maandag 22 april 2013

Ewbank: schrijf een lied over cyberpesten!


Op een dag dat een Leidse scholier de gemiddelde internetgebruiker leert wat 4Chan is, Bram Moszkowicz een bedroevende dag heeft, ijlt ook het koningslied-gebeuren na. Die discussie gaat wat mij betreft ook helemaal niet meer over de kwaliteit van dat lied; het gaat mij veeleer om allerlei vreselijke verwensingen die componist John Ewbank naar zijn hoofd geslingerd heeft gekregen. Hopelijk tonen die niet aan dat de gemiddelde gebruiker van social media ongeneeslijk dom is, maar het geeft wel te denken. Het jegens Ewbank tentoongespreide gedrag is natuurlijk alleszins dom.

De affaire is een verdrietige, vergrote versie van wat er zomaar kan gebeuren op social media. Het is immers véél te gemakkelijk om met enkele drukken op de knop iemand de meest ellendige verwensingen toe te sturen. Je vraagt je hier af of de meeste mensen twintig jaar geleden ook de moeite hadden genomen om een boze brief te sturen. Dat kost toch heel wat meer moeite.

Ewbank moet en mag daar gewoon bovenstaan. Bovendien: hij
hoeft zijn lied helemaal niet terug te trekken! Hij moet gewoon voor het koningslied gaan staan dat hij heeft afgeleverd met alle andere BN'ers. Natúúrlijk! Hij heeft zoveel liedjes geschreven die zoveel mensen mooi vinden en bovendien begeef je je nu vooral op het gebied van smaak. Daarover valt immers niet te twisten. Gelukkig staat het NPO ook achter hem. Dat is netjes en dat hoort zo.


En: hoe trek je een liedje terug? Ik heb het nu nog in mijn hoofd. Geen idee wat je daaraan kunt doen.

Sterker nog, zijn koningslied voldoet aan alle hierboven gestelde voorwaarden. Bedenkelijke tekst (ook een social media-product overigens): check. Tekst waarin een Oranje wordt opgehemeld en als 'samenbindende factor' wordt opgesteld: check. Zelfs het acrostichon is helemaal teruggebracht tot de 'W van Willem'. Niets meer aan doen!

Om bovendien een goede bundel samen te stellen - zoals de boekjes die ik in mijn vorige schrijfsel aanhaal - is het zelfs alleen maar goed dat de Bauers en Kroesen zich in het feestgedruis mengen.
Maar ja, het was al duidelijk in de achttiende eeuw: als je op nationaal niveau ook maar íets doet omtrent een Oranje, dan speel je met krachten die onbeheersbaar zijn. Dat blijkt ook nu.

Cyberpesten is een vreselijk fenomeen. Het is schrikbarend hoe snel en goed je in beeld krijgt tegenwoordig hoeveel wind een hoge boom kan vangen. Ewbank moet dáár gewoon boven staan. Ook als ik persoonlijk niet mooi vind wat hij brengt; de mens val ik niet aan.
"Paraplu in een zeikregen." Dat vond ik een hele goede vondst. Misschien kan John Ewbank zijn recente ervaringen met cyberpesten verwerken in een mooi bluesnummer dat we dan meteen in het onderwijs kunnen inzetten!

donderdag 18 april 2013

Koningslied is uiteindelijk prima

Het nieuwe Oranje liedeboek (exemplaar KB)
Willem-Alexander neemt het komende koningslied serieus, blijkens het interview van gisteravond. Natuurlijk kan hij niet anders, anders zou dat leiden tot een rel. Aangezien hij een verstandige, vriendelijke man lijkt te zijn, moet hij ook zien dat het democratische proces dat de website omtrent het schrijven beoogt te zijn leidt tot een enorme berg snippers met ideeën. Gezien de lange geschiedenis van Oranje-liederen, denk ik dat dit koningslied uitstekend is.

Op het oog lijkt het alsof een lied dat is gemaakt voor één of ander lid van de Oranje-familie (van oudsher een stadhouder en na Lodewijk-Napoleon dus koning) in elk geval drie kenmerken bevat: het is een contrafact, het hele geslacht vanaf Willem de Zwijger dient te worden aangeprezen en bij voorkeur is er sprake van een acrostichon. Als je dit weet, dan flans je zo'n lied met enige snelheid in elkaar.

Contrafact
Onze voorouders hebben de gewoonte gehad om nieuwe teksten te rijmen op al bestaande melodieën. Op die manier was het immers mogelijk om enig succes te hebben met een lied; want men wist al hoe het gezongen moest worden. Er was natuurlijk nog geen radio om met een enorme snelheid nieuwe melodietjes onder de mensen te brengen. Zo'n lied wat is gedicht op een melodie die al bij een ander lied hoort noemen we een contrafact.

Als je een bundel met voor een Oranje geschreven liedjes ter hand neemt, zoals Het nieuwe Oranje liedeboek (uit 1767, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag en de Universiteitsbibliotheek Leiden), De opperadmiraal van Holland (1775, zowel in de KB als de UB Leiden) of de Oranje-krans (1788, Universiteitsbibliotheek Amsterdam), weet je dat je te maken hebt met documenten uit de buitengewoon roerige tijden waarin patriotten en orangisten lijnrecht tegenover elkaar stonden. Desondanks is duidelijk dat de lezer van zo'n bundel in elk geval werd geacht het Wilhelmus te kennen, want op die melodie werd het vaakst een contrafact gemaakt.

Zo luidt het eerste couplet van het eerste lied in Het nieuwe Oranje liedeboek op stadhouder Willem V als volgt:

Komt Jonge en gy ouwen /
En zingt met hert en Mond /
Wilhelmus van Nassouwe /
En vierd op goede grond /
Prins Willems dag verheeven /
Van tweemael negen Jaer /
Godt heeft hem ons gegeeven /
Wat is 't een blyde maer.

Leve de Oranjes!
Deze 'blyde maer' (boodschap) is dat de toenmalige prins van Oranje op 8 maart 1766 tot stadhouder werd benoemd en daarbij admiraal van de vloot en kapitein-generaal van de landmacht. Er is geen twijfel mogelijk; de Oranjes zijn door God aan ons vaderland geschonken en daarom zijn wij uitverkoren. Een bedenkelijke kant aan het erfelijke stadhouderschap zie je ook meteen: wij verwachten dat een Oranje zijn leven voor ons geeft. Dat lees je allemaal iets verderop in de bundel ook in het derde lied, overigens gezongen op O Holland schoon.

O Holland schoon leef lang in vree /
Met uwen Prins verheven /
Den Hemel zy hem altyd mee /
En spaer hem lang in 't leven /
Geteeld uit 't Edel Huys Nassouw /
Die voor ons Nederland getrouw /
Moet lyf en leven wagen ;
Men zal Oranje dragen.

Acrostichon
Natuurlijk is het Wilhelmus zelf de belangrijkste van alle Oranjeliederen. Het oorspronkelijk vlot gezongen stijdlied heeft een bijzonder boeiende geschiedenis op zichzelf. Een voornaam kenmerk van deze tekst is, zoals bekend, dat alle eerste letters van de coupletten samen het acrostichon WILLEM VAN NASSOV vormen (waarbij je de laatste letter als een U dient te lezen). In Oranjeboekjes kom je nogal eens een tekst tegen waar de dienstdoende dichter zich te buiten gaat aan deze manier van werken. Een echte Oranjefan kent blijkbaar immers niet alleen allerhande liederen, maar hij kan ook gedichten reciteren.

In de Oranjekrans vind je enkele fraaie voorbeelden onder 'Eenige Oranje spreuken'. Je ziet dat er geen twijfel bestaat bij de dichter dat een Oranje meer is dan een stadhouder; hij is een vorst. Aan het einde van de achttiende eeuw zie je al langzaam een soort opmaat naar het koningschap verschijnen in teksten als hieronder. Let dus ook op de beginletters van elke regel, die de drukker een kwartslag heeft gedraaid.

   Of anders voor zes regels

ees lang, ô dierbre Vorst!
oorluchtig hooggebooren!
an wien men zeggen dorst,
a, dat uw Eer bemorst,
luks is ons Land verlooren,
en Hemel Koning die houd over u de wagt
euw in, Eeuw uit, tot aan uw laatste Na-geslagt.

   Of anders, van agt regels.

ast het nu geen Eereboogen,
oor ons Ovrigheid hun oogen,
p te stellen, vol cieraad,
oepende met bly gelaat,
l gelyk, Oranje boven!
ooit mag zyne naam verdooven,
a, God geeft hem wys beleid,
n zyn Nageslagt altyd.

   Of anders.

aar zal ik myne vreugt mee toonen,
k vlegt tot Nassau's Eer deez' kroonen,
eef lang, ô Willem, Neêrlands lust!
eef tot Gods Eer, wiens zegen rust,
euw in, Eeuw uit, op uw geslagt,
et ondersteuning zyner kragt,
ie u als middel komt gebruiken,
n zo onz' Vyands magt doet snuiken,
oorwaar, God heeft ons bygestaan,
n aan ons Land wat groots gedaan,
a, daar ons Kerk en Staatbouw schud',
luks zend de Heer ons tot een stut,
ie trouwe Vorst, Prins van Oranje!
en Zaad, die ons verlost' van Spanje.

Het moge dus volkomen duidelijk zijn: de familie van Oranje is van koninklijke komaf, want Willem III had zich verbonden aan het Engelse koningshuis. Dat betekent dat we zonder bang te zijn kunnen vertrouwen op het ganse geslacht, ook in de toekomst. Immers, roemruchte voorouder Willem de Zwijger heeft ons ooit eens van Spanje verlost, dus als we een Oranje hadden opgesteld in het nationale voetbalelftal van 2010, dan hadden we de wereldbeker ook nog gewonnen, of zoiets.

Hatseflats
Kortom, als we gewoon het Wilhelmus als contrafact pakken, de hele koninklijke familie roemen (verdere inspiratie dus niet nodig) en gewoon Willem-Alexander als acrostichon gebruiken dan hebben we in een handomdraai een koningslied geschreven. Al te verheven ingewikkeld hoeft de tekst niet te zijn (voor de X bedenken we ook wel iets). We hebben dus helemaal geen Ewbank-melodietje nodig, geen website en geen naar alle hoeken uitvliegende keuze van onderwerp.

Dan kun je nog wel klagen over de naar aandacht hunkerende artiesten die willen meezingen, maar dat moet je hen niet kwalijk nemen; dat is inherent aan hun werk. Intellectueel en ethisch is er geen enkele gezonde reden te bedenken om iemand door erfopvolging tot staatshoofd te benoemen, maar ook daarover moeten we niet zeuren; het voortbestaan van het koningschap is inmiddels een democratisch besluit. Bovendien hebben we geluk dat ook de huidige Oranje een intelligent en integer mens lijkt te zijn. Nee, misschien moeten we niet te moeilijk doen over dit alles, vlug naar een of andere drogisterij rennen om wat oranje prut te kopen en met onze ogen dicht, héél hard zingen. Het gaat nu alleen maar om de 'samenbindende functie'!

Ik heb al wel een idee voor het lied. Het begint met een W en het heeft vijftien coupletten.

P.S. Het bundeltje De opperadmiraal van Holland moet je - verwacht ik - vooral zien in het licht van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en de onlusten tussen het Verenigd Koninkrijk en de Republiek der Nederlanden die uiteindelijk leiden tot de Vierde Engelse Oorlog; in deze voorvaderlandse propaganda worden de Engelsen als onbetrouwbaar, heers- en krijgszuchtig neergezet. Maar dat terzijde.

P.P.S. De drie van het jaartal op het voorblad van Het nieuwe Oranje liedeboek is er met de hand, foutief opgeschreven. In het boek staan liederen die slaan op verschillende gebeurtenissen in 1766. Het boekje moet dus in dat jaar of erna gedateerd worden.

vrijdag 15 maart 2013

Over of het mogelijk is om zindelijk te 'liken'

Facebook kan handig zijn, Facebook kan aangenaam zijn en Facebook kan een aardig hulpmiddel zijn om enigszins bij te houden waarmee allerlei mensen die je omringen zich mee bezig houden. Het komt vaak voor dat je mensen enige tijd niet hebt gesproken, maar dat je dankzij Facebook toch meteen een onderwerp van gesprek weet in de eerste minuten. Het heet een normaal verschijnsel te zijn dat je niet altijd meteen weet waarover je moet praten met iemand en voor mensen die van iets dergelijks last hebben kan een medium als Twitter en Facebook een handig hulpmiddel zijn.

Ik denk dat de 'Like'-knop een geweldige uitvinding is. Met één druk op die knop kun je een zender laten zien dat je zijn boodschap hebt gelezen en dat het goed is voor jou zo. In de geweldige diarree aan informatie die je te verstouwen krijgt, is zo'n knop een geweldige tijdsbesparing. Als je denkt in e-mailtermen, dan schiet je ook onmiddellijk te binnen hoe afschuwelijk veel berichten je mailbox opvullen met slechts enkele woorden als: "Ja, oké." Dat is een soort spam. Een like-knop zou handig zijn in mijn mailverkeer.

Hoe dan ook, soms weet ik niet wat ik aanmoet met een bepaald Facebook-bericht. Dat ligt in de aard van het bericht, dus meestal ook aan die van de zender ervan. Het gevoel van onzekerheid laat zich ook gemakkelijk uitdrukken: ik voel me betrokken bij de zender en de boodschap, maar ik durf niet te 'liken'. In alle gevallen wil ik wel iets doen, maar ik weet niet wat dan wél. Wat is zindelijk 'liken'? Ik zal eens wat voorbeelden opdiepen uit eigen ervaring.

Rouwberichten
Verschillende keren per jaar ontvang ik berichten waarin iemand iets heeft opgeschreven als: "Rust zacht, lieve opa.", of: "Het is al weer twee jaar geleden, lieve [naam]. Ik mis je." Laat ik voorop stellen dat ik enorm meevoel met de persoon in kwestie. Het is vreselijk om geliefden te moeten missen. Helaas kan ik daarvan meepraten en bovendien denk ik dat elke weldenkende en -voelende persoon het hierover met me eens is. Maar, wat moet ik dan met zo'n bericht?

Op like drukken vind ik dan niet kies. Reageren vind ik eigenlijk ook niet zo fijn. Zo'n commentaarregeltje onder de boodschap met "Sterkte, lieve meid." of zoiets vind ik onaangenaam en afstandelijk. Bovendien, ik voel soms zelfs dat mij een soort emotioneel voyeurisme wordt opgedrongen en door te reageren getuig ik er een soort van schuldig te zijn ook. Dat zelfde gevoel heb ik ook bij rouwregisters op internet; ik kan er gewoon nooit iets op typen. Er zijn allerlei mensen die dat wel kunnen en misschien hebben we met z'n allen wel minder schroom om publiekelijk te rouwen op zo'n manier of op een stadiontribune; ik heb geen idee. Noem me ouderwets, maar ik stuur, indien mogelijk, liever een handgeschreven kaartje of een brief. Dat vind ik persoonlijker ook.

In enkele voorkomende gevallen heb ik maar een compromis bedacht: ik heb een privébericht gestuurd via Facebook om te laten zien dat ik erg aan de zender van het bericht denk. Dan heb ik niet iets stoms gedaan als liken of publiekelijk reageren, maar toch heb ik het gevoel iets te hebben gedaan. Als iemand Facebook een prettige plek vindt om te rouwen of om aandacht te vragen voor zijn verdriet, dan wil ik niet te beroerd zijn om via dit medium te reageren. Als de persoon in kwestie dichterbij me staat, dan schrijf ik een brief. In de regel heb ik dan ook het huisadres wel. Maar goed, noem mijn dichtbije vrienden ouderwets, ik heb hen een dergelijk bericht nog niet via Facebook zien versturen.

Hoe dan ook, lastig vind ik het. Het gaat hier immers om menselijk leed. Betrokkenen mogen me altijd benaderen voor troost, maar die bied ik het allerliefste niet via een digitale weg en zeker niet via een virtuele knop waaruit zou blijken dat ik het geuite leed nog leuk zou vinden ook.

Ziekenhuisberichten
Als je ligt te herstellen van een operatieve ingreep lijkt het me bijzonder prettig om met een computertje op je buik te trachten de vaart der volkeren bij te houden. Desondanks zie ik - helaas voor de zenders! - nogal eens Frankenstein-achtige operatiewonden de revue passeren met oprecht - en terecht - FML-achtig commentaar van de ongelukkige patiënt zelf. Leuk vind ik dat niet voor de betrokkene, want behalve dat mij zoiets sowieso niet leuk lijkt, is de zender gewoonlijk iemand die ik graag mag. De like-knop is hier ineens ook geen handige uitvinding meer, een mogelijke 'rot-voor-je-knop' kan ook sarcastisch opgevat worden en een 'unlike-knop' allicht zelfs helemaal verkeerd.

Dan toch maar weer een persoonlijk bericht sturen dat niet op de tijdbalk voor de gehele mensheid, of een afvaardiging, is te lezen. Misschien ontstaat er zo nog een nuttige chat met de zich vervelende patiënt. Het fijne van de manier waarop Facebook zo'n chat aanbiedt betekent dat je ook later kunt reageren op een bericht. Dat kan voor allebei even prettig zijn; een gemiddelde mens ligt niet voor zijn plezier in een ziekenhuis.

Compromitterende foto's
Een totaal andere categorie berichten neemt de meeste ruimte in op mijn alledaagse Facebook-overzicht. Er gaat geen dag van de week voorbij, zonder dat ik foto's gepost zie worden waar mensen zichzelf ernstig tekort doen. Vooral tegen het weekend zie ik allerlei plaatjes waarop diverse lieden uit mijn persoonlijke collectie 'vrienden' zich openlijk te goed doen aan alcoholische versnaperingen, diep in hun keelholte laten kijken of andere gedragingen laten zien waarmee een gemiddelde baas een ontslagprocedure zou kunnen opstarten. Ik vind dat nogal eens niet leuk om te zien ook.

Het is echt niet zo dat ik niet iedereen zijn pleziertje gun. Integendeel, iedereen moet maar doen wat die niet laten kan. Wel vraag ik me regelmatig af waarom ik deelgenoot moet worden van eenieders activiteiten in disco's, feesttenten of obscure zuipgewelven. Ik ben niet snel geschokt, maar ik vraag me wel altijd het nut af van een getoond overbelicht gelaat met rode koontjes waarop zonder enige moeite af te lezen is dat de wijsheid zich al rijkelijk in de kan bevindt. Vooral bij een onderwijs- of wetenschapscollega begrijp ik werkelijk niet wat de als zodanig gefotografeerde verwacht van de publicatie van zo'n kiekje.

Moet ik dan belerend gaan zitten doen? Dat vind ik niet mijn taak. Overigens, verkapt doe ik dat hier nu eigenlijk toch. Zo'n foto van mijzelf zou ik niet op internet willen hebben. Niet omdat ik mij druk maak over wat andere mensen van mij vinden, maar vooral omdat ik het überhaupt nogal ellendig zou vinden als men mij fotografeert als ik mij niet bepaald zou gedragen als een asceet. Laat staan dat ik er aardigheid in zou hebben als ik de volgende ochtend zou ontdekken dat een dergelijk beeld van mij online zou staan met al tientallen likes eronder. Dat zou nogal een Facebook-kater zijn.

Dus ofschoon Facebook een geweldige aanvulling is op het dagelijkse leven en de like-knop een schitterende aanvulling is, heb ik niet het gevoel dat het altijd een uitkomst is deze aan te klikken. Ik wil niemand ervan weerhouden om wat dan ook te posten, maar ik weet zelf nogal eens niet wat ik met dingen moet. Sommige berichten zijn niet geschikt voor zo'n knop, noch voor commentaar eronder. Dat gevoel zal ik ook wel blijven houden en per geval moet ik maar zien óf ik er iets mee moet en, zo ja, wat. Misschien is zindelijk liken meestal gewoon níet liken en doen wat je hart je ingeeft...

dinsdag 8 januari 2013

Universitaire verkleutering is geen oplossing

Met trots presenteert de Erasmus Universiteit het feit dat de studenten aldaar toch zo goed en binnen de studietijd presteren. De reden die de Rotterdamse alma mater daarvoor geeft is dat de mensen die daar studeren worden onderworpen aan een 'schoolse aanpak'. Dat betekent dat docenten bij het aan hen toevertrouwde volk vaker toetsen en dergeljike huiswerkcontroles moeten opleggen. Mijns inziens is deze verkleutering het laatste waaraan we moeten beginnen, met name op een universiteit.

Natuurlijk snap ik heel goed dat een universiteit probeert zijn studenten binnen de opleiding te houden na decennia vol overheidsmaatregelen met alleen maar kwantitatieve normen aan het einde van het universitaire traject. Het lijkt er immers jarenlang meer en meer op dat de hoogste intellectuele opleidingen hun studenten moeten opleiden voor de economie in plaats van voor onze maatschappij. Omdat een student bovendien ook nog eens hel en verdoemenis boven het hoofd hangt als hij (of zij) de bul niet binnen vier jaar haalt, mag hij niet de geringste twijfel hebben of een opleiding wel bij hem past en wordt het hem bovendien ontmoedigd om zich met andere zaken bezig te houden dan het vergaren van studiepunten.

Ik denk dat elke leerkracht, docent of manager moet willen dat mensen zichzelf zo goed mogelijk ontwikkelen naar voorkeur, talent en vermogen. Volgens de beroemde piramide van Maslow (ja, daar is-ie weer) is zelfontplooiing de hoogste behoefte van de mens. Meteen daaronder heeft deze Amerikaanse psycholoog de sleutel vermeld: erkenning. Pas als een mens het gevoel krijgt dat hij mag zijn wie hij is, zal het de behoefte krijgen om het beste uit zichzelf te halen; onwrikbare logica.

Erkenning kun je volgens mij opdelen in gradaties, waarbij het wortel-en-stokmodel ergens onderin bungelt en bovenin het geven van verantwoordelijkheid en ruimte staat. Juist dat is wat een universiteit hoort te doen: een student moet niet willen werken om een straf te ontlopen, om een compliment te krijgen of voor een stickertje van de juf. Nee, een student moet doen wat hij verstandig acht en een docent kan hierbij hooguit fungeren als betrokken spiegel. Je bent pas echt volwassen als je volledig verantwoording neemt voor je doen en laten.

Erkenning zit hem niet in het feit dat jongeren steeds vroeger een beslissing moeten nemen over welke opleiding er gevolgd moet worden. Op 4 vwo moeten leerlingen zich al afvragen hoe min of meer de rest van het leven ingevuld wordt en als je op het havo of het vmbo zit, dan moet je dat haast nog eerder. Met grote regelmaat zie ik twintigers aan me voorbijtrekken die de schijn ophouden precies te weten waarmee ze bezig zijn, maar die je à la minute tot huilen kunt krijgen als je ze enkele rake vragen stelt. Dat vind ik schrijnend en onrechtvaardig. Een langere studieduur kóst geen geld, maar is in de meeste gevallen een investering. Zelfstandigheid creëer je niet door een galg of een hakblok op te stellen langs de route.

Ik meen dat het Amos Oz was die ooit zei dat de Westerse mens in toenemende mate aan het verkindsen is; hij zou zich alleen maar druk maken om gadgets en speeltjes. Als we beginnen om zelfs universitaire studenten af te leren om volwassen te worden, dan zal dat geen vrolijke bijdrage zijn aan die maatschappelijke ontwikkeling. Alleen een overheid die écht fundamenteel wil investeren in onderwijs, en dus in zelfontplooiing, kan het tientallen jaren lange verkeerd voortkruipende tij keren.

zondag 16 december 2012

Bèèh: jaar van het schaap

Wat er ook gebeurt, wat de Chinese jaarindeling ook moge zijn: 2013 mag voor mij het jaar van het schaap worden. Observatie van het schaap leert ons dat het edele dier eigenschappen heeft waarvan de mens het een en ander kan opsteken. In deze nadagen van december wil ik warm pleiten voor mijn wollige vriend, zonder schaapachtig te willen zijn.

Mijn eerste min of meer bewuste kennismaking met het schaap was in mijn kleutertijd. In de donkere dagen voor kerst moesten we met alle kinderen van de twee kleuterklassen van onze rooms katholieke dorpsschool de kerststal uitbeelden. Aangezien het aantal rollen beperkt is - Maria, Jozef, os, ezel, engel, een stelletje herders, drie koningen en dan heb je het wel gehad - werden alle overige kinderen schaap. Ik werd derhalve schaap.

De uiteinden van een witte papieren strook werden op de maat van mijn hoofd aan elkaar geniet, twee flapjes papier moesten daar aan worden vastgeplakt. Daarop mocht ik dan met een hardharig kwastje zelf watjes plakken met van die witte, korrelige lijm uit een potje - een klodderig zooitje. Het hele handeltje belandde op mijn kop. Al kruipend begaf ik me in de immense kudde om te worden geteld; we lagen immers bij nacht in het veld. Hoewel, het tafereel ontaardde in een kakafonie die lichtjes werd overstemd door het kerstkindje; een plastic speelgoedhuilbaby die een merkwaardig gekrijs voortbracht - de eigenaar had met een wasbeurt de inwendige elektronica onklaar gemaakt.

Goed voorbeeld
Het waren enkele jaren later ook schapen geweest die ons kalm aanstaarden als wij voetbaltraining hadden in het prachtige sportpark buiten ons dorp. Overigens, ik kon net zo goed voetballen als die beesten. Ik kon heus harder rennen, maar die bal was ook voor mij een hinderlijk obstakel. De schapen waren eigenlijk de enige wezens in de onmiddellijke omgeving van het veld die er oordeelvrij onder bleven.

In het onderwijs spellen mijn leerlingen sinds jaar en dag met 't Fokschaap X, ook bekend als agent nul-nul-bèèh. Ik vraag me nog steeds af waarom alle methodes die ik ken geen onderscheid maken tussen de stam (om te checken in verband d of t aan het eind van een PV verleden tijd of voltooid deelwoord) en de ik-vorm (om mee te spellen). Misschien komt het er ooit nog van. En dat mijn voorbeeld idioot is maakt niet uit; als de mij toevertrouwde schaapjes het maar onthouden. Het is immers goed om een schaap te volgen, als er tenminste één over het hek weet te komen.

Rust
Schapen staan voor mij over het algemeen symbool voor rust. Enkele beelden schieten me dan ook meteen te binnen. Zo kan het bijzonder prettig zijn om op een mooie, warme dag in een weiland te liggen en naar de lucht te kijken als er langzaam schapenwolkjes voorbij drijven. - Maar die grote wolken zijn ook leuk, waar je allemaal figuren in ziet. Dat dan ook weer.

Vanuit de trein zie ik ook allerlei weiden met schapen aan me voorbij trekken. Brigitte Kaandorp mag het prettig vinden om naar koeien te kijken; een schaap heb ik nog nooit zien steigeren. (Al meen ik me te herinneren dat zij eens ook hard "Bèèh!" heeft geroepen ter ontspanning.) Ook het zich ontdoen van afvalstoffen doet het schaap minder opvallend. Ik vind het prettig om naar een kudde schapen te kijken en me te realiseren dat ik me dikwijls bijzonder druk maak om bijzonder weinig.

Als je echt niet in slaap komt dan kun je schaapjes tellen; dat wil nogal eens werken. Schaapjes zijn dan ook bij uitstek geschikt voor het slapengaan. Probeer het maar eens om koeien te tellen, of paarden, brandweerauto's, ballonnen; dat is toch anders. Andere mensen vallen al gerust in slaap als zingend wordt vastgesteld dat er buitenshuis een melk drinkend schaap staat. Schaapjes hebben een rustgevende werking op de mens. Oh, en vergeet de lammetjes niet: die vinden we altijd extra schattig.

De relativerende werking van het schaap is ook al opgemerkt door enkele cartoonisten en filmmakers. Zo is Jaap Schaap van Leendert Jan Vis een aanrader voor iedereen die van verrassingen houdt - en voor lieden die wil weten wat een randschaap is. Shaun het schaap is minstens even goed voor de gemoedsrust. Als alle andere mensen en dieren in paniek zijn, brengt het lieve jochie alles weer terug tot niets met één opmerking: "Bèèh." Lachen relativeert, om schapen kun je lachen, dus schapen relativeren; dat durf ik hardop te beweren.

Warm
Behalve dat allerhande carnivoren het schaap een buitengewone lekkernij vinden - evenals het lam - is het dier natuurlijk enorm nuttig. Eenieder die niet allergisch is voor wol-alcoholen zal beamen dat de vacht van een schaap weliswaar kriebelt, maar ontegenzeggelijk behaaglijk spul is tegen de kou. Dankzij het schaap zitten we er warmpjes bij. Een schapenscheerder kan voor de worp waarmee hij het schaap bedwingt onmiddellijk een ippon krijgen bij judo, maar het schaap ondergaat zijn scheerbeurt doorgaans gelijkmoedig.

Volgens het bekende liedje heb je al snel drie zakken vol aan een schaap. Het formaat van de zakken wordt daarin niet aangegeven, maar zelfs het baby'tje dat rilt van de kou kan rekenen op wat wol. Dankzij het schaap zitten we er dus warmpjes bij. Schapen hebben dus een recht evenredig verband met warmte.

Besluit
Er zijn allerlei mensen die schapen van alles willen aandoen. Grappen die ten koste gaan van het schaap mag men mij ook besparen. Elke ode aan het wollige beestje begrijp ik - hoe twijfelachtig van kwaliteit die ook is. Wat ik nu ga zeggen, zeg ik met het oog op Kerstmis en de laatste dagen van dit jaar: ik wens iedereen toe dat 2013 het jaar van het schaap wordt, want ik wens iedereen rust, warmte, humor en oordeelvrije anderen toe in het nieuwe jaar.

Zeg: "Bèèh!", als je dit allemaal ook wenst!


maandag 3 december 2012

Vind ik leuk: de mediacoaches van K3!

Mijn dochter, een prachtige peuter, is dol op K3. Over smaak ga ik niet twisten, maar je kunt er niet omheen dat de dames van deze vrolijke zang- en dansgroep al sinds jaar en dag op een behoorlijk hoog niveau acteren, met een zeer kundige en professionele backup van werkelijk uitstekende muzikanten en Studio 100-mensen. Miguel Wiels (nu ook bekend van Paul de Leeuw), Alain Vande Putte en Peter Gillis zijn de vaste, behendige auteurs van het repertoire, waarvan welhaast iedereen - stiekem - wel een liedje van meeneuriën. Alle kritiek op de commercie en ik weet niet wat allemaal en mijn eigen muzikale voorkeur ten spijt: ik heb gewoon respect voor de prestaties, de werkende moeders en voor het feit dat deze act al zo lang weet mee te gaan.

Afijn. Nu heb ik - zoals wellicht nog bekend - ook veel respect voor de goede mediacoach. Mijn dochter denkt nog lang niet na over Facebook en aanverwante toestanden, maar de eerste medialessen heeft ze al binnen dankzij Karen, Kristel en Josje. Op de nieuwe cd Engeltjes staat een liedje Vind ik leuk waarin volop allemaal malle voorbeelden worden genoemd van plaatjes waarmee je op internet kunt staan, vergezeld door de woorden "Vind ik leuk, vind ik leuk, vind ik leuk leuk leuk." Deze zaken worden afgewisseld met refreintjes waarin wordt opgeroepen om toch vooral voorzichtig te zijn met jezelf in de digitale ruimte.

Ik denk dat vooral op basisscholen zo'n liedje best een goede ingang kan bieden voor een gesprek met kinderen die al bezig zijn met experimenten op dit gebied. (Laat ik wel wezen, veel 4 havo-leerlingen van mij hebben aangegeven K3 nog steeds leuk te vinden.) Volgens mij is het liedje zo ook bedoeld en het lijkt me alleszins een goede tip om het op te nemen in je collectie met middelen om kinderen voor te lichten over verstandig handelen met je digitale ego. Lijkt me leuk? Ja! Vind ik leuk leuk leuk.

Klik hier voor de tekst.


maandag 12 november 2012

Neem de ruimte

Toen ergens aan het einde van de jaren 1990 Hans van Delft de nieuwe voorzitter van de onvolprezen voetbalclub N.E.C. werd, liet hij vrij onmiddellijk na zijn installatie alle muren van De Goffert wit verven. Alle kantoren, alle gangen en alle andere muren waar mensen langs zouden lopen werden wit. Hiermee wilde Van Delft laten zien dat er een nieuwe wind door de vereniging ging waaien, want hij was er. (Die nieuwe wind kwam er overigens ook, maar dat is een ander, doch vermakelijk verhaal.) Aan deze fysieke aanpak van de werkomgeving heb ik vaak gedacht. Het is een geweldige boodschap geweest voor de mensen binnen en buiten de organisatie: door de ruimte licht te veranderen, maak je duidelijk wie de baas is en dat die gaat zorgen voor nieuwe schwung.

Ik vind het enorm leuk om te spelen met de ruimte. Dat doe ik dan ook op allerlei niveaus, want ik ben graag de baas over mijn werkplek. Dat betekent dat ik het liefst mijn bureau- of aanrechtblad op orde heb voordat ik aan de slag ga. Natuurlijk kan ik functioneren als er wat spullen van anderen liggen, maar het liefst heb ik een soort tabula rasa-gevoel.

Weg romantiek
Het is in mijn omgeving genoegzaam bekend dat ik een grote hekel heb aan de zogenaamde romantische opstelling van schoolmeubilair, je weet wel, drie kolommen met tien tafels twee aan twee. Dikwijls is een lokaal te klein of te groot voor deze inrichting. In het eerste geval heeft een leerling minder ruimte dan de toegestane norm voor varkens in stallen (dat heeft een oud-collega van me wel eens uitgerekend) en in het laatste geval verdwijnen allerlei leerlingen een soort van in het luchtledige. Alleen als ik per se iets in duo's wil doen vind ik het handig, anders niet. In de regel dus niet.

Als ik iets wil uitleggen, iets wil vertellen of snelle interactie wil, dan zet ik de boel het liefst in de zogeheten carré-opstelling, je weet wel, één of twee rechthoekige vormen met tafeltjes naast elkaar. Iedereen die op een beroepsopleiding of universiteit heeft gezeten is duchtig geconfronteerd met deze manier van inrichten. Het voordeel vind ik dat je de aanwezigen in twee oogopslagen kunt zien; dit in tegenstelling tot de talloze oogopslagen die je bij de rijtjesopstelling nodig hebt - achter rij twee zie je al niet meer precies wat er achter de ruggen gebeurt. Ik loop graag even een minuutje eerder binnen om de boel even zo neer te zetten en mijn leerlingen zijn zo geconditioneerd dat ze in luttele momenten de hele opstelling hebben klaarstaan.

Soms hoor ik wel eens geluiden als zou het niet goed zijn voor de orde dat leerlingen zowel links als rechts buren hebben, maar ik verwijs die graag naar het rijk der fabelen. We hebben allemaal wel eens onze dag niet, maar over het algemeen denk ik dat het tegendeel juist het geval is en wel vanwege hetgeen ik hierboven heb gemeld. Orde-issues zijn mijns inziens in beginsel niet te wijten aan welke opstelling dan ook, maar aan menselijke oorzaken. Mijn ervaring is dat er veel meer betrokkenheid is bij de leerlingen/studenten; er is veel meer - broodnodige - interactie.

Als je orde wilt hebben, jouw orde, dan moet je de ruimte binnenstappen met de intentie om de baas te zijn; anders gaat het mis. Punt. Het inrichten van de plek van handelen kan je juist helpen. Als welk gezelschap binnenkomt in een ruimte die door - of liefst voor - jou is ingericht, dan is het iedereen al meteen duidelijk vanuit welke hoek de wind waait; de jouwe. Zet de handel in groepjes en men weet dat er moet worden samengewerkt (jij wordt coach), zet de boel in carré en er moet worden geluisterd (jij wordt verteller of moderator) en zet tafeltjes tegen de muur om leerlingen meer de gelegenheid te geven om juist zelfstandig te werken. (Richt je onderwijs ook eens in op mensen die introverter zijn, bedoel ik. Groepswerk is soms ook niet zaligmakend.) Een ideaal lokaal is er misschien wel niet, al weten jij en ik vast hoe we dat zouden inrichten. (En dan komt er snel allerhande techniek bij kijken...)

In eigen hand
Op kleiner niveau kan het ook: vlak nadat ik als gastmedewerker was begonnen aan de Universiteit Leiden hebben mijn zeer geachte kamergenoot en ik onze hele kamer zo ingericht dat we er niet alleen allebei prettig zitten - zij zit er véél meer dan ik, maar ook dat het voor bezoekers duidelijk is van wie de kamer is. We hebben onze eigen postertjes en plaatjes opgehangen en alles vreemde elementen van onze voorgangers geëlimineerd. Het is echt een enorme luxe om zo'n werkplek te hebben.

Andersom heb ik ook wel eens een lezing gegeven waar mijn verwachtingen ten aanzien van de ruimte anders waren dan wat ik aantrof. Van te voren was mij gemeld dat ik een theaterzaal met podium en groot scherm zou gaan gebruiken, maar bij aankomst zag ik een zaal met een kleine verhoging, vier strategisch opgestelde monitoren (wel flink) en een zaal met zithoekjes en staantafeltjes; dat was toch wel even wat anders. Bij de spreker voor mij stond de overgrote meerderheid der aanwezigen fluisterend in de hoeken en kieren van de zaal. Ik besloot toen al om mijn vlag even duidelijk te planten.

Toen ik het woord kreeg - mijn revers-microfoon was al aan - heb ik lopend naar de verhoging alle aanwezigen verzocht om naar voren te komen, zich strategisch rondom mij en de beeldschermen te scharen (ik had twee schemaatjes en een oude afbeelding) voor mijn verhandeling. De hele club kwam daadwerkelijk in beweging en vanaf dat moment heb ik de volle aandacht gekregen van mijn toehoorders. Na afloop heb ik nogal wat glimlachend commentaar gehad op deze ingreep: "Je kunt zien dat jij een leraar bent," was de meest gehoorde opmerking.

Je vlag geplant
Omdat je het leven toch in eigen hand moet nemen, zeker tegenwoordig, kun je dat ook maar beter toepassen op de omgevingen waarin je je ophoudt. Als er enig aspect bij komt waarin er leiderschap van je wordt verwacht, dan is het aardig om minimaal eens te experimenteren met de ruimte waarin het aan jou toevertrouwde publiek zich met jou moet vermaken. Het is werkelijk een kleine moeite, zeker als je jouw toehoorders bereidwillig weet te krijgen om jou te assisteren. En je hoeft meestal echt niet met de witkwast aan de slag...