maandag 23 november 2009

Rolbevestiging in stamppotboekje

Weer een mooi staaltje van gendertoestanden is te vinden in het Unox stamppotboekje dat je bij een paar rookworsten cadeau krijgt. Het is een alleraardigst boekje met 20 recepten van een hoogst interessant stukje Nederlandse folklore: gestampte aardappelen met allerlei zaken er doorheen gemengd. Er staat zelfs een kleine geschiedenisles in te lezen.

Naast smakelijke foto's met de ten uitvoer gebrachte recepten staat er een twintigtal vrolijk illustraties in het boekje waarop allerlei vrouwen een stamppotstamper hanteren of koken. Jawel, vrouwen en alleen blanke vrouwen. Er staat werkelijk geen man in het boekje die achter het fornuis is te vinden. Er staat zelfs slechts één man afgebeeld en die ziet met getrokken bestek toe hoe zijn vrouw met een pan stamppot komt aanzetten. Kinderen wachten eigenlijk ook vooral op mama-met-pan en als er al een kind meehelpt met stampen/koken dan betreft het een meisje. Zelfs in de reclame zijn het alleen vrouwen die het boekje omhoog houden!

Nu zal in het merendeel van de man-vrouwrelaties de vrouw nog wel voor het eten zorgen, maar zal Unox hier een beeld van de werkelijkheid willen tonen? Of zal Unox hier - onbedoeld - stelling nemen door te stellen dat de vrouw achter het fornuis hoort en de man wachtend aan tafel, met mes en vork in de aanslag? Het boekje lijkt in elk geval in allerlei opzichten te getuigen van een mooi stukje vaderlandse folklore en geschiedenis.

zondag 15 november 2009

Feminisering en rolpatronen

Er zijn al enkele jaren veel zorgen over het feit dat in het onderwijs onevenredig meer vrouwen rondlopen dan mannen. Omdat vrouwen meisjesgedrag sneller zullen herkennen (en zullen prijzen) is het voor jongetjes moeilijk om zich te ontwikkelen zoals jongetjes dat gewoonlijk plegen te doen; door te experimenteren en te 'rotzooien'. Als jonge vader van een dochtertje maak ik mij hier overigens net zo goed zorgen over.

Bezorgd ben ik ook vanwege het feit dat de ouderwetse rolpatronen weer terug lijken te komen. Als ik voor mijn dochter speelgoed wil uitzoeken in de speelgoedfolders van de grote ketens, zie ik dat er aparte categorieën zijn voor jongens- en meisjesspeelgoed. Wat moet ik nou doen als mijn dochter straks Transformers leuk gaat vinden, zoals haar papa?

Oh, en dan is er wel 'jongensspeelgoed' voor meisjes: roze walkie talkies of autootjes. Dat vind ik eveneens vreselijk. Niet dat ik iets tegen roze speelgoed heb, het gaat mij erom dat dat spul onder het kopje 'meisjes' wordt neergezet. Bah! (Op het jeugdjournaal geeft de chef van Intertoys ook precies de verkeerde reactie op dergelijke vragen van meisjes...)

Is alleen leeftijden aangeven bij speelgoed niet genoeg? De altijd verrassend slimme Dr. Frans X Plooij heeft zijn uiterste best gedaan om zijn 'Oei ik groei!'-reeks ook in de Intertoyswinkels te proppen: had hij dit alles niet een halt kunnen toeroepen?

Nu is het net alsof meisjes per definitie gehuld moeten zijn in een roze zoetheid waarbij het glazuur van de tanden spat. Lever die roze prinsesjes met hun roze speeltjes af bij een basisschool waar alleen juffen werken en jongetjes hebben helemaal geen kans meer op een eigen ontwikkeling!

woensdag 4 november 2009

Corrigeren in de toekomst?

Vandaag heb ik een leuk gesprek gehad over corrigeren. Alle digitale hulpmiddelen ten spijt, als ik een grote tekst moet redigeren of nakijken, dan draai ik de het liefste uit om er ouderwets met de rode pen doorheen te gaan. Dat komt omdat je anders per inzending (en dat zijn er nogal eens wat) moet downloaden-corrigeren-uploaden en dat is een heel gedoe.

Met toepassingen als Windows Live en Google Docs gaat dat wel beter, maar je blijft klooien met commentaarblokjes en aanverwante artikelen. Zeker als je een document vaker bekijkt is er geen duidelijke geschiedenis te zien in de totstandkoming van een eventueel glanzend eindproduct. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de techniek dusdanig voortschrijdt dat een professionele droom haast binnen bereik moet komen: een soort Apple tablet waarop je het document van je student/leerling opent, daar streep je alle aandachtspunten met zo'n styluspen rood aan, je drukt op een knop en de auteur krijgt het zaakje gecorrigeerd terug. (En de correcties staan vastgezet, zodat er niet meer aan getornd kan worden.) Eventueel open je een Wave waarin je nog wat zaakjes bespreekt.

Hoe lang nog voordat elke leraar dit dagelijks kan doen?





maandag 2 november 2009

When people on Twitter act like idiots

Twitter user blumplum was mildly critical towards writer Stephen Fry, but I can imagine he didn't intend to unleash such a fuzz on the web. A still unknown number of users joined in what became a large, text based riot on the internet. Of course it's Mr. bumplum's right to express his feelings and it's Mr. Fry's right as well to delete users who say things he doesn't want to hear. That's all okay with me and there has been written more than enough about that.

What's bothering me are the people who joined in in the discussion, especially the users who were absolutely too rude in saying whatever they said. This case isn't only interesting as an exemple of how fast and powerful Twitter is, to my opinion it's also a cry towards people who raise and educate children.

The main reason why kids spend time on the internet is communication. As interaction in the non-digital world has it's rules, obviously communication online has these same rules. But when people hide behind nicknames and avatars they can feel more free to do things they would never do when not on the web.

I really feel like a preacher when saying all this, but I mean it: if the future is to the youth, why not invest in teaching them how to behave online? Otherwise they may well grow into the same 'adults' who feel free to insult anyone who stick out their necks.

zondag 1 november 2009

A Way Of Holding Attention

This is certainly a way of holding the attentions of your students! A great way to use old and new tools together in your classroom!



dinsdag 13 oktober 2009

Google Wave and new forms of education

The next step in communication clearly is Google Wave. Thanks to my former pupil Patrick I got an invite for it; first for a preview and hopefully soon for the real thing. Anyhow, what I see at the preview is very impressive. Basically Google Wave allows you to create a blip in which you can write, collaborate and share in real time. All functions work very intuitive: Wave can be the new base from which you start your communication via blogs, YouTube, Docs or whatever. Above all, it can be the very base from where you can communicate with your student, pupil and/or colleague.

For example: give your students the assignment to create the perfect answering model to some questions in the book you use. When you allow them to work freely, in the end you can actually have the perfect answers (collective intelligence) and thanks to the playback option you can analyse the process with everyone as well: who said what and whose contribution was helpful to others?

Exchanging data will be a lot easier, so imagine an afternoon on which your students are working on some subjects they have chosen to research. Instead of working together on a text document, they start a new wave with each other and you and start working on the paper or the presentation which will be the end result. It will be very easy for them to make a collection of the right material to use. And when further questions rise, they can invite other people, specialists maybe, to wave with them to an answer.

Google Wave looks like a giant leap towards the ultimate communication technology for education. However, as a good teacher, you have to train your students very well to use search engines, to work with sources and to be communicative, modest and polite before and during the waving.

I'm looking forward to hearing from anyone what their experiences are with Google Wave in the classroom. (As well as to what the answer of Microsoft will be to this great invention.)

To be continued!



zondag 13 september 2009

Een gamersclub starten

"Op het Canisius College is ook gamen een sociale bezigheid. Op diverse middagen in het schooljaar organiseren de CC Gamers middagen voor alle Canisianen, waar je jouw PSP, Nintendo DS of Gameboy kunt meenemen om met en tegen elkaar (en je docenten!) spelletjes te doen. Een paar keer per jaar ben je ook welkom op een groter game event, alwaar je je vaardigheden kunt tonen op de Wii, PS3 of Xbox 360, maar dan op grote projectieschermen!

Neem alvast een kijkje op de website en op moodle. Cheats, vloeken en weddenschappen voor geld zijn verboden. Adviseurs (en haast onverslaanbare gamers) zijn de heren Kevin Büttner en Martijn Wijngaards."

Bovenstaande tekst staat de lezen op de website van het Nijmeegse Canisius College, de school waar ik het grootste deel van mijn werkweek doorbreng. Ik heb al eens eerder gepost over mijn idee van een gamersclub. Het concept is nog steeds een groot succes en een welkome aanvulling op het - niet geringe - aanbod aan buitenles activiteiten. Er zijn zelfs mensen van andere scholen die mij vragen hoe je zo'n club nou opzet én draaiende houdt. Voor die mensen is onderstaande tekst.

Overtuiging

Voordat je überhaupt begint aan het opzetten van een nieuwe buitenlesactiviteit, moet je ervan overtuigd zijn dat je het wil doen en dat je het kunt doen. Ervaar je je hele werkweek als te druk? Niet doen! Weet je niet wat een NDS of een PSP is? Snel bijleren! Ik heb het geluk dat ik in Kevin Büttner een buitengewoon enthousiaste en kundige collega heb getroffen.

Teambuilding

Zeker in de beginfase is het belangrijk dat je een stel enthousiaste leerlingen hebt die samen met jou de schouders onder een nieuwe activiteit willen zetten. Je moet mensen niet alleen selecteren op het goed kunnen gamen; je hebt ook lieden nodig met organisatorische kwaliteiten, met een leuke, frisse uitstraling en van diverse pluimage. Met alle respect: als je alleen nerds in je clubje hebt, dan kom je niet buiten een bepaalde marge op een normale middelbare school.

Vervolgens ga je met de groep leerlingen om tafel zitten. Je kijkt wie welke specifieke kwaliteiten heeft en inspireert ze om daarvan goed gebruik te maken. De leerlingen voelen haarfijn aan met wie ze graag samenwerken, natuurlijk, maar ook hier is het goed om zelf mensen aan elkaar te koppelen. Verstandig is om meteen een datum af te spreken waarop zoveel mogelijk mensen met handhelds komen (NDS en PSP dus). Dat is gemakkelijk te organiseren, want je hebt een ruimte nodig met tafels en stoelen. (Wellicht krijg je de cateraar op school zo gek om voor een natje en een droogje te zorgen.) Vervolgens is het zaak dat de leerlingen en jij zoveel mogelijk mensen werven voor die bijeenkomst.

Organisatorisch is het het handigst als je begint vanuit het principe dat bovenbouwers de activiteit regelen voor onderbouwers.

Promotie

Niets is zo goed voor een organisatie als een paar enthousiaste bovenbouwers die niet noodzakelijk goed gamen, maar wel goed kunnen organiseren. Laat je leerlingen nadenken over promotieacties. Die zullen zich vaak beperken tot het maken van posters of het rondgaan in klassen tijdens lessen om leerlingen uit te nodigen voor een volgend evenement. Dat is natuurlijk voldoende, maar alle beetjes helpen: wat zetten we op de schoolsite? Wat zetten we op de ELO? Schoolkrant? Welke leraren willen meedoen aan het volgende evenement? En geef duidelijk je grenzen aan: als je van je leerlingen als Super Mario verkleed langs lokalen moet, moet je dat alleen doen als je daar zin in hebt (en daar het nut van inziet).

Planning

Op veel scholen is er een rijk palet aan buitenlesactiviteiten. Om ervoor te zorgen dat die niet in elkaars vaarwater gaan zitten is het wijsheid om tevoren het totaal aan activiteiten op een jaarplanner te zetten. Zo komt het niet meer voor dat je geen stroomvoorzieningen meer hebt, omdat er die avond een disco wordt gehouden. Bovendien krijgt een game-event een officiële status als het op een schoolkalender staat.

Kosten-baten

Een gamersclub is een goed promotiemiddel voor een school; er zijn serieus kinderen geweest die hebben aangegeven dat onze club een reden is geweest om voor het Canisius College te kiezen. Dat is een duidelijk signaal - een een mooi compliment. Het loont zich sowieso om minimaal 1 Wii te hebben, 4 controllers en een beamer. Die zijn niet duur en met de juiste spellen heb je veel lol van die zaken. Veel manuren heb je niet nodig. Met 2 personen met 20 lesuren op jaarbasis moet je een heel eind komen. Op een normale jaartaakbelasting is dat een peanut.

De juiste spellen

Wij organiseren geen LAN-party's. Schietspellen zijn sowieso niet erg geschikt voor een game-event. Niet zozeer vanwege het geweld, maar vanwege het feit dat zo'n game pas leuk is als je minimaal 10 minuten speelt. Dat is te lang. Korte, explosieve spellen zijn het leukst om te doen, zo kunnen veel kinderen achter de controllers en kun je snel wisselen van bezetting. Onze toppers zijn Wii Sports, vanwege de lage instap voor veel collega's, Mario Kart (Wii) en Street Fighter 4 (PS3, met die grote controllers). Het is goed als leerlingen nadenken over andere games, maar die zullen snel leren dat je met Fifa 09 een beperkter publiek bereikt en dat onvoorstelbaar veel games leuker zijn om thuis met enkele vrienden te doen; dus niet geschikt voor een gamersmiddag. Overigens, na februari zal er op een mooie, zonnige middag nagenoeg geen kip komen om te gamen. Je schooljaar begint in de herfst en eindigt tegen de lente.

Beter

Onze ervaring is het dat een school beter wordt van een gamersclub. Gamersevenementen worden goed bezocht, voornamelijk dus met handhelds en af en toe met beamers. Veel timide leerlingen durven wel naar de gamersclub te komen, terwijl ze normaalgesproken geruisloos van school verdwijnen na de eindbel. Juist voor die groep is het goed dat zij te maken krijgen met enthousiaste bovenbouwers en grote groepen medeleerlingen die eenzelfde hobby hebben. Je bent van harte welkom om op het Canisius College te kijken hoe we het doen.