemodel maakt van de tekstverklaring.

Wat gebeurt er de eerste les? Reken er maar op: die wordt heel interessant. Mijn tweedeklassers begonnen geweldig te ouwebetten via de chatbox. Een enkeling chatte af en toe: "Laten we beginnen met opdracht 1!", maar inhoudelijk is de eerste les niet veel bereikt. Gelukkig kun je een chatlog laten bijhouden door Moodle.

Dat chatlog nam ik mee naar les 2. Op mijn digitale schoolbord heb ik minitieus het log laten zien aan de leerlingen. Doodstil zagen ze precies wie - met naam, toenaam en avatar - wat zei op welk moment, hoe weinig er inhoudelijk is gebeurd. Sterker nog: ze waren geschokt dat ik feitelijk heb blootgelegd wat er normaalgesproken ook kan plaatsvinden in een lesuur: volkomen improductief geleuter. Nee, de leerlingen beloofden beterschap en daarna zijn ze in groepjes van 5 de tekstverklaring gaan maken in hun schrift. Les 2 maakt les 1 leerzaam.

Geloof me: in les 3 waren alle leerlingen aantoonbaar binnen 4 minuten begonnen met de opdracht, verdeelden ze onderling taken en vulde de wiki zich langzaam met antwoorden. Die antwoorden werden verbeterd door anderen en alle commentaar op elkaars werk vond plaats in de chatlog. Ik ben zelfs even het lokaal uitgelopen en teruggeslopen naar het raam naast de deur om ze stiekem te observeren. Het leek alsof elke leerling alleen maar op zijn eigen schermpje zat te kijken, maar aan het chatlog heb ik later kunnen zien dat er enorm werd samengewerkt.

Na iets meer dan een halve les was iedereen klaar, getuige het opkomen van Hyves- en Flashgamespagina's. Ik heb iedereen gesommeerd om naar het gebeamde te kijken en ik heb de leerlingen twee maal kunnen complimenteren: ten eerste was het chatlog voorbeeldig, want de overgrote meerderheid van het geposte was gericht op samenwerking en inhoud. Daarnaast was door hun collectieve intelligentie gegenereerde correctiemodel werkelijk perfect, beter dan het antwoordmodel uit het boek zelfs. Het alleraardigste vond ik nog wel dat mijn leerlingen de lessen er nuttig hadden gevonden.

Als je de uitrusting ervoor hebt, kan ik je zeer aanraden om zulke chatlessen eens te geven. Door de hierboven geschreven afwisseling van activiteit en reflectie heb ik in elk geval erg efficiënt verschillende product-, proces- en subdoelen bereikt met mijn tweedeklassers.

donderdag 5 februari 2009

Minority Reportachtige technologie in jouw les

Gelezen op NU.nl:


LONG BEACH - Amerikaanse wetenschappers hebben een 'mobiel zesde zintuig' ontwikkeld. Met deze gadget kan informatie van internet gebruikt worden in het dagelijks leven.


Dat hebben wetenschappers van de Massachusetts Institute of Technology (MIT) woensdag bekendgemaakt. Het apparaatje is een webcamera, projector, en smartphone met internetverbinding ineen en kan gedragen worden als een sieraad.


Als je bijvoorbeeld wilt weten hoe laat het is, teken je met een vinger een cirkel op je pols en dan wordt de tijd op je pols geprojecteerd. Maak je met je duimen en wijsvingers een kader, dan maakt het apparaatje een foto.

Winkelen
Tijdens het winkelen kan het apparaatje producten herkennen en een signaal geven of het je smaak is. In kranten herkent het artikelen, zoekt er razendsnel het laatste nieuws bij en met eventueel een video erbij kan de informatie op bijvoorbeeld de dichtstbijzijnde muur geprojecteerd worden. ''Je kunt ieder oppervlak gebruiken inclusief je hand als er niks anders in de buurt is'', zei een van de wetenschappers.

Implantaat
De gadget is nog steeds in ontwikkeling. ''Misschien hebben we over tien jaar het ultieme zesdezintuigimplantaat'', aldus de wetenschapper.


Ik zeg:
Wauw! Ik zie mijzelf tijdens mijn plenaire uitleg al lopen naar een muur om daarop een vak te tekenen waarin audiovisueel materiaal is te zien. Of ik teken een vakje op de tafel waaraan de leerling of student zit. Vervolgens laat de student op die manier zien wat die eigenlijk bedoelt. Tijdens een overleg even snel een aantekening maken of iets verduidelijken met opgezochte statistieken.


Als die dingen er zijn, dan stel ik me beschikbaar om zo'n hanger te testen. (Zo'n implantaat moet ik nog even overdenken.) Tot die tijd droom ik lekker even verder...


Klik hier voor een uitgebreider bericht dan dat op Nu.nl