maandag 14 februari 2011

In memoriam: André Hanou

Vandaag is de begrafenis geweest van Prof. Dr. André Hanou, één van de beste leraren die ik heb gehad. Ik vind het bijzonder jammer dat ik niet in Amsterdam heb kunnen zijn, bij de uitvaart. Toch heb ik veel aan hem gedacht de laatste tijd. Het is nogal schokkend dat hij zo jong is overleden.

André heeft mij, zoals zovelen, zeer enthousiast weten te maken voor allerlei intellectuele verrichtingen tijdens de Verlichting. Een gesprek met hem kon letterlijk alle kanten op gaan, maar veel van zijn grenspalen waren prachtige citaten of anekdotes uit de meest wonderlijke bronnen uit de 18e eeuw. Hij heeft mij, als mediëvist, nog bijna weten over te halen om een promotieonderzoek te doen naar een onderwerp uit zijn favoriete tijdvak.

Ik heb het genoegen gehad om André eens bezig te zien met een groep eerstejaars studenten. Tijdens zijn eerste hoorcollege hadden zij de indruk gehad dat hij een boekenkast over hen had heengegooid, maar zodanig dat haast iedereen het gevoel had: ik moet meer leren, meer te weten komen, want mijn kennis is niet genoeg om deze man te kunnen volgen. En als dan iedereen weer voorbereid in zijn volgende college meende te zijn gaan zitten, gooide hij weer een nieuwe kast over de aanwezigen heen met wéér nieuwe kennis. Dat heb ik altijd heel knap en inspirerend gevonden. Overigens, ook zijn artikelen hebben dat uitnodigende karakter, alsof je een aperitiefje krijgt geserveerd, maar zelf op zoek moet naar het nog lekkerdere hoofdgerecht.

Wat ik ook zeer waardeerde bij André is zijn onwrikbare eis van excellentie. Een verslag van een onderzoekje van 3 maanden kreeg ik ooit onmiddellijk terug omdat de eerste voetnoot op pagina 1 niet deugde, met een grote streep op die bladzijde en met dwars over het voorblad: "Goedbedoeld amateurwerk." Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Hij deed dat keihard, maar altijd gemotiveerd en charmant. Zelfs toen vond ik dat prima, want hij had gewoon gelijk.

Dat de wetenschap van André niet mocht rusten merkte ik al toen ik ooit een mondeling tentamen had vlak voor kerstavond. Na het mondeling praatten we nog wat na, dus ik vroeg hem of hij nog iets speciaals ging doen die avond. Verwilderd keek hij mij aan, hij keek op zijn horloge - half zeven - en hij belde eens naar zijn vrouw. Die zat thuis klaar met allerlei hapjes. Toen zijn we maar haastig de universiteit uitgelopen; hij had er behoorlijk de sokken in nadat ik van hem afscheid had genomen.

Vakantie noemde André steevast reces en volgens mij zag hij zijn emeritaat ook zo. Hij had zijn hielen nog niet gelicht op de universiteit of hij begon aan een weblog en ik ben hem nog eens tegengekomen in de KB en in de UB Leiden. Dan klopte hij even op mijn schouder om te kijken wat ik deed, om vervolgens haastig naar zijn eigen, geheimzinnige bezigheden te gaan.

Mijn gedachten zijn bij zijn vrouw en bij zijn geliefden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen