Deze huisnijverheid heb ik dus nog niet beproefd, in tegenstelling tot wat ik doe met Socrative. Ik kan mij ook levendig indenken dat ik beide omgevingen naast elkaar ga gebruiken. Dat laatste tenminste als InfuseLearning mij bevalt. Wordt vervolgd - en ik hoor graag eenieders ervaringen. Bij dezen de URLs. Ik neem aan dat je bij InfuseLearning een eigen account moet maken voordat je er wat aan hebt. Maar ik zie een hoop mogelijkheden binnen deze omgeving en dat hij werkt heb ik al getest met enkele vriendelijke 4v'ers.
Mijns inziens begeven buitengewoon veel mensen zich op Facebook zonder goed te doordenken wat ze daar allemaal publiceren. Dat is hun goed recht en daar wil ik ook niet aankomen. Wel wil ik er een beetje aan gaan rammelen als het gaat om mensen die jonge kinderen hebben. Ik heb het al eens eerder gezegd en ik erger me er op allerlei momenten aan: volgens mij is het buitengewoon onverstandig om foto's van je kinderen zomaar op internet te zetten.
Kinderen worden al op zeer jonge leeftijd geconfronteerd met mediawijsheidsonderwijs (is dat een woord?). Gaande hun basisschoolopleiding zijn er allerlei projecten waarin kinderen worden gewezen op de gevaren van social media. Mensen als de zeer ter zake kundige Thewata Muller trekken het aandachtsveld voor de opvoeder nog breder, want zij heeft ook veel oog voor allerlei games die kinderen online doen. Kortom, voor de opvoeder is er nog veel terrein om voorzichtig op te opereren samen met onze kinderen.
Om mij heen zie ik buitengewoon veel jonge ouders die - terecht! - heel trots zijn op hun kinderen. Via Facebook delen zij dikwijls foto's met de wereld en op die manier kun je de hele jeugd van hun kroost nauwkeurig volgen. Dat betekent dus ook die die jeugd goed gedocumenteerd op het web staat opgeslagen. En wat op internet staat, krijg je er niet zomaar meer af. Bovendien is het delen van leuk materiaal in één klikje geregeld.
Zoals gezegd, ook ik pak te pas en te onpas mijn smartphone uit mijn zak om weer een plaatje te schieten van mijn dochter, een prachtige kleuter. Haar jeugd is nu al zo veel beter vastgelegd dan die van mij. Maar ik zet ze niet zomaar op internet. Bovendien, zoals gezegd bedenk ik me ook hoeveel moeite ik zou moeten doen om soortgelijke foto's van mijzelf op het web te slingeren (zo die er zijn).
Ik wil niet belerend gaan doen, want ik gun iedereen zijn pleziertje; ook de 'like-aholics'. Maar dit onderwerp gaat me écht, écht aan het hart. Ook ik ben een trotse vader en alleen al vandaag heb ik weer een paar leuke foto's gemaakt van mijn dochter die me heus een paar fijne likes hadden opgeleverd. Maar ik bedwing me. Het lijkt me vervelend als ik mijn dochter op haar tiende (ofzo) voorhoud dat ze niet zomaar elke foto online moet plaatsen en dat zij me erop wijst dat ze al tientallen keren op het web staat.
In mijn 3 havo zitten voornamelijk jongens. Dat betekent dat ik de hormonen soms al ruik als de leerlingen aan de andere kant van de school op mij wachten. Bij 3 havo-leerlingen huldig ik vooral het principe dat het mij nog niet uitmaakt wát ze lezen, áls ze maar lezen. Wel wil ik natuurlijk dat er wordt nagedacht. De literaire mindmap van mijn Amstelveense collega - en naamgenoot - Martijn Koek blijft daarvoor een uitstekend middel.
In zo'n heerlijk pedagogisch groepsgesprek is naar voren gekomen dat verreweg de meeste jongens (en een paar meisjes) James Bond wel tof vinden. Nu ben ik een groot liefhebber van James Bond en van de werken van Ian Fleming, dus ik heb verteld hoe de film-Bond verschilt van de boeken-Bond. Daaruit vloeide voort dat ik het eerste hoofdstuk van de roman Casino Royale heb voorgelezen. (Voor de kenners: dat hoofdstuk waarin Fleming zijn personage introduceert als een beheerste, wrede en welhaast paranoïde man.) Dat fragment bleek naar meer te smaken.
Derhalve heb ik samen met de leerlingen het korte verhaal The Living Daylights gelezen, vertaald als Veel liefs uit Berlijn. Na een korte, gezamenlijke brainstorm over wat ons allemaal is opgevallen in het verhaal heb ik een stukje van de film laten zien uit 1987. (Voor de kenners: dat stuk waar Timothy Dalton een vijandige sluipschutter moet uitschakelen, er achter komt dat het een vrouw is en haar in haar hand schiet.)
Daarna heb ik de leerlingen laten werken aan een mindmap over het gelezene. (Bond-muziek op de achtergrond.) Wat een mindmap is, heb ik natuurlijk wel even uitgelegd. Elke leerling heeft er een voor zichzelf gemaakt, maar er is wel gewerkt in groepjes om de collectieve intelligentie aan te boren. Van de zeven hoofdlijnen die Koek noemt, heb ik er vier gekozen: plot, personages, tijd en ruimte. Anders vond ik het te moeilijk om te beginnen; een volgende keer plak ik er wel een lijn bij.
Wat er daarna is gebeurd, is vooral de reden waarom ik dit alles wil delen: volgens mij heb ik wel twintig subdoelen geraakt die ik helemaal niet heb kunnen bevroeden van te voren. Fleming is een schrijver van details en elk detail is gewikt en gewogen. De leerlingen hebben uitgezocht hoe het Checkpoint Charlie er uitzag voor de komst van de Berlijnse Muur, hoe dat specifieke type sluipschuttersgeweer van Bond eruit zag, hoe het zat met contraspionage en ik weet niet wat allemaal meer. Mijn digibord en hun smartphones en laptopjes hebben rood gegloeid van alle inspanningen. Het was echt genieten.
De resultaten mochten er zijn: zelfs de grootste onderpresteerders hebben hard gewerkt. Mooie, gedetailleerde tekeningen van personages, plattegronden en zelfs wapens (tja...) zijn voorbij gekomen. Tot op vrij hoog niveau zijn plot, personages, ruimte en tijd uiteen gerafeld. Het nakijken is dus ook buitengewoon prettig geweest. Wel hebben veel leerlingen tijd uitgelegd als tijdsbeeld, maar dat heb ik niet erg gevonden. Integendeel, juist weer veel kleine zaken zijn opgevallen, variërend van telegrammen tot omgangsvormen die als niet meer van deze tijd zijn geïdentificeerd door de leerlingen. Leuk!
Kortom, als je met je leerlingen hebt uitgemaakt waar te starten met lezen voor gevorderden, aarzel dan niet om de literaire mindmap van Martijn Koek in te zetten voor de verwerking. Het daagt de leerlingen uit om over elk detail na te denken van hetgeen er is gelezen, het nodigt uit tot samenwerken en het visualiseert en ordent wat er in al die koppies omgaat. Nu gaan de meisjes eens het uitgangspunt vormen voor de keuze van het volgende leeswerk.
Hoera! Maandag heeft een derde lichting gelukkigen de Promotiebeurs voor leraren in ontvangst mogen nemen ten huize van het NWO te Den Haag. Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, heeft de beurzen uitgereikt aan alle nieuwe collega's. Ik vond de bijeenkomst erg leuk.
Foto: Arie Wapenaar/NWO
Wat mij trof aan de toespraak van de minister is dat zij zich warm en haast moederlijk (sic!) toonde. Op alle niveaus vond ik haar verhaal goed: een leraar die zich buiten de school begeeft en het daar geleerde weer de school binnenbrengt is van belang voor kinderen, voor het onderwijs en voor het land. Oké! De mens is dus de maat en niet een cijfer, een statistiek of een internationaal rapport. Helemaal fijn vond ik het dat zij precies nul keer het woord excellent heeft genoemd.
Daarna vertelde Bussemaker hoe zij zélf in deeltijd is gepromoveerd. Ook zij had twee onderzoeksdagen naast een drukke baan, dus ook zij moest keuzes maken. Ook zij kon niet zomaar dingen uitstellen. En ja, ook zij zat regelmatig met een vol hoofd tegenover haar promotor om samen weer chocola te maken van alles daarin. Bussemaker benadrukte hoe goed het is om ook onderling contact te hebben gaande de rit, want het is heel mooi, maar ook zwaar. Dat persoonlijke verhaal vond ik erg sterk en herkenbaar.
Foto: Arie Wapenaar/NWO
Omdat ik behoor tot de allereerste groep, ben ik gevraagd om aldaar wat ervaringen te delen met mijn nieuwe collega’s. Samen met collega/promovendus van eveneens het eerste uur Erich Grothe (Helicon), zijn leidinggevende en de mijne, rector Peter Schaap van het Canisius College, mocht ik aanschuiven bij de minister op het podium. Zij stelde Erich en mij vragen over ons onderzoek, maar ook over de plek van ons binnen onze scholen. Erich had drie leerlingen meegenomen die zichtbaar enthousiast waren over zijn onderwijs.
Ik vond het belangrijk om te benadrukken dat het niet uitmaakt wát je onderzoekt, maar dat je je omgeving laat zien dat je iets gepassioneerd kan doen, op welk niveau dan ook. Dat inspireert leerlingen ook, want die zien dat je niet woont in lokaal 51, maar dat je de wereld ingaat. ("Non scholae sed vitae (discimus)", staat er op een centrale vloer op het Canisius College en zo is het maar net.) Peter Schaap heeft duidelijk gemaakt dat hij het belangrijk vindt dat een school aan collega’s de ruimte biedt om zich te ontwikkelen op gebieden die hen aan het hart gaan. Natuurlijk moeten de lessen gegeven blijven worden, maar die worden beter als er betrokken en enthousiaste mensen voor die klas staan.
Drie nieuwe laureaten hebben hun grote enthousiasme ook meteen mogen tonen. Zo vraagt Frederike Groothoff zich af hoe kleuters die nieuw zijn in Nederland zo snel mogelijk hun woordenschat kunnen vergroten om aan te sluiten bij hun Nederlands sprekende leeftijdsgenootjes. Bert Mooiman onderzoekt of negentiende eeuwse componisten hun partituur als heilig beschouwden of dat er juist ruimte werd gegeven voor improvisatie. Aafke Oldenbeuving stort zich op het in kaart brengen van talloze soorten wespen die zich specialiseren in bevruchting van vijgen. Alle drie getuigen zij van de enorme diversiteit aan onderwerpen die ook sinds dit jaar weer worden onderzocht.
Er zijn gelukkig grandioos veel collega's die hun expertise vergroten door masteropleidingen te volgen, verdiepingscursussen te doen of door te promoveren naast hun baan. De laatste 'club' kent inmiddels meer dan honderd leden! Dat geeft de burger moed.
Toch is er nog veel potentie onder de radar. Voor die mensen is er goed nieuws, want de minister heeft voor 2014 nog eens 90 promotiebeurzen beschikbaar gesteld. Als je dus het gevoel hebt dat je dit altijd al hebt willen doen: ga ervoor. Weet je niet precies hoe en waar je moet beginnen? Lees dan een eerder bericht van mij (een soort handleiding). Neem contact op met het NWO of met een van ons. Je weet immers nooit tot welke interessante ontmoetingen het hele traject kan leiden!
P.S. Laureaten van de Promotiebeurs voor leraren die nog niet in de contactgroep zitten, maar dat wel willen, mogen contact opnemen met mij! Graag!
Detail van de Liederen-Courant (KB, niet gecatalogiseerd)
Als mijn lieve oma Ursula nog had geleefd, dan was ze deze maand 86 jaar geworden. Als ik aan mijn oma denk, dan hoor ik muziek; klassieke muziek, maar ook oude Duitse liedjes. Het voornaamste liedje waarbij ik mezelf weer als kind in haar keuken (dat warme plekje op de grond) zie zitten, terwijl zij kookt en luistert naar WDR 3 is Ich tanze mit dir in den Himmel hinein. Juist dat liedje doorkruist nu al een paar keer mijn promotieonderzoek. Omdat ik er niets mee ga doen, maar het te mooi vind om het niet te delen, schrijf ik nu iets van mij af.
Carice van Houten zingt het liedje in Zwartboek. Sinds die film heb ik al twee maal gehoord dat het lied een nazi-lied is. Nee! Het mooie liefdesliedje duikt weliswaar voor het eerst op in de nazi-tijd, maar het is een liefdesliedje uit een komische film naar Hollywoodmodel. In Die Sieben Ohrfeigen (1937) is het lied al instrumentaal te horen. In datzelfde jaar verschijnt het, met gezongen tekst, ook op een plaatje van Willy Fritz en Lilian Harvey, de hoofdrolspelers van de film. De muziek is van Friedrich Schröder, de tekst van Hans Fritz Beckmann.
Ergens daarna is het lied ook vertaald in het Nederlands. Wie mij kan vertellen van wie de Nederlandse tekst komt, mag het zeggen. De tekst duikt in elk geval op liedbladen op, zoals op de Liederen-Courant met 'Kermisschlagers' die is gedrukt door Frans Rombouts uit Roosendaal ergens tussen 1937 en - ik vermoed - 1944. (Planovel dat nog niet in de catalogus staat van de Koninklijke Bibliotheek). Eén geluidsopname van het lied is te vinden op YouTube, van De straatzangers (zie hiernaast).
Als je "Ik dans met jou de hemelpoort in" in Google intypt, dan stuit je vrij onmiddellijk op websites voor senioren. Deze Nederlandstalige uitvoering lijkt dan ook nog in het collectieve geheugen te zitten. Seniorplaza lijkt aan te geven dat Willy Alberti en Johnny Jordaan verantwoordelijk zijn voor de Nederlandse vertaling. Dat is mogelijk, maar degene die het lied publiceert op de site maakt dit niet duidelijk. Muziekweb geeft in elk geval een uitvoering van Henk de Bruin, maar die is volgens mij van na de oorlog. Het lijkt me dan ook onwaarschijnlijk dat hij de tekstdichter is geweest. Bovendien, ook de Nederlandse Liederenbank (Meertens Instituut) geeft geen uitsluitsel over wie verantwoordelijk geacht moet worden voor de versie in onze taal.
"Ik dans met jou de hemelpoort in" doet me denken aan mijn oma Ursula. Enkele keren heb ik het ook - in het Duits - gezongen in verzorgingshuizen en altijd heb ik dementerende, in zichzelf gekeerde mensen (waaronder ook eens oma) zien opengaan als een bloem, om minimaal mee te deinen. Het lieflijke liedje is verschenen in de nazi-tijd, maar het heeft er niets mee van doen. Al snel is het ook in het Nederlands vertaald. Maar degene die weet wie we daarvoor mogen danken, mag het zeggen.
Omdat ik welhaast nooit teleurgesteld raak in het delen met anderen, deel ik ook mijn ervaringen graag met Padlet. Op deze site (www.padlet.com) kom ik ook weer dankzij het delen, want collega's uit de Facebook-groep Leraar Nederlands (bedankt Anita en Cefas!) hebben mij op dit fenomeen gewezen in reactie op mijn Socrative-stukje. Volgens de makers van Padlet is hun creatie je beste vriend en dat zou zomaar zo kunnen zijn.
Padlet is in principe een tabula rasa waarop iedereen iets kan kladderen als die hetzelfde adres in de menubalk intikt. Dat adres kun jij ook aanpassen en het is zelfs mogelijk om een QR-code in beeld te brengen, zodat mensen met een vrij lage nerd-factor al niet eens hoeven te typen om bij jouw Padlet-bord te komen. Daarna kan iedereen meteen aan de slag, dus je kunt werkelijk meteen gaan samenwerken met je leerlingen. (Tip: zorg dat je leerling niet op het plusteken drukt, want dan start hij zijn eigen bord op.)
Voor een paar situaties heb ik het al geprobeerd en die voorbeelden geef ik hieronder. Overigens heb ik ook met enkele leerlingen getest of Padlet prettig is bij het tekstverklaren, maar daar vonden leerlingen Socrative weer beter geschikt voor; de interface is overzichtelijker. Padlet kun je overigens ook zo indelen dat alle posts onder elkaar komen, maar dan neemt het geheel meer ruime in.
Correctiemodel maken In het verleden heb ik al eens ICT gebruikt om onmiddellijk een perfect correctiemodel in beeld te krijgen dat door de collectieve intelligentie van mijn leerlingen tot stand is gekomen. Een gemakkelijker programma dan Padlet om zoiets te bereiken heb ik nog niet gezien. Het recept is simpel: je start padlet op, je leerlingen pakken hun mobieltjes en je zegt dat je over tien minuten op het bord een blakend correctiemodel wil zien voor opdracht 17.
Bij het bespreken orden je met je muis gemakkelijk de antwoorden door ze op een goede plek te zetten, je wist eventuele flauwekul (en spreekt pedagogische woorden tegen de vervuiler) en je checkt vervolgens op inhoud. Een kind kan de was doen. Leerlingen blij, jij blij.
Brainstormen In mijn examenklassen behandelen we nu het schriftelijk betoog. Via Padlet poneer ik een stelling en ik verdeel het beeld in tweeën (het voorbeeld hieronder geeft de eerste paar minuten weer) door een achtergrond te uploaden met ruimte voor voor- en tegenargumenten. (Liefhebbers kunnen mijn bureaublad hieronder downloaden.) Na enige tijd sluit ik de markt en zet ik de leerlingen aan het werk met de argumenten die uit de brainstorm komen. Hier was ik blij verrast door de grote mate van creativiteit die leerlingen binnen tien minuten te berde kunnen brengen. Ook hier sleep je desgewenst antwoorden naar een juiste plek, dus brainstormen was nog nooit zo gemakkelijk.
Ik kan mij levendig voorstellen dat collega's die probleemgestuurd onderwijs geven geweldig veel plezier gaan beleven aan deze site.
Plus Net als een blad papier zijn de mogelijkheden natuurlijk behoorlijk eindeloos. Ik heb Padlet ook gebruikt om felicitaties te laten opschrijven voor een jarig meisje, om een planning te maken en voor wat variaties op het antwoord-gebeuren. Padlet is inderdaad een fijne vriend. Ik kan me levendig voorstellen dat er nog veel meer ideeën rijzen, dus ik zou eenieder willen oproepen om succesnummers hieronder vooral te delen!
Sinds Socrative medio oktober een doorstart heeft gemaakt, is het écht een goedlopende en eenvoudig te gebruiken hulpmiddel geworden voor onderwijsdoeleinden. Voor mensen die de site niet kennen: via Socrative kun je gemakkelijk een of meerdere vragen voorleggen aan je toehoorders en zij kunnen die beantwoorden met laptop, tablet of mobiele telefoon. De antwoorden kunnen onmiddellijk en real time worden getoond via een beamer in de vorm van statistieken en na afsluiting kan er een rapport worden gedownload in de vorm van een Excel-bestand. Dit superhandige middel is een geweldige oplossing bij het bespreken van tekstverklaringen. Elke talendocent weet dat het bespreken van een juist gemaakte tekstverklaring een verzoeking is: leerlingen vinden het saai - de docent eigenlijk ook - en dikwijls moet welhaast de knoet verschijnen om nog enige vragen meer te kunnen behandelen. Een collega van mij zegt ook vaak: "Ik kan er een korte broek bij aantrekken, maar een leestekst bespreken wordt er niet leuker door." Het is dan ook moeilijk om leerlingen te betrekken bij dit wonderlijke fenomeen. Via Socrative kun je leerlingen ook gemakkelijker bij deze les houden. Niet alle leerlingen hebben een telefoon met internet, maar ik heb nog niet meegemaakt dat dit tot problemen leidt. Ik benoem dat en ik verzoek vooral om met elkaar op schermpjes te kijken: samen spelen is immers samen delen. Bespreken van een open vraag Hoewel je allerlei quizzen kunt klaarzetten in een mum van tijd, kun je ook gebruik maken van de optie om onmiddellijk een vraag te stellen. Dit doe ik bijvoorbeeld bij het bespreken van een open vraag. Natuurlijk heeft de leerling vooraf al een tekstverklaring gemaakt en dan vraag ik hem om bijvoorbeeld het antwoord op vraag 5 te geven. Alle leerlingen doen dat en dat levert onmiddellijk een overzicht op via je beamer (zie voorbeeld). Vervolgens ga ik alle antwoorden een voor een af.
Per saldo krijg je natuurlijk te zien wat je ook voor je krijgt als je corrigeert. Nu kun je meteen per leerling vertellen hoeveel punten die zou krijgen - of juist niet -, wat er scherper geformuleerd kan worden en welke vormeisen je stelt. Mijn ervaring: werkelijk alle leerlingen zeggen hiervan iets op te steken én de les nog leuker te vinden ook. Bespreken van gesloten vragen Het onmiddellijk in beeld brengen van statistieken kan goed helpen bij het samen uitzoeken waarom een meerderheid bij multiple choice vragen B antwoordt, terwijl A goed is. Of waarom een bepaalde formulering sterker is. Op deze wijze breng je ook gemakkelijk voor het voetlicht hoe er prudent moet worden geciteerd. Randverschijnselen trainen Leerlingen vinden het ook fijn om als je snel een quizje in elkaar flanst over randverschijnselen van het tekstverklaren. Zo is het aardig om de laatste tien minuten van de les nog eens drogredenen te oefenen met een van te voren gemaakte quiz. Nadeel van Socrative is hooguit dat je niet meer dan vijf keuzeopties kunt aanbieden, maar verder zijn er alleen maar voordelen te ontdekken. Maar vooral het - zeg maar - 'boter-bij-de-vis-principe' van de real-timestatistieken werkt buitengewoon confronterend en prettig.
Voorwaarden Van te voren moet je natuurlijk wel een paar dingen scherp hebben met elkaar, voordat je gaat beginnen met Socrative. Je zult merken dat aanvankelijk leerlingen wat gaan klooien (voornamelijk malle schuilnamen opgeven of malle antwoorden geven). Aangezien de goegemeente het erg gaat waarderen dat je eens wat anders doet in je les, zal het geklooi sterk afnemen onder groepsdruk. Als het je stoort met je het gewoon benoemen en ook hier heb ik geen serieuze obstakels ervaren. Sowieso Socrative Je zult merken dat je heel snel en efficiënt kunt werken met Socrative, omdat je leerling alleen jouw Room number overneemt om deel te nemen. Dat nummer staat in elk scherm, dus dat is intelligent ontworpen. Vervolgens start je jouw quiz en kies je of jij of de leerling het tempo bepaalt. Naderhand bespreek je naar wens de rapportage. Een Space Race wil nogal eens een leuke manier zijn om een reeds gemaakte quiz nogmaals te doen onder druk. Experimenteer er maar lustig op los. De opties om een vraag op te maken zijn weliswaar beperkter dan bij bijvoorbeeld GoSoapBox, maar de software werkt en dat is een groot goed. Mocht je niet meteen willen knutselen, dan kopiëer je hieronder een van de dingetjes die ik al heb gemaakt. Aarzel niet om jouw producten ook te delen! Enkele succesnummers:
Drogredenen SOC-2470225 (Ik wil de terminologie nog aanpassen op die van de Examenbundels.)
Signaalwoorden SOC-2297800
Stijlfouten aanwijzen SOC-2243888 (5 havo-niveau)
Werkwoordsspelling 2 SOC-2313384
Werkwoordsspelling 1 SOC-2313216 Beeldspraak SOC-2287675 (3 havo: alleen vergelijking, metafoor, metonymia en personificatie) Tot slot Tekstverklaren is op zichzelf een nuttige activiteit en dit verhaal staat los van de (noodzakelijke!) discussie over de inhoud van het Centraal Examen. Het is helemaal niet verkeerd om kinderen te leren om te gaan met toetstaal of bij te brengen hoe je een alinea kritisch beschouwt; zeker niet in het huidige tijdperk, waarin het aantal teksten als een diarree over deze kinderen heen regent. Als je creatief omgaat met een programma als Socrative, maak je het jezelf ook een stuk gemakkelijker. (Zo gebruiken je leerlingen hun mobieltjes meteen nuttig in jouw les. Da's een win-win-situatie!) Je zult het begrijpen: ik hoor graag wat jouw ervaringen zijn met dit of een dergelijk programma!