donderdag 18 april 2013

Koningslied is uiteindelijk prima

Het nieuwe Oranje liedeboek (exemplaar KB)
Willem-Alexander neemt het komende koningslied serieus, blijkens het interview van gisteravond. Natuurlijk kan hij niet anders, anders zou dat leiden tot een rel. Aangezien hij een verstandige, vriendelijke man lijkt te zijn, moet hij ook zien dat het democratische proces dat de website omtrent het schrijven beoogt te zijn leidt tot een enorme berg snippers met ideeën. Gezien de lange geschiedenis van Oranje-liederen, denk ik dat dit koningslied uitstekend is.

Op het oog lijkt het alsof een lied dat is gemaakt voor één of ander lid van de Oranje-familie (van oudsher een stadhouder en na Lodewijk-Napoleon dus koning) in elk geval drie kenmerken bevat: het is een contrafact, het hele geslacht vanaf Willem de Zwijger dient te worden aangeprezen en bij voorkeur is er sprake van een acrostichon. Als je dit weet, dan flans je zo'n lied met enige snelheid in elkaar.

Contrafact
Onze voorouders hebben de gewoonte gehad om nieuwe teksten te rijmen op al bestaande melodieën. Op die manier was het immers mogelijk om enig succes te hebben met een lied; want men wist al hoe het gezongen moest worden. Er was natuurlijk nog geen radio om met een enorme snelheid nieuwe melodietjes onder de mensen te brengen. Zo'n lied wat is gedicht op een melodie die al bij een ander lied hoort noemen we een contrafact.

Als je een bundel met voor een Oranje geschreven liedjes ter hand neemt, zoals Het nieuwe Oranje liedeboek (uit 1767, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag en de Universiteitsbibliotheek Leiden), De opperadmiraal van Holland (1775, zowel in de KB als de UB Leiden) of de Oranje-krans (1788, Universiteitsbibliotheek Amsterdam), weet je dat je te maken hebt met documenten uit de buitengewoon roerige tijden waarin patriotten en orangisten lijnrecht tegenover elkaar stonden. Desondanks is duidelijk dat de lezer van zo'n bundel in elk geval werd geacht het Wilhelmus te kennen, want op die melodie werd het vaakst een contrafact gemaakt.

Zo luidt het eerste couplet van het eerste lied in Het nieuwe Oranje liedeboek op stadhouder Willem V als volgt:

Komt Jonge en gy ouwen /
En zingt met hert en Mond /
Wilhelmus van Nassouwe /
En vierd op goede grond /
Prins Willems dag verheeven /
Van tweemael negen Jaer /
Godt heeft hem ons gegeeven /
Wat is 't een blyde maer.

Leve de Oranjes!
Deze 'blyde maer' (boodschap) is dat de toenmalige prins van Oranje op 8 maart 1766 tot stadhouder werd benoemd en daarbij admiraal van de vloot en kapitein-generaal van de landmacht. Er is geen twijfel mogelijk; de Oranjes zijn door God aan ons vaderland geschonken en daarom zijn wij uitverkoren. Een bedenkelijke kant aan het erfelijke stadhouderschap zie je ook meteen: wij verwachten dat een Oranje zijn leven voor ons geeft. Dat lees je allemaal iets verderop in de bundel ook in het derde lied, overigens gezongen op O Holland schoon.

O Holland schoon leef lang in vree /
Met uwen Prins verheven /
Den Hemel zy hem altyd mee /
En spaer hem lang in 't leven /
Geteeld uit 't Edel Huys Nassouw /
Die voor ons Nederland getrouw /
Moet lyf en leven wagen ;
Men zal Oranje dragen.

Acrostichon
Natuurlijk is het Wilhelmus zelf de belangrijkste van alle Oranjeliederen. Het oorspronkelijk vlot gezongen stijdlied heeft een bijzonder boeiende geschiedenis op zichzelf. Een voornaam kenmerk van deze tekst is, zoals bekend, dat alle eerste letters van de coupletten samen het acrostichon WILLEM VAN NASSOV vormen (waarbij je de laatste letter als een U dient te lezen). In Oranjeboekjes kom je nogal eens een tekst tegen waar de dienstdoende dichter zich te buiten gaat aan deze manier van werken. Een echte Oranjefan kent blijkbaar immers niet alleen allerhande liederen, maar hij kan ook gedichten reciteren.

In de Oranjekrans vind je enkele fraaie voorbeelden onder 'Eenige Oranje spreuken'. Je ziet dat er geen twijfel bestaat bij de dichter dat een Oranje meer is dan een stadhouder; hij is een vorst. Aan het einde van de achttiende eeuw zie je al langzaam een soort opmaat naar het koningschap verschijnen in teksten als hieronder. Let dus ook op de beginletters van elke regel, die de drukker een kwartslag heeft gedraaid.

   Of anders voor zes regels

ees lang, ô dierbre Vorst!
oorluchtig hooggebooren!
an wien men zeggen dorst,
a, dat uw Eer bemorst,
luks is ons Land verlooren,
en Hemel Koning die houd over u de wagt
euw in, Eeuw uit, tot aan uw laatste Na-geslagt.

   Of anders, van agt regels.

ast het nu geen Eereboogen,
oor ons Ovrigheid hun oogen,
p te stellen, vol cieraad,
oepende met bly gelaat,
l gelyk, Oranje boven!
ooit mag zyne naam verdooven,
a, God geeft hem wys beleid,
n zyn Nageslagt altyd.

   Of anders.

aar zal ik myne vreugt mee toonen,
k vlegt tot Nassau's Eer deez' kroonen,
eef lang, ô Willem, Neêrlands lust!
eef tot Gods Eer, wiens zegen rust,
euw in, Eeuw uit, op uw geslagt,
et ondersteuning zyner kragt,
ie u als middel komt gebruiken,
n zo onz' Vyands magt doet snuiken,
oorwaar, God heeft ons bygestaan,
n aan ons Land wat groots gedaan,
a, daar ons Kerk en Staatbouw schud',
luks zend de Heer ons tot een stut,
ie trouwe Vorst, Prins van Oranje!
en Zaad, die ons verlost' van Spanje.

Het moge dus volkomen duidelijk zijn: de familie van Oranje is van koninklijke komaf, want Willem III had zich verbonden aan het Engelse koningshuis. Dat betekent dat we zonder bang te zijn kunnen vertrouwen op het ganse geslacht, ook in de toekomst. Immers, roemruchte voorouder Willem de Zwijger heeft ons ooit eens van Spanje verlost, dus als we een Oranje hadden opgesteld in het nationale voetbalelftal van 2010, dan hadden we de wereldbeker ook nog gewonnen, of zoiets.

Hatseflats
Kortom, als we gewoon het Wilhelmus als contrafact pakken, de hele koninklijke familie roemen (verdere inspiratie dus niet nodig) en gewoon Willem-Alexander als acrostichon gebruiken dan hebben we in een handomdraai een koningslied geschreven. Al te verheven ingewikkeld hoeft de tekst niet te zijn (voor de X bedenken we ook wel iets). We hebben dus helemaal geen Ewbank-melodietje nodig, geen website en geen naar alle hoeken uitvliegende keuze van onderwerp.

Dan kun je nog wel klagen over de naar aandacht hunkerende artiesten die willen meezingen, maar dat moet je hen niet kwalijk nemen; dat is inherent aan hun werk. Intellectueel en ethisch is er geen enkele gezonde reden te bedenken om iemand door erfopvolging tot staatshoofd te benoemen, maar ook daarover moeten we niet zeuren; het voortbestaan van het koningschap is inmiddels een democratisch besluit. Bovendien hebben we geluk dat ook de huidige Oranje een intelligent en integer mens lijkt te zijn. Nee, misschien moeten we niet te moeilijk doen over dit alles, vlug naar een of andere drogisterij rennen om wat oranje prut te kopen en met onze ogen dicht, héél hard zingen. Het gaat nu alleen maar om de 'samenbindende functie'!

Ik heb al wel een idee voor het lied. Het begint met een W en het heeft vijftien coupletten.

P.S. Het bundeltje De opperadmiraal van Holland moet je - verwacht ik - vooral zien in het licht van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en de onlusten tussen het Verenigd Koninkrijk en de Republiek der Nederlanden die uiteindelijk leiden tot de Vierde Engelse Oorlog; in deze voorvaderlandse propaganda worden de Engelsen als onbetrouwbaar, heers- en krijgszuchtig neergezet. Maar dat terzijde.

P.P.S. De drie van het jaartal op het voorblad van Het nieuwe Oranje liedeboek is er met de hand, foutief opgeschreven. In het boek staan liederen die slaan op verschillende gebeurtenissen in 1766. Het boekje moet dus in dat jaar of erna gedateerd worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen